Full text of "Acten betreffende Gelre en Zutphen ... uit het Staatsarchief te Dusseldorp register B no. 23-25 naar het oorspronkelijke handschrift nitg" Skip to main content

Full text of "Acten betreffende Gelre en Zutphen ... uit het Staatsarchief te Dusseldorp register B no. 23-25 naar het oorspronkelijke handschrift nitg"

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land 
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 



op het web via http: //books .google . com 







^^Vv-S 


Jk^^ 


IK^.-mv'T ^x 


ff* 


■S^^ -: 


\ 









:i^: 






\ vvr 



I» w 



..>-^- 



We^S37^ 



5?artoarl) CoUcgt ILibrarg 




KROM THE GIPT HF 



WILLIAM ENDICOTT. Jk. 

iOmtt Of aaji 

OF BOSTON 



ACTEN 



BETREFFENDE 



GELRE EN ZUTPHEN, 

1107— 1415. 



ACTEN 



BETkEFFEMDE 



GELRE EN ZUTPHEN, 

r 
1107 — 1415, 

XAAR DE DRfE HANDSCHRIFTEN : 

A DAT ALSTE REGISTER EN I OLDSTE REGISTER 

TE ARNHEM, 
ZOOMEDE B N«. 22 TE DUSSELDORP. 

UITOEOEVEN DOOK 



P. N. VAN pOORNINCK 

EN 

Dr. J. S. van YEEN. 



HAARLEM. 

GEBRS. VAN BREDERODE. 

1908. 



HA 3^7A.4- 



Barvard Ctolleg© Library 
Nov 13, 1912 
Gift of 
William Kniicött, Jr, 



BESCHRIJVING DER HANDSCHRIFTEN. 



In het Rqksarchief te Arnhem bevinden zich: 
i*. een register gemerkt: A, Dat alste Register. 
Dit register van groot 4* formaat, inhoudende 134 bladen 
papier, is door één en dezelfde hand van de eerste helft 
der 16de eeuw geschreven, uitgenomen van fol. 71 tot en 
met fol. 93, en is gebonden in een perkamenten band. 
Het papier heeft tot watermerk een p met een vierbladig 
bloempje bovenaan en beneden een streep door den stok. 

'He de StoppeUar, Het Papier, bic. 73, plaat XII, n*. 12. 

2*. een register gemerkt: i Oldste Register. 

Dit register van groot 4^ formaat, inhoudende 108 bladen 
papier, waarvan 105 beschreven, is door één hand van 
het begin der i6de eeuw geschreven en gebonden in een 
perkamenten band. Het papier vertoont als watermerk een 
gekroond wapenschild, waarop een achtpuntige stralende 

ster. Zie de Stoppelaar a. w., blz. 91, plaat XIV, n*. 18. 

In het Staatsarchief te Dusseldorp berust een register 
gemerkt: B n^ 22, 

Dit register van groot 4^ formaat, inhoudende 103 bladen 
pajrier, is blgkens de aanteekening aan het slot in het jaar 
1520 geschreven dow een zekeren Ghysbertus Schoen. De 
band is nieuw. Het papier vertoont hetzelfde watermerk 
als het register A behalve dat de streep door den stok van 
de letter p ontbreekt. 

Kortheidshalve zullen deze registers voortaan aangeduid 
worden als: A, B en n^ 22. 



VI 

Bij vergelijking van deze drie registers bevindt men, dat 
de inhoud dezelfde is: alle drie regfisters bevatten 378 acten, 
loopende over de jaren 1 1 07 — 1 4 1 5. 

In het register n*. 22 zijn de acten later genummerd; 
het laatste nummer is 375, doch met de drie overgeslagen 
acten 209*, 212* en 273* komt men ook tot het gezamen- 
lijke getal van 378. 

Verder blijkt uit de aanteekeningen van den afechrijver 
(zie blz. 146, 147, 148, 149, 316, 343 en 345), dat het 
register A geschreven is naar de oorspronkelijke acten en, 
gedeeltelijk althans, naar alle waarschijnlijkheid gedicteerd 
is. Tal van plaatsen toch, zoowel latijnsche als in de landstaal, 
vertoonen onmiskenbare sporep van op het gehoor te zijn 
geschreven. De meest karakteristieke daarvan is die op 
blz. 44, waar in plaats van „gerichtslude" te lezen staat: 
„Gerits lude." 

Sommige van de bovenbedoelde aanteekeningen, o. a. 
die op blz. 250: „quasi inutile', doen denken, dat de afschrijver 
een opdracht had om alleen die acten op te nemen, die 
praktische waarde voor het oogenblik hadden. 

Eindelijk blijkt uit de vergelijking van fol. 1 1 5 van register 
A met fol. 92 van register B en fol. 88^ van register n*. 22, 
dat de registers B en n^. 22 afschriften zijn van het register A. 
Op fol. 1 15 van het register A toch komt voor een acte van 
24 Augustus 1294, die tot opschrift heeft: Van der gruyt 
tot Zutphen. Deze acte nu is maar voor een gedeelte afge- 
schreven, waarop een onbeschreven ruimte volgt. In de 
registers B en n®. 22 komt deze akte ook maar voor het- 
zelfde gedeelte voor, doch de opengelaten ruimte ontbreekt. 

In het register A is één acte, namelijk die van 23 October 
1348, voorkomende op fol. 69'', op fol. 125^ herhaald; in 
de registers B en n®. 22 komt die acte ook tweemaal voor. 

Van de 378 acten, in deze handschriften vervat, zijn in 
Sleets Oorkondenboek van Gelre en Zutphen 44 stuks over- 



vn 

gedrukt en i als regest vermeld, terwijl Nijhoff, Gedenk- 
waardigheden van Gelderland, 65 stuks overdrukt en 56 
als regest mededeelt. 

Vergelijkt men de vroeger uitgegeven regfisters uit het 
Staatsarchief van Dusseldorp, aldaar bekend als B n^ 23, 
24 en 25, met het thans gedrukte, dan bemerkt men, 

dat B n®. 23 inhoudt 435 acten, loopende over de jaren 
1376— 1392; 
B n*. 24 inhoudt 434 acten, loopende over de jaren 

>377 — 1397; 

B n*. 25 inhoudt 139 acten, loopende over de jaren 
1400 — 1404, en 

dat B. n*. 22 en 25 registers zijn, waarin gedateerde 
acten in hun geheel zijn afgeschreven, echter zonder chrono- 
logische orde; terwijl B. n*. 23 en 24, vooral het eerste, 
inhouden vele ongedateerde acten en korte aanteekeningen 
en gedeeltelijk waarschijnlijk bestaan uit de minuten van 
stukken, welke losse stukken later met eenige katernen 
papier tot registers zijn ingebonden. 

In B. n*. 24 komt op fol. 61^ voor een aanteekening van 
een monnik over de gestrengheid van zijn orde. 

In de registers A, B en n*. 22 komen voor twee acten, 
van 9 September 1382 en 10 Augustus 1402, blz. 422 en 
425, die ook worden aangetroffen in de registers n*. 23, 
blz. 144, en n^ 25, bk. 120. 



CHRONOLOGISCHE LIJST. 



De hoofden zijn overgenomen uit het register A- 

Bic. 

28 December 1107. Woe dat koninck Henrick die 
vijffte gewisselt ende gegeven heeft greve Henrick van 
Zutf^en die graeffiscap van Vrieslant omme die herscap 
van Alcei, 

Orergedrnkt Sloet, Oorkondenboek van Gelre en Zutphen, n*. 215. , | 

27 Maart 1209. Een sceydinge tusschen greve Otten 
van Grelre ende den goidshuse capittell van Xancten 
van vijflF punten etc 440 

April 1222. Woe dat keyser Frederich greve Gerarde 
van Grelre ende synen erven geconfirmeirt heeft, dat 
die toll, den syne voirvaren tot Arnhem te hebben 
pleg-en, verlacht is tot Lobede etc. 

Overgedmkt Sloet, n*. 465. 124 

April 1222. Consent eens hertoge van Beyeren op 
die verleninge van den toll voirs. 

Vermeld als regest Sloet, n*. 465. 125 

April 1222. Confirmacie bisscops Engelberts van Colne 
op die verleninge van tolle van Arnhem tot Lobede etc. 

Overgedmkt Sloet, n*. 465. 125 

April 1222. Consent off getuychgenisse des hertogen 
van Sassen op die verleninge van den tolle voirscreven. 1 26 

April 1222. Noch desselven gelijcx van eenen palantz- 
greven op den Rijn van der verleeninge dess voirs. 
tols etc 127 

Mei 1224. Verleninge koninck Henricks v2mderver-« 



Bk. 

leerlinge des tols van Arnhem tot ï-obede, dair die 
kurfursten ende andere des Rijcks fursten nnede oever 
geweest zijn etc, ende den toll sal men van den Ryke 
te leen halden ewelyken etc. 

Overgedrukt Sloct, n*. 474. ^ 127 

1 23 1 . Geerlach van Budingen heeft geloeft om 11'' marck 
te coepen ofF an synen vrien goede te bewysen xx raarck 
sjaers ende die erflich te leen halden van Gelre. 

Overgedrukt Sloet, n*. 544. ^2 

December 1231. Greve Herman van Vymenborch heeft 
oevergegeven greve Otten van Gelre te eygenscap ende 
weder van hem te leen ontfangen sijn eygendom ende 
hofF tot Thore etc. 

Oveigedrukt Sloet, n*. 550. 46 

November 1233. Her Geerlach, here van Budingen, 
heeft bewijst van il*' marck alle syne goede tot Sewolt 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Overgedrukt Sloet, n*. 566. ^3 

3 October 1240. Een overdrach tusschen greve Otten 
van Gelre ende eenen commenduer van sente Johans 
orden van der merct ende van den tollen tot Arnhem. 

Overgedrukt Sloct, n*. 621, naar den oorspr. brief in het Rijksarchief 
te Arnhem. 3^3 

8 Augustus 1242. Hier is in begfrepen onder anderen 
voirwerden, dat men greve Otten lude van Gelre noch 
hoere navolgere nyet tollen noch bescatten en sal an 
den toUe tot Ursoyen 146 

2 Augfustus 1246. Woe dat een greve van Loen op- 
gedragen off gegeven heeft greve Otten van Gelre 
den eygendom van synen huys tot Bredervort, ende 
heeft dat weder te erfleen ontfangen, ende voirt van 
iiii kerspelen, die hy den greve van Gelre oich over- 
gegeven heeft. 

Overgedrukt Sloet, n^ 665, naar een vidimus van 24 Juli 1312 te Arnhem. 1 05 

1 November 1247. Een confirmacie van eenen cardi- 



XI 

«Is. 

naell, die legaet was des Stoels van Romen, op den 
tol van Lobede ende ander gfuede, die greve Otto van 
Grelre van den Ryke hielde etc. 

Komt ook voor als afschrift in Register Greve Gerit, ful. 2^. 
Overgedmkt Sloet, n*. 68i. I29 

13 Januari 1250. Die abdt ende gemeyne convent van 
sente Merienwerde hebben overgegeven greve Otten 
van Gelre ende S5men erven hoer guede tot Zoelmonde 
gelegen, ende hebben die weder genomen te erffpacht 
voer III gulden penningen. 

Overgedmkt Sloet, n*. 716, naar den oorspr. brief. ^gS 

14 September 1250. Heer Amolt van Scalckwijck 
heeft opgedragen tot greve Otten behoifiF van Gelre den 
eygendom van synen huyse tot Scalckwijck. 

Overgedmkt Sk>et, n*. 723. ^12 

Maart 1251. Dat eyn oeverste commenduyr van sente 
Johans orden mit consent eyns gemeynen capittels ver- 
coft heeft gfreve Otten van Gelre ende zynen erven alle 
hoir recht ende gewoente, die zy hadden an den toll 
tot Arnhem bynnen den kirchove ende dairbuten. 

Oveii^edmkt Sloet, n*. 731, naar den oorspr. brief te Arnhem. , .394 

30 December 1251. Dat Ghijsbert van Ghevengoye 
overgegeven heeft zijn huys tot Gaspeweerdc ende alle 
sijn eygendom, also alst bynnen den utersten grave 
aldair gelegen is, greve Otten van Gelre, erflich van 
Gelre te leen te halden. 

Overgedmkt Sloet, n'. 738. 200 

September 1253. Greve Otte van Ben them heeft ver- 
cofft off overgegeven grefF Otten van Gelre erfFelyc te 
hebben alle sijn eygen gueyt, also als dat van Asperen 
opwert gelegen is, also vere als des greven lant van 
Gelre reyket, te weten Malssen mit allen synen toebe- 
hoeren, item den hofF tot Maueryck ende ander eygen 
gfueyt te leen te hauden etc. 

Overgedmkt Sloet, n*. 753. ; 108 



BU. 

8 October 1253. Hertoge Henrick van Brabantuget, 
dat her Lonis, burchgreve tot Broessel. vercoift heeft 
gfreve Otte van Grelre erflich alle sijn eygendom tot 
Kessenich, tot Vuchte ende tot Borsele, ende die hertoch 
van Brabant sal dat doen stede halden. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 754. 62 

19 Juni 1254. Dat koninck Willem verleit heeft greve 
Otten van Gelre die borch tot Oye ende so wat Bertolt 
van Oye van den keiserrijck te halden plach. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 764. 12 

28 September 1255. Dat (Herman) here van Loen ver- 
coft heeft greve Otten van Gelre syne gericht tot Seelhem 
ende van Hengel op den Goye mit allen synen vryen 
luden aldair ende mit vijff huseren ende noich iii huseren 
ende oich van den huse te Bredervort. 

Ovcrgedrukt Sloet, n^ 775, naar den oorspr. brief te Arnhem. . , 106 

28 December 1255. Woe dat die deken ende capittel 
van sunte Menen tUtrecht vercoft hebben greeflf Otten 
van Gelre ende synen erven alle hoer goeden, die sy 
hadden tussen der Lecken ende der Lingen, myt allen 
hoeren toebehoern, ende oic haren hoflF te Sevenar myt 
allen synen toebehoeren. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 777, naar een vidimus van 24 Juli 13 12. , , «70 

1256. Woe dat die abt ende heel convent van Duytze 
vercoft hebben greve Otten van Gelre ende synen erve 
hoeren gueden tot Elthingen, tot Velpe, tot Renwijck 
ende tot Wijck, mit allen toebehoeren, als manne, 
dienstmannen, thynslieden ende knechten, met beemden, 
weiden, bosschen ende visceryen, wegen ende stegen etc. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 780, naar den oorspr. brief. hq 

13 Juni 1257. Consent des bisscops van Utricht op 
coep van den goede van Sevenaer ende van den 
anderen goeden voers. etc. 

Ovcrgedrukt Sloet, n^ 796, naar een vidimus van 24 Juli 1 3 1 2 te Arnhem. 3o 

I Augustus 1257. Dat Gerit van Oey overgegeven 



xm 

heeft den eygendom van den dorp van Oesterham ende 
van der borch van Spralant myt allen toebehoren, erffelyc 
van Grelre te leen te hauden. 

Overgednikt Sloet, n«. 800. 298 

21 September 1258. Her Dirck Splinter van Loenre- 
scloet heeft overgegeven greve Otten van Gelre den 
alden hoff tot Loenrescloet ende alle sijn guede \A den- 
selve hove, m genre syden van den Genen gelegen, 
tot eenen erfleen. 

Orergedrokt Sloet, n*. 803. 298 

5. Januari 1259. Her Symon van Harlem, ridder, heeft 
overgegeven greven Otten van Ghelre ende zynen erven 
X maeten lants. die geheiten zijn Vertell, tot Hemes- 
kerke gelegen, mit hoeren toebehoren. 

Ovexgedrakt Sloet, n*. 813. 343 

29 September 1259. Dat die abt, prior ende gemeyn 
convent van sente Merienwerde overgegeven hebben 
greve Otten van Gelre erflich hoer lude, die zi gecoft 
hadden mit den goeden van Mirlair, tot hoeren hove 
tot Zoelmunde gehoerende, welker lude namen vele 
hirin geschreven staen etc. 

Ovetgedrukt Sloet, n*. 821. ^nn 

28 September 1260. Quitancie des dekens ende capit- 
tels van sunte Merien voors. van den gelde, dat hom 
greve Otte betalt heeft over den cop des hoefs van 
Sevenar etc. 

Overgednikt Sloet, n*. 832. 80 

18 December 1260. Die abdisse ende convent van 
Honepe hebben vercoft greve Otten van Gelre alle hoer 
eyghen goet, dat zij hadden tot Droempt etc. 

Overgednikt Sloet, n*. 841. aai 

25 Juli 1261. Een gescheit tusschen bisscop Henrick 
van Utricht ende greve Otten van Gelre, dair onder 
vde andere punten in begrepen is, dat die bisscop den 
greve van Gelre nyet toespreken en sall omme dat 



XIV 

Bis. 

broec gehdten Scoenreweert; item van thienden; item 
van den g^de tot Wijck. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 844. 404 

20 Februari 1263. Her Wolter, geheiten AmmersfcMt, 
ridder, heeft opgedragen sijn goede to Emelar ende tot 
Hijnhorst erfFelyc van Gelre to leen. 

Ovcrgedrukt Sloet, n'. 861. 297 

5 Augustus 1265. Item dat her Rodolph die Cock, 
ridder, mit wille ende consent sijnre soene, vercoft heeft 
erflich den greve van Gelre sijn borch tot Reynoy mit 
hoeren toebehoer, die hi voir van den greve te leene 
hyelde etc. 

Ovcrgedrukt Sloet, n'. 884. 1 1 8 

5 Augustus 1265. Woe dat heer RolofF die Cock. 
ridder, gewysselt heeft myt greefF Otten van Gelre ende 
alle sijn goede tussen Beesd ende Leerdamme ende 
tussen de Lecken ende der Lingen etc. om ander goeden, 
die in den briefiF genoempt sijn, etc. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 883. 260 

24 Maart 1268. Heer Bemart here van Lippe tuget, 
dat die goede, die here Goetscalck Wenth, ridder, greve 
Otten van Gelre opgedragen heeft, eygen goit waeren 
heren Gt)etscalcks voirs. etc. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 907. ai^ 

21 Februari 1269. Her Amolt, here van Gynnich, 
ende syne erven sullen te leen halden van Gelre hoeren 
hoflF te Raden by der Nydeggen gelegen, ende hoere 
guede te Enne, etc. 

Ovcrgedrukt Sloet, n*. 914, naar den oorspr. brief te Arnhem. . . I S3 

23 October 1269. Ghreve Engelbert van der Marcke 
tuget. dat her Dirck ende her Lubbert van Uytinckhove, 
gebrodere, riddere, overgegeven hebben ende bewijst 
greve Otten van Grelren hoeren hoflf tot Sunchem, ende 
dat sy hem noch an anderen golden dairtoe bewysen 
solden L marck, etc. 

Ovagedrukt Sksct, n*. 916. 1^2 



XV 

Btt. 

26 November 1270. Heer Sweder van Hussinchem, 
ridder, sall bewysen C merck Colch te leene etc. 

Oergednikt Sloet, n*. 924. 414 

24 Maart 1271. Noch dat die Gelreschen egheynen 
toll geven en soelen van hoeren gueden tot Ursoye etc. 

Overgednikt Sloet, n*. 930. I^y 

20 September 1272. Daniell Joede, burger tot Colne, 
heeft geloeft te leggen LXX marck an goeden, erflich 
te leen te halden van eenen here van Monfoirt. 

Overgedrukt Sloet, n*. 942. ^g 

1275. Her Mathijs, scencke van Are, ridder, heeft 
bewijst ende gemaict syne vrye goede tot Wedich, 
tusschen Colne ende Bunne, erflich van Gelre te leen 
te halden. 

Overgedrukt Sloet, n*. 960, naar den oorspr. brief te Arnhem. . -333 

i6 Juni 1276. Her Dirck van Breempt, ridder, hoeft 
vercoft greve Reynalde van Gelre sijn ende sijnre 
kynder deyll van Elmpterwalt. 

Overgedrukt Sloet, n*. 976, naar den oorspr. brief te Arnhem. , , ^o2 

7 September 1277. Dat her Jan die Koek, ridder, 
ende vrou Aelle3rt, sijn wijfiF, die gruyt tot Boemell ge- 
nomen hebben tot hoeren lieve van greve Reynalt van 
Gelre, myt voerwoerden, dat nae hoeren doden dieselve 
gruyt wedercomen soude op greve Reynalt ende sijn erven. 

Overgedrukt Sloet, n*. 988, naar den oorspr. brief te Arnhem. , , 100 

26 Augustus 1279. Woe dat een bisscop van Moenster 
eyne schyedinge geraempt heeft tusschen den here van 
Ahuse ende die borchman van Nyenborch an die een 
syde ende den burgeren van Gronlo an die andere, dair 
oick voirwairden in staen onse herscap van Gelre merende. 

Afschrift komt ook voor in de XIV Registers I, fol. 59V. 

Overgedrukt Sloet, n*. 1005. 5c 

2 1 November 1 28 1 . Woe dat Huybert van Boesinchem 
vercoft heeft den greve van Gelre sine borch tot Culen- 
borch ende dat hy ende synen erven dat erffelich van 



XVI 

Bic. 

Gelre te leene soelen halden mit anderen goeden, als 
Laxmonde ende I^nxmere» die men hem ouch mach 
aflossen etc. 

Overgednikt Sloet, d*. 1039, naar den ooripr. brief te 's Gravenhage. 25 

2 Juli 1282. Her Geraert Scherfgyn, ridder, scepen 
tot Colne, heeft opgedragen xxix mergen eynsdeib 
ackerlant ende eynsdeib v^sscerie, tot Mengenich ge- 
legen, erfl9ich. 

Overgednikt Sloet, n^ 1058, naar den oorspr. brief te Arnhem. . .327 

19 Juli 1284. Dat onse heerscap van Gelre van den 
heren van RijfiFerscheyt loessen moegen mit mr ende 
XL marck XLiiii marck sjaers, bewijst in den renten van 
Venle, dairaf dat die van RgflFersceyt man sijn te G«lre. 

Overgedrukt Sloet, n*. 1078. 1^2 

28 September 1287. Desen brieff helt yn woe dat 
Johan van Herwen erffcastellein geworden is des greven 
van Gelren ende hertoge van Lymborch op synen slote 
tot Reynoye ende woe dat hij ende synen erven dat 
selfF slot holden sjelen. 

Oorspr. brief te Arnhem. lig 

31 Juli 1290. Koeninck Rudolph schrijfft allen eertz- 
bisschopen, bisscoppen, hertogen, marckgfreven, greven 
ende edelingen bi Vrieslant wonende, dat sy den gfreve 
van Gelre in Vrieslant mit allen saken behulpelyck 
willen wesen nae uutwysen sijnre brieven. 

Vermeld als regest Kghoff, Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis 
van Gelderland I, n^ 26. ^ 

31 Juli 1290. Koninck Rudolph schrijfft allen luyden 
in Oestvrieslant dat hi greve Reynalt van Grelre bevolen 
heeft sy te regieren ende dat sy hem onderdanich willen 
wesen. 

Vermeld als regest NijhofF I, n'. 27. 5 

17 Augfustus 1290. Noch van koninck Rudolff ordeli, 
woe dat een heere mit synen mannen ommegaen sall, 
die teghen hem mysdeden etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 28. , ^ ^ ^ .134 



xvn 

Bic. 

25 October 1290. Die abt van Campe scrijfPt allen 
abden van sijnre orden in Vrieslant, dat sy den greve 
van Grelre in sijnre saeken in Vrieslant vorderen willen. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 30. y 

23 Februari 1291. Van koninck RodolfF ordele off 
wysinge als van ennigen gemeynten in eens heren lande 
gelegen, woe men dairmede doen sall. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 32. 132 

14 April 1293. In desen brieff staen gescreven vi 
ordele, die -wilneer koninck Adolph gewijst heeft by 
versoekenisse gfreve Reynalts van Gelre, als van werden, 
van sloten in eyns greven lant te tymmeren, van doet- 
sclach, van misdaden des heren dieneren gedaen, van 
eenen slote te beleggen ende van scholt, die die schul- 
der seichde dat betaelt weer etc 131 

1 December 1293. Her Wemer, vaicht van Ludistorp. 
ende sijn wijff hebben opgedragen hoere goede tot 
Ludistorp, hofF ende wijngart, erflich van Gelre te leen 
te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. i^n 

24 Augustus 1294. Van der gruyt tot Zutphen. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 37, naar den oorspr. briefte Arnhem. 382 

2 1 Januari 1295. Woe dat koninck Adolph greve 
Reynalde van Grelre Vrieslant bevolen heefft ende niet 
weder van hem te nemen, men en gheve hem yerst 
VI"' mareken puyers silvers. 

Vermeld als regest Nijhoff 1, n*. 42. n 

21 Januari 1295. Koninck Adolph scrijfft allen ende 
een yegeliken ertzbisscoppen, bisscoppen, hertogen, 
marck greven ende edelinge by Vrieslant wonende, dat 
sy de greve van Gelre behulpelich willen wesen tot 
allen saken in Vrieslant. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 43. ^ 

2 1 Januari 1295. Koninck Adolph voirs. scrijfft oeck 



XVIII 

Bis. 

allen luyden van Oestvrieslant, woe dat hy greve Reynalt 
van Gelre bevolen heeft sy te regfiercn ende dat zy hem 
in allen saken onderdanich willen wesen. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 44. ^ , lO 

16 Juli 1295. Koninck Adolph heeft greve Reynalt 
van Gelre georloft tot Staveren in Veluwen eyne stat 
te maken etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 45. 18 

15 Augustus 1295. Item dat onse heerscap van Gelre 
van den vaechde van Ruremunde lossen mogen die 
volmoelen, gelegen op der Ruren bi Ruremunde. mit 
2V2*' marck Coelscher penninge. die die voicht off syne 
erven dan oick voirt beleggen sullen an erffenisse te 
leen te halden. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 46. 1 2o 

3 April 1296. Woe dat her Arnt van Nyenbeke, 
commenduer van sunte Johan te Nymegen, erfflich oever- 
gegeven heeft greve Reynalde van Gelre ende zynen 
erven dien wert tot Nyenbeke, gelegen tussen der Ysselen 
ende Vorst, met den borch, huseren, velden, beemden, 
visceryen, moeien. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 50. ^aa 

31 Mei 1297. Heer Johan Reinberg, vaicht in den 
Spyrskouwe, heeft geloeft te bewysen x marck renten 
an synen eigenen guede. erfflich van 'Gelre te leen te 
halden. 

Oorspr. brief te Arohem. , , aaa 

6 Juni 1297. Woe dat Gerart van Malderich, heren 
Saffentijns son, oevergegeven heeft greve Reynalt van 
Gelre ende synen erven sine borch to Malderich ende 
mede in wat voirwairde ende manieren dat hi ende 
synen erven dat halden soelen tot onss herscaps behoeff 
van Gelre. 

Afschrift komt ook voor Charters n*. 2 L» E, fol. 9. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 51. 27 



XIX 

Bl«. 

17 April 1298. Wpe dat die borch tot Bueren leen 
ende open huys is erflich te Ghelre, etc. 

Een a&dirift komt ook voor in ChArters n*. 2 L^ E, fol. 12. 

Vermeld als regest Nghoff I, n*. 55. 212 

19 September 1298. Dat die deken ende capittel van 
Zutphen gebleven zijn an greve Reynalde des hy ordi- 
neren solde van der collacien van den provenden tot 
Zutphen. 

Overgednikt Nghoif I, n*. 56. 384 

I December 1298. Woe dat die praist ende deken > 
ende capittell van Aldenmunster tUtrecht gebleven zijn 
an greve Reynalt van Gelre, des hy ordineren solde 
van der werden ende tienden tot Dryele. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 57, naar den oorspr. brief te Arnhem. ^08 

16 Maart 1299. Woe dat huys to Honsselair Gelres 
leen is, ende mede van wysscherien, bi Gelre gelegen, 
die onssen heersscap vercoft sijn, ende oick van manscap 
ofiF borchleen. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 59. 302 

5 April 1299. Dit is des greven seggen van Gelre 
op dat geblijfft vurs. van der proistien ende provenden 
van Zutphen etc. 

Overgednikt Nyhoif I, n*. 60. 385 

25 April 1299. Dat koninck Rodolph ind koninck 
Aelbert, sijn sone, bevolen hebben greve Reynalt Oest- 
vrieslant ende alle ander Vrieslant an den Ryke toebe- 
hoerende, uytgenomen des gereven deel van HoUant, mit 
sommigen vorwoirden. 

Komt ook voor als afschrift in de XIV registers I, fol. 50. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 61. 2 

5 September 1299. Her G^raert Rost, ridder, heeft 
bewijst XX mergen artlants, gelegen by Roedengen, te 
leen te halden van Gelre, etc 350 

18 Maart 1300. Dat heer Huybert Schenck van Culen- 
borch, ridder, overgegeven heeft greve Reynalde dien 



XX 

Bk. 

broek off lant, gelegen by Lanxmere ende sunte Merien- 
werde, want hi bekende, dat hi noch synen voirvaderen 
egheyn recht daertoe en hadden, ende bidt, dat men 
hem weder te leene geven wille; ende mede van eyn 
del goeden, den cloester van sunte Merienwerde toe- 
gehorende. 

Venneld ê\» regest NijhofT I, n*. 69. 2Q 

7 Juni 1300. Woe dat Mylendonck leen ende o|>en 
huys is tot Gelre, mit anderen vorwerden. 

Komt ook voor ab afschrift in Charters n*. 2 L^ E, fol. 37. 

Vermeld als regest Nijhoft I, n*. 71. aij 

14 October 1300. Willem van Puyflic heeft opge- 
dragen gfreve Reynalt van Gelre ende wederom van 
hem te leen ontfangen sijn huys tot Puyflic mit zynen 
toebehoeren. 

Overgednikt Npoflf I, n*. 72. ^l6 

10 April 1301. Her Geerlach, here van Dollendorp, 
heeft opgedragen zyne thienden tot Syntsich mit den 
luden dairtoe gehoerende voir xxv marck sjaers, erfflich 
van G^lre te leen te halden 225 

20 Mei 1301. Dat men in den cloester tsGrevendaell 
alle dage een sielemisse doen sall voir ons heerscaps 
sielen van Gelre. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 75. ^OI 

28 Juni 1303. Dat die patroen, pastoèr ende erfvicaris 
van Boeningen mit consent der kerspellude overgegeven 
hebben onser herscap van Gelre om iii ^ sjaers dat 
recht, dat sy halden aent hout te hauwen ende an den 
eker uuyt den bosch van Boeningen. 

Overgedrukt Nijhoff I, n'. 79, naar den oorspr. brief te Arnhem. ,316 

6 Juli 1304. Dat her Johan van Stralen, ridder, opge- 
dragen heeft den greve van Gelre sijn borch tot Vronen- 
broeck, erflich te leen te halden van Gelre ende oick 
open huys te wesen 114 

8 Juli 1304. Her Johan van Stralen, ridder, heeft 



XXI 

Bis. 

opgedragen ende weder te erfleen ontfangen van den 
greve van Gelre sijn dorpen van Vronenbroeck ende 
van Greisteren opter Masen 113 

3 November 1306. Die deken ende dat capittell van 
Zutphen bekennen, dat onse heerscap van Gelre colla- 
toire zijn der praistien ende der provenden aldair. 

Chwgedrukt Nijhoff I, n*. 86. 387 

18 November 1306. Woe dat Johan van Boesinchem 
geloeft heeft eyns segghens tuysschen greve Reynalde 
van Gelre unde hem van den sloete to Malderich mit 
den goeden aldair gelegen ende van broeke tuysschen 
Beesde ind Ciüenborch gelegen etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 87. 3 1 

20 December 1306. Item dat diehofiFOppenberg, gele- 
gen bi der moeien van Nersdam, een Gelressch leen is etc. 122 

23 December 1306. In desen brieflF sijn die scepenen 
ende ghemeynte van Zutphen sculdich gebleven greve 
Reynalt van G^lre viii*' marck brab. pennyngen. 

Overgednikt Nijhoff I, n*. 88. 378 

26 Januari 1307. Die greve van Seyne tuget, dat her 
Sifrid ende her Herman van Hademar, riddere, gebroe- 
deren, hebben bewijst x marck sjaers an sommigen 
wingarden te Andemach gelegen, erflich te leen te 
halden van Gelre 227 

4 Maart 1307. Her Egebert van Herborne, ridder, 
heeft opgedragen sijn eygen guede tot Horw, in den 
korspell van Home gelegen, erffelyc van G^lre te leen 

te hauden, etc 291 

16 Mei 1307. Lobede tolL 

Oirei^gcdnikt Nijhoff I, n*. 92, naar een vidimosbrief van 19 Maart 1308. 130 

12 Juni 1307. Her Rychaert, her van Duve, heeft 
oevergegeven greve Reynalt van Gelre synen halven 
hoff tot Entenich mit den halven goede dairtoe behorende, 
erflich te leen te halden 47 



XXII 

BU. 

19 October 1307. Van den huyse tot Malderich voir- 
wairden Johans van Bosinchem ende van Culenborch. 

Afschrift komt ook voor 10 de XIV Registers T, fol. 56. 

Vermeld als regest Nljhoflf I, n'. 94. 33 

20 November 1307. Dat die deken ende capittel van 
Zutphen alle jair tot eenre tijt hoechtyden halden sullen 
van der heiligher Drievoldicheit ende daimae vigilie 
ende sielemisse voir (onse) heerscap van Gelre doin. 

Vermeld als regest Nijhofl* I, n*. 97. 387 

24 December 1307. Hubertus van Putten ende sinn 
wijflF hebben opgedragen greve Reynalde van Gelre ende 
weder van hom ontfangen to lene dat huys tot Nyenbecke, 
bi der zee gelegen, mit anderen erffenissen ende goeden 
in den brieve genompt, etc. 

Komt ook voor als afschrift in Charters n'. 2 L» E, fol. 35. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 98. 295 

19 Maart 1308. Her Henrick Vle<3ke, ridder, heeft 
bewijst llii marck sjaers Brab. an synen tween hoven 
tot Wyscheyde, in den kerspell van Rychrode in den 
lande van Berge gelegen, erflich te leen te halden van 
Gelre. 

Oorspr. brief te Arnhem. I^O 

31 Juli 1308. Her Henrick van Montabur heeft opge- 
dragen v voeder wijngulden sjaers an zynen wijngewass 
ende anderen vryen goeden, in den gerichte van 
Zeveche onder den greve van Spaenheym gelegen, 
erflich van G^lre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^±1 

22 November 1308. Jacob, voecht van Vrouwenvelt, 
heeft oevergegeven zijn hoflF ende moeien tot Ochsenfoirt, 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^»5 

30 Augustus 1309. Heer Gerit van Lo, here tot Herier, 
scrijft den abt, den prior ende coster van Campe, dat 
sy den greve van Gelre overseinden alsolike brieve, als 



XXIII 

Bb. 

sy by hom hadden, sprekende op de toUe van Zulichum 
ende van Driell ende op dorp tot Maudyc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 105. 256 

I September 1309. Dat her Gerart van Lo, heer tot 
Herier, vercoft heeft gfreve Reynalde van Gelre alle 
sijn recht, dat hy hadde aen den tolle tot Zulichum 
ende tot Driell ende aen den derpe tot Moudyc, etc. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. io6, naar den oorspr. brief te Arnhem. , 255 

14 October 1309. Her Rutger van den Stade, ridder, 
heeft opgedragen zyne gueden van den hove te Stirem, 
geheiten Verhillekenhuys, erflich van G^lre te leen te 
halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. 178 

19 Mei 1310. Her Craft van Gryffensteyn heeft opge- 
dragen eyne hove lants uyt synen hoeve tot Verkens* 
hove, in den kirspel van Neder-Emme gelegen, erflich 
van Gelre te leen te halden 351 

5 September 13 lo. Ordell van koninck Henrick, dat 
egheen ftirst oflF here enniger stat egheyn vryheit noch 
previlegien geven en mach buten heit ende consent des 
koninx, ende gebiet den greve van Gelre alsulke vry heide, 
als hy sommige syne steden gegeven hadde, afF te doen etc. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. iii. I^^ 

5 September 13 10. Ordel van koninck Henrick, dat 
greve Reynalt alsulke vryheide, als hy off syne voir- 
vairen horen steden, ende sunderlingen dien van Zutphen, 
gegeven hadden voir Lobede tolvry te varen, afdoen 
solde, ende dat sy van gheenre macht en sy. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 112. 1^6 

5 September 13 10. Noch van koninck Henrick, dat 
greve Reynalt van Gelre synen steden, dien hij wolde, 
halden mochte ende dien hy nyet wolde, breken die 
vryheide, die hy ofiF synen vervaren hem buten consent 
des Rijcx gegeven hadden, ende oic van marcktollen 
in steden te leggen etc. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 113. , , , .137 



XXIV 

Bis. 

9 September 13 lo. Die abt ende convent van Proeme 
hebben geconfirmeert alsulken coep als die pastoir van 
Arnhem, die doe was, gedaen hadde den greve van 
Gelre mit der hoofl&tede bynnen Arnhem, gelegen by 
Wy(n)kens wyer des richters was. 

Ovcrgedrukt Nijhoff I, n*. 115, naar den oorspr. brief te Arnhem. , iq2 

19 September 1310. Dat koninck Henrick grevc 
Reynalde van Gelre gegont heeft ende verleit, dat hy 
eynen dijck, wech ende gracht voir scepinge mocht doen 
maken tusschen Arnhem unde Nymegen doir die Betuwe 
ende enen tol dairop te leggen. 

Overgedrukl Nijhoff I, n*. n6. |i 

29 November 13 10. Dirck, here van Kempenich, heeft 
bewijst X marck sjaers an synen goede tot Neder-Mendich 
op den Mey nevelde ende tot Aken op der Moselen, 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^28 

24 Januari 131 1. Dat heer Otte van Kuyck, here tot 
Zelem, ridder, bewijst heeft xxx lib. sjaers an den gemal 
tot Malsen, erflich van Gelre te leen te halden. 

Komt ook voor als affchrift in Charters n*. 2 L^ E, fol. 11. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. I2i. Iq5 

17 Maart 131 1. Eens biscops briefF van Utricht, dairin 
hi grevc Reynalt van Gelre die Veluwe in beleent heeft, 
ende dat die hertoch van Brabant sijn leen dairaen 
versuympt heeft etc. 

Over]gedrukt Nijhoff I, n*. 124, naar deo oorspr. brief te Arahem. , 5q 

10 April 13 1 1. Her Dirck van der Hetten, ridder, heeft 
opgedragen sijn goede, gelegen bi den sclote tot Helte, 
geheiten Lerike, myt horen toebehoren, erflfelyc van Grelre 

te leen te halden, etc 295 

20 Mei 1 3 1 1 . Dat Grebben opter Masen leen ende 
open huys is tot Gelre mit allen synen toebehoeren, etc. 319 

19 Juni 131 1. Wessell van Leembeke ende Griete, 
sijn wijff, hebben opgedragen greve Reynalt van Grelre 



XXV 

Bis. 

hoerre beider hove, geheiten Subbelswijck, gelegen in 
den kirspell van Leembeke, erflich te leen te halden 
van Gelre 203 

1 November 131 1. Dat Johan van Merwijck opge- 
dragen heeft ende weder ontfangen heeft sijn huis tot 
Merwijck mitten vorborchte voir leen ende ledich huys 
ons heerscaps van Grelre, hem ende hoeren erven erflich 
dairmede te behelpen. 

Komt ook voor in aftchrift Charters n*. 2 L» E, fol. 38. 

Venneld als regest Nijhoff I, n*. 126. lil 

6 November 13 11. Eyn vidimus van eyns hertogen 
brieff (30 November 1303) van Brabant, dair hy inne 
bekennet egheyn recht te hebben an den hogen gericht 
van Merwijck ende EmpelL 61 

31 Maart 13 12. Dat die gardiaen ende convent van 
den Mynrebroederen tot Herderwijck hebben overge- 
geven XL mudde roggen, ende lx mud garsten, ende 
xxvii « swarter tomoisen viii st. myn, die greve 
Reynalt jaerlicx bewijst hadde 446 

30 Mei 13 12. Woe dat die slote van Malderich und 
van Culenborch onssen heerscap van Gelre open ind 
verbonden sijn ende oick mede van anderen vorwairden. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 131. j6 

8 Juni 1312. Woe dat die richter, scepenen ende raet 
van Zutphen te er£Eipachte genomen hebben van greve 
Reynalde van Gelre syne watermoelen tot Zutphen 
umme dusent pont was sjaers. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 135, naar den oorspr. briefte Arnhem, xnn 

18 November 1313. Woe dat onsse heersscap van 
Gelre lossen moeget myt dusent ponden van dien van 
Vyanen die dorpe van Lexmonde ende Odeck myt 
alle horen rechten ende tobehoren, etc. 

Oveigednikt Nijhoflf I, n*. 150, naar den oorspr. brief te Arnhem. .271 

10 Januari 1314. Willem here van Cranendonck heeft 
sijn eygendom, begrypende dat hoge gericht ende brouw» 



XXVI 

Blx. 

ampt vaa S walmen, die Seger Vosken van Swalmen 
van hem te leene hielde, overgegeven den greve van 
Gelre, die die oick gecoft heeft tegen Seger voirs., etc 

Overgedrukt NijhofF I, n*. 152, naar den oorspr. brief te Arnhem. , 171 

5 April 1314. Desen briefF helt in, hoe dat greve 
Reinout van Gelre ende Aelert van Bueren in voertyden 
gesceiden sijn van sommigen gerichten, heecscappen ende 
anderen saken etc. 

Komi ook voor als afschrift io Charters n*. 2 L» £, fol. 12. 
Oveiigedrukt Nijhof! I, n*. 154. 76 

18 April 13 14. Een greve van Cleve tuget, dat Doys 
woninge van Haelt van hem noch van synen greefifecap 
van Cleve nyet en roert. 

Komt ook voor als afschrift in Charters n*. 2 L» E, fol. 36. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 155. 229 

30 Juni 13 14. Dat onsse herscap van Gelre van erf- 
genamen Huberts van Culenborch lossen moege iv hoeven 
lants mit thienden ende dechlichster herlicheit. 

Afschrift komt ook voor Charters n^ 2 L» E, fol. 11. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 157. 38 

6 Maart 1315. Woe dat dat huys te Middach een 
erfHeen is te Gelre myt anderen leengoede, etc. 

Overgedrukt NijhofF I, n*. 162. 235 

17 Juni 13 15. Woe dat Herman Moenich, burgher tot 
Nuysse, geloefft heeft ons heerscaps huys van Gelre in 
der stat van Nuysse, bi den Mynrebroderen gelegen, 
tot onss heerscaps behoeiF te halden. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 163, oaar deo oorspr. briefte Arnhem, ^^j 

28 October 1315. Noch van denselven huse tot Nuysse. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 164, naar den oorspr. briefte Arnhem. ^^^8 

7 December 13 17. Dat her Herberen van Arckell ende 
vrouw Lijsbeth, zijn wijflF, opgedragen hebben den greve 
van Gelre hoere huys, hooffstede ende bongaert, also 
alst tot Driel gelegen is, met eyn deel ander erffhisse, 
erflich van Grelre te leen te halden. 

Vermeld als regest N^hofF I, n*. 171. 20I 



XXVII 

BU. 

26 April 1318. Dat Almek) erfflich open huys is te 
Gelre ende leen. 

OTergedrnkt Nijhoflf I, n*. 173. ^jO 

27 September 1318. Noch van denselve huse tot Nuysse. 
(Zie 28 October 1315.) 

Venneld als regest N^hoffl, d*. 179, uuur den oorspr. briefte Amliein. aaq 

8 Augustus 1321. Woe dat huys tot Brakel Gehre 
leen is ind apen huyss. 

Vermeld als regest NijhoiT I, n*. 193. 289 

5 Juni 1322. Een scepenbrieff van Saltbomell, tugende, 
dat Ghijsbrecht die Voecht van Tuyll ende Agnese, zijn 
wi^flf, oevergegeven hebben tes joncheren behoe£f van 
Gelre huys ende hoofiEstat, tot Tuyll gelegen opter Neys, etc. 

Vermeld als regest NijhofTI, n*. 18S, naar den oorspr. briefte Arnhem. 
Nyhoff heeft bij vergissing: 24 Mei 1310. 17Q 

19 Juli 1324. Dirck Sobbe heeft opgedragen greve 
Reynalt van Grelre den eygendom van synen hove tot 
Ewenthuse myt alle synen toebehoren, erflfeiyc van 
Gelre te leen te hauden, etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. 288 

27 September 1324. Everwijn van Gaterswyc heeft 
opgedragen here Reynalde, des greven sonne van Gelre, 
ende weder van hom te leen ontfangen sqn huys tot 
Wodelbeec myt den vocrborchte, etc 294 

2 Maart 1326. Her Goert, here van Heynsberch, heeft 
overgegeven g^reve Reynalde van Gelre die manscap 
van twen derppen, dat Henric van Wys van hom te 
leene heilt, alsoe dat die van Wyssche dieselve twe 
dorpen voerr oen erfiFelyc van Gelre te leen halden 
sullen, etc. 

Vermeld als regest NijhofT I, n*. 203, naar den oorspr. brief te Arnhem. 284 

18 Mei 1326. Een commenduyr ende gemeyn convent 
van sente Katherynen tUtricht hebben overgegeven 
sgreven soen van Gelre eynen vryen eygendom van 
VIII mergen lants, in Inghenre kirspell gelegen, die 
Willem van Wie te leen halden sall 396 



XXVIII 

Blf. 

23 Juli 1327. Dat mijn here van Gelre van Johans 
erfgnamen van Brienen mit il*" lib. lossen mocht eene 
hove lantz, in Eister kirspel gelegen ; ende die 11* lib. sal 
men dan beleggen ende te leen halden van Gelre, etc. 

Vermeld als regest NijhofT I, n*. 213. 180 

30 Augustus 1328. Dat men onss heerscaps van Gelre 
jairgetyde allewege doen sall in den cloester tot Knecht- 
steden omme der kerken wille van Lobbroick, die hem 
gegeven is van den heerscap van Gelre. 

Vermeld aU regest NijhofT I, n*. 222. 318 

18 September 1328. Woe dat Johan Canssen *) erfif- 
genamen vercoft hebben greve Reynalt van Gelre erfifelyc 
alle hoerr gerichte, hoge ende lege, thinde, thinsse, lant 
ende erve, gelegen tussen der Nyerleden ende den 
Ryne, myt all dat daerrtoe behoerrt, etc, 

Overgedrukt Nijhoff I, n'. 224, oaar den oorspr. brief te Arnhem. .238 

6 Juni 1329. Een scepenbriefF van Saltboemell, 
tugende, dat IJjsbeth, Wouters wijflF van Tuyll, ende 
Dirck, hoer soen, vercoft hebben tot behoeff des greven 
van Gelre een huys ende hove, recht tot Tule gelegen, 
mit II mergen lantz. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 227, naar den oorspr. brief te Arnhem. 177 

13 Juni 1329. Noch van der stat van Zutphen. 

Vermeld als regest NijhofT I, n*. 228. 37 g 

14 Juni 1329. Enen schepenenbreifF van 2^utboemel 
tugen(de), dat Cristina, Johans wijfF van den Wael, ende 
Meynte, hoer dochter, vercoft hebben erfFelyc tot des 
greven behoeff van Gelre xiii pont jaerlix thyns, die 
sy hadden uu3rten toUe tot Zulichem. 

Oorspr. brief te Arnhem. 94. 

10 October 1329. Woe dat Wynrich van Wesenthorst 
ter erffpacht genomen heeft van greve Reynald van Gelre 
sijn moeien tot Genderinchem omme xxil marck alder Bra- 
banscher scilde jaerrlix op sunte Martijns dach te betalen. 

Overgedrukt NijhofT I, n^ 229, naar den oorspr. brief te Arnhem. . 265 
*) Lees Johan van Aemstele. 



XXIX 

Bit. 

II November 1329. Her Goessen van Ntjthusen» 
ridder, heeft opgedragen greve Reynaude van Grelre 
ende weder van hom ontfangen den hoflf tot Berge, 
opter Mase by Stockem gelegen, ende XL boenre lants. 277 

13 December 1329. Een richter- ende scepenbrieff 
van Nymegen, tugende, dat Dirck Roeloefis ende syne 
dochter vercoft hebben tot des hertogen behoeff van 
Gehre ende s}men erven alsulken recht als sy hadden 
an den vorsterampt op Rijcxwald. 

Vermeld als regest N^bofT I, n*. 231, naar den oorspr. brief te Arnhem. 1 86 

13 Januari 1330. Ghijsbrecht van Rosenberch heeft 
ontfangen van greve Reynalt van Gelre te leen dat 
goet, by Teylingen gelegen, geheiten Gelrelant, XL 
mergen etc 72 

25 Februari 1330. Here Ot here van Cuyck tuget, 
dat Saris hofF van Cuyck, gelegen tusschen Haeps ende 
hyre (Kuyck), den hy den greve van Gelre opgedragen 
heeft ende van hem weder ontfangen te leen, eygen 
goet was desselfib Saris etc 409 

15 Maart 1330. Eenen scepenbrieff van Saltbomell 
tugende, dat Alart van Haefften vercoft heeft tes gereven 
behoeff van Grelre erflich x hont lants, gelegen in den 
gericht van Haeffiten in der Quellende wey, etc. 

Vermeld als regest NijhoflF I, n*. 241, naar den oorepr. brief te Arnhem, j-jg 

4 Mei 1330. Een ordinancie woe dat die stat van 
Zutphen hoere scepenen ende rait kiesen ende setten 
sullen etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n^ 232, naar den oorspr. briefte Arnhem, ^go 

30 Mei 1330. Her Dirck van Wyckede, ridder, heeft 
bewijst X marck sjars ain synen goyde, geheiten Schende, 
in den korspell van Weetten gelegen, erflyc te leen 
te hauden. 

Oorspr. brief te Arnhem. 283 

10 Juni 1330. Dat onse heerscap van Gelre heeft twe 
giften ende die abt van Everboede in Brabant eyne an 



XXX 

Bil. 

der kerke tot Koesteren, in den lande van Monfoirt 
gelegen. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 233, naar deo oorspr. brief te Arnhem, xij 

22 Juni 1330. Woe dat proeyst Molayrt, re)mtmeyster 
sgreven van Gelre, uuytgedaen heeft van wegen des 
greven voers. te erfiFenisse mi hoeven ende iil mergen 
landes, gelegen in den korsspell van Groesbeeck, Bartolt, 
Sanders sone van Oey des alden, ende Hanric Vaec, 
Dierix Vaex soen. 

Vermeld als regest Nijhoü' I, n^ 334, naar den oorspr. brief te Arnhem. 1 00 

24 Juni 1330. Confirmacie des greven van Gelre op 
die verpachtinge voirs. 

Vermeld als regest Nijhoflf I, n^ 235, naar den oorspr. briefte Arnhem. 101 

10 Juli 1330. Dat die vryheit, die stat van Sutphen 
heeft, onsen heerscap van Gelre nyet hynderen en sall 
aen hoeren erve ende gericht aldair. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 237, naar den oorspr. brief te Arnhem, igl 

19 Juli 1330. In desen brieve tugen die schepen van 
Saltboemel, dat Johan van Boesde, wonende tot Her- 
wynen, vercoft heeft den greve van Gelre eyn deel 
eriFenissen ende goede, in den gericht van Herwynen 
gelegen, en die voer genoempt sijn, etc. 

Vermeld als regest NijhofF I, n^ 238, naar den oorspr. brief te Arnhem, g 2 

4 Augustus 1330. Dat here Rutgher, edel vaichtvan 
Colne, geloeflft voir sich ende voir syiie erfFgenamen, dat 
den greve van Gelre noch synen landen ende luden 
egheen scade gescien en sall van huse, stat ende vor- 
borcht van Alpen. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 240, naar den oorspr. brief te Arnhem. 42 1 

I October 1330. Amolt Schaluen heeft opgedragen 
den gfreve van Gelre den hoff te Rutzenburch, in 
Kempenre lande gelegen, voor V marck goets gelts 
jaerlicx, erflich te halden tot eynen borchleen tot Gelre. 203 

4 October 1330. Her Johan van Lymburch, ridder, 
ende zynen erven soelen te leen halden van Gelre x 



XXXI 

Bit. 

marck gdts des sjaers alder Brabanscher penninge, be- 
wijst an den hove te Styeren, by Apelenheim, in den 

land van Berge gelegen 149 

4 December 1330. Een scepenbrieff tot Nymegen, 
tug^de, dat Henrick Boenart ende Henrick, sijn soen, 
overgegeven hebben tot des greven behoeff van Gelre 
ende sijnre erven alle hoerre recht, dat sy hadden (ant) 
vorsterampt op des Rijx walde, etc. 

Over|»edirakt N^hoft I, n*. 243. 169 

26 December (133 1) 1330. Woe dat die borch, voer- 
burchte, korspell ende lant van Milendonck myt allen 
horen toebehoren erfFelyc te leene roeren van Gelre etc. 

Vermeld aU regest Nijhoflf I, n'. 244. 234 

3 Maart 1331. LoeflF van Berenbroick heeft vercoift 
greve Reynalt van Gelre die heerscapie van Berenbroick 
roitten gericht van der Capellen, hoge en neder, mitter 
kerckgyfft van der Capellen ende van Mensel, ende van 
allen toebehoeren. 

Overgedrukt NijhofT I, n*. 245, naar den oorspr. brief te Arnhem. , 1^5 

30 April 1331. Hubert Scencke van Culenborch heeft 
opgedraegen greve Reynalde van Gelre ende weder te 
leen ontfangen sijn huys, dat hy ghetimmert heeft op 
die syde van Culenborch tot Everdingen wart, ende den 
eygendom dairaff etc. 

Overgedrukt NijhofF I, n*. 247. XQ 

9 Mei 1331. Seggen des heren van Kuyc ende sijnre 
medeseggere tusschen den greve van HoUant ende van 
Grclre van den erve, gelegen int achterste broeke, ge- 
legen in den karspell van Beesde, des hom Ghijsbrecht 
van Caets onderwant, etc. 

Vermeld als regest NijhofT I, n*. 248, naar den oorspr. brief te Arnhem. 248 

13 Mei 1331. Heer Zeger van Baerle, canonic tot 
Xantten, heeft vercoft greve Reynalt van Gelre erffelyc 
VII marck gelz van enen borcht tot Crijckenbeke ende 
alle sijn wachlude etc. 

Vermeld als regest Nijhoflf I, n*. 249, naar den oorspr. brief te Arnhem. 251 



xxxn 

BU. 

22 Mei 1331. Doen dat Tiellken van den Gruythuse 
(van) Erclentz ende synen broeder ende susteren erfflich 
vercoft hebben greve Reynalde van Gelre die gruyt 
tot Erclentz, die hoerre ende hoerre witlike erve was. 

Vermeld als regest NijhofT I, n*. 250, naar deo oorspr. briefte Arnhem. iqi 

14 Augustus 133 1. Johan van Gryffensteyn heeft be- 
wijst X ^ sjaers an eyne hove lants, in Emmerveld 
gelegen, erflich van Gelre te leen te halden, ende hi 
heeft oick mede opgedragen den eygendom van den 
lande voirscreven. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^e^ 

8 September 1331. Dat Goert Slaterbeck te leen heelt 
van Gelre die tynsse van synen hove, gelegen ten 
Roede by Kessel, etc 286 

14 October 1331. Woe dat greve Diderich van Cleve 
ende zijn wijff vercofft hebben greve Reynalde van 
G^lre ende van Zutphen dat walt, dat geheiten is die 
Kelct, ende alle dat recht, dat sy hadden an den Over- 
wald ende an den Nederwalde. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 251. I^o 

1 Januari 1332. Eyn scepenbrieff van Zautboemell, 
tugende, dat men tslot van Hemertt tsgreven behoeflF 
van Gelre hauden sal, nummermeer van hom te ver- 
vremden, myt anderen voerrwarden, etc. 

Overgedrukt NijhofT I, n*. 255. 249 

I Januari 1332. Eyn scepenenbriefF van Zautboemel, 
tugende, dat Amt van Hemert gelofft heeft den greve 
van Gelre genoch te don van der thinden wegen tot 
Gameren etc. — Quasi inutile. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 256. 2 50 

6 Maart 1332. Dat Willem van Persingen gfreve 
Reynolt van Gelre opgedragen heeft die meer unde 
wysscherye by Persingen ende voert alle goet, dat hy 
unde sijn anderen tot Persingen hadden, ende die greve 
verleende dat voert Teilman van Groesbeecke etc. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 259, naar den oorspr. brief te Arnhem. , gj 



XXXIII 

BU. 

6 April 1332. Dat Henrick van Balveren, knape» 
opgedragen heeft den g^eve van Gelre sijn huys tot 
Droempt ende ilii mergen lants, dairt huys op steet, 
erflich te leen te halden ende oick open hu3r8 te wesen 
tot Gelren. 

OrCTgedrokt NijhofF I, n*. 260. Iqq 

5 December 1332. Hoe dat Johan van Malbroch ver- 
coft heeft den greve van Gelre erfFelyc aUe sijn recht, 
dat hy hadde an den lande geheiten Wydenbemt, in 
den korspell van Oeverassel gelegen, etc. 

Venneld als regest NijhofTI, n*. 265, naar den oorspr. brief re Arnhem. 252 

27 December (1333) 1332. Dat heer Robbert van 
Apelteren, ridder, te erfipachte genomen heeft van greve 
Reynalde van Gelre Lxxvii mergen iill hont ende LV 
roeden lans, tot Ewich gelegen, mjrt voirwerden etc. 

Overgedrukt NijhofT I, n*. 267, naar den oorspr. brief te Arnhem. 89 

9 Maart 1333. Her Wemer van Gusten, ridder, heeft 
bewijst XX pont sjaers an goeden, die hirin genoempt 
staen, erflich van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. ' 157 

29 Maart 1333. Eyn scepennenbrieff van Nyemegen, 
tugen(de), dat Teilman van Groesbeec ende Bele, sijnVijfl^, 
opg^ragen ende vertegen hebben alle hoer eygen goet, 
tynsguet ende pachtguet, die sy hadden in den kerspel 
van Persingen, greve Reynalt van Gelre ende sinn 
erve etc. 

Overgedrukt NijhofT I, n^ 271, naar den oorspr. brief te Arnhem. . S8 

23 Mei 1333. Her Dirck Muyle van Byntzvelt, ridder, 
heeft geloeft te bewysen an synen eygenen goede x 
marck sjaers, erflick van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. 1^6 

24 Juni 1333. Rabode van Breempt ende zijn wijff 
hebben vercoft greve Reytialt van G^lre hoire mannen, 
die mit namen hierin gescreven staen. 

Vermeld als regest Nijhoflf I, n*. 273, naar den oorspr. brief te Arnhem. ^27 



XXXIV 

Bil. 

29 Juni 1333. Noch van den mannen van Breempt vurs. 

Vermeld als regest Nijhoflf I, n^ 274» naar den oor^r. brief te Arnhem. ^28 

16 Juli 1333. Evert van Wilpe ende sijn wijflF hebben 
opgedragen greve Reynalt dat huys ende hoff to Bronck- 
horst, in dem korspel to Wilpe gelegen, myt alle synen 
tobehoren tot enen erffleen tot Gelre, etc. 

Overgedmkt Nijhoff I, n*. 275. ^03 

16 Augxistus 1333. Elyaes van Waudenberch heeft 
vercoft greve Reynalt van Gelre dat goit tot Hoeflaken. 

Overgedmkt NijhofT I, n^. 276, naar den oorspr. brief te Arnhem. 
N^hoiT heeft dezen brief bij vergissing geplaatst op 18 Juli. , , , iqq 

21 September 1333. Item Acrijn Janss. heeft opge- 
dragen ende weder te leen ontfangen xi hont lands, 
gelegen in den gerichte van Beesde, van Meylaen etc. 1 1 7 

21 September 1333. Item dat Ghijsbert die Groet van 
Beesde heeft opgedragen ende weder ontfangen lill 
mergen lands, in den gerichte van Beesde gelegen, etc. 1 1 8 

17 October 1333. Her Willem Beythel, ridder, heeft 
bewijst greve Reynalde van Gelre x marck renten an 
sijnre moeien, geheiten Gynstermoelen, ende xx mergen 
lantz dairby gelegen, erflich van Gelre te leen te 
halden, etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. , lee 

19 October 1333. Her Dirck Schynman, marscalck 
van Gulich, heeft bewijst L mark renten an syne hove, 
tot Vinle op der Inden gelegen, te erfleen. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^cg 

28 October 1333. Een konde van den thienden tot 
Driell. 

Overgedmkt Nijhoflf I, n*. 284, naar den oorspr. brief te Arnhem. , aqq 

I November 1333. Johan van Selmonde heeft opge- 
dragen gfreve Reynalde van Gelre ende weder van hom 
te leen ontfangen xi margen lants, gelegen in den lande 
van Bueren in den Zoelencamp, etc 289 



XXXV 

Slt. 

24 November 1333. Een richters- ende scepenbriefF 
van Gronlo, tugende, dat Aleit, Gerits dochter ten Holte, 
overgegeven heeft tot des greven behoeflf van Greh^ 
erflich die gfuede, geheiten Tenckinc, Nuslo ende Coninx- 
camp, gelegen in den kirspell van Doetinchem. 

Vermeld als rei^t Nijhoff I, n^. 286. 1 86 

8 December 1333. Johan Moyard heeft geloeft te be- 
wysen in den lande van Gelre x ^ sjaers, erflich van 
Gelre te^ leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. , aix 

24 Februari 1334. Die greve van Witgensteyn heeft 
bewijst XL marck geltz an synen tzween moeien zu der 
Berlberg und an zynen hove zu Adenbaren, erflich van 
Gelre te leen te halden, etc 221 

1 Juli 1334. Dat die hofF tot Verlehorst myt sijnre 
toebehoert van Gelre te leene rurede, etc. 

Vermeld als regest NijhoiTI, n'. 291, naar den oortpr. brief te Arnhem. 257 

2 Juli 1334. Woe dat sich onse heerscap van Gelre 
behelpen mach ujrt den huse ende stat van Ludinc- 
husen, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 292. ...,j 321 

28 Januari 1335. Her Godert Tyngnagel heeft onssen 
heerscap van Gelre opgedraghen sijn huys ende hooff- 
stat tot Dodenwerde mit xx mergen lands, erflich van 
Gelre te leen te halden te Zutphense recht ende met 
eenen perde te verheergeweyden. 

Vermeld als regest Nghoff I, n*. 297. 112 

31 Januari 1335. Woe dat vrouw Sophie van Hoesden, 
vrou tot Saffenbergh, ende hoir kynder erflich vertegen 
hebben op die goeden, gelegen in den derpen ende 
kerspellen van Outhoesden, Hed(ic)husen, Vlymen ende 
Engelen, ten behoeft greve Reynalts van Gelre ende 
synen erfiiamen. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 298. . 63 



XXXVl 

2 Februari 1335. Ludolph van Gravestoerp heeft op- 
gedragen greve Reynalde van Gelre ende weder van 
hem te leen ontfangen sijn huyss geheiten ten Pycvelde. 

Oonpr. brief te Arahem. 434 

5 Februari 1335. Dat alsulken goit, als die greve van 
Gelfen gecoft heeft tegen Johan van Amstell, gelegen 
tegen Ryenen over in den werde, na dode Hubrechts 
van Lienden wedercomen solde an onsen heerscap van 
Gehre. 

Venneld als regest N^hofr I, D^ 299, naar den oorspr. brief te Arnhem. 1 68 

29 Maart 1335. Heer Johan van Nuhem, ridder, heeft 
opgedragen die helft van zynen alingen goede, tot 
Ossenhem onder den heere van Valkensteyn gelegen, 
erflich van Gelre te leert te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. 332 

14 April 1335. Die here van Westerborch heeft op- 
gedragen synen thiende tot Dorghen voir XV marck 
sjaers, erflich van Gelre te leen te halden 329 

21 April 1335. Herman van Bassinheym heeft bewijst 
X marck erflichs gelts op sijn goet, dat hi had in den 
kirspel te Meyscheyt 226 

24 April 1335. Her Lodewych van Sonnenberg heeft 
bewijst X marck sjaers an eynre sceperien ende wonin- 
ghen, tot Brysche gelegen, erflich van G^lre te leen te 
halden • 55 

" 24 April 1335. Her Jan. borchgreve tot Rynecke, 
heeft bewijst XV marck sjars ain synen hove ende goede, 
gelegen tot Bruele unde in den dorp van Vryske, ende 
oeck een deel wijngarde, erfFelyc te leen te hauden van 
Gelre, etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^ ^ x\o 

24 April 1335. Her Arnt van Berge heeft bewijst x 
marck sjars ain nii wingarden, gelegen in den banne 
van Berge, erfFelyc van Gelre te leen te hauden. 

In den brief staat : Amoldns de Ketge. .... '>\2 



XXXVII 

Bb. 

24 . April 1335. Her Emeric van Laenstein, ridder, 
heeft bewijst x marck sjaerrs op sijn huys ende woninge, 
binnen der stat van Andemach gelegen, erffelyc van 
Grelre te leen te hauden, etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. , . ,", , , , ^14 

24 April 1335. Her Jöhan van Rupach, ridder, heeft 
bewijst X marck sjaers op sommigen wijngaerden unde 
geiden, gelegen tot Gunderstorff ende tot Wolvendorp, 
erflich van Gïelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Ambem. ^^I 

24 April 1335. Derich HunoU van Andemach heeft 
bewijst VI marck sjaers an synen wijngaerden, tot 
Kerlich gelegen, erflich van Grelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Ambem. ^^O 

27 April 1335. Johan, des borchgreven son van 
Hamersteyne, heeft bewijst x marck sjaers an synen 
hove, geheiten Stocberg, gelegen op der Weyde, erflich 
van Gebre te leen te halden 48 

3 Mei 1335. Heer Arnolt van Ardinges, ridder, heeft 
bewqst XX 9 sjaers an eenre hoeyen lants, gehoerende 
in zynen hoflf tot Loverick, erflich te leen te halden. 

Oorspr. brief te Ambem. 443 

8 Mei 1335. Here Pauwels van Huyckelhoven, ridder, 
heeft bewijst XX marck sjaers an erffenisse, in den 
brieve genoempt, erflich van Gelre te leen te halden . 360 

24 Mei 1335. Her RolofF van Stumbele, ridder, heeft 
bewijst XX marck sjaers an LVII mergen artlantz, gelegen 
tot Kurmén tusschen Berchem ende Panhusen, erflich 
van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Ambem. ^^g 

27 Mei 1335. Daem van Gelessen heeft bewijst vii 
marck sjaers an XX mergen lants, gelegen in den 
Idrspell van Gelstrop, erflich van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Ambem. 3^0 

27 Mei 1335. Daem van Bolendorp heeft bewijst vii 



XXXVUI 

Bil. 

marck sjaers an xxx mergen busschs in der Velen^ an 
III mergen beemde zu Bolendorp, an v mergen lants 
tot Berchem ende an i malder roggen tot Berchem, 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Oorepr. brief te Arnbem. i c c 

28 Mei 1335. Adolph van Bemsauw heeft bewijst 
voir c marck x marck sjaers in synen guedcn, in den 
kerspel van Overraide gelegen, erflich te leen te halden 
van Gelre 151 

28 Mei 1335. Vlecke van Nesselrode ende synen erven 
sullen mannen sijn te Gelre van v marck, bewqst an 
xxx mergen artlants, gelegen in den kerspel van (Iter). 

Oortpr. brief te Anibem. I C2 

28 Mei 1335. Heer Henrick van Graischaflf, ridder, 
heeft bewijst greve Reynalt van Gelre xv marck sjaers 
an synen hove Tzerhoe, in den kirspel van Keppell 
gelegen, erflich te leen te halden van Gelre etc. . . .220 

28 Mei 1335. Pelgrim van PeflSnchoven heeft bewijst 

V marck an synen hove te Peffenchoven, in den kirspel 
van Wippervoerde, erflich van Gelre te leen te halden. 221 

28 Mei 1335. Her Andries van Moeien, ridder, heeft 
bewijst X marck sjares in synen hove tot Reymersceet, 
gelegen in den korspell van Randerode, erffelyc van 
Gelre te leen te halden, etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. 282 

28 Mei 1335. Enghelbert van Ophoven heeft bewijst 

V marck sjaerrs ain 2 Vs holtzgewalt in den bochss van 
Rymdorp, erffelyc van Grelre te leen te hauden, etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. xqq 

28 Mei 1335. Johan van W3mdecgen heeft bewijst 

V marck sjaers an den hove to Horst mit zynen toe- 
behoeren, in den kerspell van Boespe gelegen, erflich 
van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^26 

28 Mei 1335. Adolph van Buggelerhusen heeft bewijst 



XXXIX 

Blx. 

XV marck sjaers an synen hove tot Remersceit mit 
zynen toebehoeren, in den kirspell van Bunderode ge- 
legen, erflich te leen te halden van Gelre. 

Oorspr. brief te Arnhem. ^20 

28 Mei 1335. Her Wemer Rode van Altzeym, ridder, 
heeft bewijst x marck sjaers an synen giieden, gelegen 
in den kerspell van Dorenckeim, erfflich van Gelre te 
leen te halden. 

Oonpr. brief te Arnhem. , . . , . 437 

28 Mei 1335. Her.Tyelman van Ackeym heefft be- 
wqst X mare sjaers an synen goede, gelegen in den 
kerspell van Zomhem, erflich van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. aak 

29 Mei 1335. Henrich Etsbach heeft bewijst vi marck 
sjaers an den hove tot Ozelhusen, gelegen in den kirspel 
van Hamme, erflich van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. ai c 

30 Mei 1335. Her Graft van Hoveltz, ridder, ende 
s)me erven sullen mannen zijn te Gelre, van tween 
hoeven, tot Eckeldeshusen gelegen. 

Oor^r. brief te Arnhem. , • . • 154 

30 Mei 1335. Her Johan van Ruschade, ridder, heeft 
bewijst 10 marck sjaers an synen hove, gelegen tot 
Lutzellynden, mit synen toebehoeren, erflich van Gelre 
te leen te halden. 

Oorepr. brief te Arnhem. 334 

30 Mei 1335. Dirck van Syborch heeft bewijst iiii 
marck sjaers an synen hove, geheiten Steynhove, erflich 
van Gelre te leen te halden. 

Oorspr. brief te Arnhem. axc 

31 Mei 1335. Her Otte van Dietze, ridder, heeft be- 
wijst XXX marck sjaers an wijngarden, tot Brysde ge- 
legen, ende en eynen beempt onder den borch van 
Rynerge, erflich te leene te halden 53 



XL 

Blf. 

9 Juni 1335. Her Henrich van Leuwenberch, ridder, 
heeft bewijst XV marck sjaers an synen hove geheit^ 
Boymerdorp, erflich van Gelre te leen te halden. 

Ooripr. brief te Arnhem. J37 

27 Juni 1335. Her Ingerroan van Demauwe, ridder, 
heeft bewijst x marck sjaers an synen wingarden, ge- 
legen by sijnre borcht to Demauwe ende in den korspell 
aldaerr, erflfelyc te leen te hauden van Gelre, etc. 

Oonpr. brief te Arnhem. ^ 1 1 

27 Juni 1335. Her Herbert van Dormsteyn, ridder, 
heeft bewijst xx marck sjaers an synen hove, daer hy 
)m woent, ende an anderen erfhissen, erflich te leen te 
halden van Ghelre 58 

27 Juni 1335. Her Hubert Rinch van Zoulem, ridder, 
heeft bewijst greve Reynalde xx marck Franss ain 
synen hove, daerr hy in wonde, in den korspell van 
Zoulem gelegen, to enen erfleen 301 

17 Augustus 1335. Adelisse van Herwynen, Ghijsbertz 
dochter, ende Dirck Wauters, hoer man, hebben ont- 
vangen hoer huys, hoff ende bongaert tot Herwinen, 
gelegen opten Laec, mit anderen crffenissen te leen 
te halden etc. 

Vermeld als regest NijhofTI, n*. 304, naar den oorspr. brief te Arnhem, j c 

25 Augfustus 1335. Henken van den Wier van 
Ouchssheym heeft bewijst vii marck sjaers an xv 
mergen lants ende xv mergen buusch, gelegen tot 
Ouchssheim in den ampt van Bercheym, erflich te leen 
te halden van G^e. 

Oonpr. brief te Arnhem. ..3S7 

14 October 1335. Herbert Muyle van Lonnenberch 
heeft bewijst xx « an LXX mergen lants tot Kirdorp, 
erflich van Gelre the leen etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. 053 

17 October 1335. Haich van Vlingeren heeft ver- 
bonden sijn eygen guet, geheiten dat Molenvelt^ gelegen 
buten Dusseldorp, erflich van Gelre te leen te halden. 224 



XLl 

Bli. 

28 October 1335. Heer Coenraèt Herdan, ridder, heeft 
bewijst vier mergen wijngaertz, gelegen in den derpe 
van Elwenstat, erfflich van Ghelre te leen te halden. 

Ckjfipr. brief te Arnhem. ^42 

3 December 1335. Johan, heere van Saffenberch, heeft 
bewijst greve Reynalt van Gelre xxx Florentzer gulden 
uyt VI mergen wijntgaerts, gelegen in den derp tot 
Meynschos, bi den berge geheiten Qeynenberch, erfHich 
van Gelre te leen te balden 218 

12 December 1335. Walraven van Ryetersbeke heeft 
opgedragen greve Reynalt van Gelre synen hoff te 
Retersbeke myt xxx mergen lants, daerrtoe behorende, 
erflfelyc te leene te halden van Gelre, etc. 

Oonpr. brief te Arahem. , , , , 285 

17 December 1335. Adaem van Lechenich, pastoir 
tot Demauwe, heeft bewijst vii merck sjaers an xxiil 
mergen lants bi Lechenich gelegen, erfiBich van Gelre 
te leen te halden. 

Oorepr. brief te Arphem. 436 

8 Februari 1336. Item noch van den theinden tot 
Herwynen voerrscreven, etc. 

Zie 12 April 1342. , 24 1 

22 Februari 1336. Her Herman Bramhorn, ridder, 
heeft oevergegeven g^eve Reynalt van Gelre sijn huys, 
geheiten Bruyns huys van Staden, gelegen in den kerspell 
van Schaphem, erflich te leen te halden 57 

13 Maart 1336. Van schulden, die men Bruistynen, 
heren Johanns soen van Herwynen, schuldich was, etc. 242 

29 April 1336. Noch van heren Robbers wegen van 
Apelteren van den erfi^)acht des goets van Ewycke etc. 

Overgednikt NqhofT I, n*. 309, naar den oorspr. brief te Arnhem. . n i 

12 Mei 1336. Dat die heren van Cuyck te leen halden 
van Gelre dat gemale ende die molen van Malsen, etc. 

Vermeld als regest N^hoff I, n*, 310. 202 



XLII 

BU. 

25 October 1336. Her Grodert Wytiter van Aldcrode, 
ridder, heeft bewijst XX marck sjaers an zynen thienden 
van III hoeven lants, in den velde van Overousheim 
gelegen, erflich te leen te halden van Grelre. 

Oorspr. brief te Arnhem. x^a 

28 October 1336. Dat her Willem, heer van Cranen- 
dong, ontfangen heeft van den greve van Gelre dat 
huys tot Hedel als open huys tot Gelre te Zu^henscen 
rechten. 

Vermeld als regest NijhofF I, n*. 311. . 204 

15 Juni 1337. Henrick van Horheym heeft bewijst 
VII merck sjaers an xxx mergen eygens lands, tot 
Geerbrechtzrode gelegen, erflich te leen te halden van 
Gelre 369 

24 Juni 1337. Her Wygart van Buchis die jonge, ridder, 
heeft bewijst sijn deyll walds, gelegen tot Lintemerouwen, 
erflich van Gelre te leen te halden etc 56 

1 7 September 1337. Woe dat Dirick, heer van Wysche, 
Johan ende Sweder, syne broeder, opgedraghen hebben 
greve Reynolt van Gelre ende synen erven erffelyc te 
besitten den Heinsbrech tusschen Wysche ende Doetti- 
chem etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 319. 84 

12 November 1337. Eenen scepenenbrieff van Embric, 
inhaldende dat Amolt van Rulsbruc ende sijn wijfF 
uytgegaen zijn hoerre lijfflocht ende alle hoers rechten, 
dat sy hadden an XLiill mergen lants, gelegen tot 
Wamell, in behoefF des greven van Gehre ende sijnre 
erfgenamen. 

Vermeld als regest Nyhofr l, n'. 321. 193 

6 December 1337. Gretuchenissebrieff der schepen van 
Tuyll van manenisse ende vervolgenisse der schout 
voerrs. etc. 

Zie 13 Maart 1336. 243 

9 Januari 1338. Heer Geraert, here van Lantzcroen, 



xun 

ende zijn wijff hebben bewijst ende opgedragen hoere 
hofF, tot Remagen gelegen, mit wijngaerden ende anderen 
toebehoeren, erflich te leen te halden van Gelre. . . .222 

27 Februari 1338. Her Johan van Bruushom heeft 
geloift te bewysen xv marck sjaers an synen goeden, 
op der Moselen gelegen, van Grelre te leen te halden 
ende brieve dairop te geven 50 

24 Juni 1338. Her Zyrric van Baec, ridder, heeft be- 
wijst den greve van Gelre sijn goet, geheiten Leder- 
kinck, ende des beckers huys mit hoeren toebehoeren, 
gelegen in den kirspel van Baeck, erflich te leen te 
halden van G^e 198 

10 Augustus 1338. Woe dat die borcht tot Kessell 
open huys is ende leen te Gelren ende mede van eynen 
borchleen aldaerr, dat her Mathijs erfFgenamen van 
Kessell ock hauden sullen, etc. 

Oergpdmkt Nijhoif I, n*. 331. 306 

25 September 1338. Woe dat Wickenrade den lande 
van Gelre verbonden is, etc. 

Overgednikt Nijhofif I, n*. 333, naar den oorspr. brief te Arahem. .420 

28 September 1338. Dat Geraert, voecht van Belle, 
opgedragen heeft den greve van Gelre ende synen 
erven die heerlicheit ende dat guet, tot Yshem gelegen, 
mit allen synen toebehoeren, ende sonderlinge die gifte 
van der keerke aldair, etc 115 

28 September 1338. Item noch van denselven saken 
van Yshem, als van den mannen. 

Venneld als regest Nijhoff I, n*. 335. ....I16 

25 Januari 1339. Her Groidart van Boilheim, ridder, 
heeft bewijst xii marck sjaers an eynre hoven lants, 
gelegen tot sente Merienberge by Tzulpge, ende heeft 
oich mede opgedragen den eygendom dairaff, als erflich 
van Gelre te leene te halden 358 

15 Maart 1339. Verleninge van den Rijck, dat onse 



XLIV 

Bis. 

heerscap van Gelre in hoeren sloeten, steden ende 
dorpen joeden halden moegen, etc. 

Ovcrgedrukt Nijhoff I, n*. 349. 20 

21 Maart 1339. Woe dat keyser Lodewijck hertoge 
Reynalde van Gelre ende synen erven voir XL" marck 
silvers te pande geset ende verbonden heeft Oestvries- 
lant, des greven deyl van Henegouwen uytgesceiden. 

Venneld als regest Nijhoff I, n*. 350. . , Il 

24 Mei 1339. Dat her Johan, her tot Bruushom, 
ridder, bewijst heeft eyn del wijngarden, in den brieve 
genoempt, erflich te lene te halden van G^lre etc. . . 51 

31 Augustus 1339. Her Hubert Scencke, heer tot 
Culenborch, heeft ontfangen van Reynalt die stat van 
Culenborch, die heerlicheit, gerichte, hoge ende lege, 
erflich van Gelre te leene te halden ende open te wesen. 

Overgedrukt Nijhoff I, n^. 352. 40 

2 September 1339. Dat Berte, Sarys dochter van 
Cuyck, sommige renten ende goede, hieryn genoempt, 
voir X pont sjaers opgedragen heeft den hertoge van 
Gelre ende weder te leen ontfanghen 196 

II September 1339. Dat Diderich van Zaerbruggen 
opgedragen heeft tot behoeff des hertogen van Grelre 
XXV mergen eygens lants, die gelegen sijn in den 
kirspel van Keilen 170 

28 September 1339. Dat die deken ende capittell van 
Zutphen onsen heerscap van G^lre thyentvry gegeven 
hebben den hoff tot Lochem mit allen synen toebehoren. 

Overgedrukt NijhoflF I, n*. 356. 389 

I December 1339. Her Ulrich Wilbrant, ridder, heeft 
bewijst allen synen vischerien to Lentershoven, by der 
stat van Eysteten gelegen, mit hoeren toebehoeren to 
eenen erfleen van Gelre 57 

10 April 1340. Her Willem van der Horst, ridder, 
ende vrouw Lujrtgaert, sijn wijlF, hebben opgedragen 



XLV 

hertoge Reynalt van Gelre XX Kb. jairiicx gdte uyt 
XXX lib., gelegen tot Domich by Hemmenremeerre, 
mit vurwairden. 

Venneld als regest Nijhoff I, n*. 365, naar den oorspr. brief te Amhcro. i gg 

24 JuK 1340. Noch van der tiiind tot Herwynen etc. 
(Zie 8 Februari 1336.) 

Oorspr. brief te Arnhem. 246 

28 Juli 1340. Van der kercken van Nedercruchten. 

Vermeld als regest Nqhoff I, n*. 367, naar den oorspr. briefte Arnhem, ^^g 

31 Juli 1340. Noch van denaelven (tiende te Her- 
wynen) voerrs. (Zie 24 Juli 1340.) 

Oorspr. brief te Arnhem. 245 

13 Augustus 1340. Woe dat her Sweder, here van 
Apecaude, ontfangen heeft van hertoge Reynalt dat 
huys te Duyrsteden, die herscap ende die port van 
Wijck mitten gerichten, hoge ende leghe, ende den 
weert geheiten Rotevoet, etc. 

Vermeld als regest NijhofF I, n'. 368. 73 

20 Augustus 1340. Johan van Hagenbeecke is man 
worden hertoch Rey nauts van Gelrè van Lxxx marck sqns 
eycheliken goyt&, erfifelyc van Gelre te leen te halden, 
myt voerr\Verden van den huysse tot Hagenbecke, etc. 

Vermeld als re^^t N^hoffl, n^ 369. naar den oorspr. briefte Arnhem. 279 

6 Januari 1341. Her Johan van Meldric, ridder, heeft 
geloefft ende bewijsset xx gulden scilde tsjaerrs, erfifelyc 
van Gelre te leen te hauden, etc 275 

1 1 Maart 134K Een richtersbrieff van Coesvelt,tugende, 
woe dat Johan van Hagenbeke die alde overgegeven 
heeft tes hertogen behoeff van Gelre ende synen erven 
den eygendom van den hueen, geheiten Scurehuys ende 
Artinc, gelden in den kirspell van Havekesbeke. 

Vermeld ab regest Nijhoff I, n^ 374, naar den oorspr. brief te Arnhem, ig^ 

1 Augustus 1341. Woe dat dat huys tot Roemde mit 
anderen goeden ende toebehoeren, in desen brieflF be- 
grepen, erflich van Gelre te leen roert. 

Oveigedrakt N^hoff I, n'. 377. !..... 2l6' 



XLVt 

Bil. 

24 Augfustus 1341. Bertolt van Bueren, en edel man, 
heeft opgedragen alle sijn recht ende eygendom van den 
hove tot Borchlaer, onder der borcht van Wevelenborch 
in den korspell van Buedighen gelegen, voerr xiii 
marck sjaers, erflFelyc van Grelre te leen te handen. . . 293 

I Januari 1342. Dat Dirck, here van Cranendonck, 
bewijst heeft hertoge Reynald van Gelre L lib. swarter 
tomoyse sjaers ain synen eygenen goede ende erve, tot 
Hedel gelegen, erflich te leen te halden van Grelre. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 381. 207 

25 Maart 1342. Dat mijn here van Grelre off synen 
erven mit dusent pont cleynre penningen loessen moegen 
den Grelreschen werdt, in den kirspell van Gent gelegen, 
die wilneer hertoge Reynalt van Gelre heren Jacob, 
heren van Mirlair, ende synen erven tot den ervedros- 
setampt bewijst heeft voor C pont sjaers. 

Overgedrukt Nijhoff I, n*. 386. l8i 

25 Maart 1342. Dat men oick met dusent lib., als 
voirs. is, loesen mach XLIII mergen lantz ende 1 hont, 
gelegen in den kirspel van Eist, die totten erfscencampt 
bewijst zijn die van IJenden, oick voir C lib. sjaers, ind 
men onsen herscap dairaff betaelt x lib. VI se. ende 
liii den. jairlicx, thent geloest is. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 387. 183 

1 2 April 1342. Een scepenenbrieff van Boemell, tugende, 
dat her Johan van Hoekelem, ridder, heren Arnts soen, 
vercoft heeft tot onss heerscaps behoeff van Gelre xviii 
mergen lants, gelegen in den gericht van Herwynen, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 391, naar den oorspr. brief te Arnhem, i^x 

12 April 1342. Eynen schepenbrieff van Zautboemel, 
tugende, dat Johan Cansse, soen heren Johan Canssen, 
ridders, vertegen heeft tot hertog Reynalt behoeff van 
Gelre .des theinde tot Herwynen off alsoUix rechts, als 
here Johan Canssen voerrs. daerraein hadde, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 389, naar den oorspr. briefte Arnhem. 240 



XLVtt 

BU. 

1 2 April 1342. Noch van der theinden tot Herwijnen etc. 
(Zie 31 Jidi 1340) 

Vermeld als regest Nijhoff I, n^ 388, naar den oorspr. briefte Arnhem. 246 

12 April 1342. Noch meer van der theinden tot 
Herwynen. 

Vermeld als regest Nghoff I, n*. 390, naar den oorspr. brief te Arnhem. 247 

18 Mei 1342. GoetsscaUick Toric heeft opgedragen 
sijn gueden dat Hoge huys, gelegen in den korspell 
van Herbome, gelegen in den gerecht des heren van 
Bueren, in graeffscap des van Volmesteyne, erfFelyc 
van Gelre te leene te handen, etc 292 

26 Mei 1342. Her Johan van Graisschap heeft opge- 
draegen sijn hove, tot Oeverkerken ende tot Sorpe 
gelegen, mit hoere toebehoeren, erflich van Gelre te 
leene te halden, etc 49 

1 1 Juni 1342. Her Wemer van Swalmen, ridder, heeft 
opgedragen x boenre lanss lants, gelegen an den 
Art achter opter borch ende an den Nubergen, erfFelyc 
van Gelre te*leen te hauden, etc 300 

30 Juni 1342. Woe dat Otto van Malborch vercoft 
ende opgedragen heeft hertoge Reynalt van Gelre ende 
synen erven twe deil van der groter ende der smaelder 
theinde tot Dyegden, etc. 

Vermeld als regest N^ho£f I, n^ 394, naar den oorspr. brief te Arnhem. 253 

14 Juli 1342. Konde, dat die van Udelenberge egheyn 
recht en hebben in den bussch, geheiten tot Rynclair, 
gelegen tusschen Montfoirt ende Udelenberge. 

Vermeld als regest NïjhoiF 1, n*. 395. ^03 

7 September 1342. In welcker manieren datdiehere 
ende vrouw van Sevenbergen die borch ende dat huys 
tot Hedell mitter hoo&tat, graven ende allen synen 
vestingen van hertoge Reynalde van Gelre te leen 
hebben ontfangen. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 397. 205 

28 Mei 1343. Dat her Alert, heer tot Bueren, syne 
kynder niet bestaden noch syne heerlicheit van Bueren 



XLvnt 

aen genen heren brenghen en soude dan m3rt rade ende 
gheheiten heer Reynolt van Gelre, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 401. , . . . . 78 

19 Juni 1343. Diderich van Brienen heeft vercoft her- 
toch Reynalde van Gelre dat oude hout, gelegen op 
Veluwe by Heryenzande mjtter grund, marck, boss 
ende heyde. 

Overgednikt Nijhoff I, n^ 402, naar den oorspr. brief te Arnhem. . ijo 

22 Juni 1343. Woe dat Wauter van Berchem ende 
Mechtelt, sijn wijflF, hertoge Reynald van G^lre ende 
synen erven vercoft ende opgedragen hebben dat goit 
tot Verlehorst voers., etc. 

Vermeld als regest Nijhoff I, n*. 403, naar den oorspr. brief te Arnhem. 250 

26 Juli 1343. Her Coene van Oisterwijck, ridder, ende 
synen erven sullen te leen halden van Gelre 7 Vi inergen 
lands in der parochien van Oesterwijck gelegen, ende 
si soelen noch beleggen 11* reale an erffnis, die si oick 
van Grelre te leen halden sullen 232 

21 Februari 1345. Een commenduyr van Tyele van 
der Du5rtzer oerden heeft een loesse bekent greve 
Reynalde van Gelre van een thienken tot Droempt 
ghelegen. 

Vermeld als regest Nijhoff II, n*. 9, naar den oorspr. brief te Arnhem, jgc 

30 November 1345. Her Philips van Ysenborch, here 
tot Grensauwe, heeft bewijst den hertoge van Gelre 
XXX gulden schilde op sijn eygen ende erven, hoe dat 
gelegen is tot Ghrensauwe, te lene te hauden etc. 

Oorspr. brief te Arnhem. 237 

17 Maart 1346. Her Emont van Barmen, ridder, heeft 
bewijst XX sdlde sjaers an zynen goede, geheiten in 
die Coyme, in den kirspell van Mertzenhusen gelegen, 
erfflich te leen te halden van Gelre. 

Oortpr. brief te Arnhem. %cx 

23 April 1346. Woe dat her Hanrick van Brienen, 
ridder, opgedragen heeft den hertoge van Gelre, ende 



XLIX 

Él<. 

weder van hom ontfangen toe leene sijn goyt te Halle, 
gelegen in den korsspell van Berinchem, etc. 

Overgednikt Nijhoff H, n*. i6, naar den oorspr. brief t« Amhem. ,281 

S Mei 1 346. Een richtersbrieff van Over-Betuwe, tugende, 
dat Wolter van Wosic ende Hadewych, zijn wijff, opge- 
dragoi hebben tot ons heerscaps behoeff van Gelre V 
mergen lants, gelegen in den kerspell van Dorenborch, etc. 

Overgednikt Nijhoflf II, n^ 17, naar den oorspr. brief te Arnhem. . 166 

16 December 1346. Steven van den Berge endesynen 
kinderen hebben bewijst heerlicheit ende eygendom van 
VI merken gelts sjaers uuyt 2 1 V» malder saets, gelegen 
in den gerichte van Goeterswyc, erfFelyc van Gelre te 
leen te hauden, etc 286 

4 October 1347, Loeff van Keldonck heeft Johan, 
zjmen broeder, gegeven S3me heerlicheit ain dien gode 
van Heide, opdat hy dairmede te beteren comen mochte 
aen mynen here van Gelre. 

Vermeld al» regest Nijhoff II, n*. 27, naar den oorspr. briefte Arnhem. i5i 

7 November 1347. Dat here Boene. here van Vrimers- 
hem, gemaict heeft xxx Q sjaers an erfFnissen ende 
gueden, die hyrin genoempt zijn, erflich van Gelre te 
leen te halden 342 

7 April 1348. Een scepenbrieff van Driele, tugende, 
dat Egen Jans Egensson vercoft heeft tot greve Reynald 
behoef van Gelre 3 Va mergen lants, gelegen totDriell 
in Veltdrielre acker. 

Vermeld als regest Nijhoff n, n*. 31, naar den oorspr. briefte Arnhem, ^ig 

15 Augustus 1348. Dat dat huys to Durt open huys 
is to Gelre, etc 299 

23 October 1348. Heer Ghijsbrecht van Tuyll, ridder, 
heeft opgedragen hertoge Rejmalt sijn huys te Lieven- 
steyn, gelegen in den kirspel van Tule, to eenen erfleen 
ende open huys te Gelre. 

Deze acte komt nogmaals voor op fol. i25v. 

Oergedrukt Nijhoff n, n*. 35. 228 en 419 



Blz. 

3 November 1348. Eenen scepenenbriefFvan Saltbomell, 
tugende, dat Eccrijn van Heessel vercoft heeft tot hertoch 
Reynalts behoefF 2 Va mergen ende xiiii roeden lants, 
gelegen in den gericht van Boemell, op der Vecht, etc. ; 
item noch iii mergen op die Speelvoert ; item i mergen 
op die Overste hove; item op den Repen xvii hont 

Vermeld als regest NijhofT II, n*. 37, naar den oorspr. brief te Arnhem. i5c 

30 Matart 1349. Woe dat huys ter Dicke met synen 
vorborchten ende toebehoeren erfleen ende open (huys) 
is tot Geke, etc. 

Overgedrukt NijhofF II, n^ 40. 213 

27 Juni 1350. LoefF van Keldonck heeft opgedragen 
den hertoge van Gelre sijn deell van den gerichte tot 
Heyden ende sijn goit aldair gelegen, etc. 

Vermeld als regest Nijhoflf II, n*. 46. • . . 162 

27 Maart 1351. Dat Serijs Janssoen van Baeckgeloefift 
heeft te beleggen c marck Brab. bynnen den lande van 
Bredervort, dat x marck sjaers wert sy, ende dat erflich 
van Gelre te leen te halden te Zu^hense recht. 

Overgedrukt Nijhoff II, n*. 52. 123 

5 Februari 1353. Johan van Gheemen heeft opge- 
dragen hertoge Eduwarde van Gelre ende weder van 
hom ontfangen sijn guede tot Weynkinc, in den kerspell 
van Zutloen gelegen, erffeliken van Gelre te hauden 
tot leen, etc 278 

I April 1356. Woe dat huys tot Sinderen open huys 
to Gelre, etc. 

Overgedrukt Nijhoff II, n'. 75. 320 

8 Mei 1363. Seger van Swalmen heeft ontfangen zijn 
goet tot Dilborne te leen ende of dair ennige veste op 
getimmert woirdden, die solden oich open huys wesen 
te Gelre. 

Vermeld als regest Nijhoflf II, n'. 125. y2 

15 September 1366. Van den tol tot Oyen. 

Overgedrukt Nijhoff II, n^. 148. 22 



u 

Bis. 

14 Februari 1367. Woe dat her Goedjirt van Loen» 
here tot Heynsberch, ontfinck van hertoch Eduwart, als 
van hem ende van zynen erven, van zynen live comende, 
te halden te leen die stat, borch, veste ende lant van 
Heynsberch ende Geylenkerken, ende dat die veste van 
Dailenbroich allewege apen huys geweest is ende blyven 
sall tot Gehre. 

Over^gedrnkt Nijhoff II, n". 152. ^45 

22 Januari 1368. Woe dat Broek opter Oester Rure 
gelegen open huysse ende lene gemact wairt hertoge 
Edwart van Gelre. 

Overgednikt Nijhoff n, n*, 156. 236 

25 November 1368. Overdrach tusschen hertoge 
Edevart ende vrouw Mechtelt, grevynnen, ende den greve 
van Cleve, als van der stat van Emberich ende van der 
Liemersse ende oick van Huessen. 

Overgedrukt Nijhoff II, o*. 164, naar den oorspr. brief te Arnhem. , iac 

28 November 1368. Confirmacie hertoge Edewartz op 
vrouwe Mechtelden, sijnre suster, lijfftucht, mede inhal- 
dende, dat na horen dode die borg ende stede van 
Huessen ende Embric mit der Lymerssche wedercomen 
ende vallen solden op hertoge Edevaert voirg. ende 
synen erven. 

Orergednikt Nijhoff II, n^ 165, naar den oorspr. brief te Arnhem. . t^^ 

2 Februari 1371. Woe dat dat huys tot Balgoyen 
mit synen vorborchten erfleen ende open huys is tot 
Gelre, etc. 

Oveigednikt Nijhoff II, n*. 177. .214 

30 November 1377. Dat onse heerscap van Ghelre 
in den landen van Gelre ende van Zutphen eenen lant- 
toU leggen moegen, dair hoen dat alregelegenste is etc. 

Over{»edmkt Nijhoff III, n*. 39. 21 

26 December 1379. Woe dat Johan van Culenborch 
ontfangen heeft van hertoch Willem die hoeve ende 
goede van Elden, Valbcwrch, Balveren, die wert te 



ut 

fils. 

Dodenwerde ende die butendijcx gelegen is tegen die 
kerke, mit anderen verwerden etc. 

Vermeld als regest Nijhoffm, n*. 71- 4* 

13 Januari 1381. Dat greve Engelbert van der Mercke 
hertoge Wilhelm versadt had dat lant geheiten die 
Lymersche mit den huse tot Sevenar. 

Overgedmkt Nijhoff Hl, n*. 72, naar een vidimusbrief te Arnhem. . 148 

1 2 Augustus 1 38 1 . Dat onse heerscap van Gulich ende 
van Gelre nummermeer egheen scade ghescien en sall 
van den huse ende voirborcht te Lichtenvorde, ende dat 
dat ons heerscaps open huys wesen sall, etc. 

Overgedrukt Nijhoff Hl. n*. 84. 209 

1 2 Augustus 1 38 1 . Noch van Lichtenvort op die materie 
als voirscreven is, etc 210 

25 November 1381. Dat onse herscap van Gelre mit 
xxiir alden scilden die guede ende gulde in den landen 
van Zutphen Ooessen mach), die Roederike van Cavorden, 
Jans wijfF van Raesfelde, ende hoere erven verset zijn. 

Overgedrukt Nijhoff III, n*. 87. 181 

9 September 1382. Woe dat here Gerit van Alpen 
voir sich ende voir synen erven man ende huysgesinde 
worden is hertoge Willems, ende dat sich ons heerscap 
van Gelre dair u)rt Alpen ende yn behelpen moegen. 

Komt ook voor als afschrift in Register n*. 23, fol. 60. 

Overgedmkt Nijhoff III, n*. 93. 4^2 

3 April 1383. Woe dat Johan Huysman vercoft heeft 
heren Johan van den Velde alsulken recht als hy hadde 
an der moeien tot Nersdom ende an den eygenen ende 
gehoringen luden des hertochdoms van Gelre, in den 
lande van Kempen, mitten brieven dairaff sprekende. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n*. 96. 176 

4 Juni 1383. -Van den gericht tot Domich. 

Vermeld aU regest Nijhoff UI, n*. 99- 85 

18 October 1383. Woe dat die Roemsche koninck 
ende koninck te Beheym sich voir hem und voir synen 



Lni 

Bis. 

erven verbonden heeft mit hertoch Willem ende synen 
erven te beschermen etc. 

Alsdirift komt ook voor XIV Registert I, fol. 54V. 

Overgednikt Nijhoff m, n*. loi. 23 

28 Januari 1384. Woe dat Lievendaeill leen ende 
open huys gemact is te Gelre te leene, etc 

Vermdd ah regest Nqhoff III, n'. 103. 307 

11 December 1384. Ordinande des Roemschen ende 
Beheemschen koenincx van den tollen tot Lobede, te 
Nymegen, te Tyele, te Boemell ende te Ysselorde etc. 

Oergednikt Nqhoflf Hl, n^. 106. 130 

7 Juni 1385. Woe dat die borch tot Ghenepe Grelressch 
leen is, ende mede dat ons heerscaps ondersaten van 
Gelre enghenen tol geven en soelen tot Genpe noch 
oick an ennigen tollen bynnen der heerlicheit van Gennep, 
uytgenomen die marcktoll, etc. 

Overgedrukt Nijhoff Hl, n*. 109. 325 

16 November 1385. Gerit van Steenbergen heeft over- 
gegeven hertoch Willem ende synen erven alsulke heer- 
licheit ende gerichte, hoge ende lege, als hy hadde tot 
Ressen in Oever-Betuwe. 

Overgedrukt Nijhoff III, Il^ iio, naar den oorspr. brief te Arnhem. 171 

17 Maart 1388. "Eyn konde ende getuchenisse van 
den eygendom van den Hamme, in den korsspell van 
der Cappellen gelegen, woe dat Arnt van Alpen, here 
tot Hoenepell, sijn wijff eynde kinder dat opgedragen 
hebben tot behoeff ons hersscaps van Gelre erffelick etc. 

Vermekl als regest N^hoff III, n*. 126, naar den oorspr. brief te Arnhem, gy 

12 Mei 1388. Dat die here van Vyanen tot behoff 
hertoch WiUems voerrs. overgafF eynnen vrien eygen- 
doim van den huysse tot Blomendale ende x mergen 
landes, dat daerr op steet, m3rtter hofistaet, gelegen tot 
Lexmonde, etc. 

Vermeld ab regest N^hoff m, n^. 127. 273 

25 Mei 1388. Eyn richter- ende schepenbrieff van 



LIV 

Bli. 

Lakervelt, tugende, dat Ghijsbert, here van Vianen ende 
van den Goy, oevergaflF tot hertoch Willems behoflf 
enen vrien eygedom van eynre hoffstede, gelegen op - 
Lakbrvelt, myt '/« hove landes, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n'. 128, naar den oorspr. briefte Arnhem. 2"^ 2 

25 Mei 1388. Dat die here van Vyanen tot behoff 
hertoch Willems voerrg. overgafF eyn eygendom van 
den huysse tot Allensteinne myt sijnre hoflFstat, timme- 
ringen ende alle tobehoringen, etc. 

In den oorspr. brief staat : huys tot Kyllensteyn. 

Vermeld als regest NijhofF IH, n*. 129, naar den oorspr. brief te Arnhem. 274 

4 November 1388. Een scepenbrieff van Tuyll, tugende, 
dat Willem Janss. vercoft heeft tot behoefF hertoch 
Willems erflich loVa hont lantz, gelegen in den gericht 
van Hemert, buyten dijcx. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n*. 135, naar den oorspr. briefte Arnhem. 1 84 

4 November 1388. Noch een scepenbrieff van Tuyll, 
tugende, dat Steesken van Mauderick vercoft heeft tot 
behoeff hertoge Willems xiii mergen lants, gelegen in 
den gericht van den Varick, opten Acker, etc. 

Vermeld als regest NijhofF III, n*. 136, naar den oorspr. briefte Arnhem, i^c 

14 November 1388. Woe dat dat slot tot Bredervort 
den here van Ghemen verset is. 

Overgedrukt Nijhofï III, n*. 138, naar den oorspr. brief te Arnhem. . x()i 

26 Februari 1389. Otte van Haefften heeft vercoft 
den hertoch van Gelre ende synen erven xx lib. aids 
gelds sjaers van een borchleen tot Amersoyen uyt den 
thienden tot Haefften. 

Vermeld als regest Nijhoflflll, n*. 142, naar den oorspr. briefte Arnhem. ig4 

29 Mei 1389. Onsen heerscap van Gelre noch hoeren 
landen ende luden en sal nummermeer engheyn scade 
gescien van Henrichs husen van Ampsen. 

Overgedrukt Nijhoff III, n'. 145. 233 

5 Maart 1390. Woe dat die borch, slot, stat ende heer- 
licheit van Wachtendonck erfleen is tot Gelre, etc. 

Overgedrukt Nijhoff III, n'. 151. 21 ^ 



Blx. 

23 April 1390. Dat mijn genedige here van Gelre off 
synen erven ende nacomelingen van Aert van Lyenen 
off van sjmen erven lossen moegen dat huys tot Hymen 
met sjmen toebehoeren omme 650 alden scilden etc. 

OvcTgednikt Nghoff III, n*. 153. I02 

24 April 1390. Woe dat her Alaert van Driell, ridder, 
ende Ott, sijn soen, gegeven ende gewisselt hebben mit 
hertoch Willem die heerlicheit van Hyrnen om dat 
goet te Nyfftrich ende dat goit te Vlierden, in den 
lande van Batenborch gelegen. 

Overgednikt N^hoff III, n*. 154. I59 

3 November 1390. Woe dat Gerit van den Corten- 
horen (geheiten) Calthoff ende synen zoene erffelyc 
vercoft hebben hertoge Willem dat huys ende scloet 
tot Wesenhorst myt synen toebehoren, dat leen is here 
Ffrederick, heren van den Berge ende van Bilant, ende 
ander gueden in den brieve genoempt, etc. 

Afsdirift komt ook voor Register n*. 23^ fol. 127. 

Ovcrgedrukt Nijboff III, n*. 161, naar den oorspr. brief te Arnhem. .267 

7 November 1390. Getuch des brieffs des richters van 
Doesborch, innehaldende, dat Aelbert Padze van Hey- 
noerde opgedragen heeft tot behoff des hertoge van 
Gelre ende sijnre erffven somige erffenisse, die hierin 
genompt is. 

Vermeld als regest Nijholf III, n*. 162, naar den oorspr. briefte Arnhem, gi 

11 Mei 1391. Dat heer Johan van Homoet ende synen 
erven ende onse heerscap van Gelre mallich half boeren 
sall die broeken in der Oever-Betuwe ende oick van 
der dijcgreeffscap dairtoe behoerende, mit voirwerden. 

Ovcrgedrukt Nijhoff III, n*. 166, naar den oorspr. brief te Arnhem. , jgy 

12 October 1391. Woe dat Wesenhorst voerrs. versaet 
is ende weder te lossen steet onssen hertochscape van 
Gelre, et cetera. (Zie 3 November 1390.) 

Vümcld als regest Nijhoff III, n*. 172. 269 

14 October 1393. Copie eens brieflfe hoe dat Johan 



LVI 

Bl<. 

van Alpen, here tot Hoenepéll, hertoch Willem versat 
hadde dat huys tot Hoenepéll voers. voir ii* Gelrische 
gulden, ende desselle£Es gelix sijn noch meer brieve 
daervan sprekende tot dusent gulden toe, etc. 

Vermeld ah regest Nijfaoff m, n*. 184. 95 

3 Juli 1394. Dat Johan (van) Alpen, here tot Hoene- 
péll, noch sijn erifven dat huuss ende borch Hoenepéll 
niet vercoepen noch versetten en sall, hy ofF sijn erven 
en hebben ierst den hertoge van Gelre off sijn erven 
dat geboden off ten sy myt synen wille etc. 

Overgednikt Nijhoff III, n*. 191. 96 

22 Augustus 1394. Woe dat die deken ende capittell 
van Zutphen gesett zijn in die renten van Lochem, van 
Gronlo ende van Roderlo in affslach etc. 

Overgednikt NijhofF III, n'. 192. 39O 

24 Augustus 1394. Dat Ghijsbert van Bronchorst tot 
Borclo overgegeven heeft onssen heersscap van Gelre 
er£felyc allen luden, alle guede, alle erffenisse, thinden, 
thins» vervall ende opcominge, als hy van der heer- 
lycheit van Gelre te hebben plach in den lande van 
Zutphen, binnen steden off buten steden etc. 

Oveigedrukt Nijhoff III, n'. 193, naar den oorspr. brief te Arnhem. . g^ 

18 September 1394. Quitancie van Hermans van 
Mekeren Goederssoen, inhaldende, dat hom hertoge 
Willem betaelt heeft v*' alde schilde van dusent schilden 
daerrvoerr, dat hy geset was in den renten van Apelteren, 
tot Maesboemel end^ in der moeien tot Wamel, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n*. 194. 263 

25 September 1395. Noch van den zaken voerg. etc. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n*. 203, naar den oorspr. briefte Arnhem. , 264 

16 November 1395. Dat die borch ende heerlicheit 
tot Poderoyen, hoge ende lege, mit allen den renten 
erffleen is to Gelre. 

Overgednikt Nijhoff III, n*. 205, 231 

4 Juni 1398. Van den tolle tot Weeslich op den Rijn 
boven Colne, etc 24 



tvii 



22 September 1399. Amt van Lienden, liditer in 
Neder-Betuwe, tuget, dat I^ericb, her van Lienden, 
opgedragen heeft tot hertoch Willems behoeff ende sgore 
erven xxviii mergen lants, gelegen in den pedel in der 
maelscap van Kesteren. 

Venndd als regest Nijhoff III, n*. 227. . . ; 164 

4 September 1400. Vorwairden tuysschen wilneer 
hertoch Willem ende Keenen van den Broeke, heren 
Otten sone, uyt Vrieslant van diensten ende hulpen in 
Vrieslant te doen, etc. 

Orergedrokt N^hoff III, n*. 231, naar den oorspr. brief te Arnhem. , ]^ 

15 December 1400. Woe dat borgermey^teren, scepe- 
nen, raide ende ander gemeyn bm-gere der stat van den 
Grrave hertoch Wilhelm ontfangen ende gebult hebben 
tot hoeren erffheere. 

Orergedmkt N^hoff III, n*. 254. ^70 

15 December 1400. Woe dat die joncfrou van Cuyck 
hertoge Willem erfflich overgegeven ende gelaten heeft 
dat derp ende lant van Cuyck, van Offelrebeeck nederwert, 
mit der borch ende stat van Grave. Ende dat slot tot 
Hattendonck mitten anderen deyll des lants voirs., dat 
sy behalden heeft, sal men erflich van Gelre te leen halden. 

Overgedrukt Nijhoff III, n*. 233. 372 

II Juni 1401. Van den sloten ende landen, die Keene 
hertoge Willem vurg. opdroech ende wederomme van 
hem te leene ontfinck. (Zie 4 September 1400.) 

Overgedrukt Nijhoff m, n*. 241. ly 

23 Augustus 1401. Woe dat vrou Mechtelt van Bomell, 
heren Johans wijfiF van den Velden was, overgafF hertoch 
Willem ende synen erven alle vorderinge ende toesegge 
als sy off hoere erven ain onsen herscap van Gelre 
hebben mochten, aLs van ll*" alden scilden, die heren 
Johan voirs. op Stralen bewijst waeren, ende van der 
moeien van Nersdom mitten eygenen lude in den lande 
van Kempen. 

Vermeld als regest NQhoff Hl, n*. 244. , .174 



LVIII 



nu. 



31 Mei 1402. Heer Hubert, her tot Culenborch, heeft 
mynen here van Gulich ende van Gelre opgedraegen 
die hoofEstat tot Musewinckel mit Ln mergen lants, 
gelegen in der maelscap van Ravenswayde, te leen te 
halden voir den Steenwert by Wijck, dien hem mijn 
here geeygent heeft, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n*. 257. 

De beleeningsacte is te vinden in het register n*. 25, fol. 50^. , .43 

31 Mei 1402. Heer Aemt, heer van Leyenberch, richter 
in Neder-Betuwe tuget, dat die her van Culenborch opge- 
draegen heeft tot mijns heren behoeff dat erve, dat in 
den anderen briefF voirs. genoempt is, alsoe dat mijn 
heer dairvan geêrft is. 

Vermeld als regest Nijhoff Hl, n*, 258. aa 

10 Augustus 1402. Woe dat heer Gomprecht, vaigt 
tot Colne ende heer tot Alpen, man woirden is hertoch 
Willems ende Alpen open huys gemaict heeft hertoge 
Willems voirs. ende zynen erven. 

Komt ook voor als afschrift in Register n*. 25, fol. 52. 

Overgedrukt Nijhoff III, n*. 260. ^2^S 

29 Maart 1403. Woe dat die abdt, prior ende convent 
van sunte Pauels tUtrecht mynen genedigen here van 
Gulich ende van Gelre hoere gerichte te Lyenden ende 
te Dreyl syne levedage uytgedaen hebben etc. 

Komt ook voor in een door schepenen van Drie! gewaarmerkt afschrift 
van 2 Maart 1540 (perk. brief n*. 379f) en in Lib. Copiarum II, fol. ;o, 
Rijksarchief te Arnhem. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n^ 264, naar een door schepenen van 
van Drie! geant^tiseerd afschrift van 2 Maart 1540. 81 

27 Augustus 1403. Dat dat huys tot Bittenboicholt, 
in der veste van Rekelinchusen by Dursteen gelegen, 
leen ende open huys is tot Gelre etc. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n*. 271. ^23 

5 Maart 1404. Ott van Driele bekeent, dat hi van 
hertogen wegen opgeboart heeft M alde scilde, dair hy 
voir te pande hadde van der heerlicheyt van Gelre cvi 



LIX 

BU. 

mergen n hont ende tweentich roeden lants, tot Balveren 
gelegen. 

Vermeld als regest Nijhoff UI, n\ 275. l6o 

30 Januari 1406. Lymerssch. 

OTergedrokt Nijhoff IQ, d*. 285^ naar den oorspr. brief te Arnhem. . i^q 

7 Md 1408. Desebrieffheliin onder ander voirwarden, 
off sake weer dat mijn genedige here van Gulich ende van 
Gélre off synen erven ende nacomelingen bevonden, 
dat sy o£F hy ennigerhande recht bedden aen den gueden 
hirin genoempt van heren Willems wegen van Ysenderen 
ende sijns wij&, dat mynen here noch synen erven etc. 
die beleninge ende tucht, die hi here Willem ende synen 
wyve voirs. dairan gedaen heeft, -engheyne onstade 
brengen en sall. 

Vermeld als regest Nijhoff m, n^ 29 1, naar den oorspr. brief te Arnhem. 1 03 

19 Juli 14 10. Wolter van Lyenep heeft mynen heren 
van Gulich ende van Gelre te erfleen gemaect dat 
Hessensche goet, in den kerspel van Diedem gelegen, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n'. 325. 7 1 

28 November 14 10. Manschap Jacobs, here van Gaes- 
beke, van Apcaude, van Putten ende van Stryen, etc. 

Overgedrukt Nijhoff III, n'. 327. . , 74 

26 Maart 141 1. Woe dat dat sclot Ulfte myt synen 
tobehom open huys ende leene is te Gelre, ende mede 
hoe dat Vrederick van Ulfte mynen here ende synen 
erven beloiSt heeft, etc. 

Overgedrukt Nijhoff Hl, n'. 328. 304 

I Juni 1412. Quitsceldinge van der oerveden, die mijn 
here van Gulich ende van Gelre den greve van Cleve 
ende van der Marck gedaen hadde. 

Overgedrukt Nijhoff III, n*. 333. 145 

14 Mei 141 3. Johan van Wyhe heeft mynen here van 
Gulich ende van G^lre te erflene gemaect dat guet te 
Harvelt in Oever-Betuwe gelegen, geheiten Nemenre- 
homoet dat helt Lxxv mergen, voir den hoflf te Mallant, 
den hem roynen here geeygent heeft, etc 67 



LX 

Bk. 

19 Md 1413. Reynalt van Brakel heeft opgedragen een 
hoeff landz, omtrint xvm mergen, gelegen in Alblaser- 
wert, erffich te leen te halden van Grelre voir die thienden 
in den lande van Althenae gelegen, die hem mqn here 
gevryet heeft, etc 69 

3 Juni 14 13. Johan van Wijck, richter tot Arnhem, 
tuget, dat Willem Mom ende Aleyt, sijn wijfl^ oever- 
gegeven hebben tot mijns heren behoeff van Gulich 
ende van Grelre ende synen erven eyn deel kormedig^er 
lude, die hierin genoempt staen, etc. 

Vermdd als regest Nijhoff UI, n*. 347, naar den oorspr. brief te Arnhem. 5^ 

15 April i4i5(?). Den hogeboeren ftirste, hertoge van 
Gulich ende van G^lre ende greve van Zutphen, mynen 
lieven, genedigen ende seer geduchte here. 

Hubert, here tot Cnlenborch, verzoekt toestemming om dat nye huys 
to Culenborch af te breken. j^c 

15 April 141 5. Consent mijns heren van G^lren van 
eynen huse to Culenborch an der borch aff te breken, etc. 

Vermeld als regest Nijhoff III, n'. 355. ^^ 

Na 1339. Eyn getuych dat huys tot Ahu)rs leen ende 
open huys is tot G^lre 415 

Hyrinne staen mit namen gescreven eyn dell mannen 
onss heersscaps van Gelre, in den gesticht van Utricht 
geseten. 

Ongeveer dezelfde ^ijst komt voor in Register A, foL 9, te Arnhem. 
Overgedrukt Sloet n'. 725. ^1^ 

. . Mei .... Johan van Maelsborch is ledich man 
geworden des greven van G^lre omme n*^ merc, die 
hem betaelt sijn 438- 



28 December (1108) 1107. 
Woe dat koninck Henrick die vijfite gewisselt e&de ge- 
geven heeft greve Henrick van Zutphen die graefFscap van 
Vrieslant omme die herscap van Alcei. 

Vrieslant. 

In nomine sancte et individue Trinitatis Henricus Dei 
gracia quintus Romanorum rex. Notum sit omnibus tam 
fiituris quam presentibus. 

Comiti Henrico de Zutphenne ^) pro commutacione bene- 
fidi Alcei, quod mihi reddidit % comitatum Frisie, quem 
libere in manu mea tenebam, sibi in beneficium dedi. Et 
quia illud beneficium predictum Alcei iure heredit^rio et 
firma manu tenuerat, visum est mihi et fidelibus meis equum 
et iustum fore et ad utilitatem regni pertinere, ut comitatum 
Frisie ita etiam in omni iure comitatus, videlicet in questu, 
in pladtis, in redditibus, ^bi darem, quod et feci ^ et legitime 
confirmavi, ea equidem condicione ut ipse Henricus et 
heredes sui legitimi per successionem, si tamen heredes 
haberet, amplius iure hereditario tenerent. 

Quod^ iUi ^) heredes non essent Vel si essent et quan- 
doque deficerent, pater Henrici Otto comitatum teneret, si 
quidem tune temporis viveret, et hoc deficiënte Ottone 



') B en n^ 22 hebben: Ztttph|uiia. 
*) B heeft: redditnr. 
*) B en n*. 22 hebben : qnod feci. 
*) B én n*. 22 hebben : quodsi ibu 



comitatos sine aliqua contradictione in manu regis rediret 
Hoc igitur condicionis ordine coUatum beneficium ut 
ratum maneat et firmiun, stabile et inconvulsum ^, consQio, 
auctoritate et testimonio principum regni hüs Utteris com- 
mendandum decrevi, manu propria annotavi, sigillo insignivi. 
S. Bninonis Treverensis arcfaiepiscopi, S. Frederici Colo- 
niensis archiepiscopi, S. Otberti Leodiensts episcopi, S. Burc- 
hardi Traiectensis episcopi, S. Arlongi Werzeburgensis 
episcopi, S. Brunonis Spirensis episcopi, S. Burchardi 
Monasteriensis episcopi. 

Testes: Gherardus comes, Ervinus coraes, Ernest comes 
de Homborc, Cono comes, Henricus comes de Cassele, 
Bruno, fi-ater eius, Fultinus, Witichinus, Theodoricus de Los, 
Henricus de Lateste, Stephanus et Hermannus de Oies, 
Sigelo, Conradus, Wilelmus, Symon, Amulfus, firater Her- 
manni, Geradus, item Gerardus de Juwei et filter eius, 
Grerlacus, Fredericus, Wïbertus, Hermannus comes de Redelen- 
bergo, Berengarius comes de Sulzebac, Fredericus comes 
Palatinus, Godefridus de Calte. Signum domini Henrici 
quinti, regis Romanorum invictissimi. 

Ego Aelbertus, cancellarius, vice Rotardi, archicancellarii, 
recognovi annoab incamacione Domini M^O^Vni"*), indictione 
prima, anno domini Henrici quinti, regis Romanorum, n**. 
Data Aquisgrani v*° Kalendas Januarii feliciter in Qiristo. 



25 April 1299. 
Fol. IV. Dat koninck Roddlph ind koninck Aelbert, sijn sone, 
bevolen hebben greve Reynalt Oestvrieslant ende alle ander 
Vrieslant, an den ryke toebehoerende, uytgenomen des 
greven deel van Hollant, mit sommigen vorwoirden. 



') A en n*. 33 hebben: convulsum ; B: incolvulsam, doch de 1 is later 
biJgeichreveD, 
■) KersUtijl. 



3 

Oestvrieslant 

Albertus Dei grada Romanorum rex semper augustus 
universis sacri Romani imperii fidelibus presentes literas 
inspecturis graciam suam et omne bonum. Ad univer:utatis 
vestre noticiam tenore presencium cupimus pervenire, quod 
nos literas inclite recordacionis quondam domini Rudolphi 
regis Romanorum, illustris genitoris nostri carissimi, spectabili 
viro Reynaldo comiti Grelrie traditas vidimus in hec verba: 



29 Juli 1290. 
Rudolphus Dei gracia Romanorum rex semp&c augustus 
universis et singulis sacri imperii Romani fidelibus graciam 
suam et omne bonum. Attendentes virtutum beneficia, meri- 
torum insigfnia, constantis fidei suifragia, quibus spectabilis 
vir Reynaldus comes Grelrie, fidelis noster dilectus, erga nos 
et sacrum Romanum imperium dinoscitur relucere, gerentes 
confidentie plenitudinem de eodem dicto nobili Reynaldo 
comité Gelrie totam Friseam, que dicitur vulgariter Oest- 
vrieslant, et omnem aliam Friseam ad nos et imperium 
spectantem, excepta dumtaxat illa parte ad nobilem virum 
comitem de Hollandia pertinente, de nostrorum procerum 
consilio duximus committendam, dantes eidem plenariam 
potestatem per se et per suos de delictis ^) cognoscendi et 
puniendi, iudicandi, sentenciandi, in facinorosos homines 
animadvertendi, penas imponendi, iura nostra et imperii 
recuperandi, ampliandi, coUectas seu precarias, cum sibi 
expedire videbitur, &ciendi, in ipsa Frisea officiatos iudices 
pro se constituendi, iura condendi, ea observare faciendi et 
omnia ac singula fadendi, ordinandi, disponendi, tractandi, 
que facere, ordinare, disponere et tractare possemus, si 



') A heeft: dilectis; n*. 22 heeft: delectis. 



essemus ibidem personaliter constituti, ita quod de iustis 
redditibus, iustis precariis et de ceteiïs de iusto iudido pro- 
venientibus nobis vel nostris in imperio successoribus legiti- 
mam tenebitur computacionis reddere racionem. Porro pre- 
dicta Frisea, quam dicto Gelrie comiti duximus committendam, 
per nos vel nostros successores non debet ullatenu$ avocari, 
nisi prius (de) ^) expensis et impensis, quas a recuperadone, 
attractione necnon reformadone ipsius Frisie pro se et suis 
duxerit faciendas et exponendas, sibi vel suis heredibus per 
nos vel successores nostros penitus refusis prehabita com- 
putacionis legitima racione, donis vero, liberalitatibus, 
exeniis ■), concessionibus, redditibus seu proventibus seu 
quibuscumque curialitatibus sibi factis vel faciendis racione 
amministracionis ipsius Frisie, que fiunt comiti predicto per 
Friseam predictam, per dictum comitem aut eius heredes 
nobis et nostris successoribus nullatenus computandis. Sane 
si dictum comitem in Frisea predicta aliquas terras seu 
possessiones contigerit comparare ad imperium tamen non 
spectantes, iUas padfice a nobi^ et imperio titulo feodi 
possidebit. Ceterum in dicti comitis laborum et sollicitudinum 
recompensam quatuor milia marcarum argenti puri et ex- 
aminari dignum (?) duximus eidem comiti largienda. Et si 
nos vel successores nostros dictam terram Frisie a dicto 
comité contigerit avocare, priusquam terram restituat, dicta 
2. quatuor milia mercarum per ^ nos vel successores nostros 
debent eidem comiti assignari et integraliter persolvi. 

Testes autem huius commissionis fiierunt inferius nominati, 
venerabilis Rudolphus archiepiscopus Saltzpurgensis, illustris 
Aelbertus dux Saxonie, nobilis Fredericus burchgraviüs de 
Nurenburch, Eberhardus comes de Katzenellenbogen, comes 
Aelbertus de Hohenberch, Ulricus de Hanouwe, Gerlacns 



') A heeft: den; n*. 32 heeft: de; dit woord moet vervallen. 

*) In A, B en n'. 22 itaat : exemiis. 

') Er ttaat : pro ; B en n^ 22 hebben : p. 



de Bruberich, magister Henricus de Chlingenbergh, aule 
nostre prothonotarius» et quamplures alii nobiles et potentes. 
In premissorum omnium testimonium et robur presens 
scriptum conscribi et maiestatis nostre sigillo iussimus com- 
muniri. Datum Erfordie iiil° Kalendas Augusti, indictione 
terda, anno Domini M°CC nonagesimo, regni vero nostri 
anno septimo decimo. 

No8 vero predictam commissionem gratam et ratam ha- 
bentes eam, prout de verbo ad verbum superius est expressa, 
de benignitate regia confirmamus. In cuius rei testimonium 
presens scriptum exinde conscribi et maiestatis nostre sigillo 
iussimus communiri. Datum apud Bopardiam vn Kalendas 
Maü, indictione duodecima, anno Domini M**CC° nonagesimo 
nono, regni vero nostri anno primo. 



31 Juli 1290. 

Koeninck Rudolph scrqfiEt allen eertzbisschoppen, bisscoppen, 

hertogen, marckgreven, greven ende edelingen bi Vrieslant 

wonende, dat sy den greve van Gelre in Vrieslant mit allen 

saken bdlulpelyck willen wesen nae uutwysen sijnre brieven. 

Vrieslant 

Rudolphus Dei gracia Romanorum rex semper augustus 
universis archiepiscopis, episcopis, ducibus, marchionibus, 
comiübus et nobilibus circa Friseam commorantibus dilectis 
^bi graciam suam et omne bonum. De fidei puritate non 
modica, industria et constancia incorrupta nobilis viri Reynaldi 
comitis Gelrie, dilecti nostri iidelis, sincerius et plenius con- 
fidentes ató totam Friseam, que dicitur vulgariter Oest- 
vrieslant, et omnem aliam Friseam ad nos et ad imperium 
spectantem, excepta dumtaxat illa parte ad nobilem virum, 
comitem de HoUandia, pertinente, duximus committendam, 



dantes sibi liberam potestatem ludicandi, iura et redditus 
nostros et imperii colligendi et de eisdem, prout sibi visum 
ftierit esse utile nobis et imperio, disponendi, alios iudices 
statuendi, novos milites ^ciendi, reos puniendi et bona imperii 
recuperandi, unde universos et singxdos vos rogamus plenis- 
simo cum affectu, quatenus ei ad predicta universa et singula 
sibi a nobis commissa cooperari et assistere efficaciter et 
fideliter % quocienscumque et quandocumque ab ipso 
requisiti ftieritis, studeatis ostensuri et exhibituri nobis in 
hoc vestre sinceritatis et fidelitatis indicia pleniora. Datum 
Erfordie ll° Kalendas Augusti, indictione tercia, anno 
Domini M**CC*LXXXX°, regni vero nostri xviT. 



31 JuK 1290. 
2^« Koninck Rudolph scrijfft allen luyden in Oestvrieslant, 
dat hi greve Reynalt van Gelre bevolen heeft sy te regieren 
ende dat sy hem onderdanich willen wesen. 

Rudolphus Dei gracia Romanorum rex semper augustus 
universis hominibus per totam Friseam, que vulgariter didtur 
Oestvrieslant, et per omnem aliam Friseam ad nos et im- 
perium spectantem, excepta dumtaxat illa parte ad nobilem 
virum, comitem de HoUandia, pertinente, dilectis suis fidelibus 
graciam suam et omne bonum. Fidelitas vestra sdat, quod 
ad regendum vos et iudicandiun inter vos et de vobis, dis- 
ponendum de nostris iuribus et redditibus et recuperandum 
illos redditus et convertendum a4 utilitatem nostram et 
imperii et statuendum iudices et puniendum •) reos nobili 
viro, Reynaldo comiti Gelrie, dilecto nostro fideli, duximus 
committendum. Bene vestre fidelitati precipimus et mandamus, 
quatenus ei intendatis et obediatis in omnibus humiliter et 



') A en B hebben: fidelitater. Zie ook blz. 10. 
') In A, B en n^ 23 «taat : puniendi. 



devote, propter hoc a nostra celsitudine suo tempore non 
immerito commendandi. Datum Erfordie u? Kalendas 
Augusti, regni nostri anno xvii**. 



25 October 1290. 
Die abt van Campe scrijlft allen abden van sijnre orden 
in Vrieslant, dat sy den greve van Gelre in sijnre saeken 
in Vrieslant vorderen willen. 

Vrieslant 

Venerabilibus patribus et in Christo sibi carissimis, domino 
abbati de Florido Campo ceterisque Frisie abbatibus, frater 
et dictus *) abbas Campensis oraciones in Domino devotas 
cum salute. Venerabilimn patrum, Cisterciencium atque Clare- 
wallensium abbatum peticionem et voluntatem pro posse 
exequi volentes vobis singulis ac universis innotescimus per 
presentes, quod prefati venerabiles patres afifectuose rogantes 
nobis tempore capituli humiliter supplicarunt, quatenus eorum 
vobis ex parte demandantes scriberemus, quod, cum vir illustris, 
dominus comes Gelrensis, pro aliquo vestrum solo mitteret, 
ipsum adiretis et in exequcione sui negocii in terra Frisie 
omnes et singuli dignaremini fideliter eundem promovere, 
quod eciam vobis quasi precipiendo dictos Cistercienses et 
Qarewallenses abbates noveritis demandasse. Datum quarta 
feria post xi" milium Virginum anno Domini M**CC° nona- 
gesimo. 



21 Januari 1295. 

Woe dat koninck Adolph greve Reynalde van Gelre 
Vrieslant bevolen heefït ende niet weder van hem te nemen, 
men en gheve hem yerst vi" mareken puyers silvers. 

*) B eo n\ 22 hebben: dOecti»» 



8 

Adolphus Dei gracia Romanonim rex semper augustus 
universis et singulis sacri imperii Romani fidelibus graciam 
suam et omne bonum. Attendentes virtutum beneficia, meri- 
tonun insignia, constantis fidei suffi-agia, quibus spectabilis 
vir Reynaldus comes Gelrie, fidelis noster dilectus, erga nos 
et sacrum imperium Romanum dinoscitur prelucere, gerentes 
confidencie plenitudinem de eodem dicto nobili Reynaldo 
comité Grelrie totam Friseam, que dicitur vulgariter Oest- 
vrieslant, et omnem aliam Friseam ad nos et imperium 
spectantem, excepta dumtaxat illa parte ad nobilem virum, 
comitem de HoUandia, pertinente, de nostrorum procerum 
consilio duximus committendam, dantes eidem plenariam 
potestatem per se vel suos de delictis *) cognoscendi et 
puniendi, iudicandi, sentenciandi, in fadnorosos homines 
animadvertendi, penas imponendi, iura nostra et imperii 
recuperandi, ampliandi, collectas seu precarias, cum sibi 
expedire videbitur, faciendi, in ipsa Frisea officiatos iudices 
pro se constituendi, iura condendi, ea observare faciendi et 
omnia ac singula faciendi, ordinandi, disponendi, tractandi, 
que facere, ordinare, disponere et tractare possemus, si 
essemus ibidem personaliter constituti, ita quod de iustis 
redditibus, iustis precariis et de ceteris de iusto iudicio 
provenientibus nobis vel nostris in imperio successoribus 
legitimam tenebitur computacionis reddere radonem. Porro 
predictam Friseam *), quam dicto Grelrie comiti duximus com- 
mittendam, per nos vel nostros successores non debet ulla- 
tenus avocari nisi prius de expensis et impensis, quas in 
recuperacione, attractione necnon reformacione ipsius Frisie 
pro se et suis duxerit faciendas et exponendas, sibi vel suis 
heredibus per nos vel successores nostros penitus refiisis, 
prehabita computadonis legitima radone, donis vero, libera- 

') A heeft : dflecds. B en n^ 23 hebben : delicdt, waarbij de midddste f 
echter blijkbaar later uit een e veranderd is. 

^) Verschrijving voor: predicta Frisea. VgL bis. 4. 



litatibus, exeniis ^), concessionibus, redditibus seu proventibus 
seu quibuscumque curialitatibus sibi factis vel faciendis 
racione amministradonis ipsius Frisie, que fiunt comiti 
predicto per Friseam predictam, per dictum comitem aut 
eius heredes nobis et nostris successoribus nullatenus com- 
putandis. Sane si dictum comitem in Frisea predicta aliquas 
terras seu possessiones contigerit comparare ad imperium 
tarnen non spectantes, illas pacifice a nobis et imperio titulo 
feodi possidebit. Ceterum in dicti comitis laborum etsollici- 
tudinum recompensam cum quatuor milibus marcarum puri 
et examinati argenti, que eidem rex Rudolphus, antecessor 
noster felidssimus, occasione huiusmodi est largitus, sicut 
patet in litteris super hoc confectis et traditis, ut nostra in 
ipso eciam resplendeat liberalitas, duo milia marcarum argenti 
ümiliter puri et examinati duximus largienda, et per ^ nos 
vel successores nostros debent eidem comiti assignari et 
integraliter persolvi. 

In premissorum omnium testimonium et robur presens 
scriptum exinde conscribi et maiestatis nostre sigillo iussimus 
communiri. Datum in Fulda xii Kalendas Februarii, indic- 
tione octava, anno Domini M°CC* nonagesimo quinto, regni 
vero nostri anno tertio. 



Fd, 3^. 21 Januari 1295, 

Koninck Adolph scrijfift allen ende een yegeliken ertz- 
bisscoppen, bisscoppen, hertogen, marckgreven ende edelinge 
by Vrieslant wonende, dat sy den greve van Gelre behulpelick 
willen wesen tot allen saken in Vrieslant. 

Adolphus Dei gracia Romanorum rex semper augustus uni- 
versis archiepiscopis, episcopis, ducibus» marchionibus, comitibus 
et nobilibus circa Friseam commorantibus dilectis sibi gradam 

*) In A, B en n^ 32 staat: exemiis. 

*) In A en n^ 32 staat: si, in plaats van per, B heeft: p. 



lO 

suam et omne bonum. De fidei puritate, non modica industria 
et constancia incorrupta npbilis viri Reynaldi comitis Grelrie, 
consanguinei et fidelis nostri dilecti, sincerius et plenius con- 
fidentes sibi totam Friseam, que dicitur vulgariter Oestvries- 
lant, et omnem aliam Friseam ad nos et imperium spec- 
tantem, excepta dumtaxat illa parte ad nobilem virum, 
comitem de Hollandia, pertinente, duximus committendam, 
dantes sibi liberam potestatem iudicandi, iura et redditus 
nostros et imperii coUigendi et de eisdem, prout sibi visum 
fiierit esse utile nobis et imperio, disponendi, alios indices 
faciendi, novos milites fadendi» reos puniendi et bona imperii 
recuperandi, unde universos et singulos vos rogamus plenis- 
simo cum affectu, quatenus ei ad predicta universa et singula 
sibi a nobis commissa cooperari et assistere efficaciter et 
fideliter, quocienscumque et quandocumque ab ipso requisiti 
fiieritis, studeatis ostensuri et exhibituri nobis in hoc vestre 
sinceritatis et fidelitatis indicia pleniora. Datum apud Fuldam 
xn Kalendas Februarii, indictione octava, anno Domini 
M^'CC* nonagesimo quinto, regni vero nostri anno tercio. 



21 Januari 1295. 
Koninck Adolph voirs. scrijfft oeck allen luyden va^n 
Oestvrieslant, woe dat hy *) greve Reynalt van Gelre be- 
volen heeft zy te regieren ende dat zy hem in allen saken 
onderdanich willen wesen. 

Vrieslant 

Adolphus Dei gracia Romanorum rex semper augustus 
universis hominibus per totam Friseam, que vulgariter 
dicitur Oestvrieslant, et per omnem aliam triseam ad nos 
et imperium spectantem, excepta dumtaxat illa parte ad 
nobilem virum, comitem de HoUandia, pertinente % dilectis 

') A en B hebben: sy; n*. 33 heeft: fy, veranderd in hy. 
') B heeft: pertinentem. 



II 

suis fidelibus, graciam suam et omne bonum. Fidelitas vestra 
sciat, quod ad regendum vos et iudicandum inter vos et de 
vobis, disponendum de nostris iuribus et redditibus et reci- 
piendum illos redditus et convertendum *) ad utilitatem 
nostram et imperii et statuendum iudices et puniendum reos 
nobili viro Re3maldo comiti Gelrie, consanguineo et fideli 
nostro dilecto, duximus committendum, unde vestre fidelitati *) 
precipimus et mandamus, quatenus ei intendatis et obediatis 
in omnibus humiliter et devote, propter hoc a nostra celsi* 
tudine suo tempore non immerito commendandi. Datum 
apud Fuldam xu Kalendas Februarii, indictione octava, 
anno Domini M°CC° nonagesimo quinto, regni vero nostri 
anno tercio. 

21 Maart 1339. 
Woe dat keyser Lodewijck hertoge Reynalde van Gelre 
ende synen erven voir xl" marck silvers te pande geset 
ende verbonden heeft Oestvrieslant, des greven deyl van 
Henegouwen uytgesceiden. 

Oestvrieslant. 

Ludovicus Dei gracia Romanorum imperator semper 
augustus illustri Reynaldo duci Gehie, comiti Zutphanie, suo 
et imperii principi dilecto, imperialis gracie plenitudinem cum 
salute, fide et augustali culmini ^. Militantes decet beneficiis 
imperialis munificencie insigniri et de meritis suis se letanter 
premia reportare aliique *) eorum exemplo laudabili ad uberi- 
orem devocionem sacri imperii fervencius incitentur. Sane 
constans fidelitatis tue zelus grataque obsequia per te nobis 

*) A heeft: conYertendam. 

') Er heeft in A en n*. 23 blijkbaar eerst fidelitate gestaan. 

*) Lees: aogustali cnhnine. 

*) Dit geeft geen zin. Pontanos, blz. 229, heeft atque alii, dat ook niet goed is. 
De zin vordert : nt et alii, tenzij er een met ut beginnende zin tusschen r^or- 
tare en alüqoe is nitgerallen. 



12 



et imperio exhibita et exhibenda favorabiliter nos inducant '), 
ut te, per nos in ducem ac nostrum ac sacri imperii principem 
sublimatum noviter et creatum, pro tituli et nominis tui aug- 
mento dono specialis gracie amplectamur. Hinc est quod 
tibi tuisque heredibus terram vulgariter Oestvrieslant nun- 
cupatam, parte eiusdem terre spectabili Wilhelmo comiti 
Hannonie «) suisque heredibus pertinente, quibus per hoc •) 
nuUum volumus preiudicium gravari, dumtaxat excepta, in 
serviciorum per te prestitorum ac per te tuosque heredes in 
posterum nobis et imperio prestandorum recompensam pro 
quadraginta milibus marcarum argenti titulo pignoris oblig- 
avimus et (per) presentes obligamus per te tuosque heredes 
cum suis iuribus, honoribus, usibus, redditibus et pertinendis 
universis tenendam, habendam et pacifice possidendam tam 
diu, quousque terra eadem per nos vel successores nostros 
Romanorum reges vel imperatores pro quadraginta milibus 
marcarum argenti prescripti absoluta fuerit et redempta. 

In cuius rei testimonium presentes conscribi et nostre 
maiestatis sigillo iussimus communiri. Datum Franchofurt *) 
XXI die mensb Marcii, anno Domini M^'CCO tricesimo nono, 
regni nostri anno vicesimo quinto, imperii vero duodecimo. 



19 Juni 1254. 
Fol. 4V. Dat koninck Willem verleit heeft greve Otten van Grelre 
die borch tot Oye ende so wat Bertolt van Oye van den 
keyserrijck te halden plach. 

Oye. 

Wilhelmus Dei gracia Romanorum rex et semper augustus 
universis et singulis presencia inspecturis graciam suam et 

*) Lees : induoint 

') B en n^. 22 hebben : Hannon. 

•) A en B hebben : ho. 

*) A heeft: Fraechenfiirt 



13 

omne bonum. Ad noticiam universorum ac singulorum 
volumus pervenire, quod nos de pio consensu prindpum 
fideli nostro Ottoni, iüustri viro, comiti Gelrensi, in remune- 
racionem sui pii obsequii castrum apud Oye et quidquid 
Bertoldus, vir nobilis, ab imperio tenuit et habuit, in feodum 
concessimus semper cum aliis bonis suis, que idem O. comes 
ab imperio habet, possidendum, presencium testimonio lite- 
rarum. Datum in castro apud Strippi xin Kalendas Julii, 
indictione xn'. 



19 September 13 10. 

Dat koninck Henrick greve Reynalde van Gelre gegont 

heeft ende *) verleit, dat hy eynen dijck, wech ende gracht 

voir scepinge mocht doen maken tusschen Arnhem unde 

Nymegen doir die Betuwe ende enen tol dairop te leggen. 

Betuwe. 

Henricus Dei gracia Romanorum rex semper augustus 
universis sacri Romani imperii fidelibus presentes literas 
inspecturis graciam suam et omne bonum. Deo creatori 
nostro placidum exhibere credimus obsequium, dum rectis 
desideriis fideKum et piis afFectibus annuimus ac regie pro- 
secucionis effectum favorabiliter impertimur, ut commodius 
conclusione votiva perficiant, que intendunt Votivis igitur 
spectabilis viri Reynaldi comitis Gelrie, aflRnis et fidelis 
nostri carissimi, supplicacionibus favorabiliter annuentes sibi 
concedimus et auctoritate regia indulgemus, quod inter 
Arnhem et Novamagium per Bethuam aggerem seu viam 
pro communi transitu viatorum elevare et fossatum iuxta 
viam eandem pro fectura navali aptare vel efiFodere valeat 
suis laboribus et expensis. Verum quia tanti opens soUicitudo 
non absque magnis sumptibus potent consummari, nos de 

') A en n*. 22 hebben : et 



regali mimificencia disponentes eidem subsidium exhibere 
concedimus et auctoritate presencium indulgemus, quod iuxta 
conscienciam et discrecionem suam theloneum a transeuntibus 
ibidem usque ad nostrum beneplacitum convenienter et sine 
excessu notabili deinceps exigat vel requirat. 

In cuius rei testimonium presentes literas exinde conscribi 
et maiestatis nostre sigillo fecimus commuhiri. Datum Colum- 
barie xni° Kalendas Ocloberis, anno Domini M°CCCX^, 
regni vero nostri anno II**. 



Fol. 5. 4 September 1400. 

Vorwairden tuysschen wilneer hertoch Willem ende Keenen 
van den Broeke, heren Otten sone, U3rt Vrieslant van diensten 
ende hulpen in Vrieslant te doen etc. 

Keene die Vriese. 

Ick Keene van den Broeke, soen wilneer heren Otten 
van den Broeke, ridders, den Grot genaide, bekenne ende 
betuge apenbair in diesme brieve, dat ie my mit den duer- 
luchtigen, hoichgeboeren fursten, mynen lieven, genedigen 
heren, heren Willem van Gaids gnaden hertoge to Gelre 
ende to Gmilge ende greven to Zutphen om troist ende 
gnaide, die mijn zelige vader heer Ocke voorg. ende ie aen 
synen gnaiden gevonden hebben ende varder te vynden 
hope, mit wale beradenen moede ende voirdachten synne 
verdragen ende vereynt hebbe, in der maiten als hiemae 
bescreven volgt: 

Alsoe dat my die voirg. mijn lieve genedige heer behulpe- 
lich wesen wille, dat ick quijt van den steden by hoen kome, 
so wille ende sall ie hem opdragen mijn slotte, lande ende lude, 
dairmede hy my weder also voirt in beleenen wille, die ick 
van sijnre gnaiden te leene ont&ngen ende hem dairaff hul- 
dinge doen sall als een man synen heren sculdich is te doen. 



IS 

Ende dessgelycx sullen ick ende mynen erven dieselve slote, 
land ende luyde van den voirg. m3men lieven genedigen 
heren den hertoch van Gelre ende van Guylich ende van 
synen erven alsoe dick als dat geboerende woirdt ontfangen, 
te hebben, te besitten ende te halden, als ie sy tot hier toe 
vry, loss ende ledich gehat, beseten ende behalden hebbe. 
Weirt oic sake, dat ick afBivich woirdde sunder echte kyndere, 
so wille ende sall m3men genedigen heer voirg. ofF synen 
erven mynen naesten van erven te erven dairmede belenen 
in alle der maiten, als ick dairmede beleent werde. Ende 
dat sall ewelyck ende allewege dueren alsoe lange, als erven 
daima volghen, mer die voirs. mynen sloete, lande ende 
lude sullen den voirs. mynen genedigen heren van Gelre 
ende van Guylich ende S3men erven open ende te volgen *) 
wesen bynnen Vrieslant to allen tyden, wan sy dess te doen 
hebben, op onsen eygen coste. Ende te deser voirs. volgen 
ende cost sullen ick ende mynen erven dem voirg. mynen 
genedigen heren oflf synen erven huldingen die trouwelic te 
doen. Ende weert sake, dat mijn genedige heer voirs. of 
die S3me met Goids gnaiden Emeden off enich ander slote 
off lande bekrechtichden off gewunnen by oestzyde der 
Emesen, so will he my off wem ie wille Emeden bevelen 
ende die ander sloten ende landen my off eyme van mijnre 
partyen als synen amptluyden. Weer ever, dat die voirs. 
mynen genedigen heer off die synen ennige sloten off landen 
gewunnen by oestzyde der Emezen, die my off mijnre par- 
tyen bynnen tween jaren neestgeleden affgewunncn off neder- 
geworpen weren, die wille die voirs. mijn lieve genedige 
heer die myne my wedergeven te halden ende te hebben 
van hem, als voirscreven steet. Weert ouch, dat sy mijnre 
partyen geweest weren, die sullen sy van hem te leene 
ont&ngen ende gheven dairaff hergewede, als men verramen 



') A hccfi: et te volge. 



i6 

sall, wan die beleninge gescege. Voirt wan it *) gevelt dat 
Fol. 5V. de vurg. mijn genadige heer syne lude seynden wille in Oest- 
vrieslant syne andere lande te becrechtigen an beyden syden 
der Emesen, so sall ick ende myne lude S3men luden versorgen, 
den ritteren ende knechten, die te perden comen, provantie, als 
sy behoeven, uyttgesceiden bier *) ende haveren, ende den 
luden, die te scepen comen, sall ick ende myne lude geven 
ende bestellen koevleysch ende eenen last botteren, Ende 
want die vurg. mynen genedigen heer my te helpen in 
mynen slote ende lande vertich gleyen ende vertich scutten *) 
seynden wille, den sullen myne slote ende landen open ende 
myne lude volgich wesen syne andere lande te becrechtigen 
nae hoeren vermoegen. Denselven sall ende wiU ick besorgen 
alle leverantie der beyder perden ende lude te spysende noit 
is ende te werden *). Ende so wat die vurs. veertich gleyen 
ende scutten •) van gevangenen gewynnen my t mynen vrien- 
den, die sall men in Vrieslant scatten oevermitz dess vurg. 
mijnss genedigen heren ende m3men vrienden, die dairtoe 
gesat wordden. Ejade so wat van die gevanghen kumpt, dat 
sall mijn genedige heer vurg. halfiF hebben ende ick die 
ander heelffte te hulpe mijnre costen. Alle ende yegelycke 
punte vurg. hebbe ick Keene van den Broecke voirg. voir 
my ende mynen erven dem vurg. mynen lieven, genedigen 
heer, den hertoghe van Gelre ende van Guylick, ende synen 
erven in goeden trouwen ende by mijnre eeren geloeft ende 
geloeve mit desen selven brieven vaste, stede ende onver- 
brekelich te halden, sonder ennigerkunne argelist % ende 
hebbe dis te oirkonde ende getuygeniss gantzer vaster. 



') A en B hebben resp. : ick en k. 

^) B en n*. 32 hebben: vier. 

') B eo n*. 32 hebben resp. : scujrten en scfauyten. 

^) A en B hebben: vorden. 

*) A, B en n*. 22 hebben: argulist 



«7 

ewigher stedidieit mijn zegel voir my ende voir mynm 
erven mit mijnre wetentheit ende goede wille aen deaen 
apenen brieff gehangen. Gegev^i in den jair ons Heren, 
doen men screeff MCCCC des Saterdags nae seote Johans 
dach Baptisten Decollacionis, dat was opten vierden dach 
der maent van Septembris. 



II Juni 1401. 
Van den sloten ende landen, die Keene hertoge Willem 
I vurg. opdroech ende wederomme van hem te léene ontfinck. 

Keene die Vriese. 

Ick Keene van den Broeck, soen wilneer heren Ocken 

van den Broeck, ridders, doen kont allen luyden m}rt desen 

apenen brieve ende bekenne, dat ick in tegenwoordicheit 

der eirberre mannen, heren Henricks heren van Ghemen, 

ridders, heren Johans Baliw, deken tot Zutphen, ende Amdt 

Piecks, oeverste rentmeister der lande van Gelre, opgedragen 

heb ende opdraech myt hande ende mit monde den hoich- 

geboeren, durluchtigen fursten, hertoge van G^lre ende van 

Ghulick ende greve van Zutphen, mynen lieven, genedigen 

heren, allsulke lande, luyden ende sloeten, als hiemae be- 

screven staen : in den iersten dat lant tot Broeke myt allen 

den sloeten, dié dairin belegen zijn; item dat lant tot 

tol. 6. Awerck mit dem sloeten dairinne belegen ; item dat lant tho 

Norden mit dem slaiten dairin belegen; item dat lant to 

k Herlinghen mitten sloiten dairin belegen; item dat lant to 

Oestringen mit dem sloeten dairin belegen; item dat lant to 

Lengeme mit dem sloeten dairin belegen ; item dat lant van 

Aprinerlande mitten sloeten dairin belegen ; item dat lant van 

Averladerlande mitten sloeten dairin belegen ; item dat lant 

van Sagelterlande mit den sloeten dairin belegen ; ende dat 



i8 

lant van Emesgerlande mitten sloeten dairin belegen, uyt- 
gespraken Emden, als dese vurs. lande, lude ende sloete te 
hebben ende te halden tot eenen Zutphense leen van mynen 
genedigen here den hertoge van Grelre vurs. nae inhalt ende 
u)rtw3rsinge dess eens apenen brie£&, bezegelt mit mynen 
zegell, dair ick mynen genedigen heren vurg. ynne ver- 
bonden byn in alle der maiten, als dieselve brieff ynnehelt 
ende begriept, aUe arglist hierinne uytgespraken. In oirkonde 
der wairheit alle deser dingen voirs. so heb ick desen brieff 
bezegelt mit mynen zegell. Gegeven in den jair ons Heren 
M°CCC* ende een op simte Odulphus avont. 



i6 Juli 1295. 
Koninck Adolph heeft greve Re3malt van Gelre georloft 
tot Staveren in Veluwen eyne stat te maken etc. 

Staveren op Veluwen. 

Adolphus Dei gracia Romanorum rex semper augustus 
imiversis sacri Romani impem fidelibus graciam suam et 
omne bonum. Felicis recordacionis Rodolphus quondam Dei 
gracia Romanorum rex, predecessor noster, viro spectabili, 
Reynaldo comiti Gelrie, consanguineo et fideli nostro dilecto, 
cuius considerans merita, quibus Romano imperio se reddi- 
derat graciosum, graciam et litteras sub modo et forma in- 
frascriptis concessit : „Rodolphus Dei gracia Romanorum rex 
semper augustus universis sacri Romani imperii fidelibus 
graciam suam et omne bonum. Digpia consideracio nos 
inducit, ut peticiones illorum, quos grata devocio et exhibiti 
gfratitudo servicii nostro iugiter culmini representant acceptos, 
effectu debito compleamus, ut que postulant, assequantur et 
nostris se prebeant obsequiis promtiores. Sane cum nobilis 
viri Reynaldi, comitis Gelrie, fidelis nostri dilecti, sue preclare 



«9 

fidei puritate» qua erga nos et sacrum Romanum imperium 

p^manet, sua stabilita devocio nos inducat, quod omnibus 

hüs libenter intendere debeamus, que sibi noscimus profiitura, 

nos ip^us devotis precibus fevorabiliter incUnati ex libertate 

regia sibi duximus hanc gradam faciendam, quod auctoritate 

regie majestatis sibi indulsimus et presentibus indulgemus, 

quod apud Veluam in loco, qui dicitur Staveren, novam 

municionem sive novum opidum de novo edificare valeat et 

firmare, ita quod ministeriales, advocaciales, fideles, servos, 

liberos ac alios homines cujuscumque condidonis vel de 

quacumque provinda adveniunt, exceptis fidelibus et homi- 

nibus imperii Romani, et omnino sine preiudido imperatorie 

majestatis, in dicto opido in opidanis redpere potent et 

'oL 6^. contines *) sub statutis et reipublice ordinacionibus, quas 

ipsis decreverit suis literis patentibus ordinare, nuUique 

homini liceat hanc paginam nostre concessionis infringere 

vel sibi in aliquo ausu temerario contraire ; quod qui fecerit, 

nostre maiestatis offensam se noverit graviter incursurum. 

In cuius rd testimonium hanc literam sibi conscribi et nostre 

maiestatis sigillo duximus communiri. Datum Maguntie terdo 

Nonas Junii, regni nostri anno decimo octavo, anno Domini 

M®CC nonagesimo primo/ 

Nos igitur predicti predecessoris nostri vestigüs radonalibus 
non immerito inherentes dictam graciam sic concessam animo 
renovandi seu de novo concedendi eandem auctoritate regia 
matura deliberadone prehabita ratam habemus et ex certa 
sdenda confirmamus presencium, quibus sigiUum maiestatis 
nostre apponi iussimus, testimonio literarum. Datum Wormatie 
XVII E^endas Augusti, regni nostri anno quarto, anno 
Domini M**CC** nonagesimo quinto. 



*) Pontaous heeft : retinere, in plaats van : contines. 



15 Maart 1339. 
Verleninge van den Rijck, dat oübb heerscap van Grelre 
in hoeren sloet^i, steden ende dorperen joeden halden 
moegen etc. 

Joeden. 

Ludovicus Dei gracia Romanorum imperator semper 
augustus illustri Reynaldo, duci Gehie, comiti Zutphanie, 
principi suo et imperii fideli dilecto, graciam suam et omne 
bonum. Augustalem decet clemenciam suorum fidelium pro- 
fectibus ubique consulere ac eorum commodi ') salubriter 
providere, horum tarnen magis, qul plus ceteris sibi sacroque 
Romano imperio utilibus suis serviciis potuerint complacere. 
Consideratis itaque fidei puritate et zelo sincero, quibus tu 
tuique progenitores nobis et eidem imperio hactenus ad- 
hesistis, pensatis eciam gratuitis obsequiis per vos *) hactenus 
exhibitis et que tu tuique posteri prestare poteritis in futurum, 
tibi, per nos in ducem ac nostri ac sacri Romani imperii 
principem noviter creato, tuisque heredibus legitimis conce- 
dimus et de speciali gracia presentibus indulgemus, ut in 
castris, opidis et villis vestri dominii quibuscumque judeos 
tenere valeatis et habere, quotquot volueritis, ac eosdem 
manutenere, defendere et tueri ac ab ipsis recipere servicia 
solita et consueta tam diu, quousque huiusmodi gracia vel 
indultum per nos vel successores nostros, Romanorum reges 
vel imperatores, qui pro tempore fuerint, revocetur. 

In cuius rei testimonium presentes conscriptas nostre 
maiestatis sigillo iussimus communiri. Datum in opido nostro 
Franchenfuert Idos Marcii, indictione VI**, anno Domini 
M°CCC**XXXIX**, regni nostri anno , imperii vero xir*. 



>) Lees commodo of commodis (zie Nijhoff). 

■) Er staat: nos, In plaats van vos. Nijhoff leest: erga nos. 



30 November 1377. 
Dat onse heerscap van Ghelre in den landen van Gelre 
ende van Zutphen eenen lanttoU leggen moegen, dair hoen 
dat alregelegenste is etc. 

Lanttolle. 

Wy Kaerll van Goeds g^aidcn Romischer keiser zu allen 
zdten merer des rijcks und kunig in Beheim bekennen 
und tun kunt oflFenlichen met desen brieve allen den, die in 
sehen oder hoeren lesen, das wir durch getrower dienste 
willen, die uns und dem reiche der hoichgeboeren Wilhelm, 
ddiste son van Guiliche, hertzog van Grelre und greve van 
Zutphen, unser lieber nefe und furste getan hat, ende zunder- 
lichen uff die rede, das er die straissen in seynen landen zu 
Grelren des te bass befriden, besaitzen und beschermen 
moeghen, demselben unserm nefen und seynen erben, her- 
tzogen zo Gelren, erlaubet und gegunst haben, erlauben und 
gunnen, voir keyserlicher mechte in crafite dis brieves, das 
sie in dem voirgenanten lande zu Gelren und graveschaffit 
van Zutphen an zulicher state, de is ') in allrebeste gelegen 
is und sie des mit rate yrer getrewen zu rate werden, eynen — 
tzollbair ist, eynen alten grossen turtios ufFheben und nemen 
mugen und den in yren fromen und nutze keren und wenden, 
so in das airebeste fugen werdt. Und dorumb gebieten wir 
allen forsten, geistlichen und werMichen, graven, freyen, 
dienstluten, ritteren, knechten, steten und allen anderen 
unseren und des rijcks getrewen emstelichen und vesticlichen, 
das sie den voirgen. unserm (nefen) und seyne erben an 
zuUichen tzoll nicht hinderen oder jrrren in ghenre wijs, 
als Heb in sy unsere und des ryechs swere ungenaden zu 
vermeyden. Mit urkund dis brieves versigelt met unser 
keiserlichen Majestat insiegele, der geben ist zu Aichen 



') A, B en 33 hebben is. Nijhoflf kest ir. Misichien beter schrappen. 



22 



nach Griste gebuerte xiir jair domach in dem LXXVH**" 
jare an santé Andries tage, unser rijcke in den xxxn***" 
und des keyser{tu)ms xxnr*" jaren. 

De mandato domini regis impe- 

ratoris: Nicol. Camericensis 

prepositus. 



15 September 1366. 
Van den tol tot Oyen. 

Oyen. 

Karolus quartus divina &vente clemencia Romanorum 
imperator semper augustus et Boemie rex notum facimus 
tenore presencium universis, quod habito respectu benigno 
ad bonum statum et profectum uberem illustris Marie de 
Brabancia, ducisse Grelrie et comitisse Zutph(ani)ensis9 consan- 
guinee nostre carissime, ad quam potentibus innate nobis 
delectionis vinculis non immerito gradosius inclinamur» sibi 
animo deliberato, eciam ex certa ^) nostra sciencia concessimus 
etindulsimus ac deimperialispotestatisplenitudine *) graciosius 
indulgemus et liberaliter elargimur, ut ipsa theolonium subtus 
Fol. 7^. et prope castrum suum Oye super fluvio Moza instaurare 
et de novo instituere possit et debeat et usque ad nostri 
revocacionem ab hominibus, Brabantinis dimtaxat exceptis, 
rcs mercimoniales super ipso fluvio sursum vel deorsum 
ducentibus theolonium huiusmodi recipere et tollere sub ea 
taxa et illis iuribus, quibus ceteri theoloniorum domini supra 
et infra castrum predictum in et super eodem fluvio toUunt 
et recepisse retroactis temporibus dinoscuntur. Mandamus 
igitur omnibus et singulis sacri imperii principibus, ecclesi- 



') In A en B staat: et exerta. 

*) In plaats van potestatis plenitudinc staat in de drie registers: potestate 
plenitudinis. 



23 

asticis et secularibus, comitibus, baronibus, nobilibus, mili- 
tibusy clientibus, burgraviis, iudicibus, civitatiiin, opidorum 
et villarum universitatibus ac aliis nostris et imperii sacri 
subditis universis, ne ipsi vel eorum aliquis Mariam prefatam 
vel suos, quibus hoc committendum duxerit, officiales in 
prefati theolonii instauracione et receptione impediant seu 
quomodolibet impedire presumant sub pena indig^acionis 
nostre gravissime, quam qui secus attemptare presumpserit, 
se no^rit irremissibiliter incursurum. Presencium sub im- 
perialis nostre maiestatis sigillo testimonio literarum datum 
Nuremberg anno Domini M°CCC**LXVP, indictione quarta, 
xvn** kalendas Octobris, regnorum nostrorum anno xxi, 
imperii vero xn°~. 

Ad commissionem magistri curie: 
Petrus Jaurensis. 



i8 October 1383., 
Woe dat die Roemsche koninck ende koninck te Beheym 
sich voir hem und voir synen erven verbonden heeft mit 
hertoch Willem ende synen erven te beschermen etc. 

Beheym. 

Wir Wentzlaw van Gotes gnaiden Roemscher koninck, 
zu allen zeiten merer des ryches und kimig tzu Beheym 
bekennen fur uns und unsen erben und tun kunt offent- 
lichen mit desme brieve allen den, die in sehent oder horent 
lesen, das wir ims vereynet haben ende vereynen mit dem 
hoichgeboeren Wilhelm, hertzeden zu Gelren und graven zu 
Zutphen, unserm lieben oehem und fursten, und seynen 
erben in sulicher masse, were es sache, das sie yemands 
vorunrechten wolde ao yrem fïurstentume, herschefiten, landen 



und luten und ouch yren rediten und pfantscheeflften, das 
wir in dann wollen getruwelichen geraten unde bdiolffen 
zeyn zu iren rechten, und sie aiich dabey behalten, scutzen 
und schirmen wider allermeniclichen, do yn des not geburet, 
der sie alzoe vorunrechten wolde, als vorgeschriben stet, 
wann wir ir zu dem rechten alle zeyt mechtig sullen sein. 
Mit urkunde des brieves verzegelt mit unser kuniglicher 
Majestat ingesiegelt, der geben ist zu Nuremberg nach 
Crists gebuerte xiii* jare domach in dem lxxxiii^~ jare an 
santé Lucas tage des heylighen evangelisten, unser rychen 
des Beheymschen in den XX!»**" und des Roemschen in 
den achten jaere. 

Per dominum ducem Teschinen- 
sem: P. Jaurensis. 



Fol. 8. 4 Juni 1398. 

Van den toUe tot Weeslich op den Rijn boven Colne, etc. 

WeesUch toU. 

Wir Wentzlaw van Gotes gnaden Romischer kunig, zu 
allen zeiten merer des rijcks und kunig zu Beheim, bekennen 
und tun kunt ofFenlichen mit diesem brieve allen den, die 
in sehen oder horen lesen, das wir durch sunderlicher licbe 
und fhintscap willen und ouch genemen dienste und trewen 
willen, als uns und dem heiligen reiche der hoichgeboeren 
Wilhelm, hertzog zu Gulich und zu Grelren, off und dicke 
nutzlichen und williclichen getan hat, teglichen tut und 
furbas tun sall und mag in kunftigen zeiten, und haben im 
dorumb mit wolbedachten mute, gutem rate und rechten 
wissen diese bysondere g^ade getan und gunnet und erlawbet, 
gunnen und erlawben im in krafit ditz brives und Romischer 
kuniglicher machte, das er von eynen yegelichen voeder 



FoL 8v. 



25 

wijns iind aller ander kawfinanscha£Ei noch marcktzoll ^) zu 
rechter treuge oder nas, die den Rein oflf oder abget, zu 
Wee^ch in dem dorfife sechs alde grosse tumosse zu tzolle 
ufheben, nemen und empfahen suUe und moege van aller- 
meniclichen ungehindert, und gebieten dorumb allen fursten, 
geistelichen und wertlichen, grafen, fryen herren, dienstluten, 
ritteren, knechten, gemeynscheften der stede, merckte und 
dorffer und allen anderen unseren und des ryechs getrewen 
und undertanen emstlichen und vesticlichen mit diesem 
brieve, das sie den egenanten unsen oheim hertzog Wilhelm 
zu Gulich und Gelren an empfahunge des egenanten geldes 
und tumoss zu Weslich nicht hinderen noch irren in dheme ■) 
wijs, sunder dobey hanthaben, scutzen und schirmen von 
unsen und des ryechs wegen, als liebe in sey unser und 
des ryechs sweer ungenade zu vormeyden. 

Mit urkunt ditz brieves versiegelt mit unser kimiglicher 
Majestat insiegell. Geben zu Cobelentz nach Cristes gebuert 
xnr jaer imd domach in dem xcviii'*" jair des Dinstages 
nach der heyliger Drievoldicheyt tage, unser ryche des 
Beheymschen in dem xxxvi***" und des Romischen in dem 
iXür^ jaren. 

Ad mandatum domini regis : 
W. patriarcha Anch. Cancellarius, 



21 November 1281. 
Woe dat Huybert van Boesinchem vercoft heeft den grove 
van Gelre sine borch tot Culenborch ende dat hy ende synen 
erven dat erflFelich van Gelre te leene soelen halden mit 
anderen goeden, als Laxmonde ende Lanxmere, die men 
hem ouch mach afflossen etc. 



*) Lees: nach marcktzall. Vgl. brief van li Dec. 1384. 
") dheme, venchnjviDg voor ghenre. 



26 

Culenborch leene. 

Ego Hubertus dictus de Boesinchem presenti scripto 
protestor et recognosco evidenter me nobili viro, domino 
Reynaldo, comiti Grelrensi et duci Limburgensi, castrum 
meum dictum Culenborch de libera mea voluntate necnon de 
consensu domini Swederi (de) Boesinchem, militis, avunculi 
mei karissimi, Theodorici Splinter, fratris mei, et aliorum 
amicorum meorum pro centum libris HoUandencium denari- 
orum hereditarie vendidisse in hunc modum, quod ipse comes 
vel sui heredes de ipso castro profectum suum facere pote- 
runt et utilitatem contra quoscumque, nee hoc ego Hubertus 
seu mei heredes contradicere poterimus nee debemus vel 
impedire. Ego eciam Hubertus predictus ac mei heredes a 
comité predicto suisque heredibus castrum predictum here- 
ditarie tenebimus et possidebimus iure Zutphaniensi. Pro 
dictis vero centum libris assignavit michi idem *) comes et 
meis heredibus bona sua apud Laxmonde et Lanxsmere 
iacentia, prout ad ipsum spectare dinoscuntur, tytulo pignoris 
tenenda et possidenda, et eadem, dum sibi placuerit, pro 
centum libris monete predicte redimere potest et aquitare. 
In testimonium et robur huius facti sigillum meum predicte ■) 
litere duxi apponendum. 

Nos eciam Swederus de Bosinchem, miles, qui huic facto 
interfuimus, sigillum nostrum in testimonium premissorum 
ad peticionem Huberti predicti presentibus duximus appo- 
nendum. Datum apud Novamagium anno Domini M**CC* 
octagesimo primo, feria sexta, que fuit vigilia beate Cecilie 
virginis. 



') A, B en n*. 22 hebben : eidem ; Sloet beter : idem. 
*) Sloet heeft beter: presentL 



27 

6 Juni 1297. 
^ Woe dat Gerart van Malderich, heren Saffentijns son, 
oevergegeven heeft greve Reynalt van Geh-e ende synen 
erven sine borch to Malderich ende mede in wat voirwairde 
ende manieren dat hi ende synen erven dat halden soelen 
tot onss herscaps behoeflf van Gelre. 

Universis tam presentibus quam futuris, ad quos presentes 
litere perveniunt, ego Gerardus dictus de Malderich, filius 
quondam domini Saffatini de Malderich, militis, legitimus 
heres, notum facio, quod pro me et meis heredibus sive 
successoribus omnibus nobili viro, domino meo predilecto, 
Reynaldo, comiti Gelrensi, et suis heredibus sive succes- 
soribus, comitibus Grelrensibus, de mea libera et spon- 
tanea volimtate contuli locum videlicet et aream ac castrum 
meum situm apud Malderich, que omnia fuerunt exsucces- 
sione patema meum allodium, tamquam suum feodum proprie 
proprium ad suum usum et suam voluntatem liberam tenen- 
dum, habendum perpetue et possidendum hereditarie sub 
hac forma et condidone, videlicet quod ego et mei succes- 
sores dictum castrum ad opus et nomine domini mei comitis 
Fol. 9. predicti et heredum sive successorum suorum, comitum Gel- 
rensium, tenebimus et custodiemus nostris propriis laboribus 
et expensis, et quandocumque et quocienscumque idem 
dominus meus comes predictus aut sui heredes dicto castro 
indigfuerit aut indig^erint occasione seu racione belli, guerre 
sive defensionis cuiuscumque, vel si ipse dominus meus 
comes vel sui heredes ipsum castrum habere voluerit vel 
voluerint, ipse dominus comes aut sui heredes predicti ad manus 
suas et suam voluntatem per quoscumque voluerit vel volue- 
rint dictum castrum muniri et ad opus suum custodiri faciet 
vel facient ab ipso domino comité vel suis heredibus tenen- 
dum et possidendiun libere, quousque dicte dissenciones, 
guerre vel defensiones ad suam voluntatem terminate fiierint 



28 

vel sopite. Et dum dominus meus comes Gelrensb vel sui 
heredes taliter dictum castrum rauniri fecerit vel fecerint, 
ego vel mei heredes cum nostra domestica sive cotidiana 
familia solummodo manebimus in eodem castro, ac ipsum 
castrum et alia bona, que in presenti ab ipso domino meo 
comité predicto titulo feodi teneo vel *) possideo, ego et mei 
heredes a sepedicto domino meo comité Gelrensi vel suis 
heredibus in feodo ligio iure Sutphaniensi tenebimus con- 
servaturi dictum castrum ad usus domini nostri comitis 
predicti et suorum heredum in nostris propriis laboribus et 
expensis, prout superius est expressum, hoc adiecto quod, 
si prefatus dominus comes aut sui heredes seu quicumque 
alii de eorum mandato propter municionem faciendam dictum 
castrum intraverit vel intraverint, mea et meorum heredum 
quecumque bona, que de illis in ipso castro pendente tali 
municione ad usus suos converterit sive converterint, mihi 
vel meis heredibus per bonam veritatem vel eorum valor 
ad legitimam estimacionem dicti domini comitis aut suorum 
heredum vel illorum, qui ab ipsis ad hoc deputati fiierint, 
sunt solvenda et restituenda liberaliter per eosdem. Si vero 
dominus meus comes Gelrensis vel sui heredes predicti aüqua 
discordia seu dissentione mota dictum castrum intrare vel 
alios ibidem mittere voluerit vel voluerint ■), ego et mei 
heredes nichilominus dictum castrum semper ad opus dicti 
domini mei comitis et heredum suorum servabimus et custo- 
diemus in nostris propriis laboribus et expensis, ita scilicet 
quod de ipso castro domino meo comiti vel heredibus suis 
predictis et amicis suis quibuscumque dampnum evenire 
poterit aut gravamen. Per hanc autem ordinacionem sive 
concessionem dictorum castri, aree et loei, prout dictum est, 
factam nolo heredem meum vel heredes, cuiuscumque sexus 
fuerit vel faerint, defraudari, qui semper heres meus proximus, 



*) Lees : et. *) Zooals NijhofF in plaats yan : noloerit vel nokterint 



19 

masculus seu femella, castrum, aream et locum predictos 
possideat et teneat in feodo a dicto domino meo comité et 
suis heredibus, prout superius est expressum. Premissa vero 
omnia et sing^ula promitto fideliter observare, ad hoc me et 
meos heredes firmiter obligans in hiis scriptis. Quodsi, quod 
absit, cum dicto castro aliquid fecerimus contra nostrum 
honorem, quod vulgariter dicitur „onwit", ita scilicet, quod 
alicui domino assisteremus cum dicto castro contra dominum 
comitem Gelrie vel suos predictos heredes, quod ex tune 
amissionem omnium bonorum sive rerum nostrarum incur- 
ramus. Et renuncio pro me et meis heredibus, quantum ad 
hoc et alia premissa, omni iuris auxilio tam canonici quam 
civilis. Hec vero acta sunt presentibus nobili viro Griselberto 
Fol. 9^, domino de Bronchorst, viris honestis, domino Rudolpho Coquo 
et domino Theodorico de Bylant, militibus, qui ad meam 
requi^cionem jwesentibus literis sua sigilla una cum sigillo 
meo apposuerunt in testimonium premissorum. Et nos Ghy- 
selbertus dominus de Bronchorst, Rondolphus Cocus et Theo- 
doricus de Bylant predicti predicta omnia protestamur et ad 
preces dicti Gherardi sigilla nostra presentibus duximus 
apponenda. Datum anno Domini M'CC'XCVIP *) feria quinta 
infira octavas Pentecostes. 



i8 Maart 1300. 
Dat heer Huybert Schenck van Culenborch, ridder, over- 
gegeven heeft greve Reynalde dien broek oflF lant, gelegen 
by Lanxmere ende sunte Merienwerde, want hi bekende, 
dat hi noch synen voirvaderen egheyn recht daertoe en 
hadden, ende bidt, dat men hem weder te leene geven wille, 
ende mede van eyn del goeden, den cloester van sunte Merien- 
werde toegehorende. 



") In A, B en n®. 22 staat : MCCXVII. Verbeterd naar het afschrift in 
Charters N*. 2, lit E, fol. 9V. (Archief Rekenkamer.) 



30 

Culenborch. 

Magtiifico principi et illustri viro, nobili domino suo 
Reynaldo comiti Gelrie, Hubertus dictus Scencke, miles de 
Culenborch, reverendam in omnibus et paratum obsequium, 
sicut debet. Cum in rebus dubiis semper sit omnibus via 
tutior eligenda fidelibus nee in regnum Dei introire valeat 
aliquid quodlibet inquinatum, inde est, quod ego compos 
racionis mee et mente Sanus singnla ab exordio vite mee 
diligenter pertractans, ad priorum tempora plene discutiens 
et examinans, saluti anime mee volui studiose et salubriter 
providere. Vestre illustrissime excellencie presentibus inno- 
tescat quod, licet mei progenitores paludem seu terram illam, 
que sita est iuxta Lanxmere et insulam sancte Marie, habuerint 
hactenus et tenuerint a tempore, a quo non extat memoria, 
et eodem titulo post eorum decessum propinquitatis itu"e sic 
deinceps ad me fuerit devoluta, tamen quia de hoc nee literis 
vel instrumentis nee eciam assertionibus fide dignis num- 
quam sic potui expediri ad liquidum, quod vel iprf vel ego, 
successor eorum, clarum ius in huiusmodi habeamus vel 
habere possimus, ita quod super hoc seciure mori audeam 
aliquatenus vel presumam, predictam terram seu paludem 
in manus vestras resigno libere, simpliciter et profecte *), 
aliorum iure, quod in ea noscuntur habere, nichilominus 
semper salvo, dominacioni et excellencie vestre suppllcans 
humiliter quantum possum, quatenus, habito pio respectu 
ad obsequium et ministerium predecessorum meorum pro- 
genitoribus vestris impensum, laborum eciam mei et in- 
commodi ac dampni, quod in vestro servicio aliquando sus- 
tinui memores effecti, insuper et expensas, que facte sunt 
hactenus circa terram prefatam fodiendo et aquarum meatus 
educendo, nichilominus attendentes successoribus et heredibus 
meis prelibatam terram relinquere et conferre dignemini iure 

•) Waarschijnlijk verscfarijving voor: perfecte. 



31 

feodali, ut et ipsi vobis ex hoc ad obsequendum semper 
fortius sint astricti et illa fidelitas inter vestros et nostros 
predecessores ab antiquis temporibus observata magis ac 
magis ex mutuis beneficiis augeatur. Preterea cum abbas 
et fratres monasterii de Insula sancte Marie quam sepe 
proposuerint conquerendo, quod de decima viginti mansorum 
in Paveya et in Rietvelth et de tribus mansis terre sitis in 
Paveya, sicut probant eorum instrumenta super concessione 
ac collatione predictorum bonorum monasterio et fratribus 
ipsis confecta, iam a multo tempore gravis sit eis iniuria 
irrogata, rogo humiliter et desidero, quantum possum, per 
misericordiam Jhesu Christi, quatenus ob reverenciam gloriose 
virginis, matris eius, que omnium nostrum apud Deum advo- 
cata dicitur et patrona, et *) novimus, illi loco specialis — unde 
et nomen accepit, videlicet Insula beate Marie ex eiusdem 
virginis patrocinio appellatus — abbati et fratribus dicti loei 
Deiun habendo pre oculis feciatis plenarie de bonis prehabitis 
exlüberi quicquid ordo iusticie ac radonis exposcit, reddituri 
de hoc coram summo iudice in die districti iudicii racionem. 
Ut autem premissa omnia absque contradictione qualibet 
heredum meorum firma permaneant et inconvulsa, sigillum 
meum presentibus est appensum. Datum anno Domini 
M'^CCC, XV*» Kalendas ApriUs % 



i8 November 1306. 
Woe dat Johan van Boesinchem geloeft heeft eyns seg- 
ghens tuysschen greve Reynalde van Geke unde hem van^ 
den sloete to Malderich mit den goeden aldair gelegen 
ende van broeke tuysschen §eesde ind Culenborch ge- 
legen etc. 



') Miasdüen veradmjving voor nt. 

•) De HSS. hebben M«CCC*XV* Kal. Aprilis, hetgeen zou beteekenen 
I Aprfl 13 15. Zie hierover echter Nijhoff, Gredenkw. I, blz. 80, noot. 



Bfalderich. 

Universis presencia visuris ego Johannes de Bosinchem, 
famulus, notum facio et presentibus protestor, quod ego 
super omnibus questionibus et dissensionibus inter illustrem 
principem, dominum Reynaldum, comitem Gelrie, ex una 
parte et me Johannem ex altera vertentibus occasione castri 
de Maldric bonorumque ibidem sitorum ac paludis, inter 
villam de Beeste et Culenborch sitae, necnon super qua- 
cumque alia dissencionis materia inter dictum dominum 
comitem et me usque nunc mora (?) compromisi et presentibus 
corapromitto in Rodolphum dictum Cocke, Stephanum de 
Wissche, milites, ipsius domini comitis conciliarios, et Jo- 
hannem de Petersheim, famulum, suum dapiferum, ex parte 
domini comitis supradicti, et dominum Hubertum de Vyanen, 
militem, ex parte mei Johannis de Bodnchem predicti, electos 
ad separandum nos de bonis supradictis, promittens firmiter 
servare quidquid de predictis bonis inter dictum dominum 
Fol. lov. comitem ex ima parte et me Johannem ex altera pronun- 
ciaverint, dixerint, statuerint vel ordinaverint faciendum. Si 
vero omnes predicti amicabiles composiciones in pronuncia- 
done eorum concordare, quod absit, non potuerint, ex tune 
iidem ipsius domini comitis amicabiles compositores, videlicet 
Rodolphus Kocke,Stephanus de Wissche, milites, et Johannes, 
dapifer dicti domini comitis, per iuramentum eorum sup>er 
predictis bonis suam dicere et pronunciare poterunt volun- 
tatem, prout ipsis magis visum fuerit expedire, et hoc idem 
dominus Hubertus una cum eis pronunciabit ; si vero predicti 
ipsius domini comitis arbitri seu arbitratores per suum iura- 
mentum pronunciare noluerint, ex tune idem dominus Hu- 
bertus de Vyanen per suum iuramentum et nichilominus per 
iuramentum domini Huberti de Sconouen, militis, poterit 
solus de predictis bonis pronunciare, prout sue discrecioni 
visum fuerit expedire. Et in prefato domino comité erit electio 



33 

utrum sui arbitri predicti per iuramentum eorum primo de- 
beant pronunciare vel ipse dominus Hubertus de Vyanen 
per suum et ip^us domini Huberti de Sconouen iuramentum 
debeat pronunciare de bonis omnibus supradictis. Et si 
predicti tres ip»us domini comitis arbitri omnes interesse 
non potuerint, ex time duo ex eis poterunt de premissis 
pronunciare, ac si tres insimul interessent. In cuius rei 
testimonium ego Johannes de Bosinchem predictus meum 
sigOlum duxi presentibus apponendum. Datum anno Domini 
M*»CCOVI° feria sexta in octavas beati Martini hiemalis. 



19 October 1307. 
Van den huyse tot Malderich voirwairden Johans van 
Bosinchem ende van Culenborch etc. 

Bfaldeiich. 

Nos Johannes de Bonnchem et de Culenborch, famulus, 
universis presentes literas visuris et audituris cupimus esse 
notum, quod nos pro nobis et Huberto, nostro filio legitimo, 
quem habuimus de Margrieta, lilia quondam domini Gerardi 
11 de Malderich, militis, bone memorie, nostra uxore legitima, 
felicis recordacionis, promisimus et firmiter assecuramus, 
quod castrum apud Maldrich, quod cum loco et area eiusdem 
castri dictus Hubertus, noster filius, ab illustri viro domino 
Reynaldo, comité Gelrensi, dilecto domino nostro, titulo 
feodi, habet et tenet, ad opus et nomine domini nostri, 
comitis predicti, et heredum sive successorum suorum, comitum 
Gelrensium, tenebimus et custodiemus nostris propriis labo- 
ribus et expensis. 

Et quandocumque et quocienscumque idem dominus noster, 
comes predictus, aut sui heredes dicto castro indiguerit vel 
indiguerint occasione seu racione belli, guerre sive defensionis 

3 



34 

cuiuscumque, vel si ipse dominus noster comes vel sui 
heredes ipsum castrum habere voluerit vel voluerint, ipse 
dominus comes aut sui heredes predicti ad manus suas et 
suam volimtatem per quoscumque voluerit vel voluerint, 
dictum castrum muniri et ad opus suum custodiri faciet vel 
facient ab ipso domino comité vel suis heredibus tenendum 
et possidendum libere, quousque dicte dissensiones, guerre 
vel defensiones ad suam voluntatem terminate fuerint vel 
sopite. Et dum dominus noster, comes Gelrie, vel sui heredes 
taliter dictum castrum muniri fecerit vel fecerint, nos vel 
nostri heredes cum nostra domestica seu cotidiaha femilia 
solummodo' manebimus in eodem castro ac ipsum castrum 
et alia bona, que in presenti ab ipso domino nostro, comité 
predicto, dictus Hubertus, noster filius, titulo feodi tenet vel 
possidet, ipse et sui heredes a sepe dicto domino nostro, 
comité Gelrensi, vel suis heredibus in feodo legitimo iure 
Zutphaniensi tenebunt conservaturi dictum castrum ad usus 
domini nostri, comitis predicti, et suorum heredum in nostris 
propriis laboribus et expensis, prout superius est expressum. 
Hoc adiecto quod, si prefatus dominus comes aut sui heredes 
seu quicumque alii de eorum *) mandato propter municionem 
faciendam dictum castrum intraverit vel intraverint, nostra 
vel nostrorum heredum quecumque bona, que de illis in ipso 
castro, pendente tali municione, ad usus suos converterit seu 
converterint, nobis vel nostris heredibus per bonam veritatem *) 
vel eorum valor ad legitimam estimacionem dicti domini 
comitis aut suorum heredum vel illorum, qui ab ipsis ad 
hoc deputati fuerint, sunt solvenda, restituenda liberaliter 
per eosdem. Si vero dominus noster, comes Grelrie, vel sui 
heredes predicti, aliqua discordia seu dissencione mota, dictum 
castrum intrare vel alios ibidem mittere voluerit vel volue- 



*) In A staat: deo eoram. 

*) In n*. 22 staat voor „veritatem" het woord : vc^untatem, dat doorgehaald is. 



35 

rinty nos et nostri heredes nichflominus dictum castrum 

semper ad opus dicti domini nostri comitis et heredum 

suorum servabimus et custodiemus in nostris proprüs labo- 

ribus et expensis, ita sdlicet quod de ipso castro domino 

nostro comiti vel heredibus suis predictb et amicis seu 

quibuscumque nullum dampnum evenire poterit aut gravamen. 

Per hanc autem onünacionem seu concessionem dictorum 

castri, aree et loei dicto Hubérto, filio nostro, prout dictum 

est, fectam nolumus aliquem heredem suum vel heredes, 

cuiuscumque sexus fuerit vel fuerint, defraudari, quin semper 

heres suus proximus, masculus seu femella, castrum, aream 

FoL !!▼. et locum predictos possideat et teneat in feodo a dicto 

domino nostro comité et suis heredibus, prout superius est 

expressum. Premissa vero *) omnia et singula promittimus 

fideliter observare, ad hoc *) nos nostrumque filium Hubertum 

predictum et nostros heredes firmiter obligantes in hiis scriptis, 

quod M, quod absit, cum dicto castro aliquid fecerimus contra 

nostrum honorem, quod vulgariter dicitur »onwyt", ita scilicet, 

quod alicui domino assisteremus cum dicto castro contra 

dominum, comitem Grelrie, et suos heredes predictos, quod 

ex tune amissionem dicti castri et omnium bonorum ac rerum 

ad hoc *) pertinendum incurramus. Et renundamus pro nobis 

et Huberto, filio nostro predicto, ac nostris heredibus, quantum 

ad hoc et alia promissa ^, omni iuris auxilio tam canonid 

quam dvilis. 

In quorum omnium robur et testimonium nos Johannes 
de Bosinchem predictus sigillum nostrum pro nobis et nostro 
fiHo Huberto predicto presentibus literis duximus appo- 
nendum, rogantes honestos viros et discretos, nostros con- 
sang^uineos et amicos, dominos videlicet Johannem, dominum 
(de) Arkel, Amoldum de Arkel, Hubertum de Vyanen, 



*) A heeft vera in plaats van vero. In n*. 22 ontbreekt dit woord. 

*) A en B hebben : ho. *) Waarsdiijnlijk verschrijving voor premissa. 



36 

Hubertum de Sconauwen et Stephanum, filium domini Alardi 
de Bosinchem milltis, milites, Swederum de Abquoude, 
Suederum de Monforde, Wolterum de Sulen, Theodricum 
et Stephanum de Lynden, famulos, ut sua sigilla presentibus 
apponant ad maioris robcms veritatem. 

Et nos Johannes, dominus de Arkel, Amoldus de Arkel, 
Hubertus de Vyanen, Hubertus de Sconauwen et Stephanus, 
filius quondam domini Alardi de Bosinchem militis, milites 
predicti, Swederus de Abquoude, Swederus de Monforde, 
Wolterus de Sulen, Theodricus et Stephanus de Lynden, 
famuli antedicti, promittimus et per presentes ad hoc nos 
firmiter astringimus, quod si Johannes de Bosinchem aut 
Hubertus, eius filius predictus, nostri dilecti consanguinei et 
amici, seu eorum successores premissis omnibus seu alicui 
ipsorum in posterum in aliquo contrairent vel contrafacerent, 
eadem, quod absit, dicto domino comiti Gelrie non servando 
fideliter, quod ex tune ipsos contra dictum dominum comitem 
non iuvabimus nee ipsis vel eorum alicui contra eundem 
dominum comitem in aliquo assistemus condlio, auxilio seu 
fkvore. In cuius rei testimonium sigilla nostra ad preces 
dicti Johannis de Bosinchem presentibus literis duximus 
apponenda. 

Datum anno Domini M**CCO*VIP, in crastino beati Luce 
ewangeliste. 



Fol. 12. 30 Mei 13 12. 

Woe dat die slote van Malderich und van Culenborch 
onssen heerscap van Gelre open ind verbonden sijn ende 
oick mede van anderen vorwairden* 

Malderich ende Ctdenborch. 

Ick Johan van Bosinchem, knape, doe kont allen den- 
ghenen, die desen brieff sullen sien off hoeren lesen, dat 



37 

van allen de twisten, die opgelopen waren tot huden op 
desen dach tusschen eenen hogen manne, mynen lieven 
heren Reynalde, greve van Gelren, an eenre syden ende 
my aen der ander syden, als van den huse to Malderich 
ende van mijns voirs. heren goede, dat my te pande staet 
voir hondert pont HoUantz, ende van den broecklande, dair 
mijns heren mijns vaders testament aff spreekt, welke testa- 
ment mijn here die greve van Gelren voerseit ') tot hum 
wairt hevet, ind van allen anderen twisten alinclike ver- 
soent sijn ende verscdden in dier manieren, die hiemae 
bescreven staen. 

In den irsten is, dat ick ende myne erfgename m)men 
voirs. here ende zynen naecomelinge in der greefBscap 
behelpen ende apenen soelen onse huys te Malderich ende 
te Culenborch in allen dien manieren ende vorwairdden als 
die brieve spreken, die onse voirs. here dairop hevet. 

Voirt so sette ich in mijns voirs. heren hant dat broeck- 
lant, dair dat voirs. testament aff spreket *), des ^ soeven 
hoeven meir off myn, tot sijnre gnaiden ende tot synen 
besten in desen manieren, dat hy tusschen hier ind sunte 
Jacops dage naistcomende sall doin besien. Ende wat rechtz 
hy vyndet dat ie dairan heb, dat sall hy hier en bynnen 
seggen met monde off met synen oepenen brieve, ende wat 
hy dairaff seghet, des sall my ende mynen erfgnamen ge- 
noeghen. Ende wair dat saeck dat hy hier en tusschen nyet 
en seide, so mach ick my des lantz weder onderwynden 
ende vredelyc behouden; mer waert, dat mijn voirs. here 
bynnen desen vorseiden termynen by hyndemissen van 
kenliker suyckede sijn segghen niet en seghede, so sall hy 
sijn seggen segghen bynnen verthien dage na dien dat hy 



*) A heeft : veneit 

') In A staat: aprek^t U. 

•) Des geeft geen sin, wij vermoeden verschrijving voor : ab = namelijk. 



38 

kenlike genesen is, sonder ennigerhande orgelist. Ende en 
dede hy des nyet, so mach ic my des voirs. landz onder- 
W3mden ende oick behouden, als hiervoir gescreven is *). 
Ende wer dat sake dat mijn voirs. here van Gelre storve, 
eer hy seide sijn segghen, dat Grot verbieden moet, so sall 
eyn hoge man, mijn here Amout, greve van Loen, dieselve 
macht hebben to segghen van dienselven voirs. land, die 
die voirs. greve van Grelre hadde in allen den punten, als 
FoL I2V. hiervoir staet bescreven. Voirt so sall ick mynen voirs. 
here •), den greve van Gelren, sijn guet laten, dat my te 
pande steet, want hijt geloeft heeft. Oever dese soene ende 
sceydinge hebben geweest die voirscreven gfreve van Loen 
ende eersamende luden, her Floris, domproest, her Coljm, 
proest, her Gerard van Reden, deken van sunte Johan 
tUtrecht, her Steven van Wysche, her Gh)rsbrecht van 
Ysselsteyn, Sweder van Abecoude, her Hubrecht van Vyanen 
ende anders vele ridderen, papen ende leyen. 

Ende dit is gesdet tot Arnhem, ende desen brieff is ge- 
geven int jair ons Heren als men schrivet AT^CCC ende Xn**, 
des Dinxdags nae sunte Urbaens dach. Ende in ejm oir- 
konde ende stedicheit alle deser voirs. dingen heb ick 
desen brieflf bezegelt met myne zegell. Gegeven int jair 
ende op dien dach als hiervoir naest staet bescreven. 



30 Juni 13 14. 



Dat onsse heerscap van Gelre van erfgnamen Huberts 
van Culenborch lossen moege rv hoeven lants mit thienden 
ende dechlichster herlicheit. 



^) N^ 22 heeft : ab hier voereeit staet is. Het woord staet is doorgehaald. 
*) In A is hier dooiigehaald het woord: van* 



39 

Culenborch. 

Ego Hubertus, filius Johannis de Culenborch, notum facio 
universis, quod excellens vir, dominus Reynaldus comes 
Gelrie, dominus meus dilectus, quatuor mansos terre sue 
site in Paveya cum decima et iurisdictione cotidiana ipsorum — 
si tantum sibi ibidem competat et si tantum ibidem sibi non 
competat, defectus talis debet impleri in terris suis ibidem 
vicinioribus michi apud Besde, salvis pensionariis suis ibidem 
suo pacto, quem ab ipso habent, et salvis eciam sibi decdma 
et ituisdictione cotidiana ibidem — dedit et obligavit michi in 
pignore pro ') octingentis libris parvorum denariorum, grossis 
turonensibus pro sedecim denariis computatis, et sibi nume- 
rata ^ pecunia persolutis tali condicione, quod singulis annis 
dictus dominus meus comes Gelrie et sui heredes, quando 
ipsis placuerit, dictos quatuor mansos cum. decima et iuris- 
dictione predictis infra octo dies precedentes vel subsequentes 
festum beati Petri ad Cathedram redimere potent pro summa 
pecunie supradicta. In cuius rei testimonium, quia sigillo 
proprio careo, rogavi sigillum dicti patris mei Johannis de 
Culenborch presentibus literis apponere. Et ego Johannes de 
Culenborch premissis interfiii, et ad maiorem firmitatem 
eorum ad petidonem Huberti, mei filii predicti, presentibus 
apposui meum sigillum. Datum anno Domini M°CCC°XIV° 
in crastino beatorum Petri et Pauli apostolorum. 



FoL 13. 30 April 1331. 

Hubert Scencke van Culenborch heeft opgedraegen greve 
Reynalde van Gelre ende weder te leen ontfangen sijn huys, 
dat hy ghetimmert heeft op die syde van Culenborch tot 
Everdingen wart ende den eygendom dairaff etc. 



') lo A staat hier het woord : et, dat doorgehaald is. 
*) B en n*. 22 hebben: dimerata. 



40 

Leene van Ctilenborch. 

Alle dieghene, die desen briefF sien soelen oS hoeren lesen, 
doe ie Hubert Scencke van Culenborch cont ende bekenne 
openbair, dat ich eenen hogen edelen man, m)men lieven 
heren, heren Re3malde greve van Gelre ende van Zutphen, 
heb opgedragen mit mynen fryen wille mijn huys, dat ick 
getimmert heb op die syde van Culenborch tot Everdingen 
wart, ende dien eygendom dairaff, ende hebbe dat huys 
weder van hem ontfangen te Zutphenschen rechten, als met 
eenen pont te verheergeweden, van hem ende van synen 
erfgnamen erflic ende ommermeer voir sijn open huys te 
halden ende te hebben. Dair dit gesciede, dair waren aever 
heren Bemt van den Dorenwerde, ridder, Diderick van 
Keppell ende Hembem van Hoeclem, knapen, als mannen 
mijns heren des greven voirs. In oirkonde deser dinghen 
heb ick mynen zegel aen desen brieff gehangen. Gegeven 
ten Rosendaell int jaer onss Heren duysent drie hondert 
ende XXXI, opten Meyavont 



31 Augustus 1339. 
Her Hubert Scencke, heer tot Culenborch, heeft ontfangen 
van hertoge Reynalt die stat van Culenborch, die heerlic- 
heit, gerichte, hoge ende lege, erflich van Gelre te leene te 
halden ende open te wesen. 

Leene van Ctilenborch. 

Wy Hubrecht Scencke, here van Culenborch, doen kont 
allen luden mit desen aepenen brieve, dat wy ontfangen 
hebben van eenen hogen, edelen prince, onsen here, heer 
Reynalt, hertoch van Gelren ende greve van Zutphen, die 
stat van Culenborch, die heerlicheyt, gerichte, hoge ende 



41 

lege, mit allen -dien vesten, die sy nu heeft ende naemaels 
verengen méidi, mit allen hoeren toebehoren, alst gelegen 
ist tusschen Codden ende den Grrunen wech, ende dien wech 
mede ingenoempt, van hem ende van S3men erfgnamen te 
Zut[diensche leen, mit eenen ponde te verherweden, te hauden 
ende te besitten in deser manieren, dat wy ende onse erf- 
gnamen hem ende synen erfgnamen mit dierre stat van 
Culenborch, als die voirs. is, mit hoeren toebehoeren be- 
helpen soelen ende aen staden staen, ende hem ende synen 
luden die aepenen tegen allen dieghene, die leven, nyemant 
uytgeset, alsoe dicke alst oirbalr ende noit is hem ende 
synen erfgnamen of synen luden ; dat is te verstaen, dat hy 
ende synen erfgnamen, off hoer lude, als hy off sjmen erf- 
gnam^i orloge hedden, dciiruyt ende yn ryden ende ver- 
blyven soelen ende moegen, hoeren vyanden te schaden 
ende hoir orloge te vueren, also lange als dat weerdt Ende 
Fd. i3^. also sy dan eghene orloge en hedden, so souden sy ons off 
onsen erfgnamen weder oeverleveren die stat voirgen. in 
allen dien rechten, als wy se te voeren halden, sonder arge- 
list In oirkonde ende vestenisse deser punten so hebben 
wy onsen zegell aen desen briefF gehangen. Gegeven ende 
gesciet int jair ons Heren duysent driehondert XXXIX, 
des Dinxdages nae sunte Johans dach als men scriefft 
DecoUatie. 



2ó December 1379 *)• 
Woe dat Johan van Culenborch ontfangen heeft van 
hertoch Willem die hoeve ende goede van Elden, Valborch, 
Balveren *), die wert te Dodenwerde ende die butendijcx 
gelegen is tegen die kerke mit anderen vorwerden etc. 



*) B heeft: Valveren. 
t) Kentstijl. Zie bb. i. 



42 

Ctilenborch leene. 

Ick Johan van Culenborch doe kont ende kènlich allen 
luyden, want my mijn lieve, genedige here, her Wilhelm 
van Gulich, hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, 
beleent heeft oevermits synen oepenen brieflF ende mannen 
van s)men leen alle alsulke hoeve ende gueden als hierna 
bescreven staen, dats te weten : Valborch, Elde, Balveren *), 
die wert te Dodenwerde, die buytendijcx gelegen is teghen 
der kerken ende die hoflF tYrten •), gelegen by Andels, mit 
pachte, mit tynse ende mit allen hoeren toebehoeren, also 
als die gelegen zijn, nyet uytgesceyden, tot eenen Zutphen- 
sche leen, mit eenen ponde goets gelts te verher weden, in 
alle der maiten ende manieren, als die brieven innehouden 
ende begripen, dair ich aflF hebbe van mynen lieven, gene- 
digen here, soe hebbe ich gesekert ende geloeft in gueden 
trouwen, weert sake, dat ick storve sonder witlike geboert 
komende van mynen live, dat ich mynen lieven, genedigen 
heren ende synen erven voirs. die hoeve ende goede, die 
hy my beleent heeft, niet ontverren noch vervremden en 
sall in eghenre manieren, sy en soelen vry ende commerloes 
vervallen ende comen an mynen lieven, genedigen heren 
voirgen. ende an S3nien erven. Voirt so heb ick gesekert 
ende geloefft in goeden trouwen, weert sake, dat ick oflF 
myne brueder ofiF yemant van onser weghen eyn deel van 
den voirgen. hoeven ende gueden versatt off vercoft hedden, 
dat ich dat weder copen ende brengen sall loss ende ledich 
aen die voirs. hoeven ende gfuede, die my mijn lieve here 
voirs. beleent heeft, tusschen dit ende Paesdage ^ naist- 
comende oever een jair alrenaistvolgende, ten were sake, 
dat et my vangenisse dede off ander allsulke kenlike lijfiEcnoit 

*) B en n*. 22 hebben: Valveren. 
•) B en n*. 22 hebben : tYeten, 
') A heeft : van Paesdage. 



43 

FóL 1 4. Weert sake, dat ie des nyet en dede, also dat ie dairinne verbro- 
kelick worde, so bekenne ich my vervallen te sijn van allen 
haven ende gueden, die my mijn lieve here van Grelre voirs, 
beleent heeft, also dat ick noch mynen erfgnamen dair egheen 
recht noch toeseggen mer an hebben noch en behauden, mer dat 
recht ende toesegghen, dat ich ende myne erfgnamen dairan 
hebben, dat sall comen ende vervallen zijn an mynen lieven, 
genedigen here van Gelre ende an syne erfgnamen, sonder 
alle argelist In oirkonde des so hebbe ich mynen zegell 
van mijnre rechter wetenthejrt an desen brieflf gehanghen. 
Gegeven int jair ons Heren M°CCC° ende LXXX° des 
anderen dages na den heyligen Kersdach. 



31 Mei 1402. 
Heer Hubert, her tot Culenborch, heeft mynen here van 
Gulich ende van Gelre opgedraegen die hoofifetat tot Muse- 
winckel mit Lii mergen lants, gelegen in der maelscap van 
Ravenswayde, te leen te halden voir den Steenwert by 
Wijck, dien hem mijn here geeygen(t) heeft etc. 

Ctilenborch leene. 

Wy Hubrecht, here van Culenborch, van der Lecke ende 
van den Werde, doen kont allen luden, dat my die hoech- 
geboeren fiirste, mijn lieve, genedige here hertoge van Gulich 
ende van Grehre ende greve van Zutphen geeygent heeft 
den Steenwert by Wijck, die mijn lieve, genedige here 
hertoch Reynalt van G^e, mijns lieven heren oeme voirgen., 
mynen oem, heren Johan, heer tot Culenborch was, van 
gnaiden gegeven hadde voir dode heren Hubrechts Scencke, 
lüjns vaders, heren to Culenborch was, dien Got genedich 
sy, die tot Ludiek in hertoge Reynalts dienste doot bleeff. 
Ende hiervoer heb ich mynen lieven, genedigen heren 
hertoge van Gelre ende van Gulich voirgen. weder voer 



44 

opgedraegen die hooflfstede tot Muuswiückel mit twe ende 
vijfftich morghen lants, gelegen in der maelscap van Ravens- 
wade ende te halden van mynen lieven, genedigen heren 
hertoge van Gulich ende van Gelre voirs. yn allen recht, 
raeerre noch mynre, dan ich ende mijn audere den Steen wert 
voirs. te halden plagen. In oirkonde des so hebbe ick mynen 
segel an desen brieflF gehanghen. Gegeven int jair ons Heren 
M**CCCC** ende twee, opten leesten dach in den Mey. 



Fol. 14V. 31 Mei 1402. 

Heer Aernt, heer van Leyenberch, richter in Nederbetuwe, 
tuget, dat die her van Culenborch opgedraegen heeft tot 
mijns heren behoefif dat erve, dat in den anderen briefif 
voirs. genoempt is, alsoe dat mijn heer dairan geerfift is. 

Culenborch leene. 

Ick Aernt, heer van Leyenbergh, ridder, richter in Neder- 
betuwe, orkunde ende tuge apenbairlike, dat voir my ende 
voir gerichtslude *) hierna bescreven quam als int gericht 
Hubrecht, heer van Culenborch, van der Lecke ende van 
den Werde, ende droech op myt synen vryen wille Lubrecht 
van Odewyck tot behoefF mijns lieven, genedigen heren 
tshertogen van Gulich, van Gelren ende greve van Zutphen, 
twe ende vijfftich mergen lants, een luttell meer off myn, 
tot goeder maten, gelegen in den kerspel van Ravenswade, 
geheiten Muuswinckell, boven naest gelant die kercke van 
Buren ende beneden die mestte van Soelmonde, ende ver- 
teech daimae op, als vonnisse wijsde der gerichtslude *), dat 
hy sculdich was te doen, sodat hy dairaff onterfft was ende 
niet meer rechts noch toesegghens aen en behielt, ende mijn 
lieven, genedigen here die hertoch van Gulich imd van Grelre 



') A en B hebben: Gerits lude. 



45 

ende greve van Zutphen voirs. dairan geervet wair ent 
hem vaste ende stede blyven soude ent hem nyemant ') 
breken en soude noch en mochte met ghenen rechte, uyt- 
genomen alle argelist Dair dit gesciede, waren oever als 
gerichtslude Joest Doys en(de) Lampholle van Ecke ende meer 
berver *) lude. In oirkonde des briefe bezegelt mit mynen 
zegel. Gegeven int jair ons Heren M**CCCC^ ende twe, opten 
leesten dach van den Mey, 



15 April i4i5(?) 
Den hogeboeren fiirste, hertoge van Grulich ende van 
Gelre ende greve van Zutphen, mynen lieven, genedigen 
ende seer geduchte here. 

Ctilenborch. 

Hoichgeboeren vorste, lieve, genedige here. Uwegnaden 
wille verwerdighen te weten, woe dat ick uwe gnaiden 
gtietlike bid my orlofF te geven dat nye huys, dat tot Culen- 
borch in den mueren getimmert stonde, dat verbrant ende 
vervallen is, voirt neder te breken ende mijn oirbair dair- 
mede te doen. Ende en wilt my, lieve, genedige here, des 
op dese tijt nyet weygeren, wanttet doch nyemant tot ghenen 
oirbair in sulcker mate dair en steet. Ende ofFghi, lieve, gene- 
dige here, yet wilt, dair ik vermach, dair willen uwe gnaiden 
ummer altijt oever gebieden. Got bewair u, lieve, genedige 
here, langlivich, selich ende gesont, altijt in eren. Gescreven 
tot Culenborch des anderen dages nae sunte Tiburcius dach ^. 

Hubert, here tot Culenborch ende 
ter Leek. 

') A heeft: nyemont 
') = rechtschapen. B heeft: eerbare. 

■) Zonder jaar. De volgende acte doet echter 14 15 vermoeden. Hubert, heer 
tot Cnlenborcb, komt voor van 139} tot 1423. 



46 



Fol, 15. 15 April 1415. 

Consent mijns heren van Gelren van eynen huse to Culen- 
borch an der borch aflF te breken etc. 

Wy Reynalt by der gnaiden Goids hertoge van Gulich 
ende van Gelre ende greve van Zutphen, voir ons ende 
voir onsen erven ende naecomelingen doin kont ende be- 
kennen, dat wy here Hubert, heren tot Culenborch ende 
ther Leek, onsen lieven raide ende manne, omme sijnre 
beden will voir hum ende voir synen erven georloft ende 
gegont hebben, ende geven hem mit desen tegen wordighen 
brieff onssen orlofF ende consent, dat hy dat nye huys, dat 
tot Culenborch in der mueren getymmert stont, dat verbrant 
ende vervallen is, voirt neder mach doin breken ende synen 
oirbair dairmede doen, beheltelyck ons ende onsen erven 
ende naecomelingen onser leenweren aen der hoeffistat voirs. 
ende wat hiemamaels dairan getimmert ofF gevestich mach 
werden, sonder argelist Oirkonde ons segels an desen brieff 
gehangen. Gegeven int jair ons Heren M°CCCC* ende XV° 
opten xv^*" dach van Aprille. 

Per dominum ducem presentibus 
de consilio domino Johanne, 
dicto Schelart de Obbendorp, 
milite, magistro curie, et Ghya- 
berto Pieck, reddituario generali 
Gelrie. 



December 1231. 

Grreve Herman van V)nmenborch beeft oevergegeven 
greve Otten van Gélre te eygenscap ende weder van hem 
te leen ontfangen sijn eygendom ende hoff tot Thore etc. 



47 

Vymenborch leene. 

Ego Hermannus comes de Vimenborg univerais cupio 
innotescere, quod universum allodium, quod habui in villa 
Thore, et "curtim meam ibidem pro cc marcis dedi Ottoni 
comiti Gelrensi in proprietatem, et idem allodium et curtim 
de manu ipsius comitis recepi loco hominii, et fidelitatem 
et homagium feci comiti memorato et ammodo *) ipsi serviam, 
cum ab eo requisitus fuero, tamquam domino meo fideliter et 
devote. Huius rei testes sunt dominus Henricus, primoge- 
nitus ducis Brabancie, dominus Amoldus de Walhem, dominus 
Henricus de Monte, Goeswinus de Sterke, advocatus de 
Rumadde *), Gerardus de Lon, Gerardus de Barsdunc, milites, 
magister Daniell, et quamplures alii. Datum Colonie anno 
Domini M°CC°XXXr «), mense Decembri. 



12 Juni 1307. 
Her Rychaert, her van Duve, heeft oevergegeven greve 
Reynalt van Gelre synen halven hofF tot Entenich mit den 
halven goede dairtoe gehorende, erflich te leen te halden. 

Duve leene. 

Universis, ad quos presentes littere pervenerint, nos Ry- 
chardus, dominus de Duva, cupimus esse notum nos medie- 
tatem curtis nostre, site apud Entenich, cum medietate 
omnium bonorum ad ipsam spectantium, que sunt nostrum 
purum allodium et mere propria, magnifico viro, domino 
nostro dilecto, domino Reynaldo, comiti Gelrie, tradidisse 
nee non ab eodem ipsa bona nobis et nostris successoribus 
in feodum recepisse ac ipsa pro decem marcis brabantinorum 



*) =s Toortaan. *) Riinnunde(?) 

•) N«. 22 heeft: MCCCXXXI. 



48 

denariorum annis singulis bos et nostros posteros feodalita: 
possidere. In cuius rei testimonium sig^Uum nostrum una 
cum sigp'Uo viri nobilis Gerardi, comitis Juliacensis, presen- 
tibus est appensum. Et nos Gerardus, comes predictus, recog- 
noscentes et scientes hanc demonstracionem esse bonam et 
sufficientem, sigillum nostrum presentibus duximus apponen- 
dum. Datum anno Domini M**CCC*VII°, in octavis beati 
Bonifacii episcopi. 



27 April 1335. 
Johan, des borchgreven son van Hamersteyne, heeft bewijst 
X marck sjaers an synen hove, geheiten Stocberg, gelegen 
op der Weyde, erflich van (Gélre) te leen te halden. 

Hamersteyn leene. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Johannes, 
filius Gerardi burgravii in Hamersteyn, notum facio imper- 
petüum, quod cum nobilis et potens vir, dominus Reynaldus, 
comes Gelrensis et dominus Zutphanie, me suum fecerit 
fidelem et vasallum et obinde mihi dederit et assignaverit 
centum marcas brabantinorum denariorum, videlicet tribus 
hallensibus pro denario quolibet computatis, ego sibi propter 
hoc comparavi et demonstravi annuos redditus decem mar- 
carum denariorum predictorum super curtim meam propriam, 
vulgariter nuncupatam Stocberg et sitam supra ripam Wyede, 
quos quidem redditus ego prefatus Johannes et post me mei 
heredes ab ipso domino Reynaldo, comité Gelrensi, et ab 
heredibus et successoribus suis, comitibus Gelrensibus, in 
feodum habebimus, et exinde dicti domini Reynaldi comitis 
et suorum heredum seu successorum, comitum Gelrensium, 
fideles erimus et perpetui vasalli, et de hiis eciam debebimus, 
sicut alii fideles et vasalli comitatus Gelrensis tenentur, per* 



40 

petuo fideliter deservire. In cuius rei testimonium ego preÊitus 
Johannes sigillum meum litteris presentibus apposui et rogavi 
strennuos viros, dominum Ludewicum de Sunnenberg et 
dominum Johannem de Rüpadi, milites, predicti domini 
comitis fideles et vasallos, quod sua sigOla hüs eciam litteris 
appenderent ^ in testimonium premissorum, quod *) nos 
Ludewicus et Johannes, milites antedicti, verum esse proii- 
temur ut ^ supradictos redditus bene esse demonstratos. 
Datum anno Domini M'^CCC'^XXXV^, feria quinta post 
festum beati Georgii 



i6. 20 Mei 1342. 

Her Johan van Graisschap *) heeft opgedraegen sijn hove 
tot Oeverkerken ende tot Sorpe gelegen mit hoere toebe- 
hoeren, erflich van Gelre te leene te halden etc. 

Graisschap ^) leene. 

Allen denghenen, die desen brieff soelen sien off hoeren 
lesen» make wy Johan, here van Grascap ^), cont ende apen- 
bair mit desen openen brieff, dat wy mit unsen vryen wiU 
opgedragen hebben ende opdragen voir ons ende voir onsen 
erfgnamen in behoeff ende in hant eens hogen, edelen vorsten, 
heren Reynouts, des hertogen van Gelren ende greven van 
Zutphen, unss lieven heren, ende synen erfgnamen unse 
hove tot Overkerken ende tot Sorpe •) gelegen mit hoeren 
toebehoeren, welke onse eygen guede waeren, eer wy se den 
hertoch, onsen heren, updroegen, ende die in dier vogedien, 
die wy van den greve van Amsberghe te leen halden, ge- 



') A heeft : appenduiot ; B en o*. 33 : appendiderant. 

*) A, B en n*. 32 hebben: quos. *) Verschrijving yoor: ac. Zie blz. 54. 

*) N*. 32 heeft tweemaal: Graifscap. 

•) N*. 33 heeft : Graiscap. 

•) N*. 33 heeft: Overkercke ende tot Scorpe of Storpe. 

4 



5Ö 

legen sijn, welke hove ende guede wy van den hertogen 
ende synen erfiiamen voirs. to rechten manieën houden 
soelen. In oirkunde ende stedicheit des so hebben wy 
onsen segdl aen desen brieflf doen hangen. Ende want dese 
stucken kenlic ende kondich sijn hogen, edelen luden, den 
greve van Amsberge, onsen lieven heren voirs., ende heren 
Berthout, here van Bueren ende van Daverenberch, dat dese 
hoeve ende guede voirs. mit horen toebehoeren onse eygen 
goede ende erve waeren, so hebben wy sy gebeden, dat sy 
in orkuhde ende stedicheit hierop hoir segel mit ons aen 
desen briefF willen hangen. Ende wy Godert, greve van 
Aernsberge, ende Bertout, here tot Bueren voirs., want ons 
alle dese voirs. stucken kundich sijn ende alsoe, dat dese 
hove ende goede voirs. Johans here van Graisscap eyghen 
goet ende erve was, doe hijt den hertoge voirs. opdroech, 
so hebben wy om bede will Johans voirs. unsen segelen 
aen desen briefF mitten synen doen hangen in oirkonde 
ende stedicheit alre stucken voirs. Gegeven int jair ons 
Heren M*»CCC°XLIP op andach Pinxsten '). 



2^ Februari 1338. 
Her Johan van Bruushom heeft geloift te bewysen xv 
marck sjaers an synen goeden op der Moselen gelegen, van 
Gelre te leen te halden ende brieve dairop te geven. 

Bruushom ^ leene. 

Nos Johannes de Bruushom, miles, universis pag^ine pre- 

sentis inspectoribus notum esse cupimus et constare, quo4 

Fol. i6v. pro centum et quinquaginta mards denariorum brabantinorum 

seu boni pagamenti nobis per magnificum ac spectabilem 

*) B eo n*. 22 hebben : Maendach te Pinxten. 
») B heeft : Bruulhorn. 



5t 

vinim, dominum nostrum, dominum *) Reynaldum, comitem 
Gelrie et Zutphaniensem, datis seu traditis in parata et 
numerata pecunia ante confeccionem presencium literarum 
racione homagii et iidelitatis sibi faciendarum, cum nossibi 
pro dicta summa pecunie in vasallum et fidelem conquisierit, 
promisimus eidem domino nostro et in hüs sciptis promlt- 
tiraus redditus quindecim marcarum predicti pagamenti super 
bonis nostris allodialibus seu propriis, super Masam aut circa 
Mosellam sitis, infra hinc et festum beati Johannis Baptiste 
affuturum proxime assig^are et eosdem redditus ab ipso 
domino nostro, comité predicto, recipere et tenere in feodum 
et sibi super eo nostras dare literas, prout fieri est consuetum. 
In cuius rei testimonium sigillum nostrum his literis ') est 
appensum. Datum Confluentie *) feria sexta proxima post 
festum beati Mathie apostoli, anno Domini M°CCC*XXXVIII**. 



24 Mei 1339. 
Dat her Johan, her tot Bruushom, ridder, bewijst heeft 
eyn del wijngarden in den brieve genoempt, erflich te lene 
te halden van Gelre etc. 

Bruushom ^) leene. 

Universis presentes literas visuris ego Johannes, miles, 
dominus de Bruushom, notum esse cupio et per presentes 
recognosco me recepisse ab illustri domino meo, domino 
Reynaldo, bone memorie, comité Gelrensi, quinquaginta 
mercas, tribus hallensibus pro quolibet denario *) computatis, 
it^m ab illustrissimo domino meo, domino Reynaldo, duce 



') A, B en n*. 33 hebben : dictom. De zin eischt : dominum. 
*) In B en n*. 22 ontbreken de woorden: est appensum enz. 
*) In A staat: conflaente. 
*) B heeft: Bruulhom. 
*) B heeft : denariis. 



5^ 

Gelrensi, eius filio, centum mercas Coloniensis pagamenti, 
tribus eciam hallensibus pro denario computatis, pro homagio 
fidelitatis a me et meis heredibus predictis dominis meis ac 
eprum heredibus, dominis *) Gelrensibus, perpetuo faciendo, 
pro quibus centum et quinquagfinta mercis predictis preÊito 
domino meo, domino Reynaldo, duci Gelrensi, ac eius here- 
dibus assigno vineam meam, dictam „Mulmwyngart" ; item 
vineam eidem contiguam supra pomerium subtus castrum 
meum Bylsteyn •) trans ripam sitas, per me meosque heredes 
in signum homagii ab ipsis dominis *) Geh-ensibus perpetue 
relevandas. In cuius rei testimonium sigillum meum duxi presen- 
tibus appendendum. Datum anno Domini M*h:CC*XXXIX** 
in crastino Trinitatis. 



1231. 
Geerlach van Budingen heeft geloeft om 11** marck te 
coepen oflF an synen vrien goede te bewysen xx marck 
sjaers ende die erflich te leen halden van Gelre. 

Budingen leene. 

Ego Gerlacus, dominus de Budingen, universis presentem 
paginam intuentibus perpetuam •) ad noticiam universorum 
Fol. 17. cupio pervenire, quod de consilio amicorum meorum fidelium 
sum obligatus hominio *) domino meo, comiti Ottoni de Gelren, 
in hunc modum, quod fideliter promisi pro ducentis mercis 
bona comparare et illa de manu sua tenere imperpetuum, 
quamdiu vixero, cum heredibus meis posiddere. Quod si non 
invenero esse emenda, debeo, ut promisi, de allodiis meis 
valens xx mercas annuatim resignare sibi vel honesta feuda, 
que de imperio libere possideo, resignare domino regi et de 

') Verschrijving voor: dadbus. 
•) B en n^. 22 hebben: WUsteyn. 
') A, B en n*. 22 hebben : perpetuum. 
*) A, B en n*. 22 hebben : homidio. 



53 

manu sua recipere ^ comitia predictl Acta sunt apudWor- 
matiam, anno M^'CC^XXXI^. 



November 1233. 
Her Geerlach, here van Budingen, heeft bewijst van il*" 
marck alle syne goede tot Selbolt ') erflich van Gelre te 
leen te halden. 

Budingen leene. 

Ego Gerlacus, dominus de Budingen, presenti scripto 
protestor, quod domino meo Ottoni, comiti Gelrensi, universa 
bona mea in villa Selbolt *) pro ducentis marcis dedi et eadem 
bona ab ipso comité loco hominii recepi et prenominata bona 
meis heredibus, quibus voluero, iure feodali concedere debet. 
Pro eo vero, quod prefetus comes sepedicta bona mihi con- 
cessit in feodo, iidelis homo suus sum efFectus. 

Testes huius rei sunt dominus Henricus, primogenitus ducis 
Brabancie, prepositus Aquensis, dominus Wolterus Bertolt, 
dominus Gerardus de Zinzecke, dominus Gotfridus de Perwys, 
dominus Gerardus de Parsdunc, dominus Conrardus, pincerna 
de Clingenberg, et dominus Henricus et dominus Hermannus, 
fratres de Libesbere et dominus Henricus de Rudeckhem 
et dominus Fredericus de Hiedengercre et alii quamplures. 
Et ad maiorem huius rei firmitatem et evidentiam huic carte 
sigillum meum appendi feci. Datiun Colonie, anno Dominice 
Incamacionis millesimo CC"°XXXin°, mense Novembri. 



31 Mei 1335- 
Her Otte van Dietze, ridder, heeft bewijst xxx marck sgae» 
an wij(n)garden tot Brysde gelegen ende an eynen beempt 
onder der borch van R}merge, erflich te leene te halden. 



*) Hier schijnen een paar woorden te zijn uitgevallen. 
*) A» B en n*. 22 hebben : Sewolt De juiste lezing is te vinden in Charters 
n*. 2«, foi. 4 verso (archief Rekenkamer). 



54 

Dietze leene. 

Unhrersis, ad quos presentes literc pervenerint» ego Otto. 
miles de Dietze, cupio notnm esse (quod), quia nobifis et potens 
vir, dominus Reynaldus, comes Grebensis et ZatphaniensLs, 
dotnintis (mens), me suom fidelem fedt et vasallum et propter boe 
roihi dedit et assignavit trecentas mercas Cokmiensis paga- 
menti in pecunia parata, ego eidem domino meo in bonis 
meis proprüs infirascriptis et sitis in districta ville Brisge '), 
videlicet in duabns vineis meis» sitis in locis dicds »an deme 
Elzeberge und an der Kaderachim* *) et in uno prato meo, 
quod situm est sub castro Vynecke ,uff der Wjmishdden', 
certos annuos redditus triginta mercarum Coloniensis paga- 
Fol. i7^. menti demonstravi, quos ego predictus Otto, miles, et post 
me mei beredes ab ipso domino meo Re}maldo, comité 
Gelrensi, et a suis heredibus, comitibus Grelrensibus, in feodum 
habebimus et exinde sui et suorum heredum, comitum Grel- 
rensium, fideles erimus et perpetui vasalli et de hüs eciam, 
prout alii vasalli comitatus Gelrensis tenentur, perpetuo tene- 
bimur fideliter deservire. Et in huius rei testimonium sigillum 
meum hüs literis apposui et rogavi cum instancia strennuos 
viros, dominum Amoldum de Ketge et dominum Emericum 
de Laensteyne, milites, fideles et vasallos domini mei comitis 
predicti, quod sua eciam sig^a literis presentibus appende- 
rent in testimonium premissorum, quod nos Amoldus et 
Emericus, milites antedicti, verum esse protestamur ac 
redditus antedictos bene esse demonstratos. Datum anno 
Domini M*'CCC*XXXV**, feria quarta proxima ante festum 
Pcntecostes. 



*) N*. 22 heeft: viUe Briago. 

*) B heeft: Ktderichim. N*. 23 heeft: Kaderrichim. 



55 



24 April 1335. 
Her Lodewych van Sonnenberg heeft bewijst X marck 
sjaers an eynre sceperien ende woninghen tot Brysche 
gelegen, erflich van Gelre te leen te halden. 

Sonnenberch leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Ludo- 
wicus de Sonnenberch, miles, cupio notum esse quod, cum 
nobilis et potens vir Rejmaldus, comes Gelrensis et dominus 
Zutpbaniensis, me fecerit suum fidelem et vasallum et mihi 
obinde dederit et assignaverit C marcas brabantinorum dena- 
riorum in pecymia parata, ego sibi propter hoc demonstravi 
annuos redditus decem marcarum brabantinorum denariorum 
super bona mea propria infrascripta, videlicet ovile cum 
mansione, sita juxta ovile in superior! villa dicta Brysche, 
domum et aream, sitam „in der Smitgassin," et tres iumales 
vinearum, sitas juxta crucem infra territorium ville Brysche 
predicte, quos quidem redditus supradictos ego prefatus 
Lodewicus de Sunnenberch, miles, et post me mei heredes 
et successores ab ipso domino Reynaldo, comité Grelrensi, 
et ab heredibus et successoribus suis, comitibus Gelrensibus, 
in feodum habebimus et exinde sui et heredum suorum, 
comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetui vasalli et de 
hiis eciam perpetue tenebimur, sicut alii fideles et vasalli 
comitatus Gelrensis tenentur, fideliter deservire. In huius 
itaque rei testimonium ego prefatus Ludowicus de Sonnen- 
berch, miles, sigillum meum literis presentibus apposui et 
rogavi strennuos viros, videlicet dominum Johannem, burch- 
g^vium in Rjmecke, necnon Johannem de Rupach, milites, 
predicti domini comitis fideles et vasallos, quod sua sigilla 
hiis eciam litteris appenderent in testimonium premissorum, 
quod nos Johannes burchgravius et Johannes de Rupach, 
milites antedicti, verum esse profitemur ac supradictos redditus 



56 

bene esse demonstratos. Datum anno Domini M*<:;CC*XXXV**, 
in crastino beati Georgii martiris. 



24 JuK 1337. 
Her Wygart van Budüs die jonge, ridder, beeft bewijst 
sijn deyll walds, gelegen tot Lintemerouwen, erflich van 
Gelre te leen te halden etc. 

Fol. i8, Buchis leene. 

Kunt sy allen luden, die desen briefif sient oder horent 
lesen, dass ich Wyganc von Buchis der jonge, ridder, man 
woirden byn des edelen heren ende mogenden heren Reynoltz, 
grebin von Gelre und von Zutphenne, und hait mier dair- 
umme gegebin ende wol besalt hundert cleynre gfuldin und 
hain bewijst und bewyse eeme *) und synen erbin, und 
drage uff in dese tegenwordigen brieve mijn teyll waltis 
zu Lyntemerowen, das gelegen is uflF die ander zyte des 
wassers der Sym, das is zu verstaen, das dritte teyll von 
den voirscreven walde, unde das dritten teyll is mijn eygin 
g^et, ind haint um mynen eygen geit gecoft, und das is 
vurgenant g^et sal ich und mijn erbin van mynen heren, 
den greben van Gelre und van Zutphen, und van synen 
erbin ewelich und ummermeer haldin zu rechteme manieën, 
alle argelist uzgetan. Unde umdatz stete imd veste blibe, 
so hain ich in desin jeghenwordigen briev gegebin, bezegelt 
met mynen insiegell, der gescrebin is zu Franckenfurt, du 
man zalte na Gotis gebuerte M° jair CCC° jair und XXXVII** 
jair ufif sente Johans dach Baptisten daz he geborin was. 



*) A, B en n*. 22 hebben: eenre. De zin vordert eeme = hem. 



57 

I December 1339. 
Her Ulrich Wilbrant, ridder, heeft bewijst aUen 83men 
vischerien to Lent^rshoven, by der stat van Eysteten ge- 
legen, mit hoeren toebehoeren to eenen erflich ') van Gehre. 

Wilbrant leen. 

Ego Ulricus Wilbrant, miles, tenore presencium profiteor 
et publice recog^osco, quod omnes meas piscinas in villa 
Lentershoven, prope civitatem Eysteten situatas, cum suis 
pertinenciisy quas hactenus proprietatis titulo tenui et possedi, 
in manus illustris et potentis domini, domini Reynaldi, ducis 
Gelrie, libere resignavi, et bona eadem pro me meisque 
heredibus ab eo et suis heredibus titulo feodali tenenda 
recepi, prestito sibi de premissis bonis debite fidelitatis et 
homagii solito sacramento. In cuius rei testimonium presentes 
conscribi et meo sigillo signari procuravi. Datum Spire, 
prima die mensis Decembris, anno Domini millesimo trecen- 
tesimo tricesimo nono ^. 



22 Februari 1336. 
Her Herman Bramhom, ridder, heeft oevergegeven greve 
Reynalt van Gelre sijn huys, geheiten Bruyns huys van 
Staden, gelegen, in den ken^^ell van Schaphem, erflich te 
leen te halden. 

Bramhom leen. 

Universis, ad quos presens scriptum pervenerit, egoHer- 
mannns dictus de Bramhom, miles, cupio fore notum publice 
protestando, quod domum dictam «Brunes huys van Staden ** 
iacentem et ^tam in parochia Schaphem, Osnaburgensis 



') Vendir^Tiiig voor: erfleen. 

^ In o*. 22 staat: mUlesiino trecentesimo tricesimo tertio. 



58 

diocesis, mihi Hermanno lure proprio pertinentem, ego et 
mei veri heredes dedimus et damus, resignando per presentes, 
magnifico et illustri viro, domino Reynaldo, Gelrensi et 
Fol. i8v. Zutphaniensi comiti, animo recipiendi et acceptandi eandem 
domum cum omnibus iuribus et pertinenciissuisiurehomagio *), 
quod vulgaritcr „manstat" dicitur, a comité memorato, ipsa 
tamen domo in huiusmodo iure homagio minime vocaturo ■). 
In premissorum testimonium meum sigillum presentibus est 
appensum. Datum anno Domini M**CCC*XXXVI**, feria sexta 
proxima post Dominicam Invocavit 



27 Juj^ '335- 
Her Herbert van Dormsteyn, ridder, heeft bewijst xx 

marck sjaers an synen hove, daer hy yn woent, ende an 

anderen erfnissen, erflich te leen te halden van Ghelre. 

Dormsteyn leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Her- 
bordus de Dormesteyne, miles, cupio esse notum quod, cum 
nobilis et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutpha- 
niensis, me fecerit suum fidelem et vasallum et mihi obinde 
dederit et assignaverit ducentas mercas pagamenti Coloniensis, 
ego sibi propter hoc demonstravi annuos redditus viginti 
mercarum pagamenti predicti in curte mea, in qua moror, 
cum domibus circumiacentibus, in tribus iumalibus terre 
arabilis juxta viam Hempennemwerwege, in tribus iumalibus 
terre arabilis ante ') Staelbuer, in tribus iumalibus terre arabilis 
sitis super Affenberch et in duobus iumalibus vinee iuxta viam 
Hempennenerwege et in duobus iumalibus vihee sitis *) supra ^) 

*) Venchrijving voor: homagii. 

■) De woorden: ipsa— vocaturo zijn bedorven. 

") A heeft: ame of anie. 

*) A, B en n^ 22 hebben : sicut. 

*) A heeft: super. 



59 

Staelbuer, in parochia de Dormsteyne, tamquam in meis 
propriis bonis. Quos quidem redditus supradictos ego Her- 
bordus predictus (et) post me mei heredes^ et successores 
ab ipso domino comité Gelrensi et ab heredibus et succes- 
soribus suis» comitibus Gelrensibus, in feodum habebimus. 
Exinde sui et suorum heredum, comitum Gelrensium, fideles 
erimus et perpetui vasalli et de biis debemus, sicut alii fideles 
et vasalli comitatus Gelrensis tenentur, fideliter deservire. 
Harum mearuih testimonio literarum sigillo meo consigna- 
torum *) una cum sigillis discretorum virorum, domini Ingher- 
ammi de Dernouwe et domini Herbordi dicti Cruch de 
Zoulen, militum, ad preces meas presentibus appensis. Et 
nos Ingherammus et Herbordus, milites predicti, fideles 
domini comitis Gelrensis predicti, profitemur premissa vera 
esse. Datum anno Domini M^CC**XXXV**, feria tertia post 
Nativitatem beati Johannis Baptiste. 



20 September 1272. 
DanieU Joede, burger tot Colne, heefl geloeft te leggen 
LXX marck an goeden, erflich te leen te halden van eenen 
here van Monfoirt. 

Joeden Colne leene. 

Universis presentes literas inspecturis ego DanieU dictus 
ludeus, civis Coloniensis, notum facio et tenore presencium 
publice protestor, quod reverendus pater et dominus epi- 
scopus Leodiensis mihi tradidit et assig^avit Septuaginta 
mercas denariorum Coloniensium bonorum et legalium, 
duodecim soldis pro merca qualibet computatis, tali con- 
FoL 19. didone quod cum dictis denarüs emam seu comparabo 
bona seu hereditatem infra annum presentem, in quo 
sumus, seu de mea hereditate seu bonis ubicumque locorum 

*) Venchiijviiig voor: oonsignatanuiu 



6o 

sitis ^) ad val(»^m Septuaginta mercarum predictanun ad 
manus ipsius domini episcopi Leodiensis resignabo, que bona 
a prefato domino episcopo, qui nunc est seu quicumque pro 
tempore dominus fuerit in Monfoirt, tenebo sive mei heredes 
racione fidelitatis (et) homagii tenebunt ab eodem, et ipsius 
imperpetuum erimus fideles et ipi^ fidelitatem per omnia 
faciemus. Preterea si me Danielem predictum mori contigerit 
vel abesse, quod Deus avertat, mei heredes ad premissa erunt 
et manebunt obligati, dolo et fraude penitus exdusis. In 
cuius rei testimonium presentes literas meo sigillo duxi 
roborandas. Datum et actum anno Domini M**CC*LXXIP, 
in vigilia beati Mathei apostoli. 



17 Maart 1311. 
Eens biscops brieflF van Utricht, dairin hi grcve Reynalt 
van Gelre die Veluwe in beleent heeft, ende dat die hertoch 
van Brabant sijn leen dairaen versuympt heeft etc, 

Utricht Veluwen leene. 

Universis, ad quos presentes litere pervenerint, nos Guido, 
Dei gracia episcopus Traiectensis, notum facimus in hiis 
scriptis quod, quia illustris vir, dominus Johannes, Lotringie, 
Brabancie et Limburgie dux, de feodo, quod predecessores 
sui ab ecclesia nostra et nostris antecessoribus consueverant 
optinere, nobis et ecclesie nostre homa^um non prestitit nee 
requisivit infeodari a nobis infra terminum competentem et 
quia spectabilis vir, dominus Reyncddus, comes Gelrie, partem 
dicti feodi, scilicet terram Velue, cum alüs terris et bonis, 
que a prefato domino duce in feodum optinere consuevit, et ■) 
per negligenciam dicti domini ducis, postquam ea ad eius 

*) A, B en n*. 22 hebben: sicut. 

*) Hier is waarsch^nUjIc een werkwoord uitgevaUen, wa*rvan partem dicti 
feodi het object was. Et past niet in den zin. 



6i 

noticiam pervenit per nostram dènunciacionem eidem factam, 
suspicans sibi in feodo suo, quod dux erga nos et nostram 
ecdesiam neglexerat, posse preiudidum generari *), si post 
denundadonem eidem factam a nobis et ecclesia nostra non 
requireret feodum antedictum, supplicabat nobis, prout de 
lure debebat, ut ipsum de feodo suo infeodare et homagium 
suum redpere tamquam dominus superior dignaremur. Nos 
itaque prospicientes, quod ex negligencia dicti domini ducis, 
ex quo prenotatus dominus comes infeodacionem a nobis 
cum debita instanda requisivit, sibi non debuit in suo feodo 
preiudidum generari *), dictum dominum comitem de terra 
Velue cum aliis terris et prout a prenotato domirto duce 
teneri consueverat, infeodavimus et homagium de hoc 
feodo nomine ecclesie nostre recepimus ^ab eodem. Acta 
sunt hec apud Arnhem, anno Domini M**CCC*XP, in die 
beati Petri ad Cathedram, presentibus venerabili viro, domino 
Florendo, preposito ecclesie nostre, et dilectis fidelibus nostris, 
domino Giselbertho, domino de Bronchorst, domino Stephano 
de Wysche, domino Theoderico de Batenborch, militibus, et 
aliis quampliuibus fide dignis. Datum anno predicto, in die 
beate Geertrudis. 



^ November 15057- 
F6L iQ^. Eyn vidimus van eyns hertogen briefif van Brabant, dair ^ 
hy inne bekennet egheyn recht te hebben an den hogen 
gericht van Merwyck ende Empell. 

Brabant Merwyck Empel. 

Nos prior fratrum ordinis Predicatorum domus Novimagensis 
presentibus publice protestamur nos vidisse et legisse quasdam 
literas veris sigillis Johannis» ducis Lothringie, Brabancie et 



') In A, B en n^ 22 staat: gnerari. 



62 

Umburgie, JohannU, domini de Kuyck, et Danielis de Boec-» 
holt, militis, sigillatas, non abolitas, non cancellatas nee in 
aliqua sui parte *) viciatas, in hec verba : Nos Johannes, Dei 
gracia dux Lothringie, Brabancie et Limburgle, notum 
facimus, quod nos protestamur et fatemur palam et expresse, 
quod nichil iuris habemus in altis iusticiis, quas Johannes 
de Merwyck apud Merwyck et Empel habet, nee habere 
possumus vel debemus, et quod nullum ius nobis competit 
in eisdem iuxta inquisicionem veriditam factam *) super eo. 
In cuius rei testimonium sigillum nostrum presentibus literis 
duximus apponendum, rogantes nobilem virum, consangrwineum 
nostrum, Johannem, dominum de Kuyck, et Danielem de 
Boecholt, militem, dilectos nostros fideles, ut sua sigilla hiis 
literis una cum nostro sigillo in maiorem i»'emissorum certi- 
tudinem et evidentiam apponant. Et nos Johannes, dominus 
de Kuyck, et Daniell de Boecholt, miles, ad rogatum domini 
nostri, ducis memorati, sigilla nostra in testimonium premis* 
sorum duximus apponenda. Datum die beati Andree apostoli, 
anno Domini M'HÜCC tercio. 

Et nos prior predictus sigillum nostrum huic copie duximus • 
in testimonium ad peticionem Johannis de Merwyck predicti 
apponendum. Datum Sabbato post festum Omnium Sanctorum, 
anno Domini M*^CC**XP. 



8 October 1253. 
Hertoge Henrick van Braban tüget, dat her Lonis, burch- 
greve tot Broessel, vercoift heeft greve Otte van Gelre 
erflich alle sijn eygendom tot Kessenich, tot Vuchte ende 
tot Vorsele, ende die hertoch van Brabant sal dat doen 
stede halden. 



>) In A «n B staat: super te. 

*) B en n^ 22 hebben: veridatam factam. Geen van beide lezingen geeft 
echter sin. 



63 

Broessel erfiiisse 0. 

Nos Henricus, Dei grada dux. Lothringie et Brabancie, 
notum Êicimus universis presentes literas inspecturis, quod 
nos testamur, quod dominus Leonius, castellanus Bruxellensis, 
totum allodium suum, quod apud Kessenich, Vuchte et 
Vorsele possidebat, sive situm sit in terris, aquis, pratis, 
iudiciis, sive quocumque alio modo sit situm, nobili viro, 
dilecto consangwineo nostro, domino Ottoni, comiti Gelrensi, 
legitime vendidit. Coram nobis super bonis insuper supra- 
dictis dictus castellanus, dominus Leonius, filius suus, domi- 
cella Heilewigis, filia dicti castellani, et domicella Mechteldis, 
filia domini Leonii supradicti, in nostra presencia renunciavit. 
Quam vendicionem dicto comiti Gelrensi a castellano supra- 
dicto et suis heredibus faciemus inviolabiliter observari. In 
cuius rei testimonium presentibus literis sig^lum nostrum 
duximus apponendum. Actum et datum apud Buram % anno 
Domini M'^CC^LIII*», in octava beati Remigii. 



31 Januari 1335. 
Woe dat vrouv Sophie van Hoesden, vrou tot Saffenbergh, 
ende hoir kynder erflich vertegen hebben op die goeden, 
gelegen in den derpen ende kerspellen van Outhoesden, 
Hed(ic)husen, Vlyemen ende Engelen, ten behoeflf greve 
Reynalts van Gelre ende s)men erfiiamen. 

Saffenberch^ Hoesden etc. erfnisse. 

Fol. 20. Wy Sophie van Hoesden, vrouwe van Saffenberch, Johan 



') Aaa het begin der acte staat in margine bij : 

A: aengaende Kessenich leen to sijn. 

B : Notandam Kessenich, Vucht, Vorsele. 
*) Sloet leest: Fnram, waarschijnlijk terecht, maar in A, B en n*. 22 staat 
dntdelijk : Buram. 



64 

van Saffenberch, hoir audste soin, Conraet, Jut ende Aleyt, 
hoir kynder, doen kont ende te weten allen luden ende 
bekennen mtt desen brieve, dat wy voir ons ende onsen 
nacomelingen ende erfgnamen verteghen hebben ende ver- 
thyen te ewelyken dagen op alle goet, leene, tynsgoet, 
pacht ende eygen, waer ot dat in drogen ofF in natten 
gelegen is, bynnen den dorpen ende kerspellen van Oudt- 
hoesden, Hedicfausen, Vlyemen ende Engelen, mit allen 
hoeren toebehoeren, also als ons dat ainbestorven is ende 
was v^'schenen van Johan van Hoesden, dair God die siele 
aff hebben moet, onsen brueder ende oem, mit alle der 
heerlicheit deser voirs, dorpen ende kerspell, so wan wien 
dat sy nieren, nyet ujrtgesceiden, tot behoeff eens hogen, 
edelen heren ende mans, heren Reynalts, des greven van 
Gelre ende van Zutphen, ons lief£i heren ende nacomelingen 
sijnre ende erfgnamen, ewelic ende ummermer vrilick te 
besitten, ende verthyen dairop met desen brieve ende be- 
kennen ons noch onsen nacomelingen ende erfgnamen dairaen 
gheen rechte te behouden noch te hebben. In oirkunde deser 
stucken so hebben wy Sophie ende Johan, hoer audste sone 
voirs., desen briefF besegelt mit onsen segelen. Ende wy 
Conraet, Jut ende Aleyt voirs., want wy egheen segelen en 
hebben, so bekennen wy alle deser voirs. punthen ende stucke 
vaste ende stede te hauden onder seghel van Sophien, onser 
vrouwen ende moeder, ende Johans, ons audste brueders 
voirg., die an desen brieff zijn gehangen. Gegeven int jair 
ons Heren M**CCC*XXXV° % des Dinxdags nae sunte 
Pauwels dach Conversio. 



•) N*. 22 heeft: MCCC. 



«5 



26 Augustus 1279. 
Woe dat een bisscop van Moenster eyne schyedinge 
geraempt heeft tusschen den here van Ahuse ende die 
borchman van Nyenborch an die een syde ende den burgeren 
van Gronlo an die andere, dair oick vóirwairden in staen 
onse herscap van Gelre merende. 

Moenster Ahuys leene. 

Nos Everhardus, Dei gracia Mbnasteriensis episcopus, 
notum Êidmus universis, qucd guerra, que inter dominum 
de Nahuys et castellanos de Novo Castro et eorum adiutores 
ex parte una et opidanos de Gronlo et eorum a(fiutores ex 
altera vertebatutr taliter est sopita, quod castellani de Novo 
d 20V. castro solverent opidanis de Grronlo dampnum eis illatum 
ad arbitrium domini comitis Grelrensis iuxta veritatem vel 
per iuramentiun, et ho(c) opidani de Grronlo facient e con- 
verso. Item quia dominus comes G^lrensis sibi reputat vere- 
cundiam illatam in hac gruerra, lio(c) castellani predicti taliter 
emendabunt, videlicet dominus de Nahuys, Rjrmbercq de 
Stochem, Otto filius Mathei, Henricus de Keppelle, Egidius *) 
de Asbeke, Grerardus de Ramesbergh, Hermannus de Grem- 
mecke, Nicoktss de Horstelo, Cesarius de Rechebreke, quod 
qui fuerunt vasalli ipsius comitis, vasalli remanebunt et qui- 
Hbet eorum suum feudum viginti mercis augmentabit et a 
comité tenebit. Illi vero de castellanis, (qui) vasalli non fuerunt, 
feudum ad estimacionem triginti mercarum ordinabunt et a 
domino comité tenebunt et vasalli ipsius erunt et heredum 
suorum, dictique castellani Zutphaniam intrabunt et iacebunt 
ibidem octo diebus in expensis suis, quibus finitis licite 
recedent abinde. Item dicimus quod, si comes alios castel- 
lanos de Novo Castro culpaverit, quod dampno suo operam 



*) A en B hebben : Edigius. 



66 

dederint consilio vel facto, illi, qui se reos confitentur, Êicient 
quod de aliis superius est expressum; qui vero negaverint, 
per iuramentum expurgabunt, quod non fecerint dampnum 
domino comiti Gelrensi consilio sive facto post tractatum 
nuper habitum apud Marchulsen. Item dicimus, quod captivi 
utrobique quiti sunt expensis suis solutis competenter ; ab illo 
autem, qui non expendit, nichil requiretiu*. Item pecunia, que 
restat hinc inde in credito, quita erit. Item dicimus, quod 
super treugis, quas dedimus illis de Gronlo per literas nostras, 
et de pecunia, quam proinde ipsi a nostris hominibus extor- 
serunt, in dominum de Borclo, dominum de Bronckhorst et 
Fredericum de Reche, milites, arbitramur, quod quidquid *) 
duo ex ipsis iuxta tenorem litere nostre et secundiun veri- 
tatem dixerint per fidem suam faciendum, ho(c) faciemus. 
Item illi castrenses de Novo Castro, qui pro homicidio Rot- 
theri Kempinc ') sunt positi extra pacem, pati ') restituentur, 
dummodo incusati se per iuramentum voluerint expurgare, 
quod ncwi dederint operam illi facto. Et sic omnis rancor et 
discordia inter predictas partes exorta et omnia, que exinde 
provenerunt, sopita erunt et firma est et erit composicio 
inter ipsos. Nos autem Everhardus, Monasteriensis episcopus. 
Vestelus de Limberg, Gerlacus de Beveren et Gerardus de 
Bermethvelde, milites, premissa promittimus domino comiti 
Gelrensi tamquam boni fideiussores procurare adimpleri 
Dominica post Egidii *) proxima ventura, super quo presens 
scriptmn fieri fecimus et sigillo nostro communiri. Datum 
apud Bucholte, anno Domini M**CC°LXXIX°, Sabbato post 
festum beati Bertholomei apostoli. 



') A heeft: quidque. 

^) In A en B staat : Kempine. In n*. 22 : Kemper. 

•) Verschrijving voor : paci. 

*) A en B hebben : Edigii. 



67 



14 Mei 1413. 
Johan van Wyhe *) heeft msmen here van Giilich ende 
van Gelre te erflene gemaect dat guet te Harvelt in Oever- 
Betuwe gelegen, geheiten Nemenrehomoet, dat helt LXXV 
mergen» voir den hoff te Mallant, den hem mynen here 
geeygent heeft etc. 

F(A 21. Wyhe leene. 

Ick Johan van Wye •) doe kont allen denghenen, die 
desen brieff sullen sien off hoeren lesen, also als die hoge- 
boeren, duerluchtige ftirst, mijn lieve, genedige here, heren 
Reynalt, hertoge van Gulich ende van Gelre ende greve 
van Zutphen, my gevrijt ende geeygent heeft tot behoeff 
Henricks, heren to Wysche, den hoff tot Mallant mit synen 
toebehoeren, dat s^n leen te wesen plach tot Zutphenschen 
recht, so bekenne ick met desen selven brieff, dat ie mynen 
lieven, genedigen here dairentegen wederomme te lene 
gemaickt heb tot Zutphenschen leenrecht, in wessels gewyse, 
dat goet tot Harvelt in Over-Betuwen gelegen, dat geheiten 
is Nemenrehomoet ende haldende is tot goeder maten vijff 
ende soventich mergen lands, dat mijn vry erve te wesen 
plach, uytgesceyden soeven mergen lands, die geheiten sijn 
Wynrehaer •), in dat voirs. goet tot Harvelt gehoerende, 
dewelke goet tot Harvelt voirs. ick van den voirs. mynen 
lieven here ontfangen heb, die my dairvan beleent heeft. 
Ende ick ende mynen erven sullen dat van datum dis brieffs 
vortan van den voirs. mynen lieven, genedigen heren ende 
synen erven ende nacomelingen tot allen tyden, also dicke 
als des noit geboeren sall, ten rechten leen ontfangen ende 



*) In A, B en n*. 22 staat : Wycfae. In A is de letter c doorgehaald. 

») N\ 22 heeft : Wyhe. 

•) N*. 22 heeft: Wymmerhaer. 



68 

halden ende dairaff doen, als manne van leen hoeren rediten 
leenhere van rechte sculdich zijn te doin. Ende dis te oir- 
kunde heb ick mynen zegel voir my ende mjmen erven 
aen desen brieff gehangen. Gegeven in den jaeren ons Heren 
WCCCC ende Xra^ des Sonnendags Jubilate. 



3 Juni 1413. 
Johan van Wijck, richter tot Arnhem, tuget dat WiUem 
Mom ende Aleyt, sijn wijff, oevergegeven hebben tot mijns 
heren behoeff van Gulich ende van Gelre ende synen erven 
eyn deel kormediger lude, die hierin genoempt staen etc. 

Arnhem coermediger lude. 

Ick Johan van Wijck, ter tijt richter tAmhem ende op 
Veluwenzoeme '), doe cont ende tuge met desen oepenen 
brieff, dat voir roy ende voir gerichtsluden> mit namen 
Reynken van Halle, Henrick Brabant ende Willem van 
Thientroede ende vele ander gueden luden, in den gericht 
tot Velpe gecomen ende verschenen zqn Willem Mom ende 
Aleyt, sijn echte wijff, mit hoeren gecoren momboir Willem 
Mom voirs., die hoer gegeven waert als recht was, ende 
hebben met hoeren vryen moetwille voir hoen ende voir 
allen hoeren erfgenamen mit halme ende met monde ende allen 
rechten als dairtoe gehorende is, opgedragen ende in handen 
oevergegeven Huybert Wolfifo, ter tijt borchgreve ten Rosen- 
daell, ende dieselve Hubert heeft van Willem ende van 
Aleiden voirs. ontfangen in oirboir ende tot behoeff des 
hoichgeboeren, duerluchtige vorsten, heren Reynaltz, her- 
Fpl. 2 IV. togen van Gulich ende van Gelre ende greven van Zutphen, 
ende synen erven ende naecomelinge dese luden hierna ge- 



') A, B en n^ 22 hebben: Velnwenzoene. 



69 

screven» als mit namen: Bernen toe Brueckerhave mit vier 
soenen ende met vijfiF doechteren, Jacob toe Broeck(er)have, 
Liesken to Broeckerfaave, Metkens dochter, Henrick van 
Merme/ Gherit van Merme, Wolter van Merme ende Gerit 
van Smaelenvelt, die dier voirs. echtelieden Willem Mommen 
ende Aelheiden, sijns wijfiEs, coermondige lude weren off tot 
wat kunne recht dat sy hoen stonden ; ende voirt alle andere 
lude diergelijcke, die Wilhem Mom ende Aelheit voirs. hadden, 
so waer sy geseten off wonaffiüch sijn in Veluwen, mit voir- 
werden dat dieselve voirs. lude altsamen ende hoerre alre 
erfgenamen van *) mynen genedigen heren, den hertog van 
Grulich ende van G^e, ende synen erven ende nacome- 
Ungen van desen dage datum dis brieffs voertaen erfHyck 
ende ewelyck blyven ende staen soelen tot allen alsulken 
recfat, als sy Wilhem Mom ende Aelheiden, sijn wijff, voirs. 
tot desen selven dage toe gestanden hebben, sonder ennige 
kunne argfdist Deser saken te oirkonde ende stedicheyt so 
heb ick Johan van Wijck voirs. in richters stat oever dese 
saken mijn segel aen desen brieff gehangen. Ende in te 
meerre vestenis hieraff hebben wy Willem Mom ende Aelheyt, 
sqn echte w^, voirg. onse segelen oich aen desen brieff 
gehangen, daironder wy voir ons ende voir ons beider erf- 
gnamen mede betugen en bekennen dese sdve saicken 
gesdet te wesen ende te blyven in alre manieren als voirs. 
is. Gesdet des lli dages in Junio, int jair ons Heren M°CCCC° 
ende XIU^ 



19 Mei 1413. 

Reynalt van Brakel heeft opgedragen een hoeff landz 

omtrint xvili mergen, gelegen in Alblaserwerst, erflich te 

leen te halden van Gelre voir die thienden in den lande 

van Althenae gelegen, die hem mijn here gevryet heeft etc. 



') Dit woord is by ongelnk in dta tekst gekomen. 



70 

Brakel leene. 

lek Reynalt van Brakell doe kont allen luden, die dezen 
brieflF soelen sien oflF hoeren lesen, alsoe ende want die 
hogeboeren vorste, her Reynalt, hertoge van Gulich ende 
van Grelre ende greve van Zutphen, mijn lieve, genedige 
here, my ende mynen erfgnamen ende nacomelingen van 
sijnre gnaiden quijtgescolden ende gevryet heeft alsulken 
thienden in den landen van Altenae gelegen, die ick van ') 
leen te hauden plach van sijnre heerlicheit wegen van 
Kuyck, so bekenne ick voir my ende voir mynen voirs. 
erfgnamen ende nacomelingen, dat ick denselven mynen 
lieven, genedigen heren, den hertoch van Gbulich ende van 
Gelre voirg., dairvoir weder opgedragen hebbe een hove 
lants, die haut omtrint xviii mergen lants ende is gelegen 
in Alblasserwairt up Alblasserdam. Ende dieselve hoeve 
lants beeft mijn voirs. lieve, genedige here van Gidich ende 
van Gelre my ende mynen erfgnamen ende naecomelingen 
voirs. wederomme verleent tot eenen onversterfiFeliken leen 
Fol. 22. van hem ende van S3men erven ende nacomelingen te ont- 
fangen, te leen te houden ende nlit eenen roden sperwair 
te verhergeweiden tallen tyden als sy verstorven is, sonder 
argelist Deser saken te oirkonde ende stedicheit hebb ick 
Reynalt van Brakell voirg. mynen segell an desen brieflF 
gehangen voir my ende voir mynen erfgnamen ende naco- 
melingen. Ende om die meerre sekerheyt willen so heb ick 
gebeden mynen lieven zweer Willem Eggart, heer tot 
Purmerend ende tresoryer van HoUant, desen brieflF mede 
te besegelen. Ende ick Willem Eggart, here tot Purmerenden 
voim., hebbe om beden wille mijns lieffs svagers Reynouts 
van Brakel voirnt, ende om dairby ende oever geweest 
hebbe, dair dit gesciet is, desen brieff mede mit hem besegelt 



') Vencfarijving voor: te. 



71 

mit mynen segelen. Gegeven in den jair ons Heren M°CCCC* 
ende XTTT, opten xixten dach in der Meye. 



19 Juli 1410. 
Wolter van Lyenep heeft mynen heren van Gulich ende 
van Geh^ te erfleen gemaect dat Hessensche goet in den 
kerspel van Diedem gelegen etc. 

Lyenep leene. 

Ich Wolter van Lyenep voir my ende voir mynen erven 
doe kont allen denghenen» die desen briefif soelen sien ofif 
hoeren lesen, ende bekenne avermitz desen selven briefif, dat 
ich op huden dis dags datum dis briefif mit voirdachten, 
wael beraden moet ende myt m)men vryen, eygenen wille 
den hoechgeboeren, duerluchtigen vursten, heren Reynolts, 
hertogen van Gulich ende van Gelre ende greven van 
Zutphen, mijn vry, eyghen goet, dat genoempt is Hessensche 
guet, gelegen in dem kirspel van Diedem, mit allen synen 
toebehoren, uytgenomen sess mergen lants desselven goeds, 
opgedragen ende leengoet gemaict heb ende leengoet maick 
overmits desen selven briefif tot Zutphenschen recht, mit 
eenen ponde goits gelts te verhe(r)geweden, ende bekenne 
oich, dat ick dat voirs. guet van denselven mynen gene- 
digen here te leen ontfangen hebbe, ende hebbe oick hem 
dairvan huldingen ende eede gedaen, als een man synen 
leenhere van recht sculdich is te doen. Ende ie ende mynen 
erven soelen dat voirs. goet van den voirs. mynen genedigen 
heren, sinen erven ende nacomelingen voirtan tot allen tyden 
te leen ontfaen, als duck des noit geboirt ende leensrecht 
is, sonder argelist Dis te oirkonde hebbe ich Wolter van 
Lyenep voirs. voir my ende mynen erven voirs. mijn segel 
an desen briefif gehangen. Gegeven in den jaeren ons Heren 
M**CCCO*X°, des Saterdags post Divisionem Apostolorum. 



72 

8 Mei 1363. 
Fol. zi''. Seger van Swalmen heeft ont&ngen zijn goet tot Dilborne 
te leen ende of dair ennige veste op getimmert woirdden, 
die solden oich open huys wesen te Gelre. 

Swalmen Dsdbome leene ende open huys. 

Ick Seger van Swalmen, knape, doe kont allen luden 
ende bekenne, dat ie Dilbome, dat goet met allen s)men 
toebehoeren, ontfangen heb ende te leen haude van mynen 
lieven heren, heren Edwaerde» hertoge van Grelre ende greve 
van Zutphen. Ende so wat kunne buwe oflF vesten ie oflF 
mynen erven maken ofif buwen doin tot Dilbome, den soelen 
wy ontfangen ende man aff werden des voirs. hertogen van 
Gelre ende sijnre erven, ende dat sall apen huys ende alle 
tijt apen sijn des voirs. hertogen ende sijnre erven, also dat 
sy dairuyt orlogen soelen, alle titjt op ende aflf ryden ende 
hoir beste doin entgen allen heren ende entgeen alremallic. 
Ende also '), dat gedain is, so soelen sy my ende mynen erven 
dat huys weder leveren. Alle deser voirs. punten heb ick 
voir my ende myne erven gesychert ende geloift den voirs. 
hertoge van Gelre ende synen erven vaste ende stede te 
hauden, sonder alle argelist. Ende wae wy oflF onse erven 
hergewederden •), so soelen wy sijn truweloes ende sekerloes. 
In oirkonde dess heb ick mynen segell voir my ende mynen 
erven an desen briefif gehangen. Gegeven in den jair ons 
Heren M**CCC°LXIII, des viiiten dages in den Meye. 



13 Januari 1330. 
Ghijsbrecht van Rosenberch heeft ontfangen van greve 
Reynalt van Gelre te leen dat goet by Teylingen gelegen, 
geheiten Gelrelant, XL mergen etc. 

') Waanchiyiilijk venchnjviiig voor; alie. 
') Deze woorden zijn niet duidelijk. 



73 

HoUants leene of in HoUant. 

Alle denghenen, die desen briefif soelen sien off horen 
lesen, doe ich verstaen Ghyselbrecht van Rosenberch, knape, 
dat ich halde van eenen hogen, edelen prince, mynen lieven 
here, heren Reynout, greve van Gelre, dat goet, dat gelegen 
is by Teylingen ende geheiten Gelrelant, gelegen tusschen 
Alde Teylingen ende Elsgeest ende gelegen is voir veertich 
morgen, wilc *) voirseyde goet , hy my verliett heeft van 
hem te houden tot Zutphenschen rechte. Dairoever waeren 
syne mannen, als Willem Vake ende Ernst Tydemans, 
Grawaerds sone, ende vele goeder lude. In oirkonde dis 
brieffs besegelt myt mynen segell. Gegheven int jair ons 
Heren WCCC ende XXX, des Saterdages na Derthiendach. 



13 Augustus 1340. 
Woe dat her Sweder, here van Apecaude, ontfangen 
heeft van hertoge Reynalt dat huys te Duyrsteden, die 
herscap ende die port van Wijck mitten gerichten, hoge 
ende leghe, ende den weert geheiten Rotevoet etc. 

Abcaude Durstede Wyck lene. 

Wy Sweder, here van Apcaude, maken cont allen luden, 
dat wy ontfangen hebben van enen hogen, edelen prince, 
here Reynout, hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, 
onsen lieven heer, onse huys tot Duyrsteden, die herscappie 
van Wijck unde die porte van Wijck mitten gherichte, 
hoge unde leghe, unde m)rt allen hoeren toebehoeren ende 
mit hoeren rechten, alsoe als sy ghelegen sijn, ende mit 
allen vesten, die daer nu aen sijn ende die men heirhamals 
aen macken zall, van hom *) unde sinen naecomelinghen 

') In A, B en n*. as staat: wilt. 
*) B en n*. 22 hebben : hem. 



74 

eerfeliic ende eweliick tot Zu^enscen rechten. Vort hebben 
wy ontfangen van onsen here, den hertoge voerg., tot Zut- 
phenscen rechte deen weert, die gheheiten is Roetvoet, den 
auden mitten nyen, ghelegen boeven der arcke te Wiick, 
ende dien weert, die gelegen is boven Raveswade ende 
gheheiten is des Grreven weert, mit allen hoeren toebdioeren, 
alsoe als sy gelegen siin. Ende bekennen ons van desen 
voirs. huysse, porten unde herscappien ende goeden onsen 
here, den hertoge voirg., ....*) sinen naecomeling^e te helpen 
ende te doen allet dat •) een ghetrau man siinen here scul- 
dich is te doin ende te helpen. Voert int beteringhe ^ ons 
leens ende onser porten van Wiick heeft ons onse Jiere, 
die hertoge van Gelren ende greve van Zutphen voerg., 
ende onsen naecomelingen gegeven, dat, soe wye inghesete 
portiers te Wiick ende daerin wonachtich is, dat hy tolvri 
varen sall te Lobed upvardich ende uuytvardich mit siinen 
schepen unde myt sinen goeden, eweliic unde ammermer. 
Ende dat sullen (wy) her Sweder, heer van Apcaude, unde onsen 
naecomelingen van onsen here den hertoghe voirg. ende 
siinen naecomelingen hauden myt anders onse goede te Zut- 
phen(schen) leen. In oercunde des brieffs beseghelt myt onsen 
segel *). Gegeven int jaer ons Heren M*^CC* ende XL°, des 
Sonnendaghes voer Onsser Vrouwen dach Assumptio. 



28 November 14 10. 
Manschap Jacobs, here van Gaesbeke, van Apcaude, van 
Putte ende van Stryen etc. 

Foi. 23^. Gaesbeeke leene. 

Wy Jacob, here van Gaesbeke, van Apcaude, van Putte 



') Hier schijnen eenige woorden nitgerallen te stjn. 

') A en B hebben: dan. 

*) B en n*. 22 hebben: betnnghe. 

*) In A ontbreekt het woord: legeL 



75 

cnde van Strien, erffmarscalick van Henegauwe, voer ons, 
onse erven ende naecomelingen doen kont ende kenneliick 
allen denghenen, die desen breiff sullen zein oflF hoiren 
lesen, ende bekennen, dat wy van den hoegheboeren, dur- 
luchtigen fiirsten, onssen lieven, genedigen heren, heren 
Reynolt, hertoghen van Guliic ende van Gelre ende grevc 
van Zutphen, ontfangen hebben, die ons van siinen genaden 
beleent heeft, allesuelicke guede, als wy in recht van hom 
sculdich siin te holden tot Zutphenschen recht, ende hebben 
hom daera£F huldinghen ghedaen ende eyde ende kennen 
ons hom myt trouwen dinst verbonden te wesen, als een 
man van leen siinen leenhere sculdich is te doen. In oer- 
konde des brie£Es, daer wy onssen seghel aen hebben doen 
hangen. Gegeven te Grroensfoerde, xxvili daghe in Novem- 
bri, int jaer onss Heren M°CCCC° ende X°. 



17 Augustus 1335. 
Adelisse van Herwiinen, Ghijsbertz dochter, ende Dirck 
Wauters, hoer man, hebben ontfangen hoer huys, hofif unde 
bongaert tot Herwinen, gelegen opten Laec, mit anderen 
erffenissen te leen te halden etc. 

Herwiinen lene ^). 

Universis presencia visuris nos Adelissa, domicella de 
Herwiinen, filia Ghijsberti de Herwiinen, et Theodricus 
Wanckart, eius legitimus conthoralis, facimus manifestum 
cum noticia veritatis, qupd nos recepimus a spectabili viro, 
domino nostro, comité Gelrie et Zutphanie, domum, aream 
et pomerium nostras, sitas in iurisdictione de Herwiinen, 
in loco dicto Laec; item quatuor iugera terre dicta „terra 



'j In B staat: erffenisseii. 



76 

comitis*', sita ') ibidem inter dictam aream nostram et com- 
munem vicum ; item ventum molendine in dicta iurisdictione j 
item decem iugera terre, sita •) in iurisdictione de Hdlu 
inter communem vicum et Gerardum dictum Joede iure 
Zutphaniensi ; item omnia novalia, in dicta iurisdictione sita ■) ; 
24. item dimidietatem piscaturarum ibidem; item quatuor iugera 
terre, sita ■) ibidem op die Woert % jure feodaK ad quinque 
marcas possidenda, et ^) tali iure, sicut recepimus, recong^o- 
scimus per presentes fore optinenda % quod domino nostro 
diiecto predicto sub sigillis nostris presentibus appen«s 
cupimus declarare. Datum anno Domini M*^CO*XXXV° •), 
feria quinta post Assumptionem beate Marie. 



5 April 1314. 
Desen brieff helt in, hoe dat greve Reinout van Gelre 
ende Aelert van Bueren in voertiiden gesceiden sijn van 
sommeingen gerichten, heerscappen ende anderen saken etc. 

Bueren. 

Wy Reynart, greve van Gelre, doen kont allen dengenen, 
die desen sullen sein ende hoeren lesen, want ^ onsse 
voervaders van eynre siden hebben lange wile jofekroent ®) 
op Alerde van Bueren ende sijn voervaerren van der ander 
siden, als van gericht ende van herscap •), die gelegen is 
tussen Beesd ende Tricterslusse, ende wi oec gekront hebben 



') In A staat: sicut *) In A staat: sint. 

•) A, B en n*. 22 hebben : Weert. f) A, B en n*. 2a hebben : in. 

*) n n n n » n ' Optincndl. 

•) In A en B staat abusievel^k : MCCCCXXXV. 
^) A heeft: want ende. 
*) In A, B en n*. sa staat: gekoent 

*) In A, B en n*. 22 staat: huyscap. Zie Charters N*. 2, E, foL 12, in 
het archief der Rekenkamer. 



77 

van Alarde van anderen broeken, die hii tegen ons heeft. 
Ende want Alert alle éef stucken op ons gegaen is ende 
ons guede boerge gesat heeft, te halden allet dat wy daertoe 
seggen tassen heir unde Paessen irstcomende, ende wi 
heirop ons mit wiissen luden beraden hebben ende een 
waerheit uuytgegaen hebben, soe is dit onse irste seggen, 
dat dat gericht ende die herscappie van der sclusen, die 
van als tusschen Beesd ende cloester van sunte Marienweerd 
gelegen, sal strecken aen Trichterscluis, die leget tussent cloester 
van Marienweerd ende tussen den derp van Tricht ende die 
alrenaest den derp van Tricht gelegen is ; ende seggen oeck, 
dat dat gericht ende die herscappie, die gelegen is tussen den 
II scluyssen onse is (ende onser) aerffgenamen erffelic, want 
die brieve van der coemenscaep, die wy hebben van den 
capittel van sunte Merien van Utrecht, ende die confirmacie, 
die wy daerafif hebben van twen biscoppen, nomen onssen 
paelstaet an Trichtersclusze. Voert soe seggen wy, dat die 
wiischerye in der Lingen van Trichterscluze nederweert, alsoe 
veer als onse lant geet, ons is ende boeven Trichterscluze, 
Fol. 24V. also veer als onse lant geit, oec ons is, ten halven strome 
toe. Voert want Alart voirg. hom verbonden hkd mit Otten 
van Hoeckelem te helpen tegen allemallic sonder tegen den 
greve van Hollant, ende hy ons niet uyt en nam, ende hy 
onse lege man is ende wy van desen voerbonden *) hebben 
gesün ffline oppene brieve, so seggen wy, dat hy voer dat 
ende voer allen anderen broecken, die hy weder ons ende 
onse lude gedaen heeft, sal bynnen vertein nachten •) nae 
Paeschen naestcomende tAmhem incomen ende neyt van- 
dan te sceyden, wy en hebben die geboertt tot ons selflF 
seggen ende tot onssen •) wille *). Ende in oerconden der 

') Dit is de lezing van Charters N*. 3, K. A, B en n*. sa hebben : voerboeden. 
*) In A, B en n*. 22 staat : verteinchten, en in den volgenden regel : in te comen. 
*) In n*. 22 staat hier het woord: selffs, dat doorgehaald is. 
') Zie over deze plaats Nijhoff I, biz. 154, noot 2. 



78 

stucken soe hebben wy onssen zegell aen desen breiff ge- 
hangen ende hebben gebeden heren Henrick, den abt van 
sunte Marienwerde, heren Dedrich van CleeflF, greve van 
HUkerade, heren Henrick, den heer van Genepe, ende Ker 
Jacob van Mirlaer, ridder, die dyt seggen horden mit 
anderen goeden luden, dat sy desen breiff gesegclt hebben *) 
myt ons. Ende wy Henrick, bi der graden Groeds abdt van 
sunte Marienweerd, Dedrick van Cleve, greve van Hilkroide, 
Hanrick, her van Genepe, ende Jacob van Mirlair, ridder, 
hebben onse segell myt ons heren tsgreven segel voirg. 
aen desen breiff ghehangen in oercunden des dat wy dat 
seggen gehoert hebben mit anderen gueden luden, als heir 
voers. steet. Ende desen breiff waert gegeven des Goeden 
Vridages voer Paessen in den jaer ons Heren M**CCC° 
ende XIIIP. 

28 Mei 1343. 
Dat her Alert, heer tot Bueren, siine kiinder niet bestaden 
noch siine heerlicheit van Bueren aen genen heren brenghen 
en soude dan m)rt rade ende gheheiten heren Reynolt van 
Gelre etc. . 

Bueren. 

Allen dengenen, die desen tegewordigen brieff zein sullen 
off hoeren lesen, ick Alert, her van Buren, doen kont ende 
bekennen openbaerlic van desen brieff, dat ick geloeft ende 
gesegelt •) heb, gelove ende zekere •), overmids dessen breiff 
in goeden trouwen enen hogen, edelen voersten, mynen 
Fol. 25. heren, heren Reynalt, hertoge van Gelre ende greve van 
Zutphen, dat ick mijn kiinder, die ick nu hebbe of naemaels 
wynnen mach, in genre wijs wyven noch mannen noch be- 
staden en sall, noch myne herlicheit van Bueren voerg. myt 



') Charters N*. 3, E, heeft beter : besegdden. 

') Verschrijving voor: gesekert. 

*) In A, B en n*. 22 staat: sekeringe. 



79 

allen horen toebehoeren aen genen her noch aen geen hant 
brengen en sall noch keren, ick en doet van rade ende van 
geheite mijns lieven heren des hertoge voers. In oirconde 
des ende stedicheit soe heb ie mynen zegell aen desen openen 
brieflf gehangen. Gegeven int jaer ons Heren M°CCC** ende 
XLIIP, des Wonsdages nae sunte Urbanus dage etc. 



28 December (1256) 1255. 
Woe dat die deken ende cappittell van sunte Merien 
tUtricht vercoft hebben greeff Otten van Gelre ende synen 
erven alle hoer goeden, die sy hadden tussen der Lecken 
ende der Lingen, myt allen hoeren toebehoeren, ende oic 
haren hoff te Sevenar myt allen siinen toebehoeren. 

Sevenar erffenisse. 

Universis presentes literas inspecturis decanus totumque 
capitulum ecclesie beate Marie (in) Traiecto inferiori salutem in 
Domino. Noverint universi ac singuli, quod nos vendidimus 
legitime nobili viro, domino Ottoni, comiti Gelrie, suisque 
heredibus omnia bona nostra, que habuimus inter Leckam et 
Lignam, cum omnibus suis pertinenciis et cum omni iure 
et dominio tam in terris quam in aquis, que dicta bona ad 
nos pertinebant, videlicet terciam partem omnium bonorum, 
quorum domini de Bodhe *) habebant terciam partem, quam 
modo comes Gelriensis habet et possidet, et quorum domini 
de Kuyck habent aliam terciam partem, et quorum nos 
habuimus reliquam terciam partem, quam dicto domino Ottoni, 
comiti Gelrie, vendidimus, prout superius est expressum, 
iure hereditario ab ipso et suis heredibus •) perpetuo ®) 



') In n*. 22 staat : Bodhe, met een streep boven de letter : o. 

Sloet, die hier een ander handschrift heeft gebruikt, leest Rohde. 
*) A heeft : herediutibus. 
*) N*. 22 heeft dit woord niet 



do 

possidendam. Insuper ven(di)dimus dicto domino Ottoni, comiti 
Grelriensi, curtem nostram in Sevenare cum omnibus suis 
Fol. 25^. pertinencüs et cum omni iure et *) dominio, tam in terris quam 
in aquis, quo dicta curtis ad nos pertinebat, iure hereditario 
possidendam. In cuius rei testimonium presentibus literis 
sigilla nostra duximus appendenda. Datum anno Domini 
M**CC*LVI** •) in die Sanctorum Innocencium. 



28 September 1260. 
Quitancie des dekens ende cappittels van sunte Menen 
voers. van den gelde, dat hom greve Otte betalt heeft over 
den cop des hoefs van Sevenar etc. 

Decanus totumque capitulum sancte Marie Traiectensis 
universis presencia visuris salutem in Domino. Noverit univer- 
sitas vestra, quod dominus Otto, comes Gelrie, nobis exhibuit 
in parata pecunia tricentas et quinquaginta libras Traiectenses 
pro curti nostra in Sevenare et pro palude •) sibi a nobis 
venditis, et recognoscimus totum precium nobis proinde 
promissiun plenarie *) persolutum, exèeptis expensis, quas 
fecimus pro dicta pecunia requirenda. Datum anno Domini 
M°CC°LX**, in octava Mathei apostoïi. 



16 Juni 1257. 
Consent des bisscops van Utricht op den coep van den 
goede van Sevenar ende van den anderen goeden voers. etc. 

Nos Henricus, Dei graciai Tr^ectensis ecclesie episcopus» 
notum facimus universis hoc scriptum inspecturis, quod nos 
vendicionem, quam capitulum ecclesie beate Marie Traiec- 



*) A heeft : in. ■) Kerststijl. 

') In A staat: palide. *) In A stkat: plemde. 



8! 

tensis inferioris fecit viro nobili, fideli nostro, comiti Gelrie, 
videlicet de bonis^ que capitulum habuit et tenuit in Sevenare 
cum suis pertinencüs, sicuti dictum capitulum dicta bona 
tenuit; in palude eciam, quam memoratum capitulum habuit 
a fossato, quod dicitur Bisschopsgrave *), usque ad fluvium, 
qui dicitur Serich, et ab iUo fluvio usque Trichterscluzen, 
consensum adhibemus et dictam vendicionem ratificamus 
^ol. 26. presendum testimonio literarum. Datum Bodegrave, anno 
Domini M°CC*LVII**, feria quarta post festum beati Odulphi. 



29 Maart 1403. 
Woe dat die abdt, prior ende convent van sunte Pauels 
tUtricht mynen genedigen here van Giilich ende van Gelre 
hoere gerichte te Lyenden •) ende te Dreyll siine levedage 
lanc U3rtgedaen hebben etc. 

Lyenden Driele pachtinge. 

Wy Henrick van Poelwijck, bi der genaden Gods abdt, 
unde voert prior ende gemeyne convent des godshuisse van 
sunte Pauels tot Utricht doen kont allen luden mit desen 
(^nen brieve ende bekennen, dat wi van sunderlinge liefde 
ende om genade ende gonst des hogeborens vorsten, heren 
Re3molt, hertoge van Grulich ende van Gelre ende greve 
van Zutphen, onsen lieven, genadighen heren, te werven 
ende te behauden, hebben daeiromme onssen lieven, ge- 
nedigen heren voers. guetelike gedaen onsse gerichte tot 
Lyenden ende tot Driele, hoge ende lege, als sy ons toe- 
behoeren, siine levedage lanc van ons te hebben ende te 
besitten sonder enigherhande wederseggen, daer ons onsse 
lieve, genadige here voers. alle jaer geven •) ende betalen 

') In A, B en n*. 23 staat: BetschopsgraVe. 

*) n n m n n n l haudWl. 

*) n n y, V n « : gCgeVCn. 



62 

zall doen drie beren, die èlliic drie jaer aut siin eaóe die 
veet ende guet siin, up sunte Martens avont, die compt in 
den winter, te betalen in dat godshuys voerg. onder sünen 
cost ende arbeit, off voer enen yegeliken beer vdr gaude 
alde schild van goeder minten, goet van golde ende gerecht 
van gewicht. Ende dair sullen wy abdt, off die in der tijt 
abdt is, siinen coer aff hebben, weer wy dat gheh off die 
beeren hebben willen. Ende off des nyet en gesdede, soe 
heeft die genedige onsse here verwilkort ons sculdich te 
weesen des naesten dages nae sunte Martens dach sees beren 
off xxiiii aut schilde, gelijc die brieve dat inhauden, die 
ons onsse lieve, genedige here daerop heeft doen *) geven. 
Ende wy abdt, prior unde genieyn convent van sunte Pauels ' 
tUtricbt vurs. hebben des te oerconnden dessen princen 
voers. onsen zegel aen desen brieff gehangen. Gegeven int 
jaer ons Heren M^CCCC unde in**, des Donredages nae 
onser liever Vrouwen dach Annunciacio. 



19 Juli 1330. 
In desen brieve tugen die schepen van Saltboemel, dat 
Johan van Boesde, wonende tot Herwiinen, vercoft heeft den 
greve van Gelre eyn deel erffenissen ende goede, in den ge- 
richt van Herwiinen gelegen, in die voergenoempt aün etc. 

Herwiinen erffenisse. 

FoL 26^. Universis presencia visuris nos Henricus de Werva et 
Michael Moliart •), scabini in Saltboemel, notum facimus 
protestantes, quod constitutus coram nobis Johannes, dictus 
de Beesde, commorans Herwiinnen, vendidit et optulit ■) 



') In A, B en n*. 2t staat : deo. 

') In A en B staat : Molart 

*) !• 1» n D 1) • contulit. Zie oorspr. brief. 



83 

pro ducentis libris denariorutn legalium eidem, ut fatebatur, 
persolutis duo iugera terre, ^ta in iurisdictione de Herwiinen, 
in loco dicto „op die Holtinge" % inter Eccrinum dictum Wüse 
et Caterinam relictam Goddonis; item duo et dimidium iugera 
terre ibidem in dicto loco ^op die Houtinge" *), inter Goeswi- 
num, filium Wennegardis, et Godefridum *) ex Mansis ; item tria 
et dimidium iugera terre, sita ibidem in loco dicto ,op die 
Vercht" •), inter Christianum de Molendino et Engelbernam 
beghinam, Goedefrido, notario in Boemel, ad opus magnifici 
viri, domini nostri comitis Gélrie, in allodio sine censu et 
sine aggere hereditarie possidenda % Et dictus Johannes 
dicte terre renunciavit nostrarum testimonio literarum. Datum 
anno Domini M**CCC*XXX, feria quiqta post festum Divisi- 
onis apostolorum. 



7 November 1390. 
Getuch des brieffs des richters van Doesborch, innehal- 
dende dat Aelbert Padze van Heynoerde opgedragen heeft 
tot behoff des hertoge van Gelre ende siinre erfiEven somige 
erffenisse, die heirin genompt is. 

Heynorde erfienisse. 

Ic Maes die Veer, gesworen richter tot Doesborch eens 
edelen fursten, des hertoge van Gelre unde greve van 2ut- 
phen tuge *) in desen oppenen brieve, dat voer my unde voer 
gerichtslude •) hyma bescreven in zittenden gerichte ^ gecomen 
f oL 27. is Aelbert Padze van Heynorden ende heeft mit siinen beraden 
moetvrillen op(ge)dragen ende over(ge)geven toe behoeff mijns 



') Oonpr. brief heeft : opte Holtiogbe. *) In A en B staat : Gorfndum. 
") Oorspr. brief beeft : opte Vercht. *)InA,Benn*. 22 itaat : possidendum. 
•) Het woord : tuge ontbr. in A, B en n*. 22 en is aangemld uit den oorspr. brief. 
*) In A en B staat : Gerits lude. 
*) De woorden: h3rma — gerichte ontbr. in A, B en n*. 22. 



84 

liiSs, genedigen heren, des hertoge van Gelre ende greve van 
Zutphen voers., unde »inre nacomelinge al dusdanige erffenisse 
als beimaest bescreven steet, gheheiten die hoeghe Steenwert, 
die syde Steenwert *) oppen Ruenorden by der Stueneborch •), 
ende den camp, die siin was, gelegen bi den dorp te Hummele, 
mitten twen hoe&teden, dair nu ter tijt op wonen Johan die 
Ra}rmaker ende Johan aver dat Vlyet ^aljmg ■) als dese erf- 
fenisse gelegen siin, ende heeft daerop vertegen myt hande, 
myt monde ende mit sinen eygen wille toe behoeff mijns 
lyeven ^) heren voers. unde siinre naecomelinge, also dat ordel 
unde redit wijsde *), dat Aelbert noch siin erven daeran geen 
recht noch ansprack en behauden. Heir waren over ende aen 
gerichtslude Goessen Hocke, Johan Wolzack ende meer 
goeder lude. In oerconden des heb ie voers. richter mynen 
zegel aen desen brieff gehangen. In den jaer onss Heren 
M^CC unde XC •), op sunte Wilbordes dach. 



17 September 1337. 
Woe dat Dirick, heer van Wiische, Johan ende Sweder, 
süne broedere, opgedraghen hebben greve Reynolt van 
Gelre ende siinen erven erffeliic te besitten den Heinsbrech 
tusschen Wiische ende Doettichem etc. 

Wiische erfftale Heynsberch '). 

Wy Dederich, here van Wiische, Johan ende Sweder, 
sibi brueder, doen kont allen luden, die desen brieff sein 



^) De woorden : die syde (d. i. lage) Steenwert ontbr. in A, B en n*. 2a. 
*) A, B en n*. 22 hebben: die Steenbrughe. 
*) A, B en n*. 22 hebben: om dat alynig. 
*) A, B en n*. 22 hebben : genedigen. 

*) A, B en n*. 22 hebben : bewijst. *) A, B en n^ 22 hebben : X. 
^ In A en B is het woord : Hesmsberch doorgehaald en aan den kant ge- 
■chreven: Lynsbergh by Doetinc^iem. 



85 

sullen off horen lesen, ende tugen myt desen brieve, dat wy 
mit onssen moetwille hebben opgedraghen ende vertegen 
ende vertiien voer ons ende voer onse richter arffgename 
opten Limbrech, als die gelegen is myt holte ende myt 
gronde ende tusschen Wüsschen unde Duethichem in den 
corspelle van Doetichem voergescreven '), in behoeff ens 
groeten heren ende ens edels, ons heren greven Reynolt, 
greve van Grelre (ende) van Zutphen, van een •) ende van siinen 
rechten erffgenaem eweliic unde erffeliic ^ te besitten, also 
dat wii ende onsse erffgenamen enghenhande recht daertoe 
te weesen behalden, ende loeven bom des te waren jaer 
ende dach voer alle dieghene, die des te rechte comen willen. 
Voertmer soe verghien wy broederen van Wiische voers., 
dat wy daeraff hebben geboert van enen erffinan, heren 
Jan Molart, prost van Arnhem» rentmeyster ons heren van 
Gelre ende van Zutphen voers., achentich merck brabans, 
dair wy onssen here van Gelre ende van Zutphen voers. 
•al quiit aff schelden ende laten in desen brieve, sonder alle 
argelyst In ene oerktmde ende een vestinge deser dinck 
hebben wy desen brieff besegelt myt onssen segel. Gegeven 
int jaer ons Heren M^^CCC^XXXVn**, op sunte Lamberts dach. 



4 Juni 1383. 
Van den gericht tot Domich. 

Dornich. 

lek Rutger van Renwiic doen cont *) alle den luden ende 
bekennen in dessen oppenen brieve, dat ick voer my ende 
voer mgn erve ende naecomelinge overgegeven hebben 



') In A, B en n*. 22 staat: voerghegeven. 

*) Vendui^Ting voor : oen of om. 

*) A heeft tweemaal het woord : erfeUic. 

*) In A en u\ 23 ontbredct het woord; oont. 



86 

mynen lieven, genedigen here, hertoge Willem van Guyliic, 
hertoge van Grelre ende greve van Zu^dien, ende sünen 
erven ende naecomelinge» off dat zake weer, dat in mynen 
gericht van Doomich enige dootsclach geweil tot eniger 
tiit, dat hy unde siin ampman van Over-Betue myt my off 
myt mynen erven off naecomelingen mede over diegene, die 
rechte zoecken, die den dootsclach gedaen hebben, mjrt 
alsoliken recht als in der Oever-Betau gelegen weer '). Ende 
wes dat van den dootsclach queme in eniger wijs van 
broeken off van gaven, off in wat manieren dat dat ge- 
wallen muchte, dat sal mijn lieve, genedige heer voers. off 
siine erve off naecomelinge halff tegen my off mynen 
erven off naecomelingen hebben ende boeren, ellich daeraff 
enen gherechte helft te boeren, ende anders niet, ende ick 
noch myne erve noch *) naecomelinge een sullen daer niet 
aff hebben noch aff boeren buten mynen lieven, genodigden 
heren voirs., siinen erven off nacomelinghe, sonder argfelist. 
Ende weer dat sake, dat ick Rutger van Renwiic voirs., 
myne arve off naecomelinge tot eniger tijt enige dootsclach 
deden in den gerichten van Doomich, daer en sall mij(n) 
lieve, genedige here voers., siine erve noch naecomelinge 
niet over rechten, noch daermede te doen hebben in eniger 
wijs, dat an gerichte droege, argelist uytgesceiden. In oer- 
Fol. 28. conde des soe heb ick Rutger van Renwiic ■) mynen segel 
voer my ende voer mijn erven ende naecoemelingen aen 
desen brieff gehangen. Gegeven int jaer onss Heren M**CCC° 
ende LXXXIIP, op sunte Bonefacius avont. 



') In dezen sin ontbreekt het werkwoord, waanran de woorden by unde 
siin ampman het onderwerp zijn. 

*) A heeft tweemaal het woord : noch. 

') In A heeft een ktere hand dit woord doorf^eskfen en er boven ge- 
schreven : Randtwi^ck. In n*. 22 staat ook : Randtwijck. 



«7 

6 Maart 1332. 
Dat Willem van Persingen greve Reynolt van Gelre 
opgedragen heeft die meer unde wüsscherye by Persingen, 
ende voert alle goet, dat hy unde sün auderen tot Persingen 
hadden, ende die greve verleende dat voert Teilman van 
Groesbeecke etc. 

Persingen lene. 

Wy Reynaut, greve van Grelre ende van Zutpben, doen 
kont alle luden m)rt desen brieve, dat voer ons ende voer 
onss mannen, die heimae bescreven staen, quam Willem van 
Persingen ende droch op in onse hant ende verteech vrielike 
myt siinen vrien wille op die meer ende die wüsscherye, by 
Persinge gelegen, alsoe als die tot hom ende tot siinen 
alderen plach toe te horen *), dat leen is, als hy seide, 
merende van den Rike. Ende voert droch hy op in onsse 
hant ende vertech op alle goet, dat hii ende sün alders 
plagen te hebben te Persingen voer eygen goet Ende doe 
hü dyt gedaen hadde, doe verUde wi dese voersproken meer 
ende wüsscherye Tielman van Groesbeeck, van ons ende 
van onssen erffgenamen hon unde sün eerfiPgenamen tot 
alle den rechten, dat des Rückes leen ruert, te hauden, ende 
dat anderen guet, dat eygen was, tot Zutphen(schen) recht, myt 
enen ponde te verhergheweden •). Dyt gescieden tot Nyem- 
megen. Daeraen waeren onsse mannen, here Otte van Halt, 
her Willem van Brockhuissen, ridder, Rubbrecht van Appel- 
teren, Willem, sün broeder, ende Willem Vaecken •), cnape, 
ende anders vele goeder lude. In oercunden des brie& m}rt 
onssen segel besegelt. Gegeven int jaer onss Heren M**CCC° 
ende XXXn®, deen irsten Vridach in den Meert 



') In A en B staat: te behonn. 
*) » n n n rt * Tcrfierwcrdigen. 
") In A9 B en n*. 22 ataat : Backen. 



EjTB scepf nufiihijqf van X^iciucgai tagcB, dat Xcomaui 
van Grc<sbeec ende Bdc snn wci^ opgedragen eode ver- 
tegen hebben aHe boer crgen goet, ij n agad '^ ende pacht- 
guet, éae sjr hadrlen in den ke t ifi d van Posingen, greve 
Reynak van Gdre ende snn enne etc 

FoL 28\ Persmgen erffenisse. 

Xo6 Reynaldtts S>'bodoDis, borchgravios Xavimagensis, 
Sybodo iam dictus et Amoldos de Wnsic, scabini ibidem, 
testaiDur, quod coostitoti coram nofais tamqoam in fig^ora 
tudicii Tilmannus de Groesbecke et Bda, eins oxor legit- 
tima, cum sao moncEbtiido ab ea *) decto et per sentendam 
sibi dato, omnia eonnn propria booa et omnia eorum censualia 
(bona) ^ cum omnibus eorum bonis, que in pactu possidebant, 
sita in parochia Perringen, et cum omnibus eorum iuribus et *) 
pertinencüs domino Johanni Moliart % preposito Amh^nensi, 
receptori Gelrenn, ad usus nobüis viri, domini Reynoldi, 
domini nostri, domini comitis Gelrensis et Zutfdianiensis, et 
suorum heredum libera eorum voluntate resignarunt, eisdem 
renunciantes, ita quod, dictante sentencia scabinorum, dicti 
coniuges nichil iuris retinuerunt in bonis supradictis. Et 
promUerunt predictus Tilmannus et Wilhelmus, quondam 
Johannis de Heesse •), ut principales, manu coniuncta, supra- 
(licta bona prefato domino Johanni ad usus supradicti domini 
nostri, (Jomini comitis Gelrensis et Zutphaniensts, et suorum 
hc^redum anno et die warandizare ^ contra quoscumque iuri stare 
volcntcs, harum testimonio literarum sigillis nostris munitarum. 
Datum in crastina Palmarum, anno Domini M'KXC^XXXIII*'. 

') In A eo B itaat: riniguet. *) A, B en n^ 22 hebben: eo. 

*) A, B en n^ as hebben : censibiUa zonder bona. 

') In A, B en n*. 12 ontbreekt: et. *) In A en B staat: Molart. 

•) N*. aa heeft: Johannii de Hete. 

*) In A CQ B ftaat; waeredUare. 



89 

2^ December (1333) i332- 
Dat heer Robbert van Apelteren, ridder, te erffpachte 
genomen heeft van greve Reynalde van Gelre Lxxvn 
mergen, im hont ende LV roeden lans, tot Ewich gelegen, 
xayt voirwerden eta 

Apelteren Ewich erffenisse. 

Allen denghenen, die desen briefF sein ofF hoeren lesen, 
ick Robbert van Apelteren, ridder, doe kont ende te weten 
ende bekenne myt desen brieve, dat ick voir my ende voir 
mijn erfFgename in enen erffpacht genomen hebben van 
enen hoegen, edel heer, mynen lieven here, heren Reynalt, 
greve van Grelre ende van Zutphen, Lxxvii mergen, vyer 
hont ende LV roeden lans, gelegen tot Ewiic, dat hy cofte 
tegen deen here van Moerse ende siinen bruederen ende 
tegen erffgenamen heren Dedrich van Gronauwen, ridders, 
welic lant gelegen is aen stucken, als nae gescreven steet 

Teen irsten een stuck lans, geheiten die Hogecamp, dat 
helt II mergen lans ; item een étuck lans, geheiten die Diick, 
mitten gerken, dat heelt twe mergen lands; item een stuck 
landes, geheiten die Steenacker, (dat) heelt enen mergen ende 
enen hont ende teen roeden ; item een stuck, gelegen affter 
Jannis hoeflf van Rete, dat heilt veir hont ende tyen roeden ; 
item een stuck, geheiten die Winckell, dat heilt twe mergen 
ende vyer hont ende LX roeden; item een stuck, geheiten 
die Zael *) opten Peerwech *), dat heilt twe hont ; item een 
stuck, gfehdten die Bredecloet, dat heilt een mergen ende 
een hont; item die drye Salen, die strecken opten Oy- 
grave •), die hauden enen mergen, drie hont ende thein 
roeden; item een stuck vur den Heeck, dat heilt enen 



') A, B eo n*. 23 hebben : Scale. 

') N*. 32 heeft: Pretwedi. 

*) A, B en n*. 22 hebben: Tygrave. 



90 

mergen ende xxv roeden; item die naeste >) Zael an den 
Cortencloet, die hdlt veir hont ende Lxxv roeden; item 
die Gere ■) ende die G>rtecloet, die handen vüff mergen 
ende veir hont: item dat dad afiler den L^feokamp, dat 
heilt wijff hont ende LX ^roeden ; item der Papen lant, van 
den Diedenwegen totten auden grave, vijff mergen ende seste- 
half hont; item op Dyh'ehove, van den nyen grave opten 
Diedenwech, xi mergen, iii hont ende xxv roeden; item 
aldair een stuck, dat helt veir mergen, veir hont ende xxv 
roeden; item aldaer een stuck, dat heilt ili mergen ende 
LXXV roeden; item in den broek xix mergen ende xxv 
roeden; item aldaer in Winsenrecampe acht mergen ende 
vijf ende twintich roeden ; item in Ewicker stege twe mergen 
ende drie hont, elliken mergen lans om ') xxxi sciUinge 
deynrepennige, enen gueden *) alden groeten cony(n)cx tomoe- 
sen van Vranckerike *) voer xvipennigegerekent,oflF ander 
goet geliic payement daervoer, mynen heer den greve voer g. 
oflF siinen erffgenamen op sunte Walborge dage ten ingaen- 
den Meye jaerlix te betalen, ende die somme heiraff loep(t) 
alle jaer hondert ende xx pont, x scillinge ende seess pen- 
Fol. 29^. ninge payement voers. Ende in verlichteniss des pachs soe 
heeft my mijn heer die greve voers. toe{ge)geven sün huys, 
hof&tat, bogaer unde roesmale, tot Ewiic gelegen, die totten 
voers. landen behoren, sonder enigen pacht daeraff te betalen 
sonderlingen, mer ick sall sün alinge lant, huys, hoeffstat, 
boegaert ende rosmoelen •) voers. hebben ende halden 
omme die alinge somme van de pacht voers., van welliker 
allinger summen ie alle jaer inbehalden sall xx pont paeye- 
mens voers. van mynen lene, dat ick van hom hebbe, in 
alre manieren ende wurwarden dat die brieve halden ende 



') A, B en n*. 33 hebben: meeste. ') A, B en n*. 22 hebben: Gieve. 
*) In A en B ttiat hier het woord : enen. 

*) A, B en n*. 22 hebben : gmnden. ") In A, B en a*. 22 staat : Viandter. 
*) A, B en n*. 22 hebben : torfmoeren. Oonp. brief heeft : ronnoelem. 



91 

begripen» die ick van den lene hdE>be. Ende oec sall ick 
alle jaer inbeholden xx pont daazelven paeymens, die ick 
van tynse *) hebben an den goeden voers., gelijcke dat 
mynen brieve, die ick daeraff heb, begriepen. Ende dessen 
pacht noch dat guet voers. (en mach ie noch mine erfge- 
namen niet opgeven dan mitten twintich ponden van tynse 
voers., ende dan sall dat alinge goet voerg. aen minen here 
den greve ende aen stnen erfgenamen voers.) *) vrii, loss 
ende quiit van den tiinssc voers. wedercomen. Voert isset 
te weten, dat ick ende ^ mynen erffgenamen voerg. dat allinge 
guet voers. aen diicken ende aen graven, aen weteringen, 
aen sclusen ende aen scloeten ende aen alle onraet, die 
daerop is of comen mach, verwaren ende halden soelen % gelijc 
ons sele£F eygen goet ende erve, mynen here den greve oflf 
siinen arffgenamen voers. engenen ^) onraet noch scaeden 
daeraf te rekenen noch te bewiisen, sonder alle argelyst 
In oerconden des soe heb ick desen brieff besegelt myt 
mynen zegell. Gegeven int jaer ons Heren M'^CCC^XXXIII •), 
des Sonnendages nae Corsdach etc. 



29 AiMil 1336. 
Noch van heren Robbers wegen van Apeheren van den 
er£^)acht des goets van Ewiicke etc. 

Apelteren Ewick pachtinge. 

AUen dengenen, die desen briefF sullen zien oflf horen lesen, 
ick Robbrecht van Apelteren, ridder, doe cont ende te weten 

') A en B hebben : vmr tsnys. N*. 23 : van den huys. Oonpr. brief: van tynse. 
*) De woorden tusschen haakjes ontbreken in de registers en zijn oretge- 
Domen nit den oorspr. brief. 

') In A, B en n*. 21 ontbreekt: ende. 

*) » ï» n n n n ' «>elen. 

*) it n n 9 yt «taat : ende genen. 

•)„„,„ jt „ : MCCC. In oorspr. briefstaal :MCCCXXXni. 
(Kcntst^l). 



92 

ende bekenne *) myt desen brieve, dat van den er£^>acht, den 
Fol. 30. ick sculdich biin enen hoegen, edelen heren, mynen Keven ■) 
heer, heren Reynolt, greve van Geh-e ende van Zutphen, van 
«inen gueden, gelegen in den gerichte van Ewijc, dat hy cofifte 
tegen den here van Moerse ende siinen broederen ende 
tegen •) erffgenamen heren Dedridi van Gronauwen, ridder, 
als hondert th(u)intich pont, thein scillinge ende zees pennige 
cleyn, enen *) goeden alden groeten conyncx toemoeysschen 
van Vranckrike voer seestein penninge gerekent, off een 
ander guet geliic *) paeyment daervoer, hom off siinen erff- 
genamen op sunte Wolburge dage ten ingaenden Meye 
jaerlix te betalen, van welliken aelingen pacht ie innebe- 
halden sall alle jaer xx pont pae3rment voers. als van 
mynen lene, nae vurwerden ende manieren als mynen brieve 
van mynen leene halden ende begripen, ende thuintich pont 
van thinsse, die ie aen den goede voerg. hebbe, (alse die 
brieve hauden ende beg^pen, die ie van hoen van denselven ^ 
pacht hebbe, myne here die greve van Grelre ende van 
Zutphen voerg. my te onderpande geseet- ende verseet heeft 
tachtentich pont, thin schillinge ende sees pennige ts(j)aers 
pae3rment voerg., voer achthondert wijff pont, tue schellinge 
ende zees pennige desselven paeyments, welc geit ick hom 
wittelycken ende wad betaelt hebbe ende in siinen oerber 
gekeert is, in alsoliker manieren ende vurwerden dat hy off 
siinen erffgenamen desen tachtentich pont thein schillinge 
ende zees pennige tsjairs pa}rments voerg. allewegen weder 
loessen moegen binnen acht dagen nae sunte Walborgis 
dage te yngande Mey myt achhondert wijff pont, n schil- 
linge ende sees pennige pae3rments (voers., alse genge ende 



') A heeft: doe coDt ende te kennen; B: doe cont ende bekenne. 

^) A heeft dit woord tweemaal, de tweede maal als begin van foL 30. 

') A, B en n*. 22 hebben: siinen. *) A, B en n*. 22 hebben: ende. 

•) » n » • n : gulden. 

*) De woorden tnsichen haakjes ontbreken en z^n aangerold uit den oorspr. brief. 



93 

geve is in den graescappen van Gelren ende van Qeve) % 
behaudelicke ■) my off m]men erffgenamen des pachts van den 
jaer, dat dan *) leden weer, ende dan sall dese pacht ende 
goet an mynen here den g^reve ende aen siinen erffgenamen 
voerg. wedercomen myt alle dyèn rechte, dat ick van hom 
in pachte hebbe ende hiit my in er£^cht gegeven heeft, 
sonder ergelist. In oerconde des soe heb ick desen *) brieff 
besegelt myt mynen segell. Gegeven int jaer ons Heren 
M'^CCC^XXXVI, des Manendages nae sunte Marcus dach 
ewangèliste. 



24 Augustus 1394. 
Dat Ghiisbert van Bronchorst tot Borclo overgegeven 
heeft onssen heersscap van Gelre erffelyc allen luden, alle 
g^ede, alle erffenisse, thinden, thins, vervall ende opcominge, 
als hy van der heerlycheit van Gelre te hebben plach in 
den lande van Zutphen, binnen steden off buten steden etc. 

Fol. 30V. Bronchorst Borclo. 

Wy Ghiisbert van Bronchorst, here tot Borclo, doen kont 
allen luden ende bekennen mit desen openen brieve, dat wy 
voer ons sdven ende voer alle onse erffgenamen off nae- 
coemelinge overgegeven hebben ende overgeven mit onssen 
vryen wille ende guede beraden onsen *) lieven, genadigen 
here, hertoge van Grelre ende van Gtilyc ende greve van 
Zutphen, ende siinre naecomelingen alle lude, alle guede, 
all erffenisse, alle thyende, alle thiins, alle vervall, opco- 
minge, groet ende clein, myt alle hoer toebehoringe, also 
als wy dyt in voertyden plagen te hebben ende te boeren 
uyt der herlicheit van Grehe, gelegen in den lande van 

') De woorden tosschen haakjes oDtbreken en zijn aangevuld uit den oorspr. brief. 
*) A, B en n*. 23 hebben : behaldende. *) A, B en n^ 22 hebben: daer. 
^) A, fi en n^ 22 hebben : eeen. *) In A en B staat : ossen. 



04 

Zutph^i, in dm korqiel van Lochum, in den korspell van 
Gronle ende in den kor^>dl van Roderlo, bynnen off buten 
steden, beholden ons alsoe lange als wy leven, tot onsser 
Iijftocfat *) die groeyt tot Goerio •) ende daertoe xxxv alde 
scild, die wy hebben ende boeren sullen aUe jaer uuyt desen 
voere. gueden ende aUe reynten, also lange als wy leven, 
nae ynhaudinge onsser brieve als wy daeraff hebben van 
onssen lieven, genadigen here voers., alle argeleyst heiruuyt 
geseget. In oerconde des soe hebben wy Ghiisbert voers. 
onsse segele aen desen breiff doen hangen. Gregeven int 
jaer onss Heren M*<;COXCnn, op sunte Bartholomeus 
dach des heiligen aposteDs. 



14 Juni 1329. 

Enen schepenenbreiff van Zautboemel tugen, dat Cristina, 

Johans wijff van den Wael, ende Meynte, hoer dochter, 

vercoft hebben erffeliic tot des greven behoeff van Gelre xni 

pont jaerlix thiins, die sy hadden uu}rten toUe tot Zulichem. 

FoL 31. Saltboemel erffenisse. 

Universis presencia visuris nos Johannes de Hoesden et 
Gerardus Maelg^s, scabini in Sautboemel, notum fadmus 
protestantes, quod constituti coram nobis Cristina, relicta 
Johannis van den Wale, et Mejmta, eius filia, cum earum 
tutore electo, Walterus, filius Johannis van den Waele, et 
Jacobus de Hedel, eius frater, vendiderunt et optulerunt pro 
centum et quinquaginta libris denariorum legalium eisdem, 
ut fatebantur, persolutis tredecim libras annui redditus 
denariorum legalium, quos habuerunt ex thelonio •) et *) de 



') A, B en n*. 33 hebben: todit *) Verschrijving voor: Gronlo. 

') In A en B staat: thelenio. 
*) Dit woord moet wel vervallen. 



05 

SuUchem omni anno reciidendo(s) Paulo Bairt ad opus domini 
nostri, comitis Gelrie, ab ipso hereditarie possidendos. Et 
dicti Cristina et Me3mta cum earum tutorc electo, Walterus 
et Jacobus dictis trededm libris annui redditus renunciave- 
runt, promittentes facere renunciare omnes, qui dictis tredecim 
libris annui redditus de iure renunciare tenentur, promittentes 
eciam warandiam facere dicto Paulo ad opus dicti domini, 
nostri comitis, super dicto redditu per annum et diem, ut 
iuris est, adversus omnes iuri comparere volentes et deponere 
omne plegium, quod „ voerplicht" dicitur, de eodem. Mihi (?) est 
Johannes dictus Wael fideiussor, nostrarum testimonio litera- 
rum. Datum anno Domini M**CCCXXIX, feria quarta post 
Penthecostes *). 



14 October 1393. 

Copie eens lme&, hoe dat Johan van Alpen, here tot 

Hoenepell, hertoch Willem versat hadde dat huys tot Hoenepell 

voers. voir 11° Gelrische gxdden, ende desseUefiFs gelix siin 

noch meer brieve daervan sprekende tot dusent gulden toe etc. 

Hoenepel scholt % 

Ick Johan van Alpen, her tot Hoenepell, knape, doe kont 
alle luden mit desen openen brieve ende bekenne, dat die hoe- 
geboeren furste, mijn genedige heer, heer Willem van Gulich 
bertoge van Gelre ende greve van Zutphen, my tot mynen 
oerbaar an goeder provendigen tot haldingen mijns huys tot 
Hoenepell utlacht ende voer my betaelt ende uuytgedaen 
heeft twehondert gaude Gelresscher gulden, voer elleken 
gulden gerekent xxxn herengroeten, als in den lande van 
Gelre genge ende geve siin. Ende want ick mijn voers. 
huys tot Hoenepell myt alle mynen erffenisse ende toebe- 



*) A en B hebben: Pedecostes. 
') In n*. 22 Staat : Hoenepel Scost. 



86 

mynen lieven, genedigen here, hertoge Willem van Guyliic, 
hertoge van Gelre ende greve van Zu^)hen, ende sünen 
erven ende naecomelinge, ofiF dat zake weer, dat in mynen 
gericht van Doomich enige dootsclach geweil tot eniger 
tiit, dat hy unde sün ampman van Over-Betue myt my off 
myt mynen erven off naecomelingen mede over diegene, die 
rechte zoecken, die den dootsclach gedaen hebben, myt 
alsoliken recht als in der Oever-Betau gelegen weer *). Ende 
wes dat van den dootsclach queme in eniger wijs van 
broeken off van gaven, off in wat manieren dat dat ge- 
wallen muchte, dat sal mijn lieve, genedige heer voers. off 
siine erve off naecomelinge halff tegen my off mynen 
erven off naecomelingen hebben ende boeren, ellich daeraff 
enen gherechte helft te boeren, ende anders niet, ende ick 
noch myne erve noch •) naecomelinge een sullen daer niet 
aff hebben noch aff boeren buten mjmen lieven, genedigen 
beren voirs., siinen erven off nacomelinghe, sonder argelist 
Ende weer dat sake, dat ick Rutger van Renwiic voirs., 
myne arve off naecomelinge tot eniger tijt enige dootsclach 
deden in den gerichten van Doomich, daer en sall mij(n) 
lieve, genedige here voers., siine erve noch naecomelinge 
niet over rechten, noch daermede te doen hebben in eniger 
wijs, dat an gerichte droege, argelist uytgesceiden. In oer- 
Fol. 28. conde des soe heb ick Rutger van Renwiic •) mynen segel 
voer my ende voer mijn erven ende naecoemelingen aen 
desen brieff gehangen. Gegeven int jaer onss Heren M**CCC** 
ende LXXXIIP, op sunte Bonefacius avont 



') In dezen zin ontbreekt het werkwoord, waarvm de woorden by nnde 
sUn ampman het onderwerp zijn. 

*) A heeft tweemaal het woord : noch. 

') In A heeft een latere hand dit woord doorgeslagen en er boven ge- 
schreven : Randtwi^ck. In n*. 23 staat ook : Randtwijck. 



«7 

6 Maart 1332. 
Dat Willem van Perangen greve Reynolt van Gelre 
opgedragen heeft die meer unde wüsscherye by Persingen, 
ende voert alle goet, dat hy unde siin anderen tot Persingen 
hadden, ende die greve verleende dat voert Teilman vim 
Groesbeecke etc. 

Persingen lene. 

Wy Reynaut, greve van Gelre ende van Zutphen, doen 
kont alle luden myt desen brieve, dat voer ons ende voer 
onss mannen, die heimae bescreven staen, quam Willem van 
Persingen ende droch op in onse hant ende verteech vrielike 
myt siinen vrien wille op die meer ende die wüsscherye, by 
Persinge gelegen, alsoe als die tot hom ende tot siinen 
alderen plach toe te horen '), dat leen is, als hy seide, 
merende van den Rike. Ende voert droch hy op in onsse 
hant ende vertech op alle goet, dat hii ende siin alders 
plagen te hebben te Persingen voer eygen goet Ende doe 
hii dyt gedaen hadde, doe verlide wi dese voersproken meer 
ende wüsscherye Tielman van Groesbeeck, van ons ende 
van onssen erffgenamen hon unde sün eerffgenamen tot 
alle den rechten, dat des Rückes leen ruert, te hauden, ende 
dat anderen guet, dat eygen was, tot Zutphen(schen) recht, myt 
enen ponde te verhergheweden •). Dyt gescieden tot Nyem- 
megen. Daeraen waeren onsse mannen, here Otte van Halt, 
her Willem van Brockhuissen, ridder, Rubbrecht van Appel- 
teren, WUlem, sün broeder, ende Willem Vaecken •), cnape, 
ende anders vele goeder lude. In oercunden des briefife myt 
onssen segel besegelt. Gegeven int jaer onss Heren M**CCC 
ende XXXn®, deen irsten Vridach in den Meert 



") In A en B staat: te behonn. 
*) n » n n 9 ' Terherwerdigen. 
") In A9 B en n*. 23 staat : Backen. 



88 

29 Maart 1333. 
Ejm scepennenbrieff van Nyemegen tug^n, dat Teilman 
van Groesbeec ende Bele, siin wiif^ opgedragen ende ver- 
tegen hebben alle hoer eygen goet, ^nsguet ') ende pacht- 
guet» die sy hadden in den kerspel van Persingen, greve 
Re3malt van Grelre ende siin erve etc. 

Persingen erffenisse. 

Nos Reynaldus Sybodonis, borchgravius Novimagensis, 
Sybodo iam dictus et Amoldus de Wusic, scabini ibidem, 
testamur, quod constituti coram nobis tamquam in figura 
iudicii Tilmannus de Groesbecke et Bela, eius uxor legit- 
tima, cum suo mundiburdo ab ea •) electo et per sentenciam 
sibi dato, omnia eorum propria bona et omnia eorum censualia 
(bona) ^ cum omnibus eorum bonis, que in pactu possidebant, 
sita in parochia Persingen, et cum omnibus eorum iuribus et ^) 
pertinencüs domino Johanni Moliart *), preposito Amhemensi, 
receptori Gelrensi, ad usus nobilis viri, domini Reynoldi, 
domini nostri, domini comitis Gelrensis et Zutphaniensis, et 
suorum heredum libera eorum voluntate resignarunt, eisdem 
renunciantes, ita quod, dictante sentencia scabinorum, dicti 
coniuges nichil iuris retinuerunt in bonis supradictis. Et 
promiserunt predictus Tilmannus et Wilhelmus, quondam 
Johannis de Heesse •), ut principales, manu coniuncta, supra- 
dicta bona prefato domino Johanni ad usus supradicti domini 
nostri, domini comitis Gelrensis et Zutphaniensis, et suorum 
heredum anno et die warandizare ^ contra quoscumque iuri stare 
volentes, harum testimonio literarum sigillis nostris munitarum. 
Datum in crastina Palmarum, anno Domini M*KXC*XXXIII^ 



') In A en B staat: rinsguet. *) A, B en n*. 22 hebben: eo. 

') A, B en n*. 22 hebben : censibilia zonder bona. 

*) In A, B en n^ 22 ontbreekt : et. *) In A en B staat : Molart. 

*) N*. 22 heeft : Johannis de Hese. 

*| In A ^ 9 ^taat; w^eredizso^. In a^ Z2 ontbreekt dit woord. 



89 

2^ December (1333) i332- 
Dat heer Robbert van Apelteren, ridder, te eriïpachte 
genomen heeft van greve Reynalde van Gelre Lxxvn 
mergen, rai hont ende LV roedel lans, tot Ewich gelegen, 
xayt voirwerden eta 

Apelteren Ewich erffenisse. 

Allen denghenen, die desen briefF sein ofF hoeren lesen, 
ick Robbert van Apelteren, ridder, doe kont ende te weten 
ende bekenne myt desen brieve, dat ick voir my ende voir 
Fol. 29. mijn erfFgename in enen erffpacht genomen hebben van 
enen hoegfen, edel heer, mynen lieven here, heren Reynalt, 
greve van Gelre ende van Zutphen, LXXVii mergen, vyer 
hont ende LV roeden lans, gelegen tot Ewiic, dat hy cofte 
tegen deen here van Moerse ende siinen bruederen ende 
tegen erffgenamen heren Dedrich van Gronauwen, ridders, 
welic lant gelegen is aen stucken, als nae gescreven steet 

Teen irsten een stuck lans, geheiten die Hogecamp, dat 
helt II mergen lans ; item een étuck lans, geheiten die Diick, 
mitten gerken, dat heelt twe mergen lands; item een stuck 
landes, geheiten die Steenacker, (dat) heelt enen mergen ende 
enen hont ende teen roeden ; item een stuck, gelegen affter 
Jannis hoeflf van Rete, dat heilt veir hont ende tyen roeden ; 
item een stuck, geheiten die Winckell, dat heilt twe mergen 
ende vyer hont ende LX roeden; item een stuck, geheiten 
die Zael *) opten Peerwech *), dat heilt twe hont ; item een 
stuck, geheiten die Bredecloet, dat heilt een mergen ende 
een hont; item die drye Salen, die strecken opten Oy- 
grave •), die hauden enen mergen, drie hont ende thein 
roeden; item een stuck vur den Heeck, dat heilt enen 



') A, B eo n*. 2% hebben : Scale. 

') N*. %% heeft: Pretwedi. 

') A, B en n*. %% hebben: TygraTe. 



90 



mergen eade xxv roeden; item ém naeste <) Zad an den 
Coftendoet, die heik veir bont ende Lxxv roeden; item 
die Gere ^ ende die Cortedoet, die handen vüff mergen 
ende veir hont; hem dat dad affier den Legetdcamp, dat 
heilt w^ hont ende lx -roeden; item der Papen lai^ van 
den IXedenwegen totten aodengrave,vijff mergen ende seate- 
half hont; item op D3drehove, van den nyen grave opten 
IMedenwech, xi mergen» ni hont ende xxv roeden; item 
aldair een stuck, dat helt vdr mergen, veir hont ende xxv 
roeden; item aldaer een stuck, dat heüt m mergen ende 
LXXV roeden; item in den hrock xix mergen ende xxv 
roeden; item aldaer in AVinsenrecampe acht mergen ende 
vijf ende twintich roeden ; item in Ewicker stege twe mergen 
ende drie hont, elliken mergen lans om *) xxxi scillinge 
deynre pennige, enen gueden ^) alden groeten cony(n)cx tomoe- 
sen van Vranckerike •) voer xvi pennige gerdcent, off ander 
goet geliic payement daervoer, mynen heer den greve voerg. 
off siinen erffgenamen op sunte Walborge dage ten ingaen- 
den Meye jaerlix te betalen, ende die somme heiraff loep(t) 
alle jaer hondert ende xx pont, x scillinge ende seess pen- 
Fol. 29V. ninge payement voers. Ende in verlichteniss des pachs soe 
heeft my mijn heer die greve voers. toe{ge)geven siin huys, 
hoffstat, bogaer unde roesmale, tot Ewiic gelegen, die totten 
voers. landen behoren, sonder enigen pacht daeraff te betalen 
sonderlingen, mer ick sall siin alinge lant, huys, hoei&tat, 
boegaert ende rosmoelen •) voers. hebben ende halden 
omme die alinge somme van de pacht voers., van welliker 
allinger summen ie alle jaer inbehalden sall xx pont pae3re- 
mens voers. van mynen lene, dat ick van hom hebbe, in 
alre manieren ende wurwarden dat die brieve halden ende 



') A, B en n*. 22 hebben : meeste. *) A, B en n*. 22 hebben : Greve. 
*) In A en B ttaat hier het wootd: enen. 

*) A, B en n*. 22 hebben : ganden. *) In A, B en n\ 2t stoat : VrandLer. 
*) A, B en n*. 22 hebben : torfmoeren, Oorsp. brief heeft: roemoe&ei. 



91 

begripen, die ick van den lene hebbe. Ende oec ftall ick 
alle jaer inbeholden xx pont deszelven paeymens, die ick 
van tynse *) hebben an den goeden voers., gelijcke dat 
mynen brieve, die ick daerafif heb, begriepen. Ende dessen 
pacht noch dat guet voers. (en mach ie noch mine erfge- 
namen niet opgeven dan mitten twintich ponden van tynae 
voers., ende dan sall dat alinge goet voerg. aen minen here 
den greve ende aen sinen erfgenamen voers.) ") vrii, loss 
ende quiit van den tiinsse voers. wedercomen. Voert isset 
te weten, dat ick ende *) mynen erffgenamen voerg. dat allinge 
guet voers. aen diicken ende aen graven, aen weteringen, 
aen sclusen ende aen sdoeten ende aen alle onraet, die 
daerop is of comen mach, verwaren ende halden soelen % gelijc 
ons seleff eygen goet ende erve, mynen here den greve ofiF 
fflinen arfifgenamen voers. engenen *) onraet noch scaeden 
daeraf te rekenen noch te bewiisen, sonder alle argelyst 
In oerconden des soe heb ick desen brieS besegelt myt 
mynen zegell. Gegeven int jaer ons Heren M°CCC**XXXni •), 
des Sonnendages nae Corsdach etc. 



29 AiM-il 1336. 
Noch van heren Robbers wegen van Apelteren van den 
er£^cbt des goets van Ewiicke etc. 

Apelteren Ewick pachtinge. 

Allen dengenen, die desen brieflf sullen zien ofiF horen lesen, 
ick Robbrecht van Apelteren, ridder, doe cont ende te weten 

') A en B hebben : van tsnys. N^ 22 : van den huyi. Üonpr. brief : van tynse. 
*) De woorden tusschen haakjes ontbreken in de registers en z^n overge- 
nomen nit den oorspr. brief. 

') In A, B en n*. 22 ontbreekt: ende. 

*) j, n n n n , : soelen. 

*) ji n n n n »t*at : ende genen. 

*) n n 9 n V n : MCCC fe ooispr. brief Staat : MCCCXXXIU. 

(KtlBtSt^). 



92 

ende bekenne ^) myt desen brieve, dat van den erffjpacht, den 
Fol. 30. ick sculdich biin enen hoegen, edelen heren, mynen lieven ^ 
heer, heren Re)molt, greve van Gelre ende van Zutphen, van 
ttinen gueden, gelegen in den gerichte van Ewijc, dat hy cofifte 
tegen den here van Moerse ende siinen broederen ende 
tegen •) er£Fgenamen heren Dedrich van Gronauwen, ridder, 
als hondert th(u)intich pont, thein scillinge ende zees pennige 
cleyn, enen *) goeden alden groeten conyncx toemoe3rsschen 
van Vranckrike voer seestein penninge gerekent, ofiF een 
ander guet geliic *) paeyment daervoer, hom off siinen erff- 
genamen op sunte Wolburge dage ten ingaenden Meye 
jaerlix te betalen, van welliken aelingen pacht ie innebe- 
halden sall alle jaer XX pont pae3rment voers. als van 
mynen lene, nae vurwerden ende manieren als mynen brieve 
van mynen leene halden ende begripen, ende thuintich pont 
van thinsse, die ie aen den goede voerg. hebbe, (alse die 
brieve hauden ende begripen, die ie van hoen van denselven •) 
pacht hebbe, myne here die gfreve van Grelre ende van 
Zutphen voerg. my te onderpande geseet- ende verseet heeft 
tachtentich pont, thin schillinge ende sees pennige ts(j)aers 
paeyment voerg., voer achthondert wijff pont, tue schellinge 
ende zees pennige desselven paeyments, welc geit ick hom 
wittelycken ende wael betaelt hebbe ende in siinen oerber 
gekeert b, in alsoliker manieren ende vurwerden dat hy off 
siinen erffgenamen desen tachtentich pont thein schillinge 
ende zees pennige tsjairs payments voerg. allewegen weder 
loessen moegen binnen acht dagen nae sunte Walborgis 
dage te yngfande Mey myt achhondert wijff pont, n schil- 
linge ende sees pennige paeyments (voers., alse genge ende 



') A heeft: doe cont ende te kennen; B: doe oont ende bekenne. 

*) A heeft dit woord tweemaal, de tweede maal als begin van foL 30. 

') A, B en n*. 32 hebben: lünen. *) A, B en n*. 21 hebben: ende. 

*) n n n j, n ' gulden. 

*) De woorden tnsadien haalges on^reken en <^n aangerold uit den oor^r. brief. 



93 

geve is in den graescappen van Gelren ende van Qeve) *), 
behaudelicke ') my off mynen erffgenamen des pachts van den 
jaer, dat dan ') leden weer, ende dan sall dese pacht ende 
goet an mynen here den greve ende aen siinen erffgenamen 
voerg. wedercomen myt alle dyèn rechte, dat kk van hom 
in pachte hebbe ende hiit my in er£Epacht gegeven heeft, 
sonder ergelist. In oerconde des soe heb ick desen *) brieff 
besegelt myt mynen segell. Gegeven int jaer ons Heren 
M**CCC°XXXVI, des Manendages nae sunte Marcus dach 
ewangeliste. 



24 Augustus 1394. 
Dat Ghiisbert van Bronchorst tot Borclo overgegeven 
heeft onssen heersscap van Gelre erffelyc allen luden, alle 
guede, alle erffenisse, thinden, thins, vervall ende opcominge, 
als hy van der heerlycheit van Gelre te hebben plach in 
den lande van Zutphen, binnen steden off buten steden etc. 

Foi3o^ Bronchorst Borclo. 

Wy Ghiisbert van Bronchorst, here tot Borclo, doen kont 
allen luden ende bekennen mit desen openen brieve, dat wy 
voer ons sdiven ende voer alle onse erffgenamen off nae- 
coemelinge overgegeven hebben ende overgeven mit onssen 
vryen wille ende guede beraden onsen *) lieven, genadigen 
here, hertoge van G^e ende van Giilyc ende greve van 
Zutphen, ende siinre naecomelingen alle lude, alle guede, 
all erffenisse, alle thyende, alle thiins, alle vervall, opco- 
minge, groet ende clein, myt aUe hoer toebehoringe, also 
als wy dyt in voertyden plagen te hebben ende te boeren 
uyt der herlicheit van Gelre, gelegen in den lande van 

^ ') De woorden tnsichen haakjes ontbreken en rijn aangevnM uit den oorspr. brief. 

') A, B en n*. 22 hebben : behaldende. *) A, B en n*. 22 hebben: daer. 
^) A, fi en n*. 22 hebben : enen. *) In A en B ttaat : oiien. 



04 

Zutf^en, in den korspel van Lochum, in den korspell van 
Gronle ende in den korspell van Roderlo, b3mnen oS buten 
steden, beholden ons alsoe lange als wy leven, tot onsser 
lijftocht *) die groeyt tot Goerlo •) ende daartoe xxxv alde 
scild, die wy hebben ende boeren sullen alle jaer uuyt desen 
voers. gueden ende alle reynten, also lange als wy leven, 
nae ynhaudinge onsser brieve als wy daeraflF hebben van 
onssen lieven, g^nadigen here voers., alle argeleyst heiruu)rt 
geseget. In oerconde des soe hebben wy Ghiisbert voers. 
onsse segele aen desen breiff doen hangen. Gegeven int 
jaer onss Heren M°CCC**XCIIII, op sunte Bartholomeus 
dach des heiligen apostells. 



14 Juni 1329. 

Enen schepenenbreiff van Zautboemel tugen, dat Cristina, 

Johans wijff van den Wael, ende Meynte, hoer dochter, 

vercoft hebben erflfeliic tot des greven behoeff van Gelre xni 

pont jaerlix thiins, die sy hadden uujrten tolle tot Zulichem. 

Fol. 31. Saltboemel erflfenisse. 

Universis presencia visuris nos Johannes de Hoesden et 
Gerardus Maelgfys, scabini in Sautboemel, notum facimus 
protestantes, quod constituti coram nobis Cristina, relicta 
Johannis van den Wale, et Meynta, eius filia, cum earum 
tutore electo, Walterus, filius Johannis van den Waele, et 
Jacobus de Hedel, eius frater, vendiderunt et optulerunt pro 
centum et quinquaginta libris denariorum legalium eisdem, 
ut fatebantur, persolutis tredecim libras annui redditus 
denariorum legalium, quos habuefunt ex thelonio •) et *) de 



') A, B en n*. 22 hebben : tocht. *) Verschrifving voor : Gronlo. 

') In A en B staat: thelenk). 
*) Dit woord moet wel yerrallen. 



05 

Sulichem omni anno recipiendo(s) Paulo Bairt ad opus domini 
nostri, comitis Gelrie, ab ipso hereditarie possidendott. Et 
dicti Cri9tina et Meynta cum earum tutore electo, Walterus 
et Jacobus dictis trededm libris annui redditus renunciave- 
runt, promittentes facere renunciare omnes, qui dictis tredecim 
libris annui redditus de iure renunciare tenentur, promittentes 
eciam warandiam facere dicto Paulo ad opus dicti domini, 
nostri comitis, super dicto redditu per annum et diem, ut 
iuris est, adversus omnes iuri comparere volentes et deponere 
omne plegium, quod „voerplicht ** dicitur, de eodem. Mihi (?) est 
Johannes dictus Wael fideiussor, nostrarum testimonio litera- 
rum. Datum anno Domini M**CCC®XXIX, feria quarta post 
Penthecostes ^). 



14 October 1393. 

0>pie eens briefi&, hoe dat Johan van Alpen, here tot 

Hoenepell, hertoch Willem versat hadde dat hu)r8 tot Hoenepell 

voers. voir 11*' Gelrische g^den, ende desselleffs gelix siin 

noch meer brieve daervan sprekende tot dusent gulden toe etc. 

Hoenepel scholt % 

Ick Johan van Alpen, her tot Hoenepell, knape, doe kont 
alle luden mit desen openen brieve ende bekenne, dat die hoe- 
geboeren furste, mijn genedige heer, heer Willem van Gulich 
bertoge van Grelre ende greve van Zutphen, my tot mynen 
oerbaer an goeder provendlgen tot haldingen mijns huys tot 
Hoenepell utlacht ende voer my betaelt ende uuytgedaen 
heeft twehondert gaude Gelresscher gulden, voer elleken 
gulden gerekent xxxn herengroeten, als in den lande van 
Gelre genge ende geve slin. Ende want ick mijn voers. 
huys tot Hoenepell myt alle mynen erffenisse ende toebe- 

*) A en B hebben : Pedecostet. 
*) In n*. 32 staat : Hoenepel Scost. 



96 

hoere, dat in den korsspell van Hoenepell gelegen is, den 
voergenanten ^) mynen lieven, genedigen here gesat hebbe 
in allsolicken oeverdrage ende dedynge "), als Derich van 
Wüssche, her ter Borch, ende Joban van Wiinhorst tusschen 
mynen genedigen here ende mijn gededinct hebben, soe 
hebb ick denselven mynen lieven, genedigen heren, siinen 
erven ende naecomelinge vur my ende mynen erven (ge- 
loft ende geloven in goeder trouwen by mynen eren dat 
huisse toe Hoenepell ende mijn er£Fenisse voers. onderlaten 
ende om des te gebruken te laten nae ynhaut des over- 
drachs ende dedinge voers^ ende thent ick off myn^i 
erve) •) hom off siine erve ende nacoemèünge voers. over- 
dragen ende dedinge gehalden hebben soude, sonder enige 
argelyst. In oercunde ende getuchenisse soe heb ie Johan 
van Alpen, here tot Hoenepeell» mynen zegell aen dessen 
openen brieff gehangen, ende ick Johan voers. voer gebeden 
hebbe Jan van Wiienhor(s)t, erfimarscallick van den Berge, 
omme meere ^) getuchenisse der overdraginge ende dedinge 
voers. siin segel aen desen openen brieff gehangen *). 
Gregeven int jaer onss Heren Af^CCC^^XCIII, des Dinxdages 
nae sunte Victoers dage. 



Fol. 32. 3 Juli Ï394- 

Dat Johan (van) Alpen, here tot Hoenepell, noch siin erffven 
dat huuss ende borch Hoenepell niet vercoepen noch versetten 
en sall, hii off siin erven en hebben ierst den hertoge van 
Gelre off siin erven dat geboden off ten sy myt siinen wille etc. 



*) In A, B en n*. 22 staat: voergegeven. 

') In A en B staat : dedige. 

') De woorden tnsschen haakjes komen in A tweemaal achter elkander voor. 

*) In A en n^. 22 staat: mererie. 

*) Uit dezen zin zijn blijkbaar eenige woorden weggevallen. 



$7 
HoenpeU. 

Ick Johan van Alpen, here tot HoenpeU, doe kont allen 
luden myt desen openen brieve ende bekenne, dat ick mijn 
huyss ende borch tot HoenpeU m3rtten voergeborchte niet 
vercopen noch versetten en saU in geinre wqs, tensy m)rt 
wiUe des hoegeboren fiirsten, mijns genedigen heren, des 
hertoge van Gelre ende van GuUch ende greve van Zutphen, 
silnre erven off n^ecomeUnge, ende ick off myne erven en 
hebben irst mynen genedigen here voers., siinen erven off 
naecomeUnge den coep ende versettinge voers. geboden, 
denwelUken coep ende versettinge voirg. mynen genedigen 
here, sinen erven off naecomeUnge dan nemen moegen ende 
behaldén voer datzelve geit dat dat eyn ander hebben souden. 
Ende ie en saU mijn voirg. hu)rss ende borch, also vere als (ie) 
ende myne recht erven des niet en behaldén, ende *) nyemont 
anders dan aen m3men genedigen here voerg., siinen erven 
ende naecomeUngen brengen, sonder argeUist. Ende aUe 
dese voers. punten seker ende gelove ick Johan voers. voer 
my ende mynen erven mynen genedigen heren voers. vast, 
steden ende onverbrekeUch te halden. In oerconden mijns 
segels aen desen brieff gehangen, int jaer onss Heren 
M'<:CC*XCim'* •), des Vridages post Petri et PauU apos- 
tolorum. 



17 Maart 1388. 
Eyn konde ende getuchenisse van den eygendom van den 
Hamme, in den korsspell van der CappeUen gelegen, woe 
dat ^ her Amt van Alpen, here tot HoenepeU, siin wiiff eynde 
kinder dat opgedragen hebben tot behoeff ons hersscaps 
van Grelre erffelick etc. 



') VerschriJTiiig voor: aen. *) N*. 22 lieeft: MCCCXCm. 

') A beeft : hoe dat woe dat N*. 23 heeft : hoe dat. 

7 



98 

FoL 32T. Hamme opdracht 

Wy Hennen van den Oever, richter *), Johan Pauwe, 
Hencken ■) Brocman, Dederic ten Wanchen •), Gerit ingen 
Hulse, Heynken Waeylrait *), Dirck Kule, Diderick ingene 
Winkel ende voert die geme3m laten van den Hamme doen 
kont allen luden m)rt desen openen brieve ende tugen open- 
baerliic, dat voer ons als voer enen sittenden richter ende voer 
eenre gespannenre banck comen siin eersame lude, alsher Amt 
(van) Alpen, here tot Hoenepell, ridder, vrouwe Margrieta, 
siin wiittelike wiifiF, Johan ende Amt van Alpen, gebrodere, 
erfFgenamen heren Amts ende vrouwe Margrieten voers., 
ende hebben myt hoeren vryen eygenen wille, onbedwongen, 
recht ende redeliic *) opgedragen enen eersamen manne, 
heren Johan van Honsselaer, geheiten van den Velde, ridder» 
drosseet van Gelre nu in der tijt, tot behoeff des doerluch- 
tigen fursten, des hertogen van G^e ende greve van Zut- 
phen, ons lieven, genedigen heren, ende siinen rechten erven 
ende naecomelingen den eygendom van den Hanmie*) m)rt 
allen siinen rechten ende toebehoeren, als die van als gelegen 
b in den korspell van der Capellen, welliken eygendom van 
den Hamme voers. myt allen siinen rechten ende toebe- 
hoeren her Amt ende vrou Griete, siin wiiff, Johan ende 
Amt, hoer soen voers., hebben heren Johan voerg. in be- 
hoeff ons lieven, genedigen heren, des hertoge van G^lre, 
siinen erven ende naecomelingen voers. als voer een vry, 
kommerloys eygen opgedragen, ende nae daerop vertegen 
myt halme ende m3rt monde, gelikerwiis alst van eygenen 



') A beeft: Oevervecht. B en n*. 22 hebben: Oevertrecht. 

') De voornaam ontbreekt in A, B en n*. 22. 

■) B heeft: Vrancke. 

*) A, B en n*. 23 hebben : Waeylrant. 

*) A, B en n*. 22 hebben: redeliicheit 

*) In A en B ontbreekt: den. 



00 

gueden voer ons gewoenliken ende recht is, alsoe dat wii 
wissen nae onssen lantrecht, dat her Amt ende vrouwe 
Margriete,|siin witlike ^) wiiff, Johan ende Amt, oer soene voers., 
ende hoer erven ^ van den voergenoomden eygendom van 
den Hamme ondterft siin ende her Johan van Honsselaer 
voers. in behoff ons lieven, genedigen heren van Gehre ende 
siinen er£Even ende naecomelingen da^'aen geerSt is, ende 
dat oem vast ende om steedt is. Ende (vrouwe Margrieta 
voers. heeft vergiet ende bekant, dat sy engheynrehande 
33. tocht en heeft aen den eygendoem voers. Voert soe hebben 
her Amt) "), vrou Margrieta, siine wyttelike huesvrouwe, 
Jc^ian ende Amt, hoer soene voers,, (bekannt, dat sy vur 
oen ende vur oer erven heren Johanne vurs.) *) in behoff 
ons genedigen heren van Gehre ende siinen erven ende 
naecomelinge recht werscap doen sullen van den voerg. 
eygendom jaer ende dach, als eygens recht is, sonder alle 
argelyst Ende want wii richter ende laten vurs. selver geen 
zegell en hebben, soe hebben wy gebeden ersamen luden, 
als Hermanne van Boitbergen ende Johanne van Pelant, 
dat sy desen openen brieff voer ons besegelen myt oeren 
segel. Ende wy Herman van Buytbergen ende Johan van 
Pellant voers. hebben omme bede wille des richters ende 
der laten voers. ende in getuchenisse der waerheit desen 
openen brieff voers. voir oen besegelt myt onssen zegell. 
Gegeven int jaer onss Heren M°CCC°LXXXVm°, op suntè 
Grertmytten dach der jofiBrauen. 



') Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 22. 
*) In A, B en n*. 22 staat: enen. 

') De woorden tusichen haakjes komen in A tweemaal voor. 
*) De woorden tusschen haakjes ontbreken in A, B en n^ 22 en cyn bijgevoegd 
uit den oorspr. brief. 



too 

7 September 1277. 
Dat her Jan die Koek, ridder, ende vrou Aelleyt, siin 
wiifl^ die gruyt tot Boemell genomen hebben tot hoeren 
Keve van greve Reynalt van Geke, myt voerwoerden, dat 
nae hoeren doden dieselve gruyt wedercomen soude op 
greve Reynalt ende siin erven. 

Boemel gruyt. 

Nos Johannes dictus Cock, miles, et Aleydis, uxor nostra, 
notum facimus universis presentes literas visuris, quod nos 
grutam de Boemell a dilecto domino nostro Reynaldo, comité 
Gelrie, ad vitam nostram recepimus tenendam et habendam 
tali condicione, quod post mortem nostram dicta gruyta ad 
ipsum comitem et suos heredes libere et plane revertetur, 
presencium testimonio literarum. Datum *) anno Domini 
M**CC°LXXVII°, in vigilia Nativitatis beate Marie virginis. 



22 ^uni 1330. 
Fol. 33V. Woe dat proeyst Molayrt, reyntmeyster sgreven van Gelre, 
uuytgedaen heeft van wegen des greven voers. te erfFenisse 
ilil hoeven ende iii mergen landes, gelegen in den korsspell 
van Ghroesbeeck, Bartolt, Sanders sone van Oey des alden, 
ende Hanric Vaec, Dierix Vaex soen. 

Groesbedc erffenisse. 

Wy Johan Moliart, capellaen ende reyntmeyster ens hoges, 
edels heren, des greve van Gelre ende van Zutphen, doen 
kont ende te weten allen luden, dat wy van onssen heren 
wegen, des greven voerg., uuytgegeven hebben in enen 
erfftinsse siin lant, als *) vyer hoeven ende drie mergens landes 
te gueder maeten, gelegen in den korspell van Groesbeck, 



') In A, B en d*. 22 sUat: cUtii. *) Dit woord ontbreekt in A, B en 11*. 22. 



lOI 

tusschen lant Diere van Groesbeeck ende tusschen lant 
Ghiiselberts van Grroesbeeck an dat Beecbroec % Bertolt, 
Sanders soen van Oey des alden, ende Henrick Vack, 
Dirck Vaex soen, ende hoeren erven, elic hoeve om vijffden 
scillinge alder brabanscher penninge, enen gueden groten 
coninc tomoessche van Vranckrijck voir vier pennighen 
gerekent, off gelijck payement dairvoir, dat also guet is, 
sjaers ewelyken ende ommermeer te hebben ende te besitten 
in alsulker manieren ende vorwarden, dat sy nyet meer dan 
die ■) helfflte van den tynse ierst betalen soelen van nu sunte 
Peters dage ad Cathedram oever een jair, ende offler •) die 
helft van den tynse op sunt Peters dage ad Cathedram 
dairnae volgende, ende dan voirtmeer den alingen tynse 
op denselven dach sente Peters to Nymegen erflich ende 
ummermer, behaudelic dairaen onsen here den greve van 
Gelren ende van Zutphen voirg., synen erven ende naeco- 
melingen der thienden al alinck, smal ende groet, sonder 
argelist In oirkonde dis briefis besegelt mit onsen segele. 
Gegeven in den jair ons Heren M°CCC*XXX, des Vridages 
nae sunte Vijts dage. 



24 Juni 1330. 
Confirmacie des gfreven van Gelre op die verpachtinge voirs. 

Wy Reynalt, greve van Gelre ende van Zutphen, doen 
kont ende te weten allen luden, dat wy vast en stede halden, 
dat her Jan Moliaert, onse cappellaen ende rentmeyster, 
U3rtgegeven heeft vier hoven ende drie mergen lants in 
enen erftynse Bertolt, Sanderss. van Oy des alden, ende 
Henrick Vac, Dederic Vaecx sone, in alle dier manieren ende 
voirwarden, als die brieve halden, die her Johan, onse rent- 



') A heeft: Beecboert; B: Beecbart. ') A, B en no. 22 hebben: een. 

*) offter, oft, hier in den sin ran een ander maal. 



I02 

meyster voirg., dairop gegeven heeft, ende dair dese brieflf 
doir gesteken is, behoudelick ons alle rechts dairaen van 
gewinne, dat ons by den rechten toebehoert, sonder argelist. 
In oirkonde des so hebben wy onse segel hieraen doen 
hangen. Gegeven int jair ons Heren M**CCC* ende XXX, 
op sunt Johans daech Baptbte te midzomer etc. 



23 April 1390. 
Dat mijn genedige here van Gelre off synen erven ende 
nacomelingen van Aert van Lyenen off van S3men erven 
lossen moegen dat huys tot Hymen met synen toebehoeren 
omme 650 alden scilden etc. 

Hymen lossinge. 

lek Amt van Lyenen doe kont allen luden, dat want die 
hoechgeboeren mijn genedige here, heren Willem van Giilich, 
hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, my ende mynen 
erven voir seeshondert ende vijfftich alden giddenen scilden, 
guet van goude ende gerecht van gewichte, munten des 
Roemschen keysers off des konincx van Vrancrijck off 
dairvoir gelijck payment, die voirs. scilden gelijc guet, in 
synen lande van Gelre genge ende geve, versett heeft sijn 
huys tot Hjrmen mit der veste, erve, guet, gerichten, hoge 
ende lege, ende mit der heerlicheiden dairtoe gehorende 
ende mit allen synen rechten ende toebehoeren, dair hy 
een loess an behalden heeft, nae inhalt sijnre brieve my 
dairop gegeven, so bekenne ick in desen apenen brieve 
voir my ende mynen erven, dat dieselve mijn genedige 
here van Gelre off synen erven ende nacomelingen alle 
jare op sunte Peters dach ad Cathedram sijn vurs. huys mit 
der vesten, erve, guede, gerichten, hoge ende lege, ende 
mit der heerlicheyden ende myt allen synen rechten dairtoe 



I03 

behoerende, lossen mach mit denselven seshondert ende 
vijfflich alden guldenen scilden off payment denselven 
scilden gelijck goet, als voirs. is, ende mit betalinge alsulcs 
gelds ende cost totter nabuer segghen — dar mijn genedige 
here van Gelre twe ende ick off mynen erve twe dairtoe 
kiesen ende setten soelen — dien ich off mynen erven gedaen 
bedden an berghen ende bouhusen op den gueden voirs., 
der dairtoe behoeff ende noit weer totter bouwinge dairtoe 
behorende. Beheltelych dairtoe (my) ende mynen erven 
ploechrechts, als dat gewoenlich is na rechte van den lande. 
Oeck synt vorwarden, wanner mijn genedige here van Gelre 
off s)men erven ende nacomelingen sijn voirs. huys mit der 
vesten, erven, guede ende heerlicheyden, gerichten, hoge ende 
lege, als voirs. is, loessen willen, dat soelen sy my ende 
mynen erven een maent te voeren laten weten, sonder 
argelist. In oirkonde mijns segels an desen openen brieff 
gehangen ende gegeven in den jair ons Heren M^HIICC** 
ende XC, des Saterdags op simte Georgins dach, na den 
Sonnendach Misericordia DominL 



7 Mei 1408. 
Dese brieff helt in onder ander voirwarden, off sake weör 
dat mijn genedige here van Gulich ende van Gelre off synen 
erven ende nacomelingen bevonden, dat sy off hy enniger- 
hande recht hedden aen den gueden hirin genoempt van 
heren Willems wegen van Ysenderen ende sijns wijffs, dat 
m}men here noch synen erven etc. die beleninge ende tucht % 
die hi here Willem ende synen wyve voirs. dairan gedaen 
heeft, engheyne onstade ■) brengen en sall. 



^ A, B en ll^ 22 hebben: nidit 
') N*. »z heeft: onschulde. 



I04 

IscndcreiL 

Wy Willem van Ysenderen, ridder, ende Elsebe, heren 
Splinters dochter van Lonresloet, sijn witlike wijff, doen 
kont allen luden overmits desen apenen brieff, also als die 
hoechgeboeren, duerluchtige furste, here Reynalt, hertoge 
van Gulich ende van Gelre ende greve van Zutphen, onse 
lieve, genedige here, my Elsebe vurs. in oirkonde sijnre 
mannen van leen, mit namen W3mants van Arnhem, heren 
Dederichs sone, Rutgers ende Diderichs van Vlodorp, ge- 
bruederen, ende Johan des Grueters, van LXXV mergen lands, 
gelegen voir den huyse ten Lonresloet, dair boven naist 
gelant is *) her Johan van Cronenberg, ridder, ende beneden 
Henrich Deken mit lande, dat te wesen plach off is Hugen 
van Lonresloet, van synen {(naiden guetliken beleent heeft, 
dairvan ick Willem voirs. mynen lieven, genedigen here 
voirs., als een momber mijns witliken •) wijfis, huldinge 
ende eede gedaen hebbe, als een man sculdich is te doen 
synen leenhere, ende hy my voirt dairaen een tucht bekant 
heeft voir denselven mannen, ende oic van alsulken goiden, 
als ick Willem voirs. Elseben, mijn witlick wijff voirs., aen 
getuycht hebbe, mit namen die wyndmoelen ende tgemael 
tYsenderen; voirt an alle erven ende guet, als ie liggende 
heb tussen den bandick tYsenderen ende den weertdyck, 
dair oystwert naist gelant is Belye van Lauwick, Dederich 
van Wye, heren Walravens sone, Amt die Haese ende 
Amt Amtss., westwert an die gemeyne stege, geheiten die 
Nye wech, zuydwert die werddyck voirs. ende noertwert 
die bandyc voirs.; item alle erve ende werde, die ie lig- 
gende heb buten den werddyc tYsendaeren, dair oestwot 
naist gelant is die here van Moorse, weestwert Claes van 
Wye ende jonge Claes van Echtelt, zutwert Lewenrelant 



') A, B en n*. 22 hebben : ie. 
*^ A en S bebben ; welUken, 



I05 

ende die Waele ende nortwert die wertdyck voirs., dair die 
voirs. onse Kcve, genedige here, her Reynalt, hertoge van 
Ghifich ende van Gclre, Ebebeen, mynen witUken wyve, 
een tucht aen bekant heeft vur denselven mannen; so 
bekennen wy voir ons, onsen erven ende nacomelingen, off 
sake weer, dat onse genedige here off s)men erven ende 
nacomelingen nu off hiemamaels bevonden, dat he off 
sjmen erven ennigerhande recht an den landen voirs. ende 
gueden ende voirt an anderen gfueden, dair onser een den 
anderen an getuchticht heeft off doen muchte op die tijt 
Fol. 35. doen hi my, Elsebeen, van den Lxxv mergen lands voirs. 
beleende ende my, Wilhem, dairaen tuchtichden, ende oick 
my, Elsebeen, an den anderen gueden voirs., tYsendoren gele- 
gen, tuchtichden, dat ons die beleeninge ende tuchtinge gheen 
scade doen en sal noch oick gheen achterdeel noch hinder- 
niss onsen genedigen heren *) voirs., synen erven ende 
nacomelingen brengen noch sijn en sal an hoeren rechten 
van den voirs. landen ende gueden, also als die voir be- 
paelt •) staen, te vorderen. Ende dis te oirkonde so hebben 
wy Wilhem van Ysendaeren, ridder, ende Elsebeen vurs. ende 
mallick van ons onse segele van onser rechter wetentheit 
aen desen brieff gehangen. Gegeven in den jair ons Heren 
duysent vierhondert ende VIII jair, des soevenden •) dages 
in der maent Meye. 

2 Augxistus 1246. 

Woe dat een gfreve van Loen opgedragen off gegeven 

heeft greve Otten van Gelre den eygendom van synen 

huys tot Bredervort, ende heeft dat weder te erfleen ont- 

fangen, ende voirt van illi kerspelen, die hy den greve 

van Grelre oich overgegeven heeft. , 

• / 

') Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 23. 

') A, B en n*. 22 hebben: verpaelt. Verbeterd uit den oorspr. brief. 

*)»!»» ff ft : sonnendages. 



io6 



Bredervort. 

Hermannus, Dei gracia comes de Loen, omnibus Christi 
fidelibus presentibus et futuris. Imperpetuum sdant igitur 
presentes et posten, quod ego Hermannus de Loen ad 
consilium virorum prudendum et famiUarium meorum pro- 
prietatem domus mee Bredervort contuli dilecto domino 
meo, viro nobili Ottoni, comiti Gelrensi, quam videlicet 
domum ab ipso ^) recepi, cum meis successoribus iure feodali 
ab ipso et suis successoribus perpetue possidendam. Preterea 
de mea bona voluntate iam dicto Ottoni, comiti Gelrensi, 
quatuor parochias comicie mee attinentes, videlicet Heg- 
bergen, Nydhem •), Gronloe et ^ Greysteren, cum omnibus 
suis attinenciis condonavi ad usus dicti comitis integraliter 
dimittendas et quidquid in eisdem iuris habui, in manus 
sepe dicti comitis resignavi. In cuius rei perpetuam firmi- 
tatem presentem paginam sigilli mei appensione diligencius 
feci communiri. Acta sunt hec anno Domini MCCXLVI***, 
in crastino Petri ad Vincula. 



28 September 1255. 

Seelhem % Hengel, Bredervoert erftale. 

Dat (Herman) here van Loen vercoft heeft greve Otten van 
Gelre syne gericht tot Seelhem ende van Hengel op den Goye, 
mit allen synen vryen luden aldair ende mit vijff huseren 
ende noich iil huseren ende oich van den huse te Bredervort 

Universis Christi fidelibus presentibus et futuris Hermannus, 
dominus de Loen, utriusque vite prosperitatem. Firmiora sunt 



') A, B en n*. 22 hebben: ipsa. ') A, B en n*. 22 hebben: Nydhen. 

*) A en B hebben: ende. 

*) A, B en n*. 22 hebben: Soelhem. 



I07 

FoL 35^. omnia que geruntur, si vigorem contrahunt suffi-agante 
testimonio literarum. Igitur notum esse cupio presentibus et 
fiituris» quod ego, communicato amicorum et fidelium meorum 
consilio, vendidi domino Ottoni, comiti Gelrensi, iurisdictionem 
meam, quam habui apud Selehem et Hengelo super Goye, 
et omnes liberos homines, sicut commorantur in illis villis 
vel ubicumque dicte iurisdictioni pertinentes *), additis eciam 
quinque domibus meis, que „malgfut** vulgo dicuntur, que sunt 
iste : domus in Nichterdm % que vocatur Sikkinc ^ ; domus 
libera apud Wiikkerbeke, libera domus Ubbinc, libera domus 
toe Nyenhoync et libera domus in Aldenhojmck. De tribus 
domibus, sitis super Goye, que attinent *) curie de Loyn, 
(r)etinui •) de qualibet domo tres scepelinos avene, unum 
pullum et unum solidum advocacialem ^ ; (retinui^ eciam michi 
in domo, que vocatur Abbinc, que attinet ecclesie Althenensi, 
tres scepelinos avene, unum pullum et solidum advocacialem) ®), 
sicut de tribus aliis domibus ^ emergitur, et nichil amplius. 
Item recognosco et protestor quod, si quid pater meus, pie 
memorie, in castro Bredevort fecerat domino comiti predicto, 
hoc ratum observo et partem avunculi mei, domini Ottonis, 
quam ^^ habuit in eodem castro Bredevort, quam pater meus 
antedictus eidem comiti dare non potuit, ego eidem comiti 
contuli libere pro allodio ") seu proprio**), et ab ipso comité 
tenebo iure homagii et de dicto castro sive domo ero homo 
suus absolutus, quod vulgo dicitur «ledichman ". Item si dominus 
episcopus Monasteriensis invaderet hostiliter vel intrare vellet 



') A en B hebben : pertinens. ') A, B en n*. 22 hebben : Niditertinus. 

■) In n*. 22 staat: Syllant. *) In n'. 22 ontbreekt dit woord. 

*) In n*. 22 staat in plaats van ^Loyn etinni** : Loye ectinim. 

*) In B en n*. 22 staat: volunUtem. *) A heeft: pertinui. 

*) De woorden tusschen haakjes ontbreken in B en n^ 22. 

*) In A en n*. 22 staat: dom? Moet waarschijnlijk z^n: domibus. 

'*) A, B en no. 22 hebben: quem. 

") In A, B en n^ 22 staat : alleydo. ") In A, B en n*. 22 staat: predio. 



io8 

iniuste terram comitis antedicti, iuvabo dominum comitem 
terram suam defensare. Econverso si dictus comes episco* 
patum Monasteriensem intrare vellet hostiliter, iuvabo dictum 
episcopatum defensare. Quidquid autem de dicta guerra *) 
contingat, semper feciam domino comiti predicto, prout sibi 
sum fidelitate homag^ obligatus, (de domo sua allodiaria et 
sicut homo suus cj^solutus.) ^) quod ledichman nuncupatur. 
Preterea neminem ad malum domini comitis vel ad suimi 
nocumcntum in dicto castro Bredevort faciam detineri nee 
tenebo. Ad istorum articulonmi observacionem firmitercon- 
firmandam et tenendam presentem literam sigillatam domino 
comiti Gelrensi tradidi in munimen •). Actum et datum anno 
Domini M**CCLV, in vigilia beati Michaelis, in Zutphania. 



September 1253. 
Greve Otte van Benthem heeft vercoft off overgegeven 
greff Otten van Geke erffelyc te hebben alle siin eygen 
gueyt, also als dat van Asperen opwert gelegen is, also 
vere als des greven lant van Gelre reyket, te weten Malssen 
mit allen siinnen toebehoeren ; item den hoff tot Maueriick 
ende ander eygen g^eyt te leen te hauden etc. 

Benthem, Malssen, Blauderick erfftale. 

Nos Otto, comes de Benthem, notum facimus universis 
presens scriptum inspecturis, quod nos bona nostra volun- 
tate nobili viro, Ottoni, comiti Gelrensi, contulimus totum 
Fol. 36. allodium nostrum, sicuti iacet ab Aspere superius, quam 
longe terra eiusdem comitis tendit et durat, videlicet Malsene 
cum omnibus attinenciis suis, tum in hominibus tum in mini- 



') In A, B en Il^ 22 staat: gwamu 

') De woorden timchen haakjes ontbreken in de drie registers en z^n over- 
genomen uit Sloet 

') A, B en no. 22 hebben: mnnidonem. 



sterialibus, et cum omnibus iuiibus suis imperpetuum haben- 
dum. SitnHiter contulimus eidem comiti curiam nostram in 
Maudrick cum omnibus suis pertinencüs et iuribus. Precise 
eciam contulimus antedicto comiti Grelrensi totum nostrum 
allodium, ubicumque iacet illud in terra sua. Predictum autem 
allodium nos et successores nostri in feodum tenebimus a 
predicto comité' et a suis successoribus et proinde efifecti 
sumus ligius homo» quod Theutonice dicitur „ledichman", 
eiusdem comitis Gelrensis contra quoslibet, preter contra 
dominos nostros, videlicet dominum archiepiscopum Bremen- 
sem, episcopum Traiectensem, episcopum Monasteriensem 
et episcopum Osnaburgensem. Adicimus eciam quod, si 
predictorum dominorum nostrorum aliquis eorum iniuste 
vellet gwerrare predictum comitem Gelrensem, nos eidem 
comiti contra ipsum assistemus et iuvabimus. Memoratus 
edam comes Gelrensis, si predictorum dominorum nostrorum 
aliquis eorum iniuste nos vellet gwerrare, nobis assistet contra 
ipsum *), prout dominus ■) suo fideli tenetur et ligio homini. 
Item si feodum nostrum, quod in terra eiusdem comitis iacet, 
vendere voluerimus, illud prebebimus domino, a quo illud 
tenemus, et si illud voluerit emere, (placet nobis ; quodsi illud 
noluerit emere et sepe dictus comes Gelrie illud voluerit emere,) •) 
ipse propinquius erit ad emendum illud pro denariis illis, quos 
alter inde vellet dare ad forum, quod Theutonice dicitur 
«lantcoep*, quam alter. In cuius rei testimonium presens 
scriptum sig^ nostri munimine roboravimus. Actum et 
datum Zutphanie, anno Domini MCCLIII, mense Septembri. 



*) In A staan deze twee woorden tweemaal. 
*) A, B en n*. 22 hebben : domino. 

*) De toMclien haakjes geacfareven woorden ond>reken in de drie registers, 
overgenomen uit Sloet. 



IIÖ 

1256. 

Woe dat die abt ende heel convent van Duytze vercoft 
hebben greve Otten van Gelre ende synen erven hoeren 
gfueden tot Elthingen, tot Velpe, tot Renwijck ende tot Wijck, 
mit allen toebehoeren, als manne, dienstmannen, thynslieden 
ende knechten, met beemden, weiden, bosschen ende 
visceryen, wegen ende stegen etc. 

Bixytze, Elthingen» Velpe, Renwyck, 
Wyck erftale. 

Johannes, Dei gracia abbas, totusque conventus monasterii 
Tuiciensb universis presens scriptum inspecturis salutem in 
Eo, qui est omnium vera salus. Quoniam ea, que aguntur, 
nequeunt faciliter propter diversitatem status temporum et 
hominum perpetue memorie et posterorum noticie com- 
mendari, nisi scripturarum munimine roborentur, tam 
presentibus quam futiuis cupimus esse notum, quod, preha- 
bito consilio et consensu omnium fratrum nostre congre- 
gacionis, requisito nichilominus consilio et consensu domini 
nostri archiepiscopi et ecclesie Coloniensis, pro *) evidenti 
utilitate nostri monasterii vendidimus nobili viro, domino 
Ottoni, comiti Gelrensi, bona nostra sive allodia nostra in 
Elthingen, in Velpe, in Renwijck et in Wijde, cum omnibus 
suis pertinenciis, scilicet vasallis, ministerialibus, hominibus 
censualibus et servis, cum pratis eciam et pascuis, silvis et 
piscariis, viis et semitis et aliis iuribus quibuscumque, eisdem 
Fol. 36V. bonis attinentibus, sicut ea nobis et nostro monasterio cum omni 
integritate attinebant vel attinerè de iure debebant, pro quadrin- 
gentis marcis Coloniensium denariorum bonorum et legalium, 
quas quidem mercas in nostras et monasterii nostri utilitates et 
necessarias impensas confitemur esse conversas, renunciantes 



') In A, B en n*. 22 staat: quam. 



ttt 

dictis bonis publice et expressim, renunciantes niclulominus 
exceptioni non numerate (et) non tradite pecunie et omni 
iiiris auxilio, quod nobis competeret vel competere posset 
ad irritandum iam dictum contractum. Et ne dictus comes 
vel sui heredes a nobis vel a nostris successoribus in posterum 
super predictis bonis possint impeti vel gravari, presens 
scriptum ipsi tradidimns, sigillorum nostrorum ac domini 
archiepiscopi et ecclesie Coloniensis predictorum munimine 
roboratum. Nos vero Conrardus, Dei gracia sancte Coloniensis 
ecclesie archiepiscopus, et nos capitulum ecclesie Coloniensis 
ad peticionem religiosorum virorum Johannis abbatis et 
conventus monasterii Tuicienas predictocontractui consensum 
nostrum adhibemus expressim et eundem auctoritate nostra 
confirmamus. N03 tarnen capitulum ecclesie Coloniensis 
predicte nolumus nos vel ecclesiam nostram, radone huius 
contractus, esse alicui obligatos, in testimonium vero 
predictorum presentes literas sigillis nostris, una cum ^gillis 
predictorum abbatis et conventus, duximus roborandas. Acta 
sunt hec anno Domini MCCLVI*°. 



I November 131 1. 
Dat Johan van Merwijck opgedragen heeft ende weder 
ontËmgen heeft sijn huys tot Merwijck mitten vorborchte 
voir leen ende ledich huys ons heerscaps van Gelre, hem 
ende hoeren erven erflich dairmede te behelpen. 

Merwyck leen ende open huys. 

Ick Johan van Merwijck doe kont allen denghenen, die 
desen brieff sien soelen ende hoeren lesen, dat ick mijn 
huys tot Merwijck mit dem vorborcht ende mitten uterste 
grave ende mit eenre roeden erfs, alomme buten den uterste 
graeff, ende mit eenen wege, eenre roeden breyt, aflF ende 
an die borch ende vorborchte gaende, ende dat mijn eigen 



was» opgedragen ende den eigendom gegeven heb eenen 
hogen man, mynen lieven here, heren Reynalde, g^reve van 
Gehe, welck hu)rs mitten vorborcht, alse vorgesproken is, 
hy my weder verleent heeft tot eenen erfleen ten Zutphense 
recht, in der manieren dat dit voirs. huys mitten vorgeborcht, 
alse voirs. is, sal sijn ledich huys sijn ende ick ende myne 
erven sullen wesen sijn ledichman daira£F ende sijhre erfge- 
namen ende geloven, dat *) ick ende mynen erfgenamen 
sullen hem ende synen erfgenamen dairmede behelpen, als 
een ledichman is sculdich te helpen synen here mit synen 
ledichen huys. Ende omme dat, dat ie my ende mynen 
erfgenamen hiertoe verbonden ende verwilkort heb, so heb 
ie desen brieff bezegelt mit myne zegele, in oirkonde ende 
omme die meerre stedicheit hieraff dese litteren waren. 
Gregeven in den jare ons Heren MCCC ende XI, in Alre 
Heiligen dage. 



28 Januari 1335. 

Fol. 37. Her Grodert Tyngnagel heeft onssen heerscap van Gelre 

opgedraghen sijn huys ende hooffstat tot Dodenwerde mit 

XX mergen lands, erflich van Gelre te leen te halden te 

Zutphense recht ende met eenen perde te verheergeweyden. 

Dodenwerde leene. 

Allen denghenen, die desen brieff sullen sien off hoeren 
lesen, doe ick verstaen Grodevart Tengnagel, ridder, met 
desen brieff, want een hoech, edel man, mijn lieve her, heren 
Reynalt, gfreve van Gelre ende van Zutphen, gevryet ende 
geeygent heeft Claes Tengnagel, mynen soen, die were, tot 
Ostendorp gelegen in Dorenspiker kerspel, ende alle ander 
gfuet, dat der weer ontferret was, so heb ick hem weder 



') A, B eD n*. 22 hebben dit woord twee maal. 



113 

bewijst ende opgedragen van tnjnen vryefi, eygenen guede toe 
Qaes behoe£f wurg. mijn huys ende myne hoofbtat» gdegen 
tot Dodenwerde, ende xx mergen lands, alrenaest der 
hoofiEiteden gdegen, streckende an die oversyde an Rütgers 
lant van Bomell ende an die nedersyde an Wolters lant 
van Hamme, welck huys ende hoof&tat ende xx mergen 
lands Claes, mijn zoen vurg., weder van hem by mynen 
wille ende consent ontfangen heeft in rechten mannesleen, 
te halden van hem ende van synen erfgnamen tot Zutphense 
redite, te verheergeweyden mit eenen perde. Ende ick Gaes 
Tengnagel vurg. bekenne in desen brieff, dat ick dat voirs. 
huys ende hooffstede ende die XX mergen lands ont&ngen 
heb te leene van mynen lieven here, heren Reynalt, greve 
van Gelren ind van Zutphen vurs., in allen manieren als 
voirs. is. Hier waren oever, dair dit gescièden, eirsame lude, 
her Johan Moliairt, praist van Arnhem, rentmeyster ende 
raidt des greven voirs., her Diderich van Apelteren, ridder, 
Hubrecht van Lynden, Wolter van Domick, syne mannen, 
ende anders vele gueder luden. In oirkonde deser dingen 
so hebben wy Godevart ende Claes vurs. desen brieff mit 
onsef) zegelen bezegelt. Gregeven tot Rosendaell, des Satersdags 
post PauH Conversionis, int jaer ons Heren M°CCCXXXV. 



8 Juli 1304. 
Her Johan van Stralen, ridder, heeft opgedragen ende 
weder te erfleen ontfangen van den greve van Gelre sijn 
dorpen van Vronenbroeck ende van Geisteren opter Masen. 

Stralen^ Vronenbroeck, Geysteren leene. 

Universis, ad quorum noticiam presens scriptum pervenerit, 
nos Johannes de Stralen, miles, notum facimus tenore pre- 
sencium protestantes, quod nos ex libero arbitrio et spon- 

8 



tt4 

tanea volnntate villas nestras de Vronenbroeck et Gejrsteren 
super Mosam — de qua videlicet villa deGreisteren questio 
fuit et dubium, utrum nostrum fuisset allodium aut domini 
nostri, comitis Gelrensis — superportamus per presentes ipsi 
domino nostro comiti et suis heredibus Ubere et solute» 
recognoscentes ipsas villas a predicto domino nostro comité 
iure feodali recepisse. Et nos et nostri heredes predictas 
Fol. 37^. villas a iam dicto comité» domino nostro, et suis heredibus, 
ut dictum est, tenere tenebimur, presencium testimonio 
literarum nostro sigillo ^) munitarum. Datum feria quarta post 
octavas beatorum Petri et Pauli apostolorum, anno Domini 

Mcccnn^ 



6 Juli 1304. 
Dat her Johan van Stralen, ridder, opgedragen heeft den 
gfreve van Grelre sijn borch tot Vronenbroeck, erflich te leen 
te halden van Gelre, ende oick open huys te wesen. 

Stralen, Vronenbroeck leen ende open huys. 

Universis presentes literas visuris et audituris nos Johannes 
dictus de Stralen, miles, notum £atcimiis tenore presencium 
publice recognoscentes, quod nos ex libero arbitrio necnon 
ex propria voluntate superportavimus et superportamiis domino 
nostro, comiti Grelrensi, et suis heredibus castrum nostrum 
dictum de Vronenbrocke, una cum terra et bonis nostris 
quibuscumque sitis ibidem, quod castrum videlicet iam dudum 
fuit et nunc est ipsius domini comitis allodium. Et nos 
et nostri heredes sive successores ipsum castrum una cum 
terra et bonis predictis a dicto domino nostro comité et suis 
heredibus tenebimus iure feodali sub tali quidem forma, 
quod quandocumque iam dictus dominus noster comes aut 
sui heredes dictum castrum ascendere et ibi mansionem 
habere voluerint, nos et nostri heredes statim predictum 

') A, B en n^ 22 hebben: nostra sigilla. 



castrum sibi libere trademus et assignare t^iebimur ad 
omnem suam voluntatem et profectum, in quo stare et per- 
manere potest ipse et sui heredes, quamdiu eis placuerit 
et visum fuerit expedire, tali tamen interposita condicione, 
quod antedictus dominus noster comes et sui heredes, post- 
quam de memorato castro recedere voluerint, nobis vel 
nostris heredibus et non alteri ipsum castrum reddent et 
restituent, et extunc ipsum sub nostris propriis expensis 
tenebimus et cons^rvare debemus. Si vero nos vel noetri 
heredes contra premissa faceremus vel ea fideliter non obser- 
varemus, velut in presentibus est expressum, quod absit, 
statim hoc facto pre£a±um castrum ad sepe fatum dominum 
nostrum comitem et suos heredes, tamen hoc sub forma 
gracie sue, libere devolvetur, et in possessione ipsius, sicut 
dictum est, idem dominus noster comes et sui heredes per- 
manebunt, nuUa condicione a nobis et nostris heredibus 
imposterum Êtcienda obstante. In cuius rei testimonium et 
firmitatem nostrum sig^illum presentibus literis duximus ap- 
ponendum. Datum in octava beatorum Petri et Pauli aposto- 
lorum, anno Domini MCCCniP*. 



28 September 1338. 
Dat Geraert, yoecht van Belle, opgedragen heeft den greve 
van Gelre ende synen erven die heerlicheit ende dat guet 
tot Yshem gelegen, mit allen synen toebehoeren, ende 
sonderlinge die gifte van der keerke aldair etc. 

Ysshem erftale. 

Allen denghenen, die desen brieff sullen sien ofF hoeren 

FoL 38. lesen, ick Geraert, voecht van Belle, knape, doe cont ende 

bekenne mit desen aepenen brieiF, dat ick overgedragen 

byn met eenen hogen, edelen man, mynen lieven here, den 

greve van Gelre ende van Zutphen, also dat ick voir my 



ii6 

ende mynen erfgnamen opgedragen heb hem ende synen 
erfgnamen alsogedane heer(lic)heit ende gfuet, als tot Ysshem 
ende dairouitryut gelegen is, het sy an vdde off an bussdie, 
opten lande off in den water, mit mannen, mit lude, groet 
ende de3m, ende sunderlingen die ghifite van der kerken 
aldair ende anders mit allen synen toebehoeren, so wie dat 
gelegen is ende so waer die mannen ende luden geseten 
sijn, nyet uytgesceyden van allen dat men dair tot deser 
tijt toe van my te leen heeft gdiouden, ende ick voert van 
mynen here, den greve vurg., gehouden heb tot desen dage 
toe. Ende heb dairop verthegen ende verthie mit desen 
openen brief tot ewelyken dagen, also dat ick ende myne 
erfgenamen engheenrehand recht noch antad dairan voirt- 
meer en soelen noch en mogen hebben noch behauden in 
egheenrehande manieren. Hier waeren oever ende aen, als 
mijns heren des gereven mannen, her Jacop van Mirlar, her 
Wolter van Voshem ende her Seger van Swalmen, riddere. 
In oirkonde ende vestenis deser dingen so hd> ie mynen zegel 
ain desen apenen brieff gehangen. Gegeven in den jaer ons 
Heren M^'CCC ende XXXVIII, op sunte Midiiels avont. 



iS September 1338. 
Item noch van densdven saken van Yshem, als van den 
mannen. 

Ysshem. 

Alle denghenen, die desen brieff soden sien of hoeren 
lesen, ende sunderlingen heren RodoljA Hagedome, ridder, 
ie Geraert, voecht van Belle, doe u te weten, dat ick eenen 
hogen, edelen man, mynen here, den greve van Grelreende 
van Zutphen, ende synen erfgnamen opgedragen heb also- 
gedane guet, heerlichdt, man ende lude tot Yshem ende 
dairomtrent gelegen, als gi ende andere guede luede van 



117 

my te leen hebt gehauden ende ick voirt van mjmen here 
den greve voirs. hielt te leene. Ende heb dairop verthegen 
alst gewoenlic is, also dat ie u ende uwe erfgname van 
suiker manscap, sekerheit ende eyde, als ghy my gedaen 
hebt, quijtschelde ende dairop vertye mit desen openen 
brieve voir my ende voir myne erfgnamen. Ende wjrse u 
aen mjmen here den greve voirs. als van *) uwen gerechten 
here van dien voirs. leen. In oirkonde mijns heren des 
greven vurs. mannen, als heren Jacobs van Mirlair, heren 
Wolters van Voshem ende heren Segers van S walmen, 
riddere, ende omme die meerre zekerheit so heb ick mynen 
segell an desen openen brieff gehangen. Gegeven in den 
jair ons Heren MCCCXXXVIII, op sunte Michiels avont. 



21 September 1333. 
Item (dat) Acrijn Janss. heeft opgedragen ende weder te 
leen ontfangen xi hont lands, gelegen in den gerichte van 
Beesde, van Meylaen etc. 

Beesde leene. 

FoL 38^. Ick Acrijn Janss. make cont allen luden, die desen brieff 
soelen sien off horen lesen, dat ick opgedragen heb den 
greve van Gelre xi hont lands van mynen eigen erve, 
gelegen in den gerichte van Beesde, op Meylaen, tusschen 
Goiswijn Meeuss. ende Boudewijn Nellenss. kyndere ende 
tusschen my, Acrijn vurg. Ende heb die weder van hem te 
leen ontfaen in allen dien rechte, dat sestehalf hont lands 
lagen in den gerichte van Beesde op Fredricx acker, tussen 
Goiswijn Meuss. ende tusschen Qaes Janss., die hy my 
geeygent heeft. In oirkonde dis brieffs besegelt mit mynen 
segele. Gegeven in den jair ons Heren dusent dridiondert 
ende XXXIII, in die sancti Maüiei apostoli et ewangeliste. 

') VeffKfarqviiig voor: aen. 



ii8 

21 September 1333. 
Item dat Ghijsbert die Grroet van Beesde heeft opge- 
dragen ende weder ontfangen iiii mergen lands, in den 
gerichte van Beesde gelegen etc. 

Beesde. 

Ick Ghijsbert die Groet van Beesde make cont allen 
luden, die desen brieff soelen sien off hoeren lesen» dat ick 
opgedragen hebbe den greve van Gelren vier mergen lands 
van mynen eyghenen erve, gelegen in den gerichte van 
Beesde, gelegen opten Dwerdijck tusschen Gerbrande van 
Beesde ende tussen Greraerts kyndere uytten Backhuse. Ende 
heb die weder van hem te leen ontfangen in allen dien 
rechte, dat twe mergen lands ende een halve lagen in den 
gerichte van Beesde, in den Homick, tussen Jan van Beesde, 
Groet Rijcwijns soen, ende tusschen G^rart Meuss., die hy 
my gheeygent heffit. In oirkonde dis brieffs besegelt mit 
mynen segele. Gegeven int jair ons Heren MCGC ende 
XXXIII, in die (sancti) Mathei apostoli et ewangeliste. 



5 Augustus 1265. 
Item dat her Rodolph die Cock, ridder, mit wille ende 
consent sijnre soene vercoft heeft erflich den gfreve van 
Gelre sijn borch tot Reynoy mit hoeren toebehoer, die hi 
voir van den greve te leene hyelde etc. 

Reynoye erftale. 

Universis presentes literas visuris Rodolphus, miles, dictus 
Cock, salutem et coguoscere veritatem. Ad noticiam presen- 
cium et ftiturorum volumus pervenire, quod de voluntate 
et consensu Rodolphi, Henrici, Gyselberti et Wilhelmi, 
jiostrorum liberorum, castrum nostrum apud Reynoy cum 



119 

suis attinendis, quod a comité Grelrie tenuimus feodali titulo, 
39- eidem comiti vendidimus et optiüimus et suis heredibus, 
hereditarie et pacifice tenendum et possidendum, presencium 
testimonio literarum. Datum anno Domini MCCLXV, feria 
quarta post Petri ad Vincula. 



28 September 1287. 
Desen brieff helt yn, woe dat Johan van Herwen 
erffcastellein geworden is des greven van Gelren ende hertoge 
van Ljrmborch op synen dote tot Reynoye ende woe dat 
hy ende synen erven datsellff slot holden soelen. 

Reynoye, 

Universis presentes literas visuris seu audituris nos 
Jcdiannes, dictus de Herwen, notum esse cupimus, quod 
nos pro redditibus triginta librarum parvorum denariorum, 
quas nobilis vir, dominus noster carissimus, Reynaldus, comes 
Gelrensis, dux limburgensis, nobis assignavit in feodo et 
pro quibus nos effecti sumus castellanus suus hereditarius, 
in castro suo dicto Reynoy in expensis nostris decem viros 
in armis tenebimus, et nos vel heredum nostrorum quicumque 
in perceptionem dicti feodi successerit, erit cum ceteris *) decem 
undecimus vir in armis. Si vero dictorum decem virorum 
aliquis vel aliqui dicto domino nostro vel suis heredibus non 
placuerint etc, nos aut heredes nostri illum vel illos amo- 
vebimus •) et loco illius vel illorum recipiemus in expensis 
nostris quemcumque vel quoscumque dictus noster dominus 
vel sui heredes ad dicti castri firmiorem custodiam nobis 
voluerint deputare, promittentes, iuramento et fide corporali 
prestita, cjuod nos et heredes nostri dictum castrum quanto 
fidelius et melius poterimus servabimus ad opus dicti domini 



*) A en B hebben: cetemm. 

') A heeft : amnK>nd)imas of ammovebinnis, B : admonebunus. 



120 

noBtri et suorum heredum, et quod de {Mrememoratis decem 
personis nullum redpiemus in ipsum castrum, nisi caucionem 
luratoriam nobis aut nostris successoribus prestituerit ^) quod, 
qualitercumque nobis succedat, predictum castrum predicto 
domino nostro vel suis heredibus praesentabunt. Et redditus 
predictarum xxx librarum ipse dominus noster predictus 
infra annum nobis iuxta dictum castrum, quanto vicinius 
poterit, prout inter nos concordavimus, assig^abit. Si autem 
ipse noster dominus pro redditibus cUctarum xxx librarum 
nobis tricentas libras conferre voluerit, illas iuxta castrum 
Rynoy predictum locabimus in prediis et bonis xxx libras 
annuatim valentibus, que quidem bona nos et heredes nostri 
pro redditibus dictarum xxx librarum hereditarie debemus a 
predicto domino nostro et suis heredibus observare. Et est 
condictum quod, si predictus dominus noster vel sui heredes 
vellent aliquos alios homines custodie dicti castri preficere, 
illam nos et heredes nostri cedemus, quandocumque abipso 
domino nostro aut suis heredibus hoc receperimus in mandatis, 
feodo nostro prememorato per omnia nobis salvo ■). Si autem 
preter illos decem viros, quos in expensis nostris tenebimus, 
predictus noster dominus vel sui heredes nobis aliquos alios 
in eorum expensis adiungere voluerint, illos recipiemus ad 
eorum omnimodam voluntatem. In cuius rei testimonium 
presentes literas sigilli nostri robore fecimus communiri. 
Datum anno Domini MCCLXXXVII, in vigilia beati 
Michaelis. 

15 Augustus 1295. 
Fol. 39V. I^ni dat onse heerscap van Gelre van den vaechde van 
Ruremunde lossen mogen die volmoelen, gelegen op der 
Ruren bi Ruremunde, mit ccl marck Coelscher penninge, 
die die voicht off syne erven dan oick voirt beleggen sullen 
an erffenisse, te leen te halden. 



') VerachriiYiiig voor: preititeric *) A en B hebben: lalve. 



121 



Rtiremunde lossinge. 

Nos Dedericus, advocatus de Ruremunde, miles, notum 
facimus universis presentes literas visuris et tenore presen- 
cium profitemur, quod dilectus dominus noster Re3maldus, 
comes Gelrie, vel sui heredes molendinum nostrum, dictum 
vulgariter volmoelen, sitam *) super Rc«:am iuxta Rurmunde, 
quod ibidem super aream seu fundum ipsiut domini nostri, 
domini Reynaldi, comitis Gelrensis, ex consensu et voluntate 
sua fieri et edificari fecimus et ab ipso domino nostro nomine 
homagii tenemus, a nobis et nostris heredibus redimere 
poterit iMTo ducentis et quinquaginta marcis denariorum 
Coloniensium pro tempore legalium. Et illos denarios nos vel 
nostri heredes tune in aliam hereditatem convertere debemus, 
quam hereditatem de *) dictis domino nostro et suis heredibus 
nos et nostri heredes in feodo et nomine homagii tenebimus, 
quemadmodum predictum tenuimus molendinum. Hee autem 
condiciones de molendino predicto iam diu fadte sunt, sed 
quia conscripte et in veritatis testimonium non erant adhuc 
perducte, ipsas condiciones iam dicto domino nostro et suis 
heredibus innovatas dedimus et conscriptas. Et in huius rei 
testimonium presens scriptum sigillo nostro una cum sig^llis vi- 
rorum honorabilium, videlicet domini Henrici, prepositi ecclesie 
Embricensis, et domini Gerardi de Kerreke, consangwinei 
nostri dilecti, qui huic facto interfuerunt, duximus roborandum. 
Et nos Henricus prepositus et Gerardus de Kerreke predicti 
profitemur nos huic facto interfuisse et ad maiorem certitu- 
dinem sigilla nostra presentibus appendisse. Datum etinno- 
vatum anno Domini MCCXC V % in die Assumpcionis beate *) 
Marie virginis gloriose. 



") Versdirijving voor: rituin. ') Verechrijviog voor: a. 

•) N*. 32 heeft : MCCC. *) Dit woord ontbreekt in A. 



122 

20 December 1306. 
Item dat (die) hofF Oppenberg, gelegen bi der moeien 
van Nersdam, een Gelressch leen b etc. 

Hoff Oppenbei^e by Nersdam leene. 

Noverint universi presens scriptum visuri et audituri et 
predpue nobilis vir, dominus meus carissimus» dominus 
Reynaldus, comes Gelrensis, quod cum ego Ulendis, matrona, 
relicta Ottonis quondam de Wachtendonck, infirmitate et 
diversis tediis gravata, in propria persona ad predictum 
dominum meum» comitem Gelrensem, accedere non possim 
neque valeam, ut in resig^ando et superportando *) coram eo 
curtem meam dictam Oppenberge, sitam iuxta molendinum 
(in) Nersdam, quam ab ipso domino meo predicto tenui ex 
patemo beneficio in iusto feodo et pro facto, propriam curtem 
Oppenberge tenore presencium et sub testimonio discretorum 
virorum, domini Grodefridi, decani Christianitatis in Kempen, 
Gysberti de Crikenbeke et Gyselberti de Barle, advocati terre 
Gelrensis, quorum sig^illa presenti scripto apponi rogavi, pure 
Fol. 40. et plane, salvo ■) cum usufructu meo, quoad vixero, resigno et 
superporto ^) in manus prelibati domini mei, comitis Gelrensis, 
rogans et petens humiliter, ut ipse predictam curtem Oppen- 
berge sub condicione prefata Jacobo, filio sororis mee, pre- 
sencium exhibicione porrigat et conferat in debito feodo, 
sicut fieri est consuetum. In cuius resignacionis et super- 
portacionis testimonium nos predicti G,, decanus Christianitatis 
in Kempen, Gysbertus de Criekenbeke et Ghyselbertus de 
Barle, advocatus terre Gelrensis, ad instantes preces prelibate 
Ulendb matrone sigilla nostra presenti scripto duximus 
apponenda. Datum in vigilia beati Thome apostoli, anno 
Domini MCCCVI. 



') A heeft: sopportando. *) A heeft: salve. 



1^3 

2^ Maart 1351. 
Dat Seiijs Janssoen van Baeck geloeffit heefk te beleggen 
c marck Brabants bynnen den lande van Bredervort, dat x 
marck sjaers wert sy, ende dat erflich van Gelre te leen te 
halden te Zutphense recht. 

Seiijs van Baeck leene. 

Allen luden, die desen sullen sien off hoeren lesen, doe ie, 
Serijs Janssoen van Baeck, cont ende kenlic mit desen brieve, 
want ie, myne kneeht (ende) mijns vaders Icneeht ende 
hulpere, des Got genedieh moet zijn, alincliken versuent zijn 
mit eenen hogen, edelen prinee, den hertoge van Gelre, 
greven van Zutphen, mynen lieven here, so heb iek hem 
weder geloefft ende geloeff in gueden trouwen voir my 
ende myne erfg^amen, dat iek hem om der voirs. sonen 
willen beleggen sall hondert marck Brab. penninge pay- 
ments, als in den lande van Zutphen genge ende geve is, 
bynnen jairss na datum dis brieffs, bynnen den lande van 
Bredevort gelegen, ain gueden, eygenen erve, die wael x 
marck sjaers wert sijn, payments vurs., ende die vurs. x 
marck sjaers sal iek ende myne erfgnamen van m3nnen here, 
den hertoech vurs., ende synen erfgnamen ontfangen ende 
halden tot eenen rechten Zutphensen leene, met eenen ponde 
aids gelts te verhergeweiden. In oirkonde ende stedicheit 
des, want ie selve gheen zegell en heb, so heb iek gebeden 
ende bid Everde van Seulenboreh, mynen lieven oem, dat 
hi desen brieff voir my will bezegelen met zynen segelL 
Ende iek Everaert van Seulenborch vurs. bekenne, dat iek 
om bede will Serijs, mijns lieven neven vurs., in oireonde 
deser dingen voirs. mynen zegell an desen brieff hebbe 
gehangen. Gegeven int jair ons Heren MCCCLI \ des 
Sonnendags Letare. 

•) In n*. 22 9tMt: MCCC. 



April 1222. 
Woe dat keyser Fiedericfa greve Gefarde van Gdre 
ende synen erven geoonfirmeirt heeft, dat die toU, den syne 
voirvarm tot Arnhem te< hebben {^^[en, verlacht is tot 
Lobede etc. 

Toli van Arnhem tot Lobede. 

Frederictia, Dei grada Romanorum imperator semper 
augustus et rex Cicilie. Imperialis miuiificenda id vere suis 
usibus applicat, quod abi devotis et bene meritis fidelibus 
FoL 40^. elargitur. Eapropter notum facimus universis imperii fide- 
libus» tam presentibus quam futuris» quod nos» attendentes 
sinceram fidem et devocionem, quam predecessores dilecti 
fidelis nostri comitis Gerardi de Geke habuerunt ad Romanum 
imperium et ad predecesscves nostros, memorie recolende, 
attendentes eciam grata plurimum et accepta servicia, que 
idem comes Gerardus maiestad nostre hactenus exhibuit et 
poterit in antea de bono in melius exhibere, commutacionem 
theolonei de Arnhem, quod sui predecesscnres in imperio 
tenuerunt, quam de consilio principum nostrorum et 
specialiter de con»lio dilecti principis nostri, venerabiUs 
Coloniensis archiepiscopi, sibi fecimus apud Lobede in archie- 
piscopatu Coloniensi, sicut in privilegio, sibi a nostra regia 
maiestate concesso, plenius continetur, eidem comiti et 
heredibus suis de nostre munificende gracia imperpetuum 
coniirmamus. Mandantes et initmgentes firmiter universis, 
quatenus nullus sit, qui predictum comitem, fidelem nostrum, 
super predictis contra hanc nostre confirmadonis paginam 
molestare presumat. Ad huius autem confirmadonis nostre 
memoriam presens privilegium fieri et sigillo maiestatis no^re 
iussimus communiri. Datum apud Aquensem (?), anno Dominice 
Incamacionis MCCXXII, mensa Aprilis, indictione X"**. 



«^5 

AprÜ 1222. 

Confirmacie Usscops Eng^elberts van Colne op die ver- 
leninge van tolle van Arnhem tot Lobede etc. 

Lobede toU. 

Engelbertus, Dei gracia sancte Coloniensis ecclesie archie- 
piscopus, omnibus in Christo renatis presens scriptum intuen- 
tibus salutem in vero salutari. Ad ignorancie scrupulum 
evitandum universis cupimus innotescere, quod dominus 
noster Fredericus, (Romanorum) ') imperator semper augustus, 
(et) ■) rex Cicilie, nobili viro Gerardo, comiti Gelrensi, ob 
preclara servicia, que in primordio sue exaltacionis ei sub 
magno rerum et terre sue dispendio exhibuit, theoloneum, 
quod Otto, pater suus, et ipse apud Arnhem ab imperio 
tenebant in feodo, de nostro et aliorum principum consilio 
ad villam, que Lobede dicitur, Traiectensis diocesis, trans- 
ferendum (concessit) *), ut iUud ibidem ipse et sui heredes 
percipiant et ab imperio perpetuo teneant iure feodali. In 
coius rei testimonium presenti carte sigiUum nostrum fecimus 
appeadi % 

April 1222. 
Consent eens hertoge van Beyeren op die verleeninge 
Tan den toll voirs. 

Lobede toU. 

L., Dei gracia dux Bavarie, omnibus presens scriptum 
intuentibus salutem in Domino. Ad ignorancie scrupulum 



*) In de drie registers ontbreekt dit woord. Uit de volgende brieven blijkt, 
dftt het vergeten is. 
*) Als vorige noot. 
*) Als vorige noot 
*) In de drie registers ontbreekt het jaartal. 



Ï26 

amputandum universis cupimus innotescere, quod dominus 
noster Fredericus, Romanorum imperator semper augustus et 
Fol. 41. rex Cicilie, nobili viro Gerardo, comiti Gelrensi, obpreclara 
servicia, que in primordio sue exaltacionis ei sub maguo 
rerum et terre sue dispendio exhibuit, theoloneum, quod 
Otto, pater suus, et ipse apud Arnhem ab imperio tenebant 
in feudo, ad villam, que dicitur Lobede, Traiectensis diocesis, 
de nostro et aliorum principum consilio trs^nsferendum 
concessit, ut illud ibidem ipse et sui heredes percipiant et 
ab imperio perpetuo teneant iure feodali. In cuius rei testi- 
monium presenti pagine sigillum nostrum fecimus appendi *). 



April 1222. 
Consent ofF getuychgenisse des hertogen van Sassen op 
die verleninge van den toUe voirscreven. 

Lobede toU. 

L., Dei gracia lantg^vius Turingie et palatinus comes 
Saxonie, omnibus presens scriptum intuentibus salutem in 
Domino. Ad ig^orancie scrupulum amputandum universis 
cupimus innotescere, quod dominus noster Fredericus, Ro- 
manorum imperator semper augustus et rex Cicilie» nobili 
viro Gerardo, comiti Grelrensi, ob preclara servicia, que in 
primordio sue exaltacionis ei sub magno rerum et terre sue 
dispendio exhibuit, theoloneum, quod Otto, pater suus, 
et ipse apud Arnhem ab imperio tenebant in feudo, de 
nostro et aliorum principum consilio ad villam, que Lobede 
dicitur, Traiectensis diocesis, transferendum concessit, ut 
illud ibidem ipse fet sui heredes percipiant et ab imperio 
perpetuo teneant iure feodali. In cuius rei testimonium 
presenti pagine sigillum nostrum fecimus appendi *). 

') In de drie haodschrifteo ontbreekt het jaartal. 



127 

April 1222. 
Noch dess selven gelijcx van eenen palantzgreven op den 
Rijn van der verleeninge dess voirs. tols etc. 

Lobede toU. 

o., Dei gracia palatinus comes Reni, omnibus presentem 
cartam intuentibus salutem in Domino, Ad ignorancie scru- 
pulum amputandum universis cupimus innotescere, quod 
dominus noster Fredericus, Romanorum imperator semper 
augustus et rex Cicilie, nobili viro Gerardo, comiti Grelrensi, 
ob preclara servicia, que in primordio sue exaltacionis ei 
sub magno rerum et terre sue dispendio exhibuit, theoloneum, 
quod Otto, pater suus, et ipse apud Arnhem ab imperio 
tenebant in feudo, de nostro et aliorum principum consilio 
ad villam, que Lobede dicitur, Traiectenjds diocesis, trans- 
ferendum concessit, ut iUud ibidem ipse et sui heredes 
percipiant et ab imperio perpetuo teneant iure feodali. In 
cuius rei testimonium presenti pagine sigillum nostrum 
fecimus appendi *). 

Mei 1224. 
Verleninge koninck Henricks van der verleeninge des tols 
van Arnhem tot Lobede, dair die kurfiirsten ende andere 
des Rijcks fursten mede oever geweest zijn etc, ende den 
toU sal men van den Ryke te leen halden ewelyken etc. 

Fol. 4IT. Arnhem^ Lobede toU. 

In nomine sancte et individue Trinitatis Henricus septimus, 
divina favente clemencia Romanorum rex et semper augustus. 
Regiam nostram condecet maiestatem ad illos gracie nostre 
favorem promptius extendere, qui, nostris fidelibus insudantes 



*) I(et jaartal ontbreekt 



128 

obsequiis, ad ea se studio gerunt promptiori, que ad nostri 
honoris conducunt augmentum. Quapropter noverint tam 
presentes quam futuri, quod nos Grerardo, comiti Grelrena, 
dilecto et fideli nostro, cuius fidei puritatem dominus noster 
imperator, pater noster, et nos sepius circa promocionem 
imperii Romani sumus experti, quique sibi in sue exattadonis 
primordio sub rerum et terre sue magna iactura predara et 
multimoda exhibuit servicia, de ipsius patris nostri mandato, 
consilio et assensu prindpum theoloneum, quod Otto, pater 
suus, et ipse ab imperio apud Arnhem tenebant in feudo, 
indulsimus ad villam, que Lobede dicitur, Traiectensis diocesis, 
transferendum, quatenus illud ibidem ipse et sui heredes ad 
commodum et utilitatem suam perdpiant et perpetuo possi- 
deant iure feodali. Ut igitur hoc factum nostre celsitudinis 
a nobis et successoribus nostris firmum servetur et incon- 
vulsum ^), presentem paginam in huius rei evidenciam et 
firmitatem conscribi fecimus et nostre serenitatis sigiUo 
communiri, statuentes et presentis previlegii auctoritate 
firmiter predpientes, ne aliqua ecclesiastica seu mundana 
persona huic nostre conces«oni temere presumat contraire. 
Huius rei testes sunt: Sifiridus, Maguntinensis archiepiscopus, 
Engelbertus, archiepiscopus Coloniensis, Theodericus, Tre- 
verensis archiepiscopus» Theodericus, Herbipcdensis ^ epi- 
scopus, Sifridus, Augustinensis episcopus, Henricus, Worma- 
densis episcopus, Fredericus, abbas Prumensis, Ludovicus, 
dux Bavarie et palatinus comes Reni, Ludovicus, lant- 
gravius Turingie, Hermannus, marchio de Baden, Grerardus, 
comes de Diez, Dyetcherus, comes de Katzennellenboge, 
Hermannus, comes de Waldenborch, Henricus et Hubertus 
comités de Nassouw, Henricus, comes de Se3me, Adolphus, 
comes de Marchia, Henricus de Monyoy, Gerlacus de Budin- 



') In A, B en n*. 22 staat: inconyustnm. 
*) In A, B en n*. 22 staat: Herlipolensis. 



129 

gen, Bernardus de Hurstmar, Burchardus, burgravius de 
Querenvorde, Hermannus de Molenarche, Anselmus, imperialis 
aule senescalcus, et alii quamplures. Acta sunt hec apud 
Franchenfurt, anno gracie MCCXXTTIT, indictione Xü"**. 



I November 1247. 
Een confirmacie van eenen cardinaell, die legaet was des 
Steels van Romen, op den tol van Lobede ende ander guede, 
die greve Otto van Gelre van den Ryke hielde etc. 

Lobede toU. 

Petrus, miseracione divina sancti Georgii ad Velum auremn 
diaconus, cardinalis, Apostolice Sedis legatus, düecto in Christo 
nobili viro Ottoni, comiti Gelrensi, ecclesie Romane devoto, 
salutem in Domino. Ob devocionis ardorem, quem erga 
Romanam habes ecclesiam, tuis iustis peticionibus benignum 
impercientes assensum, theoloneiun de Lobede et alia bona, 
42. que ab Imperio iusto modo te habere proponis, sicut eatui 
progenitores a longis retroactis temporibus iuste ac pacifice 
possidanmt *) et tu rite possides et quiete, tibi et'^tuis here- 
dibus in perpetuum auctoritate presencimn confirmamus et 
presentis scripti patrocineo ') communimus. NuUi ergo omnino 
hominum liceat hanc paginam nostre confirmacionis infringere 
vel ei ausu temerario contraire. Si quis hoc attemptare 
presumpserit, indignacionem omnipotentis Dei et beatorum 
Petri et Pauli, apostolorum eius, se noverit incursurum. Datum 
Odonie, Kalendis Novembris, anno Domini MCCXLVII. 



') Versdtryriiig voor: possedenint. 
*) Venchr^ving voor: patrocmio. 



I30 

II December 1384. 
Ordinancie des Roemschen ende Bdeemschen koenincx 
van den tdlen tot Lobede, te Nymegen, te Tyele, te Boemell 
ende te YsBèlorde etc. 

ToUe Lobede, Nym^en, Tyell, Boemel, 
Ysselorde. 

Wit Wentzlaw, van Gotes gnaden Roemscher kunig» zu 
allen zyden meerre des Rijcx und kunig zu Beheym, bekennen 
und doen kont ofienberlich mit desen brieve allen den, die 
yn sien oder horen lesen, dat wir ons mit den hoichge- 
boeren Wilhelm, hertzogen, unserm lieben oehem und fursten, 
also vereymt *) haven ende vereynen uns mit desen brieve, 
umbe alle syne nag^escreven tzoUe, dit *) he gehadt hait zu 
Lobede, zu Nymegen, zu Tlele, zu Bon^ell und Ysselorde, 
also dat hy ende S3me erven zu Lobede xxvin tomossch, 
zu Nymegen v tomossch, zu Tiele rv, zu Boemell vier und 
(zu) Ysselorde zween tomossch van allen kouffenscap nae 
marckzall opheven und nemen sal und mach, van alremallich 
ungehindert, und gebieden dairomme allen fursten, geiste- 
lichen und weerlichen, greven, firyen, dienstluden, ritteren, 
knechten und allen anderen unsem und des Rijcx getruwen, 
dat zy den egenanten unsem oehem imd synen erven an den 
voirs. tzolien nicht hinderen noch irren in egheenre wijs, 
sonder sy die nemen ende opheven laissen, als sy unse und 
des Rijcx sweer ongenade vermiden willen. Mit oirkonde 
dis brievs besegelt mit unser kunyncliker majesteet inge- 
segell. Gegeven zu Covelentz, nae Christi gebeurt XIII* jare 
und daima in den LXXXmisten jare, des Sonnendaedis 
vur sente Lucien dage, voirs, Ryche des Roemschen (in den) 
XXIIsten und des Beheymsche in den IXden jare. 



') Vertchrijviog voor: vereynt. •) VenchriJTing voor: die. 



131 

14 April 1293, 
In desen brieflF staen gescreven vi ordele, die wilneer 
koninck Adolph gewijst heeft by versoekenisse greve Rey nalts 
van Grdre, als van werden, van sloten in eyns greven lant te 
t3anmeren, van doetsclach, van misdaden des heren dieneren 
g^edaen, van eenen slote te beleggen ende van scholt, die 
die schulder scichde ^) dattet ^ betaelt weer etc. 

Roemsch Koninck van ordelen ^. 

Nos Adolphus, Dei gracia Romanorum rex semper 
augustus, recognoscïmus per presentes, quod nobis anno 
Donrini MCCXCIII *), in die beatorum Tiburcii et Valeriani, 
martirum, apud Nurenberg pro tribunali sedentibus ad requi- 
sicionem spectabilis viri Reynaldi, comitis Gelrensis, per 
conununem sentenciam est obtentum quod, si insula nata 
est in Reno vel alio flumine in comitatu alicuius comitis, 
qui in ipso flumine recepit theolonia et conductus habetque 
comitatum eundem, theolonia et conductum ab imperio in 
flumine predicto, eadem insufci potius spectat ad imperium 
et ad ipsum comitem quam ad alium dominum, cuius districtus 
protenditur ad ripam fluminis prelibati. Secundo ad eiusdem 
comitis instanciam est obtentum, quod nulli licitum est muni- 
cionem erigere de novo in comitatu alicuius comitis, nisi 
petita eius licencia et obtenta. Si autem comes alicui edifi- 
canti municionem prestitit patienciam, quousque edificaretur 
municio, et passus est dominum eius tam diu pacifice possi- 
dere, donec secundum terre consuetudinem prescriberet alia 
bona contra comitem vel alium quemcumque, quod postea 
non potest impeti a comité super edificio prelibato. Tercio 
fiiit obtentum, si inter aliquos discordantes super homicidio 

') B heeft : schilde. Waarschijnlijk verschrijving voor : seechde. 
*) B heeft : dat 

*) Hiar ttaat in margine by A: wairden in den stroomen. 
*) In n^ 33 staat : liCCXCmi. 



132 

aliqua composicio intercedat et a parte, que iniuriam intulit, 
parti lese satisÊtctio impendatur et composicio fiat |H'o consan- 
guineis omnibus partis passé iniuriam, postmodiun vero pars 
iniuriam passa proponat, quod non pro omnibus de parte 
eadem composicio intervenit^ sed quibusdam nominatim ex- 
ceptis, alia parte dicente e contrario, quod pro omnibus con- 
sanguineis lese partis composicio facta extitit et satisÊtctio 
subsecuta» partis hoc affirmantis ') probacio cum duobus 
testibus, ita quod manus affirmantis ') sit tercia, potius stt 
admittenda quam partis contrarium asserentis. Quarto fuit 
quesitum pro ipso comité, si alicuius domini familia in opido, 
cuius dominium spectat ad ipsum, male tractatur verbis vel 
factis, utrum dominus loei vel scabini ipsius debeant factum 
huiusmodi iudicare, et obtentum fuit communi sentencia, 
quod potius spectat ad dominum iudicium huiusmodi quam 
ad scabinos {H'edictos, nisi forsan ipsi cives per libertatem 
concessam ab ipso domino vel a suis |H'edecessoribus con- 
trarium docerent. Quinto sentendaliter est obtentum quod* 
si aliquis obsidet castrum in terminis regni Romani, nisi 
pius obtinuerit in figura iudicii, quod licite tace^e iUud 
possit, nos obsidenti debeamus dare auctoritate regia in 
mandatis, ut obsidionem suam dissolvat et prosequatur suam 
iusticiam coram noUs. Sextum sentenciatum extitit coram 
nobis quod, si debitor dicat se creditori debitum persolvisse, 
creditor vero neget, ipsius debitoris et non creditms est 
super hoc probacio admittenda. Datum anno Domini die et 
loco predictis, regni vero nostri anno secundo. 



23 Februari 1291. 
Fol. 43. Van koninck RodolfiF ordele ofF wysinge, als van ennigen 
geme)mten in eens heren lande gelegen, woe men dairmede 
doen sall. 

') A, B en Il^ 23 hebbeo resp. affinitatis en affirmitatis. In B jf evenwd 
door een latere band op den rand geschreven : affirmantis. 



133 



OrdeU. 

Nos Rodolf^us, Dei grada Romanorum rex semper 
augustus, ad universorum sacri Romani imperii fidelium 
noticiam volumus pervenire, quod iudice nostre curis ^) sedente 
pro tribunali fuit per sentenciam inquisitum, si aliquis dominus 
terre habeat ex antiqua consuetudine, quod possit locare et 
exponere communitatem in terra sua, utrum hoc aliquis sibi 
possit prohibere; ad quam inquisidonem responsum senten- 
daliter extitit sub hac forma, quod, si ab antiqua consue- 
tudine et |H'escriptione illud extitit observatum, ita debet 
perpetim observari. Item inquisitum fuit per sentendam, si 
homines alicuius ville communitatem adiacentem ville, in qua 
morantur, sibi attrahere possent sine consensu domini terre ; 
ad quam inquisidonem sentendaliter extitit iudicatum, quod 
non. Item inquisitum fuit, si aliqui occupaverint commimi- 
tatem aliquam sine licencia domini terre, utrum dominus 
terre huiusmodi terram occupatam posset redigere in com- 
munitatem, et quam penam tales occupatores indderint; ad 
quam inquisidonem extitit finaliter *) responsum, quod dominus 
terre huiusmodi terram occupatam potest redigere ad com- 
munitatem, et pena occupandum, ciun sit arbitraria, consue- 
tudini terre relinquitur imponenda. Quas quidem sentendas 
in omni sue*) >parte approbamus et testimonio presendum 
confirmamus. Istis autem sentenciis presentes fiierunt vene- 
rabiles viri, episcopus Constandensis, episcopus Losannensis, 
abbas sancti Galli, nobiles viri, comes de Katzennelbogen, 
comes Ferretensis, comes de Ottingen et quamplures sacri 
imperii nobiles et fideles. Datum in Baden, VII Kalendas 
Mardi» indictione quarta, anno Domini Af^i^CXCI, regni 
vero nostri anno XVIII. 



') VenchriiyiDg toot: carie. 

*) Ver|^ir^viiig toot: sentendaliter, v eroorza akt door de afkorting. 

*) Vertduijying voor: luL 



134 

17 Augustus 1290. 
Noch van koninck Rudolff ordelid woe dat een hea:^ niit 
synen mannen ommegaen sall, die te^en hem mysdeden, etc. 

OrdeL 

Nos Rudolphus, Dei gracia Romanorum rex semper 
augustus, ad universorum sacri Romani imperii fidelium 
noticiam cupimus pervenire, quod anno Dommi MCCXC, 
XVI Kalendas Septembris *), indictione tercia, nobis seden- 
tibus pro tribunali apud Erfordiam presentibus principibus, 
comitibus, nobilibus, baronibus, necnon quampluribus pro- 
ceribus regni nostri, petitum fuit in iudicio coram nobis et 
sentencialiter diffiniri, si dominus aliquis habeat vasallum, 
qui attemptat rem contra dominum et contra quem dominus 
habeat actionem et lus agendi in iudicio, qualiter contra 
vasallum domino succurratur. Et extitit per sentenciam con- 
sensu principum, comitum, nobilium approbatum legitime 
diffinitum, quod ipse dominus suum vasallum presentibus aliis 
vasallis coram se ad iudicium poterit evocare et cognoscere 
poterit et iudicare pro vel contra ipsum vasallum, prout 
ipsorum dictaverit sentencia vasallorum. Testes autem huic 
sentencie presentes aderant illustres: dux Saxonie, dux 
Bruynswicensis, principes nostri ; nobiles : burchgravius de 
Nurenberg, comes Everhardus de Katzennelbogen, Grerlacus 
de Bruberg, C. de W3msberg et quamplures alii nobiles et 
barones. In cuius rei testimonium hanc paginam conscribi 
et nostri sigilli munimine fecimus roborari. Datum Erfordie 
anno, die, indictione premissis, regni vero nostri anno 
XVII">^ 



') In A en B staat : Semptebris. 



135 

5 September 13 lo. 
Ordell van kcminck Henrick, dat eg^een fiirst off here 
enniger stat egheyn vryheit noch previlegien geven en 
mach buten heit ende consent des koninx, ende gebiet den 
greve van Greke alsulke vryheide, als hy sommige syne 
steden gegeven hadde, aff te doen etc. 

OrdeU. 

Nos Henricus, Dei gracia Romanorum rex semper augustus, 
ad universorum sacri Romani imperii fidelium noticiam 
volumus pervenire, quod, nobis anno Domini MCCC decimo, 
feria sexta ante festum Nativitatis beate Virginis, apud Spiram 
pro tribunali sedentibus, in communi sentencia per (principes, 
videlicet) *) venerabiles Coloniensem, Maguntinum archiepis- 
copos et Spirensem episcopum, necnon illustrem Theobaldum, 
ducem Lotharingie •), principes nostros, et nobilem virum 
Gerardum, comitem Juliacensem, consanguineum nostrum 
dilectum, ac alios nobiles constantes ') quesitum extitit et 
obtentum, quod nullus princeps aut dominus potest alicui 
opido conferre vel concedere aliquas libertates vel eciam 
previle£^«ure eosdem *) absque mandato et expresso consensu 
regis, in cuius regno dominium ipsius domini situm extitit. 
Cum itaque spectabilis vir, Reynaldus, comes Gelrensis, con- 
sanguineus et fidelis noster dilectus, et sui antecessores qui- 
busdam opidis suis dederint libertates ac ipsa opida previle- 
giaverint, consensu (recolende memorie dominorum impera- 
torum) *) et regum Romanorum, illustrium predecessorum 
nostrorum, et nostro minime accedente, nos, iuxta dictam 
sentenciam principum et nobilium, estimantes in hac parte 

*) De twee woorden tussdien haakjes ontbreken. Zie volgende brieren. 

') N*. 22 heeft: Lothringie. 

*) VerKhriJTing voor: aitantes. Zie volg. brief. *) Verschrijving voor : eadem. 

*) A ta n\ 22 hebben in plaats van de woorden tusschen haakjes : domino 
memorie imperatoram; B: domino memorie imperatoris. Dit geeft geen zin. 
Vetgelqk volgende brieven. 



136 

nobis et imperio iniuriam irrogari, huiusmodi libertates et 
previlegia datas et data per dictum Reynaldum, comitem 
Gelrensem, suosque antecessores sine consensu predecessorum 
nostrorum, imperatorum et regum Romanonun, et nostro 
tamquam irritas et irrita auctoritate regia revocamus, decer- 
nentes ipsas et ipsa carere penitus robore firmitatis, ac 
precipientes eidem comiti firmiter et districte, quatenus literas 
super libertatibus et previlegiis huiusmodi dictis opidis datas 
instanter repetat et redpiat ab eisdem, ac per occupacion^n 
personarum et rerum suarum ad hoc arceat et compellat, et 
deinceps soUicite precaveat, quod nullas libertates taliter eis 
datas seu previlegia teneat vel observet. In premissorum 
testimonium evidens et cautelam sigillum nostre maiestads 
regie presentibus est appensum. Datum Sfnre, Nonis Sep- 
tembris, anno Domini ut supra, regni vero nostri anno 
secundo. 



5 September 1310. 
Ordel van kofiinck Henrick, dat greve Reynalt alsulke 
vryheide, als hy oflF syne voirvaren horen steden, ende 
sunderlingen dien van Zutphen, gegeven hadden voir Lobede 
tolvry te varen, afdoen solde, ende dat sy van gheenre 
macht en sij(n). 

Ordel previl^en Zutphen. 

Nos Henricus, Dei gracia Romanorum rex semper augfustus, 
ad universorum sacri Romani imperii fidelium noticiam 
volumus pervenire, quod, nobis anno Domini MCCC (decimo) % 
feria sexta ante festum Nativitatis beate Virginis, apud 
Spiram pro tribunali sedentibus, in communi sentenda per 
principes, videlicet venerabiles Coloniensem, Maguntinum 
archiepiscopos ac Spirensem episcopum, necnon illustrem 



*) In A, B en n*. 32 staat MCCC. Moet z^n 1310. Vergdtjk voorgaanden brief. 



137 

Theobalduniy ducem Lotharingie, principes nostros, et nobi- 
lem vimm Gerardum, comitem Juliacensem, consang^uineum 
noBlrnm, ac aKo» nobües astantes, quesitum extitit et obten- 
tum qiiod, cum spectabilis vir, Reynaldus, comes Gehie, 
consanguiiieus et fidelis noster dilectus, suique predecessores 
44. concesserint quibusdam opidis, et specialiter opido Zutpha- 
niensi, sine mandato et consensu predecessorum nostrorum, 
Romanorum imperatorum et regum illustrium, atque nostro, 
quod de solucione theolonei solvendi apud Lobede, quod 
theoloneum idem comes a nobis tenet et imperio, esse 
debeant liberi et immunes, et cum ex huiusmodi concessione 
ipsum feodum diminuatur in nostrum et imperii preiudicium 
et gravamen, eandem concessionem sive libertatem per 
eundem comitem ac suos predecessores factas illigitime carere 
viribus et nuUius existere firmitatis volentes, ac ipsi comiti 
districtius iniungentes, quatenus dicta opida huiusmodi con- 
cessione seu libertate privare nullatenus pretermittat et 
eadem opida ipsa concessione seu libertate hactenus habtta 
non sinat frui ulterius vel gaudere, et si qua ab ipso comité 
super eo habent previlegia, illa repetat et requirat, ac per 
detencionem personarum et bonorum suorum ipsos, si necesse 
fuerit, arceat et inducat. Presencium testimonio literarum sig^ 
nostri regii robore signatarum. Datum Spire, Nonis Septem- 
bris, anno Domini ut supra % regni vero nostri anno 
secundo. 

5 September 13 10. 
Noch van koninck Henrich, dat greve Reynalt van Gelre 
syflen steden, dien hij wolde, halden mochte ende dien hy 
nyet wolde, lu-eken die vryheide, die hy oflF synen vorvaren 
hem buten consent des Rijcx gegeven hadden, ende oic 
van marcktollen in steden te leggen etc 



*) In A ontbre^t dit woord. 



138 



Previlegien. 

Henricus, Dei gracia Romanorum rex semper augustus, 
universis sacri Romani imperii fidelibus presentes literas 
inspecturis graciam suam et omne bonum. 

Noverit univermtas vestra, quod spectabili viro, Reynaldo, 
comiti Gelrie, consanguineo et fideli nostro dilecto, liberaliter 
indulgemus, quod omnia previlegia, data opidis suis sine 
mandato et consensu recolende memorie dominorum, impe- 
ratonmi et regum Romanorum lUustrium, predecessorum 
nostrortun, et nostro per eundem comitem et suos anteces- 
sores opidis quibus velit, possit infringere pro suo libito 
voluntatis, ac opidis suis quibus voluerit, previlegia etliber- 
tates, per ipsum seu per suos antecessores concessa vel 
concessas, non obstante si noster seu antecessorum nostrorum, 
imperatonun et regum Romanorum, consensus non accessit, 
valeat approbare et inviolabiliter inconvulsa tenere. Nos quo- 
que quidquid idem comes ordinaverit vel fecerit in premissis, 
approbaraus et auctoritate regia confirmamus. Insuper dicto 
comiti motu liberalitatibus *) regie concedimus et indulgemus 
ex gracia speciali, quod in suis opidis, ubi expedire viderit, 
theolonia nundinalia et ebdomadalia licite possit imponere 
et instituere et illa ex indulto nostro recipere tamquam 
iusta. Et quicquid circa huiusmodi institucionem seu impo- 
sicionem theoloneorum fecerit et reciperit *) ac sui heredes/ 
ratum et g^atum habebimus et habemus, et hoc i^bi suisque 
heredibus de plenitudine potestatis regie simiüter confir- 
mamus ac presentis scripti patrocinio communimus. NuUi 
ergo omnino homini liceat hanc nostre concessionis, indul- 
sionis et confirmacionis paginam infringere vel ausu temerario 
contraire. Quod qui facere presumpserit, gravem nostre 
maiestatis ofFensam et indignacionem se noverit incursurum. 



*) Verachrijying voor: llberalitatis. ') Venchr^riiig toot: rooeperit 



139 

Datum Spire, Nonis Septembris, anno Domini MCCC decimo, 
regni vero nostri anno secundo. 



i6 Mei 1307. 

Lobede toU. 

Nos Albertus, Dei gracia Romanorum rex semper augustus, 
ad universorum sacri Romani imperii fidelium noticiam 
volumus pervenire, quod nos, attendentes grata, que spec- 
tabilis vir, Reynaldus, comes Gelrie, fidelis noster dilectus, 
et progenitores sui nobis et nostris antecessoribus impen- 
derunt servicia, et que ipse et sui successores nobis et nostris 
successoribus impendere poterunt utiliter in futurum, privi- 
legia, gracias et libertates suas a nostris in imperio prede- 
cessoribus tam concessas quam hactenus liabitas et permissas 
presentibus, ex certa sciencia, auctoritate regia confirmamus, 
dantes nichilominus eidem Reynaldo et suis heredibus 
thelonium suum in Lobede ad alium locum aptum infra 
dimidium miliare vel circa a dicto loco Lobede supra, prout 
magis expedire viderit, auctoritatem plenariam transferendi. 
In cuius nostre confirmacionis et translacionis testimonium 
presens scriptum nostre maiestatis sigiUo iussimus communiri. 
Datum in Frachenfurt *), decimo septimo Kalendas Junii, 
indictione quinta, anno Domini MCCCVIP, regni vero nostri 
anno IX**. 

14 October 133 1. 
Woe dat greve Diderich van Cleve ende zijn wijflF vercofft 
hebben greve Reynalde van Gelre ende van Zutphen dat 
walt, dat geheiten b die Kelct, ende alle dat recht, dat sy 
hadden an den Overwald ende an den Nederwalde. 



*) Vendn^Ting voor: EnDchenfnrt 



I40 

Cleve walt 

Wy Diderick, greve van Cleve ende Margriete, grevynne 
van Cleve, sijn wijflF, doen kont allen denghenen, diedesen 
brieff sien solen oflF hoeren lesen, dat wy omme nutte ende 
oerber onss lands vercoft hebben ende vercopen eenen hogen 
edelen man, onsen lieven bule, heren Reynalde, greve van 
Gelre ende van Zutphen, dat walt, dat geheiten is die Kelckt, 
dat is te verstaen die drie dele dairaff, woe ind wie dat die 
gelegen zijn, mit holte, mit bussche, mit broeke, mit harde, 
mit weke, mit gronde, mit dorren, mit groenen, mit heer- 
licheit, mit gerichte, hoge ende lege, ende mit allen dat 
dairbynnen begrepen is, dair dat vierdell te voeren sijn afif 
was. Ende oick so hebben wy hem vercoft ende vercopen 
alle die rechte, die onse alderen ende wy ende onse lant 
gehat hebben an desen dach toe van reechte oflF van ge- 
woente an den Nederen Walde ende an den Oeverwald, tot 
dien pale toe, die van onser beyder wegen gesteken sijn, 
die genoempt zijn in anderen onsen brieven, die wy hem 
gegeven hebben, hem ende synen erfgnamen, ewelic, erflic 
ende ommermeer te hebben ende vrylick te besitten ende 
vredelyck te gebruycken, om een somme van pynningen, 
die ons witlick ende waell betaelt is. Ende weer dat sake, 
ymant verleent weer van den Ryke oflF van den greve van 
Grelren ende van Zutphen viu*g. op dat Nederwalt oflF op 
dat Overwalt, die muchte dien greve, onsen lieven bule 
vurg., dairvoir manen. Ende geloven hem in gueden trouwen 
dies vurg. gueds te weren ende een waere te wesen jair 
ende dach, alse erfl&coeps recht is, als dier Kelct voir een 
eygen ende des Nederwalds ende des Overwalds als voir 
een leen van den Ryke, ende hebben hem opgedragen 
samentlic dese Kelct voir eygen, ende na vertegen, also 
ab dieghene ^) wijsden voir recht, die ^ met recht dairover 



') In A, B en n*. 22 staat: ^eite. ') A, B en n*. 32 hebben: dat 



141 

wysen mochten, ende geloven in guden truwen voir onse 
erfgenamen dit Nederwalt ende Averwalt een heilder te 
sijn hem ende synen erfgenamen van den Ryke, thent der tijt 
dat hiet gecrigen can, dat hem van deir Ryke verleent werde. 

Voert so synt voirwerden, dat die vurg. greve van Gelren 
ende van Zutphen off syne erfgenamen dit vurs. Nederwalt, 
dat is te verstaen tussen die Kelct ende dat Ketelbroec, niet 
en sall doen slaen off uytgeven te bouwen, mer hy macht 
nytgeven te houwen *), ende hy macht vreden na yegelyke 
houwen vijff jair alomme, also duck alse hijt houwen doet. 
Ende onsen luden en sullen dairynne nyet weyden off 
risschen ende placken wynnen b)mnen die vrede vurg., mer 
buten den vrede voer ^ ende na so moegen onse lude, die 
van aids plegen dairynne te weyden ende risschen off 
placken te wynnen, in dien selven Nederwalde weiden ende 
risschen ende placken wynnen om tselve geit ende omme 
denselven pacht, dien sy van auds plegen te geven. Ende 
straten ende wege soelen dairdoir gaen also als den luden *) 
nutte is, sonder argelist, behaudelic de greve, onse boele 
vurg., des ekerenvalles op dien walde vurg. 

Voirt synt voirwerden, dat untvange, die gedaen sijn in 
onsen lande van Cleve ende van Cranenborch, te bussche 
wort, dair geen busch en steet, dat wy die behalden sullen 
mit den gerichte ende mit allen oerber, die dairtoe beho- 
rende is; dairtoe sullen wy behalden drie hoven busscbs, 
dair sy Cranenborch naest gelegen sijn, te buminge % mit 
alre heerliche}rt. Ende weer dat sake, dat onse suster, die 
vrouw van Hoeme, deser vurwerden nyet en genuechden, 
so mach die greve van Gelre ende van Zutphen viu'g. tsyne 
antasten ende dairmede sullen wy hem laten gewerden. Mer 



') A, B en n^ 22 hebben : honden. ') A, B en n^ aa hebben : buten. 

') r, n V n „ : dien buide(n). 

*) A, B en n*. 33 hebben: bornnge. Verbeterd uit I^MXMnblet 



142 

quame die heeracap van Cfanenbordi ^ weder an ons off an <»i- 
•en erfgnameo, aoe solden desevoin. voirwerden stede htyven. 

Voirt gdoven wy in goeden trouwen, off sake weer, dat 
yemant den greve van Gelren ende van Zutphen off synen 
erfgnamen voirs. des voirg. gueds mit redite yet affwunnen, 
dat solden wy hem verrichten ende dien kummer affdoen. 
Ende weert dat wy des nyet en deden, so mucht ons die 
greve van Grehe ende van Zutphen off syne erfgnamen 
voirg. dairvoir manen, ende bynnen tween maenden na der 
maningen so mucht hi ons off onse erfgnamen dairvoir 
peynden, sonder wederseggen ende tome onii off onse(r) erf- 
gnamen. Ende wold yemant dien greve van Grelren ende 
van Zutphen off synen erfgnamen vurg. ain desen gede 
vurs. hinderen off gewalt doen, dat solden wy off onse erf- 
gnamen hem helpen keren op ons séïSs cost na alle onser 
macht. Ende ommedat wy willen, dat alle dese voirwaerden 
vaste ende stede blyven dien greve van Gelre ende van 
Zutphen ende sjmen erfgnamen voirs. voir ons ende voir 
onse erfgnamen voirs., so hebben wy onsen segell an desen 
brieff gehangen. 

Ende omme meerre stedicheyt ende vestenisse hebben 
wy gebeden ende bidden eersame lude, onse riddere ende 
mannen, die hima volgen, als heren Rutger van Boetzlair, 
heren Diderich van Hessen, riddere ■), heren Johan, den 
deken van Xanten *), onsen broeder, Diderich van Moen- 
monten, Evert van Wisschel, Jan van Ossenbroeke, Luyten 
van Hoenpel, Roelic Hagedom ende Wolter van Eyll, 
knapen, ende onse stede van Cleve ende Kalkar, dat sy 
hoer segelen mitten onsen an desen brieff willen hang6n> 
Fol. 45V. Ende wy Rutger van Boetzlair, Dideric van Hessen, 
riddere, Johan, deken van Xanten, Dideric van Monementen, 

') In A, B en n^ 22 staat: Cimnen ende bonk. 

') Dit woord ii weggelaten. Het behoort er b^, sie vervolg van de acte. 

*) In A en B ttaat: Panotn. 



^ 143 

£vert van Wysscfael, Johan van Ossenbroich» Lu3rte van 
Hoenpell, Roliken Hagedorn ende Wouter van Eyle, knapen, 
scepene ende gemeyn stede van Cleve ende van Kalkar 
onime beden wille onss lieven heren, heren Diderichs, des 
greven van Qeve, ende onser liever vrouwen, vrouw Mer- 
grieten, der grevynnen van Qeve viu-g., ende in getuych- 
geniss alle deser vurs. vurwarden hebben wy onse segelen 
metten oeren an desen brieff gehangen. Ende weer dat 
enich segell an desen brieflF gebreke oflF breke, dat en solde 
nyet hinderen o£F tonstaden staen in ennigen punte, mer 
dese briefF solde blyven in alle sijnre macht, gelijc of hy 
te maell ende wadi besegelt weer. 

Gegeven int jair onss Heren dusent driehondert ende een 
ende deertich *), des Manendaiges nae sunte Victoris dage. 



28 November 1368, 
Confirmacie hertoge Edewartz op vrouwe Mechtelden, 
sijnre suster, lijfftucht, mede inhaldende dat na horen dode 
die borg ende stede van ' Huessen ende Embric mit der 
Lymerssche wedercomen ende vallen solden op hertoge 
Edevaert.voirg. ende S3men erven. 

Cleve^ Huessen, Embric, L3munersche. 

Wy Edevart, by dep gnaden Goids hertoge van Gelre 
ende greve van Zutphen, doen kont allen luden, dat wy 
geloeft hebben ende geloven oevermids desen brieflF vrouw 
Mechtelt van Gelre, grevynne van Cleve, onser liever ge- 
minde zuster, hoere levedage te halden in die borch, stat, 
renten, tynse, toUe, heerlicheit van Huessen, mitten mannen, 
borchmannen, dienstmannen, ondersaten, mit hoeren toebe- 
horen ende mit allen opcomyngen ende vervallen, nyet uyt- 



') H\ aa heeft: MCCC ende XXX. 



144 

gesceiden, ende in die stat van Embric ende in die Lye- 
mersse, mit mannen, borchmannen. dienstmannen, ondersaten, 
renten, tynsen, heerlicheit, met allen opkcmiingen ende ver- 
vallen ende mit allen hoeren to^)^oeren, nyet uytgesceiden, 
als lange als sy le^fïb ; ende voirt in allen anderen gueden, 
erfhisse ende lijfftucht, des sy brieve heeft oflF g^ene brieve, 
na alle onser macht; bdieltenis des, welke tijt unse vurs. 
lieve ^) zuster nyet langer en is, dat dan die voirs. heer- 
licheit, borch, stat, renten, tol van Huessen, die stat van 
Embric ende die Lymersse mit allen horen toebehoren, 
gelijc voirs. steet, nyet u}rtgesceiden, op ons ende op onse 
erven vallen ende comen sullen. Alle dese vurs. voirwairden 
hebben wy voir ons ende voir onse erven geloefft ende 
gesekert in goeden trouwen ende )m eydstat *) onser 
liever zuster voirs. vast, stede ende onverbrekelic te hauden, 
sonder alle argelist. In oirconde des so hebben wy onse 
segell an desen brieff doen hangen ende hebben voirt ge* 
beden tot meerre getuychgeniss aller vurwerden voirs. ende 
bidden, overmits desen brieflF, heren Johan van Mirlair, heren 
Fol. 46. Johan van Benthem, riddere, onse lieve rade, die over dese 
dedinge ende voirwerden vurs. geweest hebben, ende voirt 
onse lieve geminde vrienden, borchme)rsteren, scepenen ende 
rade onser liever stede van Embric ende van Huessen, dat 
sy hoer segelen by dat onse an desen brieff willen hangen. 
Ende wy Johan van Mirlair, Johan van Benthem, riddere, wy 
burgermeysteren, scepenen (ende) raid der steden van Embric 
ende van Huessen bekennen, dat wy omme beden willen 
onss lieven gem3mden heren, heren Edevaerts, hertoge van 
Gelre voirs., onse segele by dat S)me an desen brieff ge- 
hangen hebben in getuychgeniss der dinge voirs. 
Voirt synt voirwarden, off dat sake weer dat an desen 

>) In den oonpr. brief staat dit woord, dat in de drie bandadiriften is 
weggelaten. 

') A, B en n^ 22 hebben: een eydstat 



U5 

brieff een off meer segelen gebreke off oick ennich ongeval 
desen brieff gescieden, dairomme en sall desen brieff gfaeen 
demynre ^ macht hebben. Gegeven int jaer onss Heren 
MCCCLXVm, des uiden dags na sunte Katherinen dage, 
der heiliger joncfrou. 



I Juni 141 2. 
Quitsceldinge van der oerveden, die mqn here van Gulich 
ende van Grelre den greve van Qeve ende van der Marck 
gedaen hadde. 

Cleve qmtancie der oerveden. 

Wy Adolph, greve van Cleve ende van der Marck, doen 
kont allen luden ende bekennen overmids desen brieff, dat 
wy onsen lieven neven, hertoge Reynalt van Gulich ende 
van Gelre ende greven van ZuQ>hen, quijtgescolden hebben 
ende ^ quijtscelden overmids desen brieff van abulker 
oerveden, eyden ende verlofhisse als hy ons van sijnre 
oerveden wegen gedaen heeft, sonder argeUst In oirconde 
ons segels an desen brieff gehangen. Gegeven in den jaer 
ons Heren MCCCC ende XU, opten Gudesdage vigilia 
Sacramenti. 

25 November 1368. 
Overdrach tusschen hertoge Edevart ende vrouw Mechtelt, 
grevynnen, ende den greve van Cleve, als van der stat van 
Emberich ende van der Liemersse ende oick van Huessen. 

Gelre^ Cleve^ Embericliy Lyemerasche. 

Wy Adolph van der Marck, greve van Cleve, doen kont 
allen luden, dat wy overdragen sijn mit heren Edewaert, 

') B heeft : mynre. *) In A en B MMt : et. 

10 



146 

hertogen van Gelren ende greven van ZuQ)hen, ende vrou 
Mechtelt van Gelre^ grevynne van Qeve, mynen lieven 
neven ende nichten, allen punten, die hierna bescreven staen. 
In den yersten als van der stat van Embric mit hoeren 
toebehoeren ende mit der Liemersse, die ons heren van 
Grelre was, die greve Johan van Qeve, den Got genade, 
versat wort ende vrouw Mechtelden voirs., dat dat weder- 
comen sall na doden vrou Mechtelden vurs. an die hertogen 
van Gelre ende oeren erven. Vort is gevordert *) van der 
stat ende van den huyse tot Huyssen, die renthen ende 
toU mit hoeren toebehoeren, dat saü des hatogen van 
Gehre vurs. sijn ende sijnre erven, als verre als dat manlic 
Fol. 46V. geboert weer, die van S3men witliken wy ve weer. Voirt 
weert sake, dat die hertoge van Gelre vurs. sturve ende ^een 
menlic geboert en krege, dat dan die vurs. stat, rent, huys 
ende toUe van Huessen met hoeren toebehoeren weder- 
comen sullen an ons ende an onsen erven, etc. 

Met meer voirwerdeD, die tot deten saken nyet en dienen. 

Gegeven in den jair ons Heren MCCCLXVIII, up sunte 
Catherynen dach, der heyliger joncfrou. 



8 Augfustus 1242. 
Hier is in begrepen onder anderen voirwerden, dat men ^ 
greve Otten lude van Gelre noch hoere navolgere nyet 
tollen noch bescatten en sal an den tolle tot Ursoyen. 

Ego Theodericus, primogenitus comitis Clivensis, notum 
facio universis presentes literas inspecturis, quod per ordi- 
nacionem caris^mi domini mei Henrici, ducis Ix>thoringie 
et Brabancie, inter dominum patrem meiun et me ex una 
parte (et) nobilem virum Ottonem, comitem Gelrensem, ex altera 



') Verschrijving yoor: gevorwaert. ') A heeft: man. 



H7 

de omni controversia et discordia inter me et ipsum comitem, 
homines patris mei et meos necnon dicti comitis habitis 
-psoL et concordia in hunc modum sunt reformate, videlicet 
quod dictus pater meus et ego nostrique successores ab 
hominibus predicti comitis Gelrie et eorundem successoribus 
de cetero nuUum theloneum vel exactionem theolonariam 
recipiemus seu recipi faciemus in theloneo de Ursoyen, etc. 

Oec mit anderen vurwerden desen vnrs. punten nyet antreffende. 

Datum et actum apud Lyram, feria sexta proxima ante 
vigiliam beati Laurentii, anno Domini MCCXLII. 

Ende die segele van desen brieve sijn eyndeels aff ende eendeels gebroken. 



24 Maart 1271. 
Noch dat die Grelrescfaen eghejyuen toU geven en soelen 
van hoeren gueden tot Ursoye etc. 

Nos Theodoricus, comes Clivensis, notum facio *) universis 
presencia visuris, quod nos, tactis sacrosanctis et fide prestita 
corporali, promisimus et promittimus observare reconsi- 
liaciones ^) inter nos et nostros coadiutores quoscumque ex 
parte una et virum nobilem Reynaldum, comitem Geh-ensem, 
et suos coadiutores quoscumque, etc. 

Et est sdendum, qaod in fine istius litere continetur ista dausula, videlicet : 

Adiectum est eciam, quod homines dicti comitis Gelrie 
de bonis suis quibuscumque apud Ursoye teoloneum nullum 
dabunt, etc. 

Datum et actum anno Domini MCCLXXI, in vigilia 
Annunciacionis beate Marie virginis. 

Ende dese segele sijn alle aff, uytgesceden des greven segell vors. 



') Verschrijving voor: fadmus. *) Verschrijving voor: recondUadones. 



148 



13 Januari 1381. 
FoL 47. I^^t greve Engelbert van der Mercke hertoge Wilhelm 
versadt had dat lant geheiten die Lymersch mit den huse 
tot Sevenar. 

Marcke^ Lymersche^ Sevenar. 

Wy Engelbrecht, greve van der Marck, doen kont allen 
luden, die desen brieff sullen sien ofiF hoeren lesen, dat wy by 
weten, raet ende guetduncken onssen lieven, (ghemy nden) broe- 
ders Diderichs van der Marck ende anders onser mage ende 
vriende voir ons ende voir onsen erven ende nacomelingen 
versat hebben ende versetten met desenen *) openen brieve 
voir achtdusent ende vijfFhondert alder guldener scilde 
onsen lieven, geminden here ende neve, heren Wilhelm van 
Gulick, hertoge van Gelre ende greven van Zutphen, ende 
zynen erven onse lant, geheiten die Lyemerssch, mit den 
huse tot Sevenar, mit heerlicheit, met gerichte, hoge ende 
lege, ende mit allen hoeren toebehoeren, also als dat lant 
voirs. versat is ende steet van onser liever, geminder vrouwen 
ende nichten, vrouw Mechtelden, hertochinnen van Gelre, 
grev)mnen van Baloys ende van Zutphen, dat Gelrissch 
ende Clevessch is of geweest heeft, ende abo wy ofFyemant 
van onser wegen dat lant ende huys mit allen synen toe- 
behoeren vurs. tot desen dage toe datum dis briefFs ynne 
hebben gehadt, etc. 

Mit meer vurwairden in deoselven brieve begrepen. 

Gegeven int jair ons Heren duysent driehondert LXXXI, 
des naesten Sonnendaigs na den heiligen Darthiendach. 



') De brief, bij N^hoff (UI, n*. 72) uitgegeven, heeft: overmids desen. 



149 
30 Januari 1406. 

Lymerssch. 

Item in den jair ons Heren MCCCC ende sesse, opten 
Saterdach *) nae sunte Pauwels dach Conversio, heeft mijn 
genedige here, hertoge Reynalt, hertoge van Gulich ende 
van Gelre, voir sich ende voir synen erven ende nacomelingen 
greve AdolflF van Cleve ende van der Marck ende s}men 
erven «ide nacomelingen, greve(n) van Cleve, versett alle 
synen recht, anspraike ende vorderinge, als hy heeft ofF sich 
vermeten o£F in enniger wijs hebben mocht an den alingen 
lande van Lymersch o£F an ennigen deyle des lands van 
Lymersch, etc, voir x" alder sdlde, eta 

Ende dair is eyn loesebrieff aflF van den greve van Cleve 
vurg., etc. 

4 October 1330. 
Her Johan van L)rmburch, ridder, ende zynen erven soelen 
te leen halden van Gelre x marck gelts des sjaers alder 
Brabanscher penninge, bewijst an den hove te Styeren, by 
Apelenheim, in den land van Berge gelegen. 

Lsmiburch leene. 

Wy Johan van Lymburch, ridder, doen kont allen luden, 
dat wy eenen hogen, edelen man, onse lieven here, heren 
Reynalde, gréve van Gelre und van Zutphen, hebben opge- 
dragen vrylike mit onsen vryen wille thien marck gelts 
sjaers alder Brabanscher penninge uyt onsen hove te Stieren, 
in den gericht van Moelnhem, bynnen der greeffiscap van 
den Berge gelegen, ende hebben die weder van hem ont- 
Ëmgen te leen in dier gevuege, dat wy ende onse gerechte 
erfgnamen van hem ende van synen gerechten erfgnamen die 
X marck gelts voirs. halden sullen erflic te gerechten manieën. 

') Dit moet waanchijnl^k z^n : Sonnendach. Zie N^hoff m, n^ 285. 



«50 

In oirkond des hebben wy onse segele an desen brieff 
gehangen. Gegeven int jair ons Heren MCCCXXX, des 
Donredags na sunte Remeys dach. 



19 Maart 1308. 
Her Henrick Vlecke, ridder, heeft bewijst lill marck 
sjaers Brab. an synen tween hoven tot Wyscheyde, in den 
kerspell van Rychrode in den lande van Berge gelegen, 
erflich te leen te halden van Gelre. 

Her Vlecke leene. 

Universis presentes literas inspectnris ego Henricns dictus 
Vlecke, miles, notum facio me esse fidelem excellentis viri, 
domini mei dilecti Ke}maldi, comitis Gelrensis, de redditibus 
trimn mercarwn denariormn Brabantinormn, quos redditus 
annuatim ipse meus dominus noster solvi mandavit ex suo 
cofino, pro quibus redditibus trium mercarum predictus meus 
dominus noster tantum pecuniarum assignavit, quem ipsum 
et suos heredes imperpetuum de hüs annualibus tribus mercis 
Brabantinis quitos proclamo et solutos, et ipsi domino meo 
comiti Gelrensi demonstro duas meas curtes, apud Wysceyde» 
in parochia Rycheroode, in terra comitis de Monte sitas, 
resignans sibi easdem duas curtes tamquam meum allodium 
pro redditibus quatuor mercarum denariorum Brabantinorum, 
quos ab ipso et suis heredibus imperpetuum iure feodali 
tenebo. Et si ipse meus dominus in premissis condicionibus 
et curtibus predictis noUet esse contentus, ex tune sibi . . . .' 

*) alia mea bona demonstrabo pro feodo quatuor 

mercarum Brabantinarum, in quibus erit contentus, ad suum 
dictum. Et in premissorum testimonium sigillum meum 
presentibus est appensum. Actum et datum anno Domini 
M**CCCVIII, feria tercia post Dominicam Oculi. 



') A heeft na sibi : et saam incuncionem (?) ; B alleen : condonein. 



151 

28 Mei 1335. 
Adolph van Bernsauw heeft bewijst voir c marck x marck 
sjaers in synen gueden, in den kerspel van Overraide ge- 
legen, erflich te leen te halden van Gelre. 

Bemsauwe leene. 

Universis presentes literas visuris et audituris nos Adolphus 
de Bernsauw cupimus esse notum quod, cum nobilis et potens 
vir Re)maldus, comes Gelrensis et Zutphaniensis, nos fecerit 
suum fidelem et vasallum et nobis obinde dederit et assig- 
naverit c marcas denariorum, tribus hallensibus pro denario 
quolibet computatis, nos sibi propter hoc demonstravimus 
annuos redditus decem mercarum pagamenti predicti, vide- 
licet tribus hallensibus pro denario computatis, in bonis 
dictis Beech, sitis in parochia Overrade, tamquam in nostris 
propriis bonis, quos quidem redditibus ^) supradictos nos 
Adolphus predictus, miles, post nos nostri heredes et suc- 
cessores ab ipso domino comité Gelrensi et ab heredibus 
et successoribus suis, comitibus Grelrensibus, in feodum habe- 
bimus. Exinde sui et suorum heredum, comitum Gelrensium, 
fideles erimus et perpetui vasalli, et de hiis debemus, sicut 
alii fideles et vasalli comitatus G^lrie tenentur, fideliter deser- 
vire. In cuius rei testimonium nos Adolphus, miles, rogavimus 
dominum Andream de Molendino, militem, Adolphum de 
Beckeiiiusen, famulum, fidelem *) domini comitis Gelrie, ut 
sigilla sua huic scripto in testimonium premissorum ducerent 
apponenda. Et nos Andrieas, miles, et Adolphus predicti 
profitemur premissa vera esse, et ad preces predicti domini 
Adolphi sigilla nostra huic scripto in testimonium premis- 
sorum sunt appensa. Datum anno Domini MCCCXXXV, 
Dominica post Urbani. 



') Verscfar^ving voor: redditus. *) Venchr^ving voor: fideles. 



'5^ 

19 Juli 1284. 
Dat onae heencap van Grebre van doi heren van Rijffer- 
scheyt loessen moegen mit uiV ende XL marck xuni 
marck sjaers» bewijst in den renten van Venle, dairaf dat 
die van Rijffersceyt man sijn te Gelre. 

Ryffersceyt lossinge ^). 

Omnibus presenda visuris nos Johannes de Rgffersce3rt, 
nobilis, notum esse cupimus, quod proventus XLiiii marca^ 
rum, quas nobilis vir, dominus noster Reynaldus» comes 
Grelrensis, cui homagio astricti sumus, nobis assignavit in 
redditibus suis apud Venle, et heredibus nostris, redimere 
potent ipse et quilibet successorum suorum a nobis et here- 
dibus nostris quadringentis et quadraginta mards Colo- 
niensibus denariorum usualium, condicione qualibet non 
obstante, quocumque tempore ipsis videbitur expedire» nos- 
que et heredes nostri tenebimur eidem et suis heredibus, 
racione dicti feodi, fidelitatis ligamento. Super quo presens 
scriptum sigillo nostro dedimus communitum, anno Domini 
MCCLXXXnU *), feria quarta ante festum beate Margriete, 
virginis. 

28 Mei 1335. 
Vlecke van Nessekode ende synen erven sullen mannen 
sijn te Gelre van v marck, bew^t an xxx mergen artlants, 
gelegen in den kerspel van (Iter). 

Nesselrode leene. 

Universis presentes literas visuris et audituris egoVlecco 
de Nesselrade, famulus, cupio esse notum quod, ciun nobilis 

') In D*. 22 staat het hoofd : Dat onse herschap van Gehe ran den here 
▼an RijflTerecheyt man sy tho leen. 

Rijffersche3rt leene. 
*) In n'. 22 staat : MCCCLXXXnn. 



153 

et potens vir Reynaldus, comes Gelrie et Zutphanie, me fecerit 
suum fidelem et vasallum (et) mihi abinde dederit et assigna- 
verit quinquaginta marcas denariorum, tribus hallensibus 
pro denario quolibet computatis, ego sibi propter hoc demon- 
stravi annuos redditus quinque marcarum pagamenti predicti, 
videlicet tribus hallensibus pro denario computatis, apud 
Haemberg in xxx iumalibus terre arabilis, sitis in paro- 
chia Iter ^). tamquam in suis *) proprüs bonis, quos quidem 
redditus supradictos ego Vlecco predictus, post me mei 
heredes et successores ab ipso domino comité Gekensi et 
ab heredibus et successoribus suis, comitibus Gehrensibus, in 
feodum habebimus. Exinde sui et suorum heredum, comitum 
Greh'ensiumy fideles *erimus et perpetui vasalli, et de hiis de- 
bemus, sicut alii fideles et vasalli comitatus Gelrie et ^ tenentur, 
fideliter deservire. In cuius rei testimonium ego Vlecco 
predictus sigillum meum presentibus duxi apponendum, et ego 
rogavi Engelbertum de Ophave et Pilgrinum de Pefhicaven, 
famulos, fideles domini comitis Gelrensis, ut sigilla sua huic 
scripto una mecum in testimonio premissorum ducerent ap- 
ponenda. Et nos Engelbertus et Peregrinus predicti profitemur 
premissa ve^a esse, et ad preces predicti Vlecconis sigilla 
nostra presentibus simt appensa in testimonium super eo. 
Datum anno Domini MCCCXXXV, Dominica post Urbani. 



22 Februari 1269. 
Her Amolt, here van Gynnich % ende syne erven sullen 
te leen halden van Gelre hoeren hoff te Raden by der 
Nydeggen gelegen, ende hoere guede te Enne, etc. 

F0I48V. Ginnich leen. 

f Universis presentes literas visuris ego Arnoldus dictus de 

Ginnich *) notum esse cupio, quod nobili viro, domino meo 

*) B heeft : ita. •) VerediriJTing voor : meis. *) Dit woord is overbodig. 
^) In A, B en n*. 33 staat; Ginnich. Zal zgn: Gemnich. 



154 

Ottoni, comiti Grelrie, in curte mea dicta Raide, sita iuxta 
Nydeg^en, et in bonis meis, sitis Enne, que bona meum 
merum allodium existunt, ducentas mercas Coloniensium 
denariorum obtuli et assignavi, quos denarios ego et mei 
heredes legitimi ab ipso comité perpetualiter tenebimus et 
possidebimus titulo feodali. In cuius rei testimonium presentes 
literas sigillo nostro duximus roborandas. Datum anno 
Domini MCCLXIX, feria quinta post Dominicam, qua 
cantatur Reminiscere. 



30 Mei 1335. 
Her Grafit van Honeltz, ridder, ende syne erven sullen 
mannen zijn te Gelre van tween hoeven tot Eckeldeshusen 
gelegen. 

Honelts leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Grafo de 
Honeltz, miles, cupio esse notum quod, cum nobilis et potens 
vir Reynaldus, comes G^lrie et Zutphanie, me fecerit suum 
fidelem et vasallum et (mihi) abinde dederit et assignaverit cen- 
tum marcas Brabantinorum denariorum, tribus hallensibus pro 
quolibet denario computatis, ego exinde propter hoc sibi de- 
monstravi annuos redditus decem mercarum monete predicte 
in duabus curtibus meis, in Eckelhusen sitis, videlicet in 
curte dicta Hertogenguet et in curte dicta Dienerguet, cum 
suis attinenciis, tamquam in bonis meis propriis, quos quidem 
redditus supradictos ego Grafo, miles predictus, et post me 
mei heredes et successores ab ipso domino comité Gelrensi 
et ab heredibus et successoribus suis, comitibus Gelrensibus, 
in feodum habebimus. Et exinde sui et suorum heredum, 
comitum Gelrie, fideles erimus perpetui et vasalli, et de hüs 
debemus, sicut alii fideles et vasalli comitatus Gelrie tenentur, 
fideliter deservire. Harum testimonio literarum sigillo meo 
consignatarum una cum sigillis discretorum virorum, domini 



155 

comitis de Weytgensteyne et domini Johannis de Ruschade, 
müitum, ad preces meas presentibus appensis. Nos vero 
comes de Weytgepsteyne et Johannes de Ruschade, milites 
predicti, fideles domini comitis Gelrie, profitemur premissa 
esse vera. Datum anno Domini MCCCXXXV, feria terda 
proxima post Ascensionem Domini. 



17 October 1333. 
Her Willem Beythel, ridder, heeft bewijst greve Reynalde 
van Gelre x marck renten an sijnre moeien, geheiten Gynster- 
moelen, ende xx mergen lantz dairby gelegen, erflich van 
Grelre te leen te halden, etc. 

Her Beytell leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris nos Wilhelmus 
dictus Beytel, miles, cupimus esse notum, quod spectabilis vir, 
dominus Reynaldus, Gelrie et Zutphanie comes, attendens 
fidelia obsequia, que ipsi aliquando impendimus et adhuc fidelius 
et utilius impendere poterimus in futurum, nos suum fecit 
vasallum et fidelem, tradens et persolvens nobis ad hoc in 
parata pecunia centum mercas Brabantinorum denariorum, 
scilicet tribus hallensibus pro uno denario computatis, pro 
quibus eidem comiti decem mercas dictorum denariorum 
redditus comparabimus et eo (?) dicto domino comiti superpor- 
tabimus et in feodo recipiemus, prestando solitum lidelitatis 
iuramentum. Demonstravimus, superportamus et assigfnamus ^) 
prefato domino comiti dictos decem mercarum redditus in 
Fol. 49. molendino nostro dicto Gynstermole et viginti iumalibus 
terre arabilis, sitis apud molendinum supradictum, et in 
feodo recipimus *) ab eodem, prestito per nos, sicuti premittitur, 
solito fidelitatis iuramento, de quibus nos nostrique heredes 
perpetuo fideles dominorum, Gelrie et Zutphanie comitura, 

') Waarschijolijkverschry ving voor: 8uperporUviiims,aBsigiiavimus en recepimus. 



156 

nunc et pro tempore existenciutn, remanebimus et vasalliin 
feodum nostrum huiusmodi fidelitér deserviemus ^), ut tene- 
mur. In cuius rei testimonium sigillum nostrum presentibus 
est appensum, quibus eciam ad rogatum nostrum strennui 
viri, domini Grerardus de Endelstrop ac Paulus de Vinario, 
germanus noster, milites, fideles dicti domini comitis, apposue* 
runt sigilla sua. Et nos Gerardus et Paulus, milites antedicti, re- 
cognoscentes dictas decem mercas predditus *) bene et copiose 
esse demonstratas, hiis litteris appensum ^ sig^Ua nostra. 
Datum anno Domini MCCCXXXIII, in vigilia beati Luce, 
ewangeliste. 



3 Maart 1331. 
LoefiF van Berenbroick heeft vercoift greve Reynalt van 
Gelre die heerscapie van Berenbroick ihitten gericht van 
der Capellen, hoge ende neder, mitter kerckgyfit van der 
Capellen ende van Mensel ende van ^) allen toebehoeren. 

Berenbroick, Capellen, Mensel erftale. 

Allen denghenen, die desen brieff sullen sien off boren 
lesen, ie Loeff van Berenbroick, knape, doe kont ende te 
weten, dat ick vercoft heb èenen hogen, edelen man ende 
here, heren Reynalt, greve van Gelren ende van Zutphen, 
mynen lieve here, die heerscap van Berenbroick, mitten ge- 
richt van d^r Capellen, hoge ende neder, welke mijnre auder 
ende (mijnre) voirauder geweest hebben ende op mi geerfft ende 
comen waeren, mit den kerckgiften (van) der Capellen voirs., 
ende van Meensell, mit mannen, mit luden, mit tynse, mit 
ketelgelde, mit hoenren, met naten, met droegen, mit booschen, 
met beemden, mit broecken, mit water, met weyden, mit 



') Deze zin is niet duidelijk. ') Verscfarijving voor: redditus. 

*) Verscfarijving voor : apposuimus of appendimus. B heeft : appensa. 
*) Verschrijving voor: mit 



>57 

t 

Stegen, tnit straten, mit wegen, mit onwegen ende mit alre 
heerlicheit ende toebehoringe, also als sy gelegen zijn ende 
van auts gelegen hebben, nyet uytgenomeh noch uytge- 
sceiden dan mynen hoS van Berenbroick ende leen dairtoe, 
die ich van anderen heren haude, nott ende broecke dairaff 
te hebben, sonder ennig^erhande gerichte, hoge off neder, 
om driehondert roarck auder Brabansche, die my by heren 
Johan Molyart, synen rentmeyster, van sijnre wegen, die 
eersten penninck metten leesten, witliken ende waell betaelt . 
zijn ende vergouden. Ende scelde hem ende syne erven 
dairaff quijt ende bekenne, dat in desen brieff ie ende mijn 
witlike wijff Agnese voir ons ende voir onse erven, dat wy 
deser voirsprakenre heerscap als voirs. is, vertegen hebben 
ende aff zijn gegaen in behoeff des greven van Gelren ende 
van Zutphen voirs. ende s^nre erfgnamen, voir syne mannen, 
die ick dairtoe gebeden heb, want ie selff egheen en hebbe, 
als Loeff van Hoenselair ende Johan van Boetbergh, ende 
voir scepen van Gelren, als Willem van Morse ende Jan 
van Vyrnem, ende voir die alinge scepen van derCapellen 
in den gerichte, dair die herscapp gelegen is; also dat ick, 
Agnees, mijn wijff voirs. ende onse erven egheen recht 
behouden en hebben an der heerscap, gericht, ghyfften ende 
goede als voirs. is. Ende gelove voir my, voir myne wijff 
ende onsen erfgenamen in allen steden dairop te vertyen, 
dair men mit den recht dairop vertyen sall. Ende off mijn 
wijff dair(aen) enige lij£Etocht hedde, dier vertijt sy ende heeft 
vertegen ende affgegaen, ende gelove mede dairop te doen 
vertyen alle dieg^ene, die mit den recht dairop vertyen 
sullen, ende den g^reve van Gelre ende van Zutphen voirs. 
ende syne erfgenamen voir my, mijn wijff, onsen erfgnamen 
ende een yegeliken een wair te wesen als recht is, uytge- 
nomen den biscop van Colne, ende alle voircommer af te 
doen, sonder argelist. In oirkonde det so heb ick mynen 
segell hieraen gehangen ende heb gebeden ende bidde 



158 

Agnese, mijn witlike wijff, dat zy hoir mit my tot alle desen 
vurs. voirwerden ende punte verbynd endc stedicheit dairaff 
doe ende hoerre lijftochten avega ende vertye. Ende bid 
mede LoefiF van Hoenselair ende Johan van Boetberg, mynen 
magen, ende Willem van Morse ende Johan van Vymem, 
scepen van Gelren, ende den scepen van der Capellen voirg., 
want sy hie oever ende aen geweest hebben, alse mannen ende 
scepen, dat sy hoerre segele mit my ende mit mynen wive 
ende *) getuychgenisse deser stucken an desen brieff (hebben) 
gehangen. Ende ie Agnees, wittelic wive Loeffs van Beren- 
broick voirs., verbinde my mit hoom tot alle desen punten 
als sy voirscr. sijn, ende bekenne, dat die by mynen wille 
ende weten gesciet sijn, ende verthie alles rechts, et sy 
erffeniss of lijfftocht, des voirs. goeds alst voirscr. is, ende 
heb mynen segel met den synen in getuychgenisse alle deser 
vurs. stucken hieraen. doen hangen. Ende wy Loeflf van 
Hoenselair ende Johan van Boetberg, manne, ende Willem 
van Moorse ende Johan van Vymem, scepen van Grelre 
voirs., om beden wille Ix>e£Es van Berenbroick ende Agnesen, 
sijns wqffs voirs., want wy dairoever als manne ende scepen 
geweest hebben mit anderen scepen van Gelre ende mit 
den scepenen van der Capellen voirs., so hebben wy onse 
segele mit den hoeren ain desen brief gehangen, in oirkonde 
ende getuychgeniss allen •) punten ende vurwairden. Ende wy 
scepen van der Capellen voirs., want wy over alle dese 
voirs. voirwarden als scepen geweest hebben ende wy selve 
gheen segelen en hebben, so tugen wy alle dese voirwerden 
voirg. onder hoerre alre segele voirs. in kennisse der waerh^t. 
Gregeven int jair ons Heren MCCCXXXI % des Sonnendags 
post Mathie, apostoli. 

') Verschrijving voor : in. In n*. 22 ontbreekt dit woord. 

') Verschrijving voor: aller. 

•) In n*. 22 ttaat : MCCCXXX. 



159 

24 April 1390. 
Woe dat her Alaert van Driell, ridder, ende Ott, sijn soen, 
gegeven ende gewisselt hebben mit hertoch Willem die 
heerlicheit van Hymen om dat goet te Nyfiftrich ende dat 
goit te Vlierden, in den lande ^an Batenborch gelegen. 

Her Alaert van Driele Hymen erftale. 

Wy Alaert van Driell, ridder, ende Ot van Driell, sijn 
soen, doen kont allen luden ende bekennen mit desen 
openen brieve dat, want tussen den hoichgeboeren* vorsten, 
onsen lieven, genedigen heren, den hertoge van Grelre ende 
greve van Zutphen, ende ons een erfwissel gededinct is, 
also dat dieselve onse genedige here ende syne erven 
ende nacomelingen hebben soelen die heerlicheit van Hyrnen 
mit den huys, erve, gerichte, hoge ende lege, mannen, 
dienstmannen ende mit allen hoeren rechten ende toebe- 
hoeifen, so die gelegen is ende so wy die tot desen dage 
datom dis briefife beseten hebben ende onse geweest is. 
Ende wy ende onse erven soelen weder hebben dat goet 
ende erve tot NyflPtricht, gelegen in den Ryke, ende dat 
goet ende erve tot Vlierden, gelegen in der heerlicheit van 
Batenborch ende in der heerlicheit van H3rmen, mit den 
weteringen dairtoe gehorende, so dese guede ende erve 
onsen lieven heren voirs. toebehoerende zijn geweest ende 
gelegen sijn; ende voirt hondert sess mergen, twe hont 
ende xx roeden lands, onsen genedigen heren oick toege- 
horende, gelegen tot Balveren in den kirspell tot Oesterhout, 
beheltelich doch onsen lieven, genedigen heren voirs. ende 
synen erven ende nacomelingen eenre loesse, also als dat 
ende vele andere punten begfripen die brieve, die ons onse 
genedige here vurs. op dese wissell gegeven heeft. So be- 
kennen wy Alaert, ridder, ende Ot voirs., dat onse genedige 
here voirs. ende synen erven ende nacomelingen dese erve 



i6o 

ende guede voirs. loissen mogen in alle der maten als die 
brieffe inhauden, die ons onse genedige here voirs. dairop 
gegeven heeft, als vurs. is. Ende wy geloven, avermits 
desen apenen brieve, in goeden tniwen voir ons ende onse 
erven die wissell voirs. stede te halden ende die lossinge 
voirs. te laten gescien in alle der manieren als voirs. is, 
sonder argelist, in oirkonde onser segelen, die wy aen desen 
brieff hebben gehangen. Ende want dese wissell overmits 
den eerwerdigen heren Henrich van Steenbergen, praist 
van Audemunster tUtrecht, rentmeyster des alingen lands 
van Gelre, heren Seger van Groesbeecke, heren van Hoemen, 
heren Johan van Hoenselair, geheiten van Velde, riddere, 
ende Walrave van Oy, knape, raide ende vrienden ons 
genedigen heren van Gelre, tusschen dienselven onsen 
here ende ons gededingt is, so hebben wy hem gebeden, 
dat sy des thoe getuyge hoeren segelen by die onse an 
desen brieff hebben gehangen. Ende wy Henrick, praist 
ende rentmeester, Zeger van Groesbeke, Johan van Velde, 
riddere, ende Walraven van Oy voirs. bekennen in desen 
apenen brieve dat, want wy dese wyssell vurs. gededingt 
hebben mit anderen raden ende vrienden onss genedigen 
heren voirs., so hebben wy om beden heer Alaerts ende 
Otten voirs. des te getuge onsen segden aen desen brieff 
by hoir segelen gehangen. Gegeven int jair ons Heren 
MCCC ende XC, des Sonnendagfs na den Sonnendach 
Misericordia Domini. 



5 Maart 1404. 
Ott van Driele bekeent, dat hi van hertogen wegen 
opgeboert heeft M alde scilde, dair hy voir te pande hadde 
van der heeriicheyt van Grelre cvi mergen 11 hont ende 
tweentich roeden lants, tot Balveren gelegen. 



i6i 



Ott van Driell erffeniss. 

Ick Ot van Driell, knape, doe kont allen luden mit desen 
openen brieve cnde bekenne voir my ende voir mynen 
erven, als dat die hoechgeboeren vorste, mijn lieve genedige 
here, her Reynaert, van Goids gnaden hertog^ van Gtdich 
ende van Gelre ende greve van Zutphen, my tot mynen 
wille ende genuege guetlich ende waill betaelt heeft, doin 
hantreicken ende betalen M alde guldene scilde, guet van 
goude ende gerecht van gewychte, sodat my der hant- 
reykeninge ende betalinge der dusent alde (gulden) scilden 
voirs. waill genuegt, voir welke dusent alde gulden scilde 
voirs. ie Ott van Driell voirs. te pande te hebben, te besitten 
ende te halden plach van der heerlicheit van Gelre C sess 
mergen, twe hont ende xx roeden lants, tot Balveren in 
den kirspell van Oesterhout, van welken dusent alden gul- 
denen scilden ende pantscap der CVi mergen, twee hont 
ende xx roeden lands voirs. ick Ot van Driell voirs. voir 
my ende voir mynen erven den hoichgeboeren vorste, mynen 
lieven, genedigen here, heren Reynalt, hertogen van Gelren 
voirs., ende synen erven ende nacomelingen quijt, loss ende 
ledich gescolden hebben ende loss, ledich ende quijt scelden, 
overmits desen mynen apenen brieve, alle argelist hierinne 
uytgpesceiden. In oirkonde der waerheit alre saicken voirs. 
PoL 50V. hebbe ick Ott voirs.- mynen segell an desen apenen brieff 
gehangen. Gegeven in den jair ons Heren MCCCC ende 
nu, des Goedesdags na den Sonnendage in der vasten, als 
men singft in der heiliger kercken Oculi. 



4 October 1347. 
LoefiF van Keldonck heeft Johan, zynen broeder, gegeven 
syne heerlicheit ain dien gode van Heide, opdat hy dair- 
mede te beterep comen mochte aen mynen here van Gelre. 

II 



102 



Keldonck. 

Ick Loeff van Keldonck doen kont allen luden, dat ie 
mijn recht ende héerlicheyt, die ie heb aen die goeden van 
Heiden, gegheven hebbe ende geve Johan van der Kell- 
donek, m)men broeder, in allen den rechten dat ie sy van 
mynen anderen behauden heb, opdat hy mit den voirg. 
guede te beteren comen mach aen mynen here, den hertoge 
van Gelren. In oirkond des besegelt mit mynen segele. 
Gegeven int jair ons Heren MCCCXLVII, des Donresdags 
na Remigii. 



2^ Juni 1350. 
Loeff van Keldonck heeft opgedragen den hertoge van 
Gelre sijn deell van den gerichte tot Heyden ende sijn goit 
aldair gelegen, etc. 

Keldonck erftale. 

Alle dieghenen, die desen brieff sullen sien off hoeren 
lesen, make ie Loeff van der Keldonck kont ende apenbair, 
dat ick eenen hogen, edelen prinee, mynen lieven here, den 
hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, opgedragen 
heb ende opdrage mit desen tegenwordigen brieve mijn 
deell van den gericht tot Heyden ende mijn goet aldair 
gelegen in allen manieren, als my myne anderen angebracht 
ende geerfft hebben. Ende heb geloeft ende gelove in goeden 
trouwen mijn lieve here, den hertoge voirs., dat ie hem des 
gerichts ende *) goets voirs. voir een eygen guet weren sall, 
als ie sculdich byn te doen. In oirkonde des brieffs besegelt 
met mynen segell. Gegeven int jair ons Heren MCCC ende 
L, des Sonnendags na sunte Johans dach Baptisten. 



') In A en B ttaat : et. 



i63 

12 April 1342. 
Een scepenenbrief van Boemell, tugende, dat her Johan 
van Hoekelem, ridder, heren Amts soen, vercoft heeft tot 
onss heerscaps behoeff van Geke xvm mergen lants, ge- 
legen in den gericht van Herwynen, etc. 

Hoekelem erfioisse. 

Universis presencia visuris nos Everardus, filius Theoderici, 
et Gerardus Berchman, scabini in Sautbomell, notum facimus 
protestantes, quod veniens coram nobis dominus Johannes 
de Hoekelem, miles, filius domini Amoldi de Hoekelem, 
militis, vendidit et optulit pro quingentis libris denariorum 
legalium eidem, ut fatebatur, persolutis decem et octo iugera 
terre tendentia a Walo usque ad fossam dictam Mare, sita 
in iurisdictione de Herwynen, in manso dicto Bruystenshove *), 
inter heredes Ludolphi Spaens et ■) Jacobum Collart, Wene- 
maro de Tyela ad opus magnifici principis et potentis, domini 
nostri Re)maldi, Dei gracia ducis G^lrie ac comitis Zutphanie, 
in allodio ane censu cum aggere de iure ad predictam terram 
pertinente hereditarie possidenda. Et dominus Johannes predic- 
tus terre predicte ^ renunciavit, promittens fisicere renunciare *) 
omnes, qui terre predicte de iure renunciare tenentur; pro- 
mittens *) eciam warandiam facere dicto Wenemaro ad opus 
domini nostri ducis Gelrie predicti super terra predicta ad 
5 1 . annum et diem, ut ^ iuris est, adversus omnes iuri comparere 
volentes, et deponere omne pleg^um, quod, »voirplicht" dicitur, 
de eadem. Nostrarum testimonio literarum datum anno Domini 
MCCCXLII, feria sexta ^ post octavas Passche. 

') A, B en n^ 22 hebben: Bruystenszone. 
*) In A, B en n^ 22 staat: ende. 
, ') A, B en n*. 22 hebben : predictis. 
*) In A en B staat: pronunciare. 
*) In A, B en n*. 22 staat : promittimns. 
*) In A en B staat: et. 

^) n n „ n n l SeXtaS. 



I*a 



Z2 Sfp a rmhrr 1399. 
Anc ir32 LanaiesL rx±£cr in Xeder-Betawe, tug^ dat 
r^Sfri:^ ber v:]^ lacnVsi. opgedragen heeft tot hertocli 
\inz«ais^ ^«&:«ff rei.V sgrre enen xxvin mergen lants, 
g^ik^ ' qi 5bl iSfc pedel Êa der rraehr a p van Kesteren. 



Ic& Arrs Tar LTadnu ridKcr in Neder-Betawe, orkunde 
«v3e t=5e rpKicvi:ru>c; du Tc«r my cnde voir mqns geridits 
hade Kmedm bescxeven oxnen is int geridit Dirck, heer 
van liendesL code beien met zroen vrien wiDe gegev^i 
eode of^^edragen ci\^n«n Beven, genedigen here, den hatoch 
van Geire «ode Tan Gubch ende greve van ZxApben^ XXVIII 
merg^n Lindsi^ g^iegen in den ped^ in der maelscap van 
Resteren, djur baven naust gelegen 11^ mit erve Claes Vyge 
ende beneden natst gelegen sqn met erve die heren van 
simte Walburgi'n tot Arnhem, ende streeckt met den eenen 
e>'nde op een geme\*n strate ende mit den anderen eynd 
opten nyen dijck. Item xu mergen lants» gehrit^i die 
Hogeweert» in der voirs. maebcap gd^ren, dair haven naist 
gelegen z^n mit erve Rodofis Goden so^is erfg^amen 
ende heneden naist gdegen (is) mit erve her»i Goessens ^) 
van Lienden, ridder, ende schiet mit den eynen eynde opp 
een gemeyn stra^ ende mit den anderen eynden op den nyen 
dijck. Item 6Vi mergen lands, geheiten Westermeden, dair 
haven naist gelegen is mit erve die kercke van Kesteren ende 
heneden naist gelegen (\s) mit erve Claes Vyge, ende schiet 
met beyden eynden op die gemeyn straet, voir eyn eigen 
erve met eggen, mit eynden ende mit allen hoeren toebe- 
hoeren in alle manieren, so dit voirs. erve gelegen is, vrylic 
cnde erflic hem ende synen erven dat te behauden ende te 
besitten. Ende verteech hier na op, also dat dat vondenisse der 



') VtrtchryviDg voor: heer Goeuen* 



i65 

gerichtsluden wijsde voir recht, dat Dirck, heer Van Lienden 
voirs., ende synen erven dairaff onterfft zijn ende dair gheen 
recht noch toeseggen vorder aen en hebben behauden anders 
dan Dirck, heer van Lienden, hadde ain xuiii mergen, 
gelegen in den kerspel van Eelst, ende zijn geheiten des 
Grreven slach; ende dat mijn lieve, genedige here van Gelre 
voirs. ende synen erven dairaen geerflft zijn ent *) hem vaste 
ende stede is, sondef ennich wederseggen ende sonder 
argelist; ende dats heip noch zjmen erven nyemant breken 
en soude noch en muchte met ennigen recht. Voirt so 
gelaefden Dirck, heer van Lienden voirs., mjmen lieven, 
genedigen here van Gelre voirs. all dit voirs. erve te waren 
jair ende dach, als er&coeps recht is in Neder-Betue, ende 
alle voircommer ende voirplicht aff te doen. Dair dit ge- 
sciede, waren over als gerichtsluden her Johan van Rossem, 
ridder, Deric Doems van der Eem, Deriken van Eek, LamphoUe 
soen, ende meer berver lude. In oirkonde dis brieffs 
besegelt mit mynen segelL Gegeven int jair ons Heren 
MCCCXCIX, des Manendags na sunte Matheus dach. 



3 November 1348. 
Eenen scepenenbriefiF van Saltbomell, tugende, dat Eccrijn 
van Heessêl vercoft heeft tot hertoch Reynalts behoefif 2Va 
mergen ende xiin roeden lants, gelegen in den gericht ■) 
van Boemdl, op der Vecht, etc; item noch ni mergen op 
die Speelvoert; item i mergen op die Overste hove; item 
op den Repen xvii hont. 

F0I. 5 IV. Erffeniss tot Bomell. 

Nos Johannes de Hoesden senior et Johannes de Herwynen 
et Henricus Fei, filius Amoldi, scabini in *) Saltbomell, notum 

') B heeft: oidc, ') In A tUan de laatste drie woorden tweemaal 
') Dit woord ontbreekt in A. 



i66 

facimns universis protestantes, quod veniens coram nobis 
Eccrinus de Heessdl vendidit et optulit pro octingentis libris 
denariorumlegalium(eidein),proutfatebatur, persolutis, Ghysel- 
berto, filio Hermanni, ad opus metuendi domini nostri Rejmaldi, 
ducis Gelrie, duo iugera et dimidium iuger et quatuordecim 
virgas terre, situatas in iurisdictione de Bomel super dictam 
Vecht, inter terram, que fuit Pauli Bart, ab uno latere et 
heredes Petri Nennen ab altero ; item in eadem iurisdictione 
super Speelwart tria iugera terre inter Gerardum Zeewout 
et heredes Henrici Ghreven ; item in die Oeverste hove unum 
iuger inter Walterum Scaep et heredes Andriee Wenmei:? ; 
item supra dictos Repen xcvii hont terre inter dictum 
hospitale de Bomell et heredes domine de Noeldwijck, sine 
censu et aggere, excepta una virga et dimidia virga aggeris 
ad dictam terram de iure pertinente. Et dictus Eccrinus 
dicte terre renunciavit, promittens facere renunciare omnes, 
qui dicte terre renunciare tenentur ; promittens edam waran- 
diam facere Gyselberto, filio Hermanni predicto, ad opus 
domini ducis Gelrie predicti super dicta terra per annum 
et diem, ut *) iuris est, adversus omnes iuri comparere 
volentes, et deponere omne plegium, quod «voirplicht* dicitur, 
de eadem, preter dictum aggerem, harum nostrarum testi- 
monio literarum. Anno Domini MCCCXLVIII, feria secunda 
post Omnium Sanctorum. 



8 Mei 1346. 
Een richtersbrieff van Over-Betuwe, tugende, dat Wolter 
van Wosic ende Hadewych, zijn wijfiF, opgedragen hebben 
tot ons heerscaps behoeff van Gelre v mergen lants, ge- 
legen in den kerspell van Dorenbach ■) etc. 



') In A en B staat : et 

*) Verschrijving voor: Dorenborch. 



«67 

Erflfhisse in Over-Betuwe. 

Wy Aelbrecht die Ruter van Hemert, richter in^ Over- 
Betuwe, orkonden ende tugen, dat voir ons ende voir ge- 
richtslude, die hierna bescreven staen, comen sijn int gericht 
Wolter van Wosic ende Hadewich, zijn witlich wijfl^ met 
hoeren gekoren momboir, die hoir met ordell ende mit recht 
gegeven wardt, ende hebben opgedragen heren Willem van 
Gent vijfiF mergen lands, die gelegen sijn in den kerspell 
van Dorenborch op Sunderingen *), tot behoeff ons joncheren 
van Gelren, van welken vijff mergen voim. een stucke ende 
een deel gelegen is van eenre syden by guet ende erve 
(heren Willems van Domic ende van der anderen by guet 
ende erve der kerken van Dorenborch; ende een ander 
stucke van den wijff mergen voim. gheleghen is by guet 
ende erve) ■) der kercken van Dorenborch van eenre syden, 
ende van der ander zyden by den gemeynen wech. Ende 
hebben dair na also op vertegen, dat ordel ende trecht wijsden, 
dat Wolter ende Hadewych voim. aen dit voirgen. erve niet 
meer toe te seggen en hedden. Voirt so heeft Wolter ende 
Hadewych voim. dit voirs. erve heren Wilhelm van Ghent 
tot behoefiF ons joncheren gelaeft te weren als erfscoeps 
recht is, ende allen voircommer afF te doen. Dit gesciede 
tot Dorenborch ; hier waren oever als gerichtslude Wilhelm 
van Poelwijck, Godeken, Aleiden soen van Dorenborch, 
ende anders voel gueder luden. Gegeven int jair ons Heren 
MCCCXLVI°, des andaigs na sente Philips ende Jacops 
dach, der apostelen. In oirkonde des brieflFs bezegelt mit 
onsen zegell. 



*) A en B hebben : Sunderlingen. 

') De woorden tusschen haakjes ontbreken in de handschriften en zijn over- 
^ genomen oit den oor^r. brief. 



5 Fchruari 1135. 
Dtt ahc'Vfti gm als ifie greve van Gdren gecx^ beeft 
tegen Jzhuï Tan Ams^ü, gelegen tegen Ryenen over in 
des verde; na dcde Hnfaredits van lienden wedeitxmien 
soUe an onsen heerscap van Geire. 

EilEuiiaB teg€n Ryenen. 

ACen dengbenen, ^Be desen brieff soOen sien off hoeren 
52. lesen, ie Habrecfat van Lienden, knape, doe kont ende be- 
kennen van alsulken goede alse een boech, edell man« mijn 
lieve bere Ae greve van Gdre ende van Zutpben, gecoft 
beeft tegen Johan van Amstril, gdegen tegen Ryenen 
over in den werde, dairaff dat by my die renten jairlicx 
gegeven beeft, bdiauden bem sqnre beerlidieit aldair, hog^ 
ende lege, dat dat doeren sall tot mynen lyve» also lange 
als ie leve. 

Ende wanneer ick nyet langer en byn, so sall dat voirs. 
goet loss ende ledich wedercomen ain mynen bere den 
greve voirg. ende aen synen erven. Hieromme so scelde 
ick bem oeck quijt ende ledicb van XX ponden geliz jairlicx, 
die hy my hiertevoeren gegeven hadde, ende ick sall oick 
dien pechter, die dit voirseyde guet nu in pachte geet *), 
syne jair uythauden, die by datraen beet In oirkonde deser 
dingen so beb ie desen apenen brieff met mynen segell 
bezegelt. Ende omme die meerre sekerheit so beb ick ge- 
beden mynen lieven broeder, heren Diderick, heren van 
Lienden, dat hy desen brieff mit my bier bezegelt in oir- 
konde ende getuych der waerheit. Ende wy Diderich, beere 
van Lienden, ridder, bekennen, dat dese voirs. stucken waer 
sijn «ende dat se met onsen weten gesciet zijn in alle der 
voege als voirs. is, ende hebben in oirkonde dis onse segell 
mit segele ons lieven broeders Hubrechts van Lienden voirs. 



>) Vendiryviiig voor : heeft. 



lóg 

ain desen apenen brieff gehangen. Gegeven tot Rosendaell» 
int jaer ons Heren MCCCXXXV, op sunte Agaten dach, 



4 December 1330. 

Een scepenbrieff tot Nymegen, tugende, dat Henrick 

Boenart ende Henrick, sijn soen, overgegeven hebben tot 

des greven behoeff van Geh-e ende sijnre erven alle hoerre 

recht, dat sy hadden (ant) vorsterampt op des Rijx walde, etc. 

Vorsterampt op des Rycx wald. 

Nos Reynaldus Sybodonis, burchgravius et iudex Novi- 
magensis, Petrus de Zantwijck et Theodericus Oppenstall, 
scabini ibidem, protestamur, quod constituti coram nobis et 
feodalibus domini nostri comitis Gelrie et Zutphanie infra 
scriptis Henricus dictus Boenert et Henricus, filius suus, libera 
eorum voluntate et spontanee omne ius, quod habebant in 
officio forestarii silve imperialis, domino nostro comiti Gelrie 
et Zutphanie predicto resignarunt, eidem iuri ad usus dicti 
domini nostri et suorum heredum renunciantes pro se et 
suis heredibus, penitus effestu(c)ando, ita quod nichil iuris 
retinuenmt amplius in premissis. Acta sunt hec in castro 
Novimagensi, in camera dicti domini nostri, presentibus 
ibidem nobilibus et probis viris, dominis Theoderico domino 
de Moorse, Johanne domino de Bylant, Jacobo de Mirlair 
seniore et Jacobo de Myrlair iuniore et Ottone de Haelt, 
feodalibus domini nostri predicti, ac aliis quampluribus feo- 
dalibus et ministerialibus suis ^), testibus ad premissa vocatis 
specialiter et rogatis. In quorum testimonium sigilla nostra 
presentibus sunt appensa. Datum anno Domini MCCt^XXX, 
die beate Barbare virginis. 



*) A en B hebbeo: ministralibus. 



I70 

19 Juni 1343. 
Dideiïch van Brienen heeft vercoft hertoch Rejmalde van 
Gelre dat oude hout, gelegen op Veluwe by Heryenzande 
• mitter grund, marck, boss ende heyde. 

Erffenisse in Veluwe. 

Allen denghenen, die desen briefif *) sien soelen off hoeren 
lesen, ic Diderich van Brienen make cont ende bekenne mit 
desen brieve, dat ie met mynen vryen wille voir my ende 
mynen nacomelingen vercoft heb eenen mechtigen prince, 
Fol. 52V. heren Reynaude, hertoge van Grelre ende greve van Zutphen, 
mynen lieven here, dat aude hout, gelegen op Veluwen by 
Heryenzande, mitter grund, marck, bossch ende heide, mit 
allen synen toebehoeren, also akt gelegen is, om e)m ge- 
noemde somme van gelde, die hy ons witlic ende waell 
betailt heeft. Ende gelaven hem ende synen nacomelingen 
dairaff een recht gewaerre te wesen jair ende dach voir 
eenen yegeliken^ die dien mitten, rechten anspreken woude. 
In oirkonde des so heb ick mijn segell ain desen brieff 
gehangen. Gegeven int jair onss Heren MCCCXLUI, des 
Donredags na sunte Vijts dach. 



II September 1339. 
Dat Diderich van Zaerbruggen opgedragen heeft tot 
behoeff des hertogen van Gelre xxv mergen eygens lants» 
die gelegen sijn in den kirspel van Keilen. 

Erfifenisse tot KeUe.. 

Wy Wilhem van Ghent, Eylbrecht van Eyle, riddere, 
ende Henrick van Niele, man des hertogen van G^lren, 
doen cont allen luden, dat wy dairoever ende ain geweest 

*) De drie laatste woorden ontbreken in A en B. 



'7« 

hebben, dair EMrck van Zaerbniggen voir eenen gesetenen 
richter van Keilen ende voir gerichtslude heeft opgedragen 
in onse hant in behoeff onss heren des hertogen voirs. xxv 
merghen eyghens lands, die gelegen zijn in den kirspell 
van Keilen, welcks lants v mergen heiten die Radeacker 
ende dat dairtoe behoert; twe mergen ende eenen halven, 
die Bongers stuck heiten ; vii mergen ende eenen halven, die 
G3rseken van der Ly nden van Dirck voirs. bouwet ; VI mergen, 
die heiten Dipolswade ende die Scelt, ende iiil mergen, die 
Gansbome bouwet ende Daem die moelnair. Ende heeft 
dair nae op vertegen als gewoenlic ende recht is, also dat 
die gerichtslude wijsden voir een recht, dat Dirck voirs. 
geen recht in en behielde, alle argelist uytgesat In oirkonde 
deser dingen so hebben wy onse segele ain desen brieff 
gehangen. Gegeven int jair ons Heren MCCCXXXIX, des 
Satersdach na onser Vrouwen dach dat sy geboeren weert. 



lo Januari 1314. 
Willem here van Cranendonck heeft sijn eygendom, be- 
grypende dat hoge gericht ende vrouwampt *) van Swalmen, 
die Seger ■) Vosken van Swalmen van hem te leene hielde, 
overgegeven den greve van Gelre, die die oick gecoft heeft 
tegen Seger voirs., etc. 

Cranendonck Swalmen erftale. 

Universis presentes literas inspecturis Wilhelmus dominus 
de Cranendonck cognoscere veritatem. Noveritis, quod allo- 
dium meum, contingens iurisdictionem superiorem in Svalmis 
et braxaturam, quas iurisdictionem •) et braxaturam Sygerus 
Vosken de Swalmis a me in feodo tenuit et possedit, illustri 



') Venchrijviiig voor: brouwampt. *) In A en B staat: Seker. 

') In n*. 33 staat : quas iurisdictionem superiorem et braxaturam. 



l62 



Keldonck. 

Ick Loeff van Keldonck doen kont allen luden, dat ie 
mijn recht ende heerlicheyt, die ie heb aen die goeden van 
Heiden, gegheven hebbe ende geve Johan van der Kell- 
donck, m3men broeder, in allen den rechten dat ie sy van 
mynen anderen behauden heb, opdat hy mit den voirg. 
gnede te beteren comen mach aen mynen here, den hertoge 
van Gelren. In oirkond des besegelt mit mynen segele. 
Gegeven int jair ons Heren MCCCXLVII, des Donresdags 
na Remigii. 



2^ Juni 1350. 
LoeflF van Keldonck heeft opgedragen den hertoge van 
Gelre sijn deell van den gerichte tot Heyden ende sijn goit 
aldair gelegen, etc. 

Keldonck erftale. 

Alle dieghenen, die desen brieff sullen sien oflF hoeren 
lesen, make ie Loeff van der Keldonck kont ende apenbair, 
dat ick eenen hogen, edelen prince, mynen lieven here, den 
hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, opgedragen 
heb ende opdrage mit desen tegenwordig^n brieve mijn 
deell van den gericht tot Heyden ende mijn goet aldair 
gelegen in allen manieren, als my myne anderen angebracht 
ende geerfft hebben. Ende heb geloeft ende gelove in goeden 
trouwen mijn lieve here, den hertoge voirs., dat ie hem des 
gerichts ende *) goets voirs. voir een eygen guet weren sall, 
als ie sculdich byn te doen. In oirkonde des brieflfe besegelt 
met m3men segell. Gegeven int jair ons Heren MCCC ende 
L, des Sonnendags na sunte Johans dach Baptisten. 



') In A en B ttaat: et. 



i63 

12 April 1342. 
Een scepenenbrief van Boemell, tugende, dat her Johan 
van Hoekelem, ridder, heren Amts soen, vercoft heeft tot 
onss heerscaps behoeff van Gehre xvin mergen lants, ge- 
legen in den gericht van Herwynen, etc. 

Hoekelem erfioisse. 

Universis presencia visuris nos Everardus, filius Theoderici, 
et Gerardus Berchman, scabini in Sautbomell, notum fecimus 
protestantes, quod veniens coram nobis dominus Johannes 
de Hoekelem, miles, filius domini Amoldi de Hoekelem, 
militis, vendidit et optulit pro quingentis libris denariorum 
legalium eidem, ut fatebatur, persolutis decem et octo iugera 
terre tendentia a Walo usque ad fossam dictam Mare, sita 
in iurisdictione de Herwynen, in manso dicto Bruystenshove *), 
inter heredes Ludolphi Spaens et •) Jacobum CoUart, Wene- 
maro de Tyela ad opus magnifici principis et potentis, domini 
nostri Re3maldi, Dei gracia ducis Gelrie ac comitis Zutphanie, 
in allodio sine censu cum aggere de iure ad predictam terram 
pertinente hereditarie possidenda. Et dominus Johannes predic- 
tus terre predicte •) renunciavit, promittens fecere renunciare *) 
omnes, qui terre predicte de iure renunciare tenentur; pro- 
mittens *) eciam warandiam facere dicto Wenemaro ad opus 
domini nostri ducis Gelrie predicti super terra predicta ad 
51. annum et diem, ut •) iuris est, adversus omnes iuri comparere 
volentes, et deponere omne plegium, quod, „voirplicht" dicitur, 
de eadem. Nostrarum testimonio literarum datum anno Domini 
MCCCXLH, feria sexta ^ post octavas Passche. 



*) A, B en n*. 33 hebben: Braystenszone. 
*) In A, B en n*. 33 staat: ende. 
. ■) A, B en n*. 33 hebben : predictts. 
*) In A en B staat: pronundare. 
*) In A, B en n*. 33 staat : promittünus. 
*) In A en B staat : et 
') » H » » H : sextas. 



164 



22 September 1399. 
Arnt van Lienden, richter in Neder-Betuwe, tuget, dat 
Diderich, her vah Uenden» opgedragen heeft tot hertoch 
Willems behoeff ende sijnre erven xxvni mergen lants, 
gelegen in den pedel in der maelscap van Kesteren. 

Lynden erfienisse. 

Ich Arnt van L3mden, richter in Neder-Betuwe, orkunde 
ende tuge openbairlic, dat voir my ende voir mijns gerichts 
lude beneden bescreven comen is int gericht Dirck, heer 
van Lienden, ende heeft met zynen vrien wille gegeven 
ende opgedragen mytien lieven, genedigen here, den hertoch 
van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen, xxvm 
mergen lands, gelegen in den pedell in der maelscap van 
Kesteren, dair baven naist gelegen (is) mit erve Claes Vyge 
ende beneden naist gelegen sijn met erve die heren van 
sunte Walburgen tot Arnhem, ende streeckt met den eenen 
eynde op een gemeyn strate ende mit den anderen eynd 
opten nyen dijck. Item xii mergen lants, geheiten die 
Hogeweert, in der voirs. maelscap gelegen, dair baven naist 
gelegen zijn mit erve Roelo& Goden soens erfgnamen 
ende beneden naist gelegen (is) mit erve heren Goessens ^) 
van Lienden, ridder, ende schiet mit den eynen eynde opp 
een gemeyn straet ende mit den anderen eynden op den nyen 
dijck. Item óVt mergen lands, geheiten Westermeden, dsur 
baven naist gelegen is mit erve die kercke van Kesteren ende 
beneden naist gelegen (is) mit erve Claes Vyge, ende schiet 
met beyden eynden op die gemeyn straet, voir eyn eigen 
erve met eggen, mit eynden ende mit allen hoeren toebe- 
hoeren in alle manieren, so dit voirs. erve gelegen is, vrylic 
ende erflic hem ende S3men erven dat te behauden ende te 
besitten. Ende verteech hier na op, also dat dat vondenisse der 

*) VerachiijviDg voor: heer Goetsen. 



i65 

gerichtsluden wijsde voir recht, dat Dirck, heer Van lienden 
voirs., ende synen erven dairaff onterfft zijn ende dair gheen 
recht noch toeseggen vorder aen en hebben behauden anders 
dan Dirck, heer van Lienden, hadde ain XLiiii mergen, 
gelegen in den kerspel van Eelst, ende zijn geheiten des 
Ghreven slach; ende dat mijn lieve, genedige here van Gelre 
voirs. ende synen erven dairaen geerflft zijn ent *) hem vaste 
ende stede is, sondef ennich wederseggen ende sonder 
argelist; ende dats heipi noch zynen erven nyemant breken 
en soude noch en muchte met ennigen recht. Voirt so 
gelaefden Dirck, heer van Lienden voirs., m3men lieven, 
genedigen here van Gelre voirs. all dit voirs. erve te waren 
jair ende dach, als er&coeps recht is in Neder-Betue, ende 
alle voircommer ende voirplicht afif te doen. Dair dit ge- 
sciede, waren over als gerichtsluden her Johan van Rossem, 
ridder, Deric Doems van der Eem, Deriken van Eek, LamphoUe 
soen, ende meer berver lude. In oirkonde dis brieffs 
besegelt mit mynen segelL Gegeven int jair ons Heren 
MCCCXCIX, des Manendags na sunte Matheus dach. 



3 November 1348. 
Eenen scepenenbriefiF van Saltbomell, tugende, dat Eccrijn 
van Heessèl vercoft heeft tot hertoch Reynalts behoeflF 2 Va 
mergen ende Xliil roeden lants, gelegen in den gericht ■) 
van Boemell, op der Vecht, etc; item noch III mergen op 
die Speel voert; item i mergen op die Overste hove; item 
op den Repen xvii hont. 

F0I. 51V. Erffeniss tot Bomell. 

Nos Johannes de Hoesden senior et Jobannes de Herwynen 
et Henricus Fei, filius Amoldi, scabini in *) Saltbomell, notum 

') B heeft: oick, ') In A tUan de laatste drie woorden tweemaiL 
') Dit woord ontbreekt in A. 



i66 

facimus universis protestantes, quod veniens coram nobis 
Eccrinus de Heessell vendidit et optulit pro octingentis libris 
denariorum legalium(eidein),prout fatebatur, persolutis, Ghysel- 
berto» filio Hermanni, ad opus metuendi domini nostri Reynaldi, 
ducis Gelrie, duo iugera et dimidium iuger et quatuordecim 
virgas terre, situatas in iurisdictione de Bomel super dictam 
Vecht, inter terram, que fuit Pauli Bart, ab uno latere et 
heredes Petri Nennen ab altero ; item in eadem iurisdictione 
super Speelwart tria iugera terre inter Gerardum Zeewout 
et heredes Henrici Ghreven ; item in die Oeverste hove unum 
iuger inter Walterum Scaep et heredes Andriee Wenmer:? ; 
item supra dictos Repen xcvii hont terre inter dictum 
hospitale de Bomell et heredes domine de Noeldwijck, sine 
censu et aggere, excepta una virga et dimidia virga aggeris 
ad dictam terram de iure pertinente. Et dictus Eccrinus 
dicte terre renunciavit, promittens facere renunciare omnes, 
qui dicte terre renunciare tenentur ; promittens edam waran- 
diam facere Gyselberto, filio Hermanni predicto, ad opus 
domini ducis Gelrie predicti super dicta terra per annum 
et diem, ut *) iuris est, adversus omnes iuri comparere 
volentes, et deponere omne plegium, quod „voirplicht" dicitur, 
de eadem, preter dictum aggerem, harum nostrarum testi- 
monio literarum. Anno Domini MCCCXLVIII, feria secunda 
post Omnium Sanctorum. 



8 Mei 1346. 
Een richtersbrieflF van Over-Betuwe, tugende, dat Wolter 
van Wosic ende Hadewych, zijn wijfiF, opgedragen hebben 
tot ons heerscaps behoefif van G^lre v mergen lants, ge- 
legfen in den kerspell van Dorenbach ■) etc. 



') In A en B staat : et 

') Verschrijving voor: Dorenborch. 



«67 

Erflfhisse in Over-Betuwe. 

Wy Aelbrecht die Ruter van Hemert, richter in^ Over- 
Betuwe, orkonden ende tugen, dat voir ons ende voir ge- 
richtslude, die hierna bescreven staen, comen sijn int gericht 
Wolter van Wosic ende Hadewich, zijn witlich wijflF, met 
hoeren gekoren momboir, die hoir met ordell ende mit recht 
gegeven wardt, ende hebben opgedragen heren Willem van 
Gent vijff mergen lands, die gelegen sijn in den kerspell 
van Dorenborch op Sunderingen *), tot behoeflF ons joncheren 
van Gelren, van welken vijflF mergen voim. een stucke ende 
een deel gelegen is van eenre syden by guet ende erve 
(heren Willems van Domic ende van der anderen by guet 
ende erve der kerken van Dorenborch; ende een ander 
stucke van den wijff mergen voim. gheleghen is by guet 
ende erve) ■) der kercken van Dorenborch van eenre syden, 
ende van der ander zyden by den gemeynen wech. Ende 
hebben dair na also op vertegen, dat ordel ende trecht wijsden, 
dat Wolter ende Hadewych voim. aen dit voirgen. erve niet 
meer toe te seggen en hedden. Voirt so heeft Wolter ende 
Hadewych voim. dit voirs. erve heren Wilhelm van Ghent 
tot behoefiF ons joncheren gelaeft te weren als erfscoeps 
recht is, ende allen voircommer afF te doen. Dit gesciede 
tot Dorenborch ; hier waren oever als gerichtslude Wilhelm 
van Poelwijck, Godeken, Aleiden soen van Dorenborch, 
ende anders voel gueder luden. Gegeven int jair ons Heren 
MCCCXLVP, des andaigs na sente Philips ende Jacops 
dach, der apostelen. In oirkonde des briefTs bezegelt mit 
onsen zegell. 



*) A en B hebben : Sunderlingen. 

') De woorden tusschen haakjes ontbreken in de handschriften en sijn over- 
^ genomen oit den oorspr. brief. 



i68 

5 Februari 1335. 
Dat alsulken goit als die greve van Gelren gecoft heeft 
tegen Johan van Amstell, gelegen tegen Ryenen over in 
den werde, na dode Hubrechts van Lienden wedercomen 
solde an onsen heerscap van Gelre. 

Erfifeniss t^en Ryenen. 

Allen denghenen, die desen brieff sullen sien off hoeren 
Fol. 52. lesen, ie Hubrecht van Lienden, knape, doe kont ende be- 
kennen van alsulken goede alse een hoech, edell man, mijn 
lieve here die gfreve van Gelre ende van Zutphen, gecoft 
heeft tegen Johan van Amstell, gelegen tegen Ryenen 
over in den werde, dairaff dat hy my die renten jairlicx 
gegeven heeft, behauden hem sijnre heerlicheit aldair, hoge 
ende lege, dat dat dueren sall tot mjmen l}rve, also lange 
als ie leve. 

Ende wanneer ick nyet langer en byn, so sall dat voirs. 
goet loss ende ledich wedercomen ain mynen here den 
gfreve voirg. ende aen synen erven. Hieromme so scelde 
ick hem oeck quijt ende ledich van XX ponden geltz jairlicx, 
die hy my hiertevoeren gegeven hadde, ende ick sall oick 
dien pechter, die dit voirseyde guet nu in pachte geet *), 
syne jsdr uythauden, die hy dairaen heet. In oirkonde deser 
dingen so heb ie desen apenen brieff met mynen seg^U 
bezegelt. Ende omme die meerre sekerheit so heb ick ge- 
beden mynen Heven broeder, heren Diderick, heren van 
Lienden, dat hy desen brieff mit my hier bezegelt in oir- 
konde ende getuych der waerheit. Ende wy Diderich, heere 
van Lienden, ridder, bekennen, dat dese voirs. stucken waer 
sijn -ende dat se met onsen weten gesciet zijn in alle der 
voege als voirs. is, ende hebben in oirkonde dis onse segell 
mit segele ons lieven broeders Hubrechts van Lienden voirs. 



*) Vertchrijving voor: heeft. 



169 



ain desen apenen brieff gehangen. Gegeven tot Rosendaell, 
int jaer ons Heren MCCCXXXV, op sunte Agaten dach, 



4 December 1330. 

Een scepenbrieff tot Nymegen, tugende, dat Henrick 

Boenart ende Henrick, sijn soen, overgegeven hebben tot 

des greven behoeff van Gélre ende sijnre erven alle hoerre 

recht, dat sy hadden (ant) vorsterampt op des Rijx walde, etc. 

Vorsterampt op des Rycx wald. 

Nos Rejoialdus Sybodonis, burchgravius et iudex Novi- 
magensis, Petrus de Zantwijck et Theodericus Oppenstall, 
scabini ibidem, protestamur, quod constituti coram nobis et 
feodalibus domini nostri comitis Grelrie et Zutphanie infra 
scriptis Henricus dictus Boenert et Henricus, filius suus, libera 
eorum voluntate et spontanee omne ius, quod habebant in 
officio forestarii silve imperialis, domino nostro comiti Gelrie 
et Zutphanie predicto resignarunt, eidem iuri ad usus dicti 
domini nostri et suorum heredum renunciantes pro se et 
suis heredibus, penitus effestu(c)ando, ita quod nichil iuris 
retinuenmt amplius in premissis. Acta sunt hec in castro 
Novimagensi, in camera dicti domini nostri, presentibus 
ibidem nobiübus et probis viris, dominis Theoderico domino 
de Moorse, Johanne domino de Bylant, Jacobo de Mirlair 
seniore et Jacobo de Myrlair iuniore et Ottone de Haelt, 
feodalibus domini nostri predicti, ac aliis quampluribus feo- 
dalibus et ministerialibus suis ^), testibus ad premissa vocatis 
specialiter et rogatis. In quorum testimonium sigilla nostra 
presentibus sunt appensa. Datum anno Domini MCCt^XXX, 
die beate Barbare virginis. 



*) A en B hebbeo: ministralibus. 



I70 

19 Juni 1343. 
Diderich van Brienen heeft vercoft hertoch Reynalde van 
Gelre dat oude hout, gelegen op Veluwe by Heryenzande 
• mitter grund, marck, boss ende heyde. 

Erffenisse in Veluwe. 

Allen denghenen, die desen briefF *) i^en soelen oflF hoeren 
lesen, ie Diderich van Brienen make cont ende bekenne mit 
desen brieve, dat ie met mynen vryen wille voir my ende 
mynen nacomelingen vercoft heb eenen mechtigen prince, 
Fol. 52V. heren Reynaude, hertoge van Grelre ende gfreve van Zutphen, 
mynen lieven here, dat aude hout, gelegfen op Veluwen by 
Heryenzande, mitter grund, marck, bossch ende heide, mit 
allen synen toebehoeren, also abt gelegen is, om eyn ge- 
noemde somme van gelde, die hy ons witlic ende waell 
betailt heeft. Ende gelaven hem ende sjoien nacomelingen 
dairafF een recht gewaerre te wesen jair ende dach voir 
eenen yegeliken, die dien mitten» rechten anspreken woude. 
In oirkonde des so heb ick mijn segell ain desen brieff 
gehangen. Gegeven int jair onss Heren MCCCXLIII, des 
Donredags na sunte Vijts dach. 



II September 1339. 
Dat Diderich van Zaerbruggen opgedragen heeft tot 
behoefif des hertogen van Gelre xxv mergen eygens lants, 
die gelegen sijn in den kirspel van Keilen. 

Erffenisse tot Kelle.. 

Wy Wilhem van Ghent, Eylbrecht van Eyle, riddere, 
ende Henrick van Niele, man des hertogen van G^lren, 
doen cont allen luden, dat wy dairoever ende ain geweest 



*) De drie laatste woorden ontbreken in A en B. 



>7i 

hebben, dair Dirck van Zaerbruggen voir eenen gesetenen 
richter van Keilen ende voir gerichtslude heeft opgedragen 
in onse hant in behoeff onss heren des hertogen voirs. xxv 
merghen eyghens lands, die gelegen zijn in den kirspell 
van Keilen, welcks lants V mergen heiten die Radeacker 
ende dat dairtoe behoert; twe mergen ende eenen halven, 
die Bongers stuck heiten ; vii mergen ende eenen halven, die 
Gyseken van der Lynden van Dirck voirs. bouwet ; VI mergen, 
die heiten Dipolswade ende die Scelt, ende iiii mergen, die 
Gansbome bouwet ende Daem die moelnair. Ende heeft 
dair nae op vertegen als gewoenlic ende recht is, also dat 
die gerichtslude wijsden voir een recht, dat Dirck voirs. 
geen recht in en behielde, alle argelist uytgesat. In oirkonde 
deser dingen so hebben wy onse segele ain desen brieflF 
gehangen. Gegeven int jair ons Heren MCCCXXXIX, des 
Satersdach na onser Vrouwen dach dat sy geboeren weert. 



lo Janucui 13 14. 
Willem here van Cranendonck heeft sijn eygendom, be- 
grjrpende dat hoge gericht ende vrouwampt *) van Swalmen, 
die Seger ■) Vosken van Swalmen van hem te leene hielde, 
overgegeven den gfreve van Gelre, die die oick gecoft heeft 
tegen Seger voirs., etc. 

Cranendonck Swalmen erftale. 

Universis presentes literas inspecturis Wilhelmus dominus 
de Cranendonck cognoscere veritatem. Noveritis, quod allo- 
dium meum, contingens iurisdictionem superiorem in Svalmis 
et braxaturam, quas iurisdictionem •) et braxaturam Sygerus 
Vosken de Swalmis a me in feodo tenuit et possedit, illustri 



') Vendmjviiig voor: brottwampt. ') In A en B staat: Seker. 

') In n*. 22 staat : quas iurisdicdonem superiorem et braxaturam. 



172 

viro, domino comiti Gelrensi, domino meo predilecto, do et 
confero ac in manus ipsius cum e£fectu resigno, renunciansque 
omni iure et conmiodo dicti allodii, contingentibus me ex 
dicta iurisdictione et braxatura, quas videlicet iurisdictionem 
et braxaturam dictus dominus comes, dominus meus predi- 
lectus, erga eundem Sygerum titulo emptionis acquisivit. 
In quorum omnium testimonium et munimen sigillum 
meum duxi presentibus apponendum. Datum anno Domini 
MCCCXIIII, feria quinta post Epiphaniam eiusdem. 



23 October 1269. 
Fol. 53. Grreve Engelbert van der Marcke tuget, dat her Dirck 
ende her Lubbert van Uytinckhove, gebrodere, riddere, 
overgegeven hebben ende bewijst greve Otten van Grelren 
hoeren hoflf tot Simchem *), ende dat sy hem noch an anderen 
goiden dairtoe bewysen solden L marck, etc. 

Nos Engelbertus comes de Marcka notum facimus universis 
presentes literas visuris et recognoscimus in hiis scriptis, 
quod Theodericus et Lubbertus, milites, fratres de U3rtinc- 
hoven, obtulerunt et assignarunt nobili viro, domino Ottoni, 
comiti Geh^nsi, dilecto consangwineo nostro, curtim suam in 
Sunchem *), que eorum est libere propria, valentem centum 
mercas et quinquag^nta legalium Coloniensium denariorum; 
et infra annum in suis propriis bonis (dicto domino comiti 
quinquaginta merkas dicte monete non valent ■), dicti fratres 
ipsi domino comiti Geh-ensi omnem defectum adimplebunt. 
Et quod prefata curtis in Sunchem et alia bona assignanda 
domino comiti sepe dicto pro quinquaginta marcis sunt ec»rum 



') In n*. 22 staat: Synch^m of Synthem. In A en B: Simchem of Smithem. 

') In plaats van de tusschen haakjes geplaatste woorden heeft n*. 22 : 
valentem oentum mercas et qainqoaginta mercas dicte monete non valent. De 
acte is verminkt, zooals Sloet reeds opmerkt Wij moeten een lacune aannemen 
tosschen monete en non valent. 



173 



libere propria bona et quod de iUis sibi prestabunt per annum 
et diem warandiam et liberam £icient ab omni impeticione, 
nos fideiubemus pro eisdem fratribus tenore presencium 
literanun. Datum anno Domini MCCLXIX, in die beati 
Severini episcopi. 



i6 November 1385. 
Gerit van Steenbergen heeft overgegeven hertoch Willem 
ende synen erven alsulke heerlicheit ende gerichte, hoge 
ende lege, als hy hadde tot Ressen in Oever-Betuwe. 

Ressen in Oever-Betuwe erftale. 

Ick Gerit van Steenbergen doen kont allen luden, dat ick 
met mynen vryen moetwüle over heb gegeven ende over- 
geve overmits desen openen brieflf mynen lieven, genedig^n 
here, heren Willem van Gulich, hertogen van Gelren ende 
greven van Zutphen, ende syne erven alle alsulke heerlicheit 
ende gerichte, hoge ende lege, als ie heb tot Ressen, ge- 
legen in der Aver-Betu, als dat van auds herkomen ende 
gelegen is geweest, beheltelich my mijnre eygenre lude 
ende erfhisse, also dat ick ende mynen erven van der voirs. 
heerlicheit ende gericht onterfiEt zijn ende mijn lieve, ge- 
nedige here van Gelre voirs. ende zyne erfgnamen dairaen 
geerfft sijn ende blyven sullen tot ewigen dagen toe, sonder 
ennich wederseggen mijnss ofF mijnre erfgnamen. In oirkonde 
ende stedicheit deser punten voirs, so heb ick mynen segell 
mit mynen rechten wille an desen brieff gehangen. Gegeven 
int jair ons Heren MCCCLXXXV, des Donresdags na 
sunte Merten in den wynter. 



174 

23 Augiistus 1401. 
Woe dat vrou Mechtdt van Bomell, heren Johans wijfF 
van den Velden was, overgafF hatoch Willem ende sjoien 
erven alle vorderinge ende toesegge als sy oflF hoere erven 
ain onsen herscap van Grelre hebben mochten, als van n™ 
alden scUden, die heren Johan voirs. op Stralen bewijst 
waeren, ende van der moeien van Nersdom mitten eygenen 
lude in den lande van Kempen. 

Stralen, Nersdom, Kempen. 

Ick Meechtelt van Bomell, wilneer wittige huysvrou heren 
Johans van den Velde, ridders, was, dien Got gnade, voir 
my ende voir mynen erven doe kont allen luden met desen 
apenen brieve, dat ie om heyll ende troesten will der sielen 
heren Johans van den Velde, mijns lieven mans voirs., 
anbedacht, dat hy in synen leven voele genoets gehadt heeft 
Fol. 53V. yau dgjj hoichgeboeren, duerluchtige forsten, mynen lieven, 
genedigen heren den hertogen van Gelre ende van Gulich 
ende greven van Zutphen, yn menniger wyse, ende be- 
kennen, dat ick dairomme dienselven mynen lieven, ge- 
nedigen here den hertoge van Gelre ende van Gulich ende 
synen erven mit mynen goeden, vryen moet wille eerfiFelich 
ende ewelich weder overgegeven heb ende mit desen brieve 
overgegeve *) vry, loss ende ledich alle recht, vorderinge ofiF 
toeseggen als ick ofF mynen erven in enniger wijs hebben 
mochten an den voirs. mynen genedigen here den hertogen 
van Gelre ende van Gulich off an synen erven, als van den 
twedusent alden scilden, dair dat kirspell ende dat gericht 
van Stralen mynen voirs. man, heren Johan van den Velde, 
voir versatt was, ende wat dairaff comen off te vorderen 
mochte sijn van my off van mynen erven ; ende voirt die 
moeien tot Nersdom mitten eygenen lude in den lande van 



*j Verschrijving voor : overgeve. 



175 

Kempen geseten, na inhalt deir brieve, ende van denselven 
saken gelegen zijn '). Ende heb oich in alingen wijs dairop 
vertegen ende verthie dairop met desen brieve voir my 
ende voir mynen erven, also als ick dat na mjoien wille 
ende gadingen waill doin mach, na dien dat my die punte 
voirs. in den lantrechte des lands van Grelre van der Nyerssen 
opwerts toegedeilt ende toegewijst zijn in den scedingen 
tusschen des voirs. heren Johans, mijns mans, erfgenamen 
ende my. Ende all brieve, die ick van den saiken voirs. op 
dese tijt.hadde, die heb ie den voirs. mynen lieven, genedigen 
heren den hertogen mit desen brieve guetlich overgelevert. 
Ende bekenne voirt, dat ick gelaeft heb ende gelove in 
desen brieve voir my ende voir mynen erfgnamen in goeden 
trouwen, so wat ick off myne erve eyniger der brieven 
van den saiken voirs. merende hiemamals crighen off vynden 
konnen, dat wy die al tsamen weder overleveren soelen dien 
voirs. mynen lieven, genedigen here (den) hertoge van Gelre 
ende van Gulich off sjmen erven, off hi en weer, also dat 
dieselve brieve van desen dage datum dis brieffs voirtan 
gheenre kunne macht meer hebben in *) behalden en soelen 
in gheenre wijs, alle argelist hierin gentzlich uytsceiden. 
Ende des te oirkonde heb ick mynen segell van mijnre 
rechter wetentheit ende will an desen brieff gehangen. 
Ende yn die meerre vestenisse ende gantzer vaster stedic- 
heit aller punten voirs. so heb ick gebeden ende bidde 
myne maige ende vriende, mit namen Peter Witterem, 
Gherit van Bomell, mjoien lieven neven, ende Rutger van 
Bomell, mynen bastartbroeder, dat sy desen brieff mit my 
bezegelen willen. Ende wy Peter, Gherit ende Rutger vurg. 
bekennen met desen selven brieve, dat wy om beden willen 
onser liever vrouwen ende nichten voirs. onse segele mit 
hoir an desen brieff gehangen hebben 'in getuychgeniss 



*) Deze woorden zijn blikbaar bedorven. *) Verschrijving voor : ind. 



176 

alle deser voirs. punten ende saiken. Gregeven int jair ons 
Heren MCCCC ende ejm, des Dinxdags op sunte Bartholo- 
meus avont, des heiligen apostels. 



3 April 1383. 
Fol. 54. Woe dat Johan Hu3rsman vercoft heeft heren Johan van 
den Velde alsnlken recht als hy hadde an der moeien tot 
Nersdom ende an den eygenen ende gehoringen luden des 
hertochdoms van Gelre, in den lande van Kempen, mitten 
brieven dainiff sprekende. 

Nersdom^ Kempen erftale. 

Ick Johan Huysman, heren Johans soen van Huessen, 
ritters, wilneer was, doen kont ende kenlich allen luden 
avermitz desen brieff, dat ick mit rade ende goetduncken 
mijnre mage ende vrienden voir mich ende voir m)men 
erven ende nacomelingen um ini* ende Lxx groede alde 
guldene scilde, guet van goude ende gerecht swaer van 
gewichte, die my all ende wail betaelt ende gehantreickt 
sijn, vercoft heb recht ind redelyck ende vercope in desen 
brieve mit e3men steden, witlichen coepe heren Johan van 
Hoenselair, geheiten van den Velden, ritter, ende synen 
erven alle aUsulke recht ende vorderinge als ick had ofF 
hebben mochte in eyniger wijs aen der moeien tot Nersdom 
ende ain den eyghenen ende gehoringe luden des hertoch- 
doms ind heerlicheit van Gelre, geseten in den lande van 
Kempen, ind alle alsulcke brieve als ick hadde als een 
recht erve mijns vaders vurs. van der vurs. moeien ind 
eygenen luden, die der hoichgeboeren furste in •) here, her 
Eduwaert, hertoge tot Gelre, selliger gedachten, mynen 
vader voirs. gegeven ende bezegelt heeft, welck(er) brieve ick 



*) Venchrijving yoor : ind. 



177 

een recht erve byn van mijns vaders wegen voirs., ich mit 
moeien, eygenen lude ind rechten voirs. heb opgedragen 
den voirs. heren Johan van den Velde ende synen erven, 
ind dairop luterlich *) vertegen mit witlichen yertichnissen 
to ewigen dagen toe. Ind heb se dairafiP gemaickt ende 
make in desen brieve rechte erven ind witliche vordere in 
aller der bester ende vaster wysen dat ich konde, also dat 
sy nu voirt ten ewigen dagen toe dairmede moegen doen 
alle horen vryen wille, sonder ennich wedersegge ende 
cronen van my off van mynen erven ende nacomelingen 
off yemant van onser wegen, alle argelist, droegen, feirpell, 
behyndicheit ind alle quade voende hierinne uytgesceiden. 
In oirkonde der waerheit ende gantzer stedicheit deser vurs. 
dingen heb ick mijn eigen segell an desen brieff gehangen 
ind heb voirt gebeden eersame lude, Sybrecht Speden ende 
Johan van Haerbeke, die hier aver ende aen geweest hebben 
ind dit allet hebben helpen dedingen, dat sy hoir segele mit 
her ain desen brieff hebben gehangen te meerre getuych- 
geniss ind stedicheit alre dingen vxirs., dat wy Sybrecht 
Spede ind Johan van Haerbeke vurs. waere bekennen. Datum 
anno Domini MCCCLXXXIII, tercia die mensis Aprilis. 



6 Juni 1329. 
Een scepenbrieff van Saltboemell, tugende, dat Lysbeth, 
Wouters wijff van Tuyll, ende Dirck, hoer soen, vercoft 
hebben tot behoeff des greven van Gelre een huys ende 
hove, recht tot Tule gelegen, mit n mergen lantz. 

ErflFeniss tot Tuyll. 

Universis presencia visuris nos Paulus Bart et ■) Jacobus 
Moliaert, scabini in Saltbomell, notum facimus protestantes, 



') laterlkh of latterlik = open, klaar, ganschlijk. 
') In A en B staat: ende. 

12 



' 178 

quod constituti coram nobis Elizabeth» relicta quondam 
Wouters de Tule, cum suo tutore electo, et Theodericus, 
eius filius, vendiderunt et optulerunt domino Jacobo de 
Fol. 54^. Mirlair iuniqri, militi, et domino Johanni Moliart, cappellano 
et reddituario domini nostri comitis Grelrie, ad opus eiusdem 
domini nostri comitis Gehne domum et aream, sitas in Tide, 
et duo iugera terre adiacentis eidem aree, inter Snellardum 
Bycbone et plateam, in allodio sine censu et sine aggere 
hereditarie possidendas. Et dicti Elizabeth cum suo tutore 
electo (et) Theodericus dictis domui, aree et hereditati renun- 
ciaverunt, promittentes facere renunciare omnes, qui dictis 
domui, aree et hereditati de iure renunciare tenentur, promit- 
tentes eciam warandiam facere dictis domino Jacobo et domino 
Johanni ad opus dicti domini nostri comitis Grelrie super 
dictis domo, area et terra per annum et diem, ut *) iuris est, 
adversus omnes iuri comparere volentes et deponere omne 
plegium, quod „voirplicht" dicitur, de eisdem, nostrarum 
testimonio literarum. Datum anno Domini MCCCXXIX, in 
crastino beati Bonefacii. 



15 Maart 1330. 
Eenen scepenbriefiF van Saltbomell, tugende, dat Alart van 
HaefiEten vercoft heeft, tes gfreven behoeflF van Gelre, erffich 
X hont lants, gelegen in den gericht van Haefften, in der 
Quellende wey, etc. 

Erffnisse tot Haeflften. 

Universis presencia visuris nos Henricus de Werva et 
Michael Moliaert, scabini in Saltbomell, notum facimus pro- 
testantes, quod constitutus coram nobis Alardus de Haeften 
vendidit et optulit pro quadringentis libris denariorum legalium 



') In A, B en n*. 22 slaat: et 



179 

eidem, ut fatebatur, persolutis decem hont terre, slta in iuris- 
dictione de Haeflften, in loco dicto Quellende weide inter 
Jacobum Coter et terram custodis de Haefflen, Paulo Bart 
ad opus domini nostri comitis Gelrie in allodio sine censu 
et sine aggere hereditarie possidendum ^). Et dictus Alardus 
dicte terre renunciavit, promittens facere renunciare omnes, 
qui dicte terre de iure renunciare tenentur, promittens eciam 
warandiam facere dicto Paulo ad opus dicti domini nostri 
comids Gelrie super dicta terra per annum et diem, ut iuris 
est, adversus omnes iuri comparere volentes et deponere 
omne plegium, quod „voirplicht" dicitur, de eadem, nostrarum 
testimonio literarum. Datum anno Domini MCCCXXX ■), 
feria quinta post beati Georgii ^ pape. 



5 Juni 1322. 
Een scepenbriefF van Saltbomell, tugende, dat Ghijsbrecht 
die Voecht van Tuyll ende Agnese, zijn wijff, oevergegeven 
hebben, tes joncheren behoeff van Gelre, huys ende hoofF- 
stat, tot Tuyll gelegen opter Neys, etc. 

Erflfeniss tot Tuyll. 

Universis presencia visuris nos Johannes Voecht, Johannes 
Holle et Walterus Scaep, scabini in Saltbomell, notum fadmus 
protestando, quod constituti coram nobis Gyselbertus Voecht 
de Tuyll et Agnes, eius uxor legitima, domum et aream, 
sitas in villa de Tuyll in loco dicto Neyss, et quidquid latitudo 
eiusdem aree in edificiis capit infra suos limites et consepta, 
ac proprietatem de hiis omnibus *) optulerunt Gyselberto de 
Haefften 2id opus nobilis viri, domicelli nostri Gelrie, ab ipso 



*) Verschrijving voor: poaridenda. *) In n*. 23 sUat: MCCC. 
') Waarschijnlijk verschrijving voor: Gregorii. 
*) A, B en n*. 22 hebben : hominibus. 



i8o 



hereditarie possidendas. Et Gryselbertus Voecht predictus et 
Agnes, sua uxor, dictis bonis omnibus renunciaverunt, 
nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini 
MCCCXXII *), Sabbato post diem Pentecostis. 



23 Juli 1327. 
FoL 55. Dat mijn here van Gelre van Johans erfg^amen van Brienen 
mit n^ lib. lossen mocht eene hove lantz, in Eister kirspel 
gelegen, ende die 11* lib. sal men dan beleggen ende te 
leen halden van Gelre, etc. 

Erffeniss tot Eist. 

Ick Johan van Brienen die jonge, knape, doe kont allen 
luden mit desen brieve, dat ick twehondert pont, die my 
een hoich, edell man, here Reynalt, greve van Grelren, mijn 
lieve here, my sculdich is, ende dair ie een hove lants, in 
Eister kirspell gelegen, voir tonderpande hebbe, die voirs. 
II* pont clejmre penningen, welke tijt dat sy my mijn here 
die greve voirs. betaelt ende sijn lant loest, so soele ic dese 
voirs. IT lib. beleggen (an) ■) ander eygen erve bynnen der 
gree&cap van G^lren ende dat van hem ontfaen ende 
haudent te Zutphenschen rechten, ende dese voirscr. hove 
lants sall weder loss ende ledich an hem ende zynen erf- 
gnamen comen. In oirkonde des so heb ick mynen segell 
an desen brieff gehangen. Gegeven int jair ons Heren 
MCCCXXVII, des Donresdags nae sunte Marien Magda- 
lenen dach. 



>) In A, B en n*. 22 lUat : MCCCXII, terwijl Nijhoff ten onrechte uit 
den oorapr. brief heeft gelezen : 1320. 

*) In A, B en n* 22 is dit woord weggdaten. 



i8i 



25 November 1381, 
Dat onse herscap van Gelre mit xxm* alden scilden die 
guede ende gulde in den landen van Zutphen (loessen mach), 
die Roederike van ") Cavorden, Jans wijflF van Raesfelde, 
ende hoere erven verset zijn. 

In den landen van Zutphen loessinge. 

Ick Johan van Raesfelde make kont ende kenlic allen 
luden met desen brieff» dat mijn lieve, genedige here, die 
hertoge van Grelre ende greve van Zutphen, off zynen erf- 
gnamen die gnede ende gulde, in den land van Zutphen 
gelegen, die he Roederike van Covorde, mynen wive, ende 
hoeren erfgenamen gesatt heeft voir drie ende twintich 
hondert alder scilde, alle jair loessen mach mit drie ende 
twintich hondert alden scilden van my ende van Roderike, 
myne wive voirs., nae inhalde der brieve, die hi hoir dairop 
gegeven heeft, alle argelist uytgesproken. In oirkonde dis 
heb ie Johan van Raesfelde voirs. mynen segell an desen 
brieff gehangen. Gregeven int jair ons Heren MCCCLXXXI, 
op sunte Kather3men dach. 



25 Maart 1342. 
Dat mijn here van Gelre off synen erven mit dusent 
pont cleynre penningen loessen moegen den Grelreschen 
werdt, in den kirspell van Gent gelegen, die wilneer 
hertoge Reynalt van Gelre heren Jacob, heren van Mirlair, 
ende synen erven tot den ervedrossetampt bewijst heeft 
voor c pont sjaers. 



') In A, B en n*. 22 staat in plaats van dit woord : ende. 



l82 



Een werdt tot Ghent te loessen. 

Wy Jacop, here van Mirlair, ridder, doen kont allen luden, 
want een hoge, vermogende prince, onse lieve her, heren 
Reynalt, hertoge van Gelren, greve van Zutphen, onssynen 
erflfdrosset gemaect hevet ende ons dairom ende onsen erf- 
gnamen bewijst ende gegeven heeft synen werdt, geheiten 
die Gelreschen weert, gelegen in den kirspell van Ghent, 
also als hi nu gelegen is, voir hondert pont sjaers cleynre 
penningen, dien wy ende onse erfgnamen van hem 
ende van synen erfgnamen, hertogen van Gelre, mitten 
droessaetampt voirs. hebben sullen ende hauden ten 
Fol. 55V. rechten erfleen, so bekennen wy voir ons ende onse erf- 
gnamen, so wanneer hy off sine erfgnamen, hertogen van 
Gelren, ons off onsen erfgnamen gheeft ende betailt dusent 
pont cleynre penningen, die in dier tijt gaen sullen, off die 
werde dairvoir mitten renten van den werde na den loep 
van der tijt, so sall die weert voirs. aen hem ende ain synen 
erfgnamen, hertogen van Gelre, loss ende vri comen weder, 
sonder ons ende onser erfgnamen off yemans wederseggen, 
welck dusent pont wy off onse erfgnamen beleggen sullen 
bynnen jaers bynnen synen lande an goeden, sekeren erve, 
dat wy ende onse erfgnamen mitten drossetampt voirs. van 
hoen ende van synen erfgnamen, hertogen van Gelren, 
halden sullen te leene, als voirs. is, behaudelick onse here 
den hertoge ende synen erfgnamen voirs. alre anderre 
weerde, sande, aenworp ende visceryen, die dair nu zijn 
off namaels comen off werden moegen. In oirkonde des 
so hebben wy desen brieff bezegelt mit onsen segell. 
Gegeven int jair ons Heren MCCCXLII, op onser Vrouwen 
dach Annundacionis. 



i83 

25 Maart 1342. 
Dat men oick met dusent lib., als voirs. is, loesen mach 
xuii mergen lantz ende i hont, gelegen in den kirspel van 
Eist, die totten erfscencampt bewijst zijn die van Lienden, 
oick voir c lib. sjaers, ind men onsen herscap dairaft betaelt 
X lib. VI SC ende iiii den. jairlicx, thent geloest is. 

Erffnis tot Eist te loesen. 

Wy Dirck van Denden, ridder, doin kont allen luden, 
want een hoech, vermogende prince, onse lieven heren, her 
Reynalt, hertogen van Gelren ende greven van Zutphen, 
ons synen erfecencke gemaickt heeft ende ons ende onsen 
erfgnamen dairomme bewijst ende gegeven heeft XLm 
mergen lants ende een hont, gelegen in den kirspell van 
Eist, tussen Ryken wech ende die Laer, voir hondert pont 
sjaers cleynre penningen, welck lant wy ende onse erfgnamen 
van hem ende van synen erfgnamen, hertogen van Gelren, 
mitten scenckampt voirs. hebben sullen ende hauden te 
rechten erfleen, so bekennen wy voir ons ende voir onsen 
erfgnamen, so wanneer hy oflF s)me erfgnamen, hertogen 
van G^e, ons off onsen erfgnamen, die zyne erfscenck 
wesen sullen, geeft ende betailt dusent cleynre penningen, 
die in der tijt gaen sullen oflF die werde dairvoir mitten 
renten van den lande na den loep van der tijt, so sall dat 
lant voirs. aen hem ende aen synen erfgnamen, hertogen 
van Gelren, loss ende vry wedercomen, sonder ons ende 
onser erfgnamen off yemants wederseggen, welck dusent 
lib. wy off onse erfgnamen beleggen sullen bynnen jaers 
bynnen synen lande an goeden, vry en, sekeren erve, dat wy 
ende onse erfgnamen mitten scenckampt voirg. van hem 
ende van synen erfgnamen, hertogen van Gelre, houden 
sullen te leen, als voirs. is. Mede is gebuert *), dat wy ende 

') Mogelijk is dit een verschrijving voor; gevurwert, ontstaan door de af- 
korting van dat woord. 



184 

onse erfgnamen, die er£scenck wesen sullen, g^ven ende 
betailen sullen onsen here den hertoch off synen erfg^amen, 
hertogen van Gelren voirs., jairlicx op sunte Peters dach ad 
Cathedram van den voirs. lande x pont Yi se. ende nn den. 
pa3rments voirs., then ter tijt toe dat by off sine erfgnamen, 
hertogen van Gelren, dat lant weder lossen, als voirs. is, 
sonder argelist. In oirkonde dess so hebben wy desen brieff 
bezegelt mit onsen segell. Gregeven int jair ons Heren 
MCCCXLÜ, op onser Vrouwen dach Annunciacio. 



4 November 1388. 
Een scepenbrieff van Tuyll, tugende, dat Willem Janss. 
vercoft heeft, tot behoeff hertoch Willems, erflich loV» hont 
lantz, gelegen in den gericht van Hemert, buyten dijcx. 

Erffniss tot Hemert 

Universis presentia visuris nos Johannes de Este et Frede- 
ricus Koek, scabini in Tuyll, notum facimus protestantes, 
quod veniens coram nobis Wilhelmus, filius Johannis, vendidit 
et optulit pro ducentis libris denariorum legalium eidem, ut 
fatebatur, persolutis decem et dimidium hont terre, sita in 
iurisdictione de Hemert, extra aggerem, inter heredes domini 
Goeswini de Vandric, quondam militis, ab uno latere et 
heredes Rutgeri de Bomell ab alio latere, Godefrido Utenwerde 
ad opus illustris et magnifici principis, domini nostri, domini 
Wilhelmi, ducis Gelrie et comitis Zutphanie, in allodio sine 
censu (et) sine aggere hereditariepossidendum *). Et Wilhelmus 
predictus dicte terre renunciavit, promittens faqere renunciare 
omnes, qui dicte terre de iure renunciare tenentur ; promittens 
eciam warandiam facere Gotfrido predicto ad opus domini 
nostri, ducis Gelrie predicti, super dicta terra per annum et 
diem, ut iuris est, ad versus omnes iuri comparere volentes, 

') Verschrijving voor : possidenda. 



i85 

et deponere omne plegium, quod ^voirplicht* dicitur, de 
eadem, nostrarum testiinonio literarum. Datum anno Domini 
MCCCLXXXVIII, feria quarta proxima post diem Omnium 
Sanctonim. 



4 November 1388. 
Noch een scepenbriefiF van Tuyll, tugende, dat Steesken van 
Mauderick vercoft heeft tot behoeff hertoge Willems xiii 
mergen lants, gelegen in den gericht van den Varick, opten 
Acker, etc. 

Erffeniss tot Varick. 

Universis presencia visuris nos Johannes de Este et Frede- 
ricus Cock, scabini in Tuyll, notum facimus protestantes, 
quod veniens coram fiobis Steskinus de Maudrick vendidit 
et optulit pro mille libris denariorum legalium eidem, ut 
fatebatur, persolutis tredecim iugera terre, sita *) in iuris- 
dJctione de Vandric in loco dicto Acker, inter heredes 
domini Johannis de •) Langreke, militis, ab uno latere et 
heredes Walteri Scaden ab alio latere, Godefrido Utenwerde 
ad opus illustris et magnifici principis, domini nostri, domini 
Wilhelmi, ducis Gelrie et comitis Zutphanie, in allodio sine 
censu et cum aggere ad dictam terram de iure pertinente 
hereditarie possidenda. Et Steskinus predictus dicte terre 
renunciavit, promittens facere renunciare omnes, qui dicte 
terre de iure renunciare tenentur; promittens eciam waran- 
diam facere Godefrido predicto ad opus domini nostri, ducis 
predicti, super dicta terra per annum et diem, ut iuris est, 
adversus omnes iuri comparere volentes, et deponere omne 
plegium, quod „voirplicht" dicitur, de eadem, nostrarum 
testimonio literarum. Datum anno Domini MCCCLXXXVIII, 
feria quarta post diem Omnium Sanctorum. 



') In A, B en n*. 22 staat : sicut. *) A heeft: die. 



i86 

13 December 1329. 
Een richter- ende scepenbrieflF van N)rmegen, tugende, 
dat Dirck RoeloefiEs ende s)me dochter vercoft hebben tot 
des hertogen *) behoefF van Gelre ende synen erven alsulken 
recht als sy hadden an den vorsterampt op Rijcxwald. 

FoL 56V. Vorsterampt op Rycxwald. 

Nos Reynaldus Sybodonis, iudex et burchgravius Novi- 
magensis, Joha'nnes dictus Puls et Wilhelmus de Hautart, 
scabini ibidem, testamur, quod constituti coram nobis in figura 
iudicii Theodericus Rudolphi, noster concivis, Hadewigiset 
Aleidis, sue filie, cum eorum mundiburno seu tutore ab eis 
electo et sentencialiter sibi dato, pari consensu et libera eorum 
voluntate, vendicione legitima pro xxiiii libris paryorum 
denariorum pagamenti usualis, ipsis, prout profitebantur % 
plenarie solutis precedente, omne lus, quod habebant seu eis •) 
competere poterat *) in ofïicio forestarii silve imperialis, domino 
Johanni Molyaert, capellano et receptori illustris domini 
nostri, domini comitis Gelrie, ad usus dicti domini nostri et 
suorum heredum resignarunt, eidem oflScio effestucando 
penitus renunciantes, ita quod dictante sentencia scabinorum 
Theodericus, Hadewigis et Aleidis predicti nihil iurisretinuerunt 
penitus in eodem. In quorum testimonium sigilla nostra 
presentibus duximus apponenda. Datum anno Domini MCCC 
vicesimo nono, feria quarta post (beati) Nycolai episcopi. 



24 November 1333. 

Een richters- ende scepenbrieff van Grronlo, tugende, dat Aleit, 

Gerits dochter ten Holte, overgegeven heeft tot des greven 

behoefF van Gelre erflich die guede, geheiten Tenckinc, Nuslo 

ende Coninxcamp, gelegen in den kirspell van Doetinchera. 



') Verschrijving toot: greven. ') A, B en n*. 22 hebben: fatebantor. 
') In A en B staat : eios. *) A en B hebben : poterant 



i87 



Erffnis tot Dotinchem. 

Nos iudex et scabini in Grronlo tenore presencium publice 
protestamur, quod accedens ad nostram presenciam Aleidis, 
filia Gerardi ten Holte senioris, cum suo iusto electo tutore, 
scilicet Johanne de Enschede, suo marito legitimo, necnon 
Gerardus ten Holte iunior, Philippus, eius frater, ac Ermet- 
gardis, eius soror, qui scilicet Philippus et Ermegardis 
eundem Gerardum, eorum fratrem, in iustum eligerunt in 
hac parte tutorem, liberis eorum arbitriis purisque voluntatibus 
integralem hereditariam resignacionem fecerunt coram nobis 
ore et manibus, prout exstat moris, ad utilitatem illustris 
domini comitis Gelrie, nostri domini, super hiis bonis, vide- 
licet Tenckinc, Nuslo et Conirtgeskampe, prout iacent in 
parochia Dotinchem, necnon super omnibus bonis tam here- 
ditariis quam non hereditariis, que Gerardus van de Coninc- 
ghescampe, dum obierat, reliquerat. Super hiis Henricus 
Kempinc iunior, Conrardus de Leychtenhorst et Theodericus 
Welbertinc, nostri tune temporis conscabini, testimoniale 
ius, dictum .orkunde", receperunt. In cuius rei evidens 
testimonium sig^Uum nostri opidi una cum sig^Uo Henrici 
Kempinc senioris, in nostro opido tune temporis iudicis, 
presentibus est appensum. Datum anno Domini MCCCXXXIII, 
iu vigilia beate Katherine. 



II Mei 1391. 

Dat heer Johan van Homoet ende synen erven ende onse 
heerscap van G^lre mallich half boeren sall die broeken in 
der Oever-Betuwe ende oick van der dijcgreeffscap dairtoe 
behoerende, mit voirwerden. 



i88 



Homoet ampt van Oever-Betuwe. 

Ick Johan, here van Homoet, ridder, amptman in Oever- 
Betuwe, doen kont allen luden mit desen apenen brieve 
ende bekenne voir my ende voir mynen erven, dat ick by 
rade ende goetduncken mijnre mage ende vriende mit 
mynen vryen wille overgegeven heb ende overgeve mit 
desen breefiF, dat die hoichgeboeren vorste, mijn genedige 
here, heren Wilhelm van Gulich, hertogen van Gelren ende 
greve van Zutphen, ende synen erven ende nacomelingen 
sullen hebben ende boeren die een beelfiOte van allen alsulken 
Fol. 57. broeken ende opcomingen, groit ende cle)m, als nu voirt- 
meer van datum dis briefiEs in mynen ampt van Oever- 
Betuwe ende van halfiF der dijcgreeffscap dairtoe gehoerende 
vervallen sullen, also lange als my ende mynen erven dat 
voirs. ampt sall geboeren te hebben. Mit vurwerden sall 
mijn genedige here, syne erve ende nacomelingen van deser 
voirs. heelffte gelden ende betaelen die heelfte van den 
dagelicx(en) coste, die om des voirs. ampts ende dijcgreeffiscaps 
(wil) sall geboeren te doen, ende die ander heelft van allen 
broeken ende opcomingen sullen ick ende mynen erven 
boeren ende die besceidelic bewjrsen ende rekenen, mit vur- 
werden dat ick ende myne erven die ander heelft van der 
dijcgreeffscap voirs. boeren ende hebben sullen voir den 
halven dagelixen cost, die ie ende myne erven bynnen den 
ampt voirs. doin sullen, ende dair gheen rekeningfe aff doen 
en sullen. Mede zynt viwwerden, weirt sake, dat ick off 
myne erven off dieghene, die dat voirs. ampt van mijnre 
off van mijnre erven wegen verwairde, mynen genedigen 
heren voirs. off synen erven ennich goet off geit verlegheden 
an coste off ain gelde van des voirs. mijns ampts wegen, 
dat sullen ick ende mynen erven off dieghene, die dat voirs. 
ampt van onser wegen verwaert, van den alingen ampt 
voirs. boeren ende dairop besceidelic rekenen. Ende voert 



i89 

sullen ick ende m}men erven off dieghene, die dat voirs. 
ampt van onser wegen verwaert *), mynen genedigen here 
voirs. off synen oversten rentme3rster rekeninge doin van 
desen voirs. ampt, tot wat tyden sy ons dat verthien dage 
te vorens weten laten. Ende so wat na inhalt der rekeningen 
boven den cost ende verlegh overloept, dat sall mijn ge- 
nedige here off synen oversten rentmeyster hallff hebben 
ende boeren, ende dat sullen wy hem onvertaicht over- 
leveren, ende die ander heelft sullen ick ende m3nie erven 
heffen ende boeren in affslage der sommen gelds, die wy 
op dat voirs. ampt hebben, na inhalt der brieven, die ick 
dairaff heb van mynen lieven here saliger gedachten, hertoge 
Eduwaert van Grelre, ende van mynen genedigen here voirs., 
welke brieve in hoirre alinger macht blyven ende wesen 
sullen sonder ennich wederseggen, u)rtgesceiden hantgelt 
ende die brieve, die ick mynen genedigen here voirs. ge- 
geven ende bezegelt hebbe, sonder argelist. In oirkonde 
der waerheit so heb ick mynen segell mit mynen vryen 
wille ain desen apenen brieff gehangen. Gegeven int jair 
ons Heren MCCCXCI, op andach van ons Heren Hemel- 
vaert dach. 



lo April 1340. 
Her Willem van der Horst, ridder, ende vrouw Luytgaert, 
sijn wijff, hebben opgedragen hertoge Reynalt van Gelre 
XX lib. jairlicx geltz uyt xxx lib., gelegen tot Domich by 
Hemmenremeerre, mit vurwaird«i. 

Erffeniss tot Dornick. 

Wy Willem van der Horst, ridder, ende Luytgart, ons witlike 
wijff, doen kont ende te weten allen denghenen, die brief ■) 
desen soelen sien off hoeren lesen, ende tugen apenbaerlick, 

^) A, B en n*. aa hebben : bewaert. ') Ontbreekt in A, B en n*. aa. 



Fol. 57^ dat wy voir Henrick Winpenninck, als *) voir eenen richter 
van ons met vonnisse ende met ordell gesat tot Domick by 
Himmenremeere, hebben gegeven ende opgedragen Jan van 
der Waden tot behoeff ons lieflb heren, des hertogen van 
Gehe ende greve van Zutphen, ende geven mit desen tegen- 
woordige brieve xx pont jairlicx gelts uyt dertich pont 
jairlicx gelds, die wy cochten weder Helmich Bentinc •), 
tot Domick voerseet gelegen by Hymmenremere, tot eenen 
vryen eyghendom, ende hebben dairop na vertegen ende 
kennen mede, dat wy d^ur niet meer rechts aen en hebben 
noch en behauden, ende dat mijn here van Gelre ende van 
Zutphen dairmede doin mach zynen vryen wille in alsulker 
manier ende vurwerden ; waer Helmich voirs. dese •) voirg. 
XXX pont weder loessen woude, dat wy dan onsen here van 
Gelre ende van Zutphen weder beleggen soelen an goeden *) 
eygen *) erve twehondert pont goeder penningen alsolcs 
payments als genge is ende geve in synen lande. In oirkonde 
ende vesteniss des brieffe bezegelt mit mynen zegell Willems 
van der Horst bovengenoempt. Gegeven int jair ons Heren 
MCCC ende XL, opten Maendach na Palmsondach. 



i6 Augustus 1333. 
Elyaes van Waudenberch heeft vercoft greve Reynalt van 
Gelre dat goit tot Hoeflaken. 

Hoefflaken erfftale. 

Ic Elyaes van Waudenberch, knape, make kont allen 
luden, die desen briefif sullen sien off horen lesen, dat ick 
vercoft heb eenen groten, edelen man, heren Reynalde, den 
greve van Gelre, dat goit tot Hoefflaken mit allen synen 

') lo A, B en n*. 22 staat hier abosievelijk : als van voir. 

') In A en B staat : Bentich ; in d*. 22 : Benthich. 

') A heeft: de; in B ontbreekt dit woord, 

*) A heeft : goedenen eygenen ; B : goeden eygenen. 



rechten ende behoeringen an enden ende ain ecken, also 
als gelegen is. Ende gelove hem by sekerheiden, dat ick 
tot sijnre heysce hem an dat voirs. goet brengen sall, also 
dat ridder ende knape dunckt dat hem stede ende vaste 
zy, . behaldens des bisscops van Utrechts all sqns rechts. In 
oirkonde dis brieffs mit onsen segell bezegelt. Gegeven int 
jair ons Heren MCCCXXXIII, op sunt Amulfus dach des 
confessoers. 



22 Mei 1331. 
Doen *) dat Tiellken van den Gruythuse (van) Erclentz ende 
S3men broeder ende susteren erflich vercoft hebben greve 
Reynalde van Gelre die gfruyt tot Erclei)tz, die hoerre 
ende hoerre ivitlike erve was. 

Gruyt van Erclentz. 

Allen denghenen, die desen böeff sullen sien off hoeren 
lesen, wy Tyelken, Godarth •) ende Henrick, gebroederen van 
den Grniythuys van Erclentz, Cristine, Katherine, Aleyt ende 
Bele, onse susteren, doin kont, dat wy mit gesaemender hant 
ende mit onsen vryen wille ende mit rade onser vrienden 
vercoft hebben eenen hogen, edelen man ende here, heren 
Reynalt, greven van Gelren ende van Zutphen, onsen lieven 
here, die gruyt tot Erclents, die onser ende onser auder 
witlike erve was, om een somme van penningen, die ons 
witlick (ende) waell by heren Johan Molyaert, canonich tUtricht 
ten Dom, synen rentmeyster, den lesten penninck metten 
iersten, betaelt is, van hem ende van synen nacomelingen 
erflich ende ummermeer te besitten. Ende hebben der 
voirs. gruyt met allen hoeren toebehoeren, als sy gelegen is, 
voir richter ende voir scepen, voir die leenheren, voir die 
laten ende voir die mannen vertegen ende die opgedragen 

*) Waarechijnlijk verschrijving voor: woe. *) A en B hebbeo: Godracb. 



Godarde Coemke *) van Bellichoven in behoeff ons liefiEs 
heren, des greven van Gelren ende van Zutphen voirs. ende 
sijnre nacomelingen. Ende sijn dairuyt gegaen mit hande 
ende mit monde, ende dairop verhalmt ak recht is, ende 
zijn dairuyt gegain aen allen steden dair wijt sculdich waeren 
te doen. Ende gelaven semelic met gesamender hant onsen 
lieven here den greve ende syne nacomelingen voirs. der 
voirg. gruyt een recht waer te wesen jair ende dach, als 
erffi5Coep(s) recht is, ende allen voircommer aff te •) doin, 
uytgenoemen xv se. ende IX den. payements, drie haller 
voir den den. geteelt, off gelijc payment dairvoir, dat men 
heren Geraert van Eyndelstrop, ridder, offte zynen erfgnamen 
jairlicx ten drien tyden sall vergelden ende betalen uytter 
gruyt voirs., dat is te verstaen : vijf se. ende m den. op 
Alre Heiligen avont, vijff scillinge ende iii den. op Kersavont 
ende v se. ende lll den. op Paeschavont dair naistcomende, 
by onsen lieven here ende zynen erfgnamen als voirs. is 
jairlicx te betalen. Ende omdat dat stede, seker ende vast 
blyve, so hebben wy gebeden ende bidden samelike eersame 
lude ende besceide, als heren Jacop van Mierlair den jongen, 
here Wolter van Vossem, drosset van Gelrelande, ende 
gemeynen scepen van Erclentz, dat sy in meerre vestenisse 
ende getuychgeniss der dingen hoer segelen ain desen brieff 
willen hangen. Ende wy Jacop van Mierlair, Wolter van 
Vossem, riddere, ende gemeyn scepenen voirs. om beden 
wille Tielkens, Godarts, Henricxz, Cristine, Katherine, Aleiden 
ende Beien, broeder ende zusteren voirg., want dese vurs. 
vurwarden voir ons aldus gesciet zijn, so hebben wy onse 
segele om getuych ende kennisse an desen brieff gehangen. 
Voert verwilcoer(en) wy broeder ende zusteren voirg. ende 
willen, off enich zegeU van desen drieën hieraen ontbreke 



*) In A, B en n*. 22 staat: Comloe. 
') In A en B staat: de. 



i9i 

oflEite breken van auder offite van ongevall, dat desen brieff 
nochtan in sijnre macht blyven soude also lange als dair 
een zegell ain henget ende blijft. Gegeven int jair ons 
Heren MCCCXXXI, des Woensdags na Hnxtdach. 



12 November 1337. 
Eenen scepenenbrieff van Embric, inhaldende dat Amolt 
van Rulsbruc ende sijn wijff uytgegaen zijn hoerre lijfftocht 
ende alle hoers rechten, dat sy hadden an xuiii mergen 
lants, gelegen tot Wamell, in behoeff des greven van 
Gelre ende sijnre erfgnamen. 

Erffeniss tot Wamell. 

Wy Jacop Hotman, richter, Amolt Floer ende Rycaert 
Rycaertsz, scepen van Embric, doen kont allen denghenen, 
die desen sullen sien off hoeren lesen, dat comen is voir 
ons Arnolt van Rulsbruyc, Mette, sijn echte wijff, mit hoeren 
vorkaren momboir, ende Geraert, derselver Metten soen, 
ende sijn uytgegaen hoer lijfftocht ende all hoers rechten, 
dat sy hadden ain XLiill mergen lands tot goeder maten, 
die gelegen zijn tot Wamell, in behoeff ons heren des greven 
van Gelre ende syne erfgnamen. Ende opdat dit vaste ende 
stede zy, so is onser stats heimelike segell an desen brieff 
gehangen. Gegeven int jair ons Heren, doe men screeff 
MCCC ende XXXVII, des neesten dages (nae) sente Mertens 
daech, die in den winter coempt. 



II Maart 1341. 
Een richtersbrieff van Coesvelt, tugende, woe dat Johan 
van Hagenbeke die alde overgegeven heeft tes hertogen 
behoeff van Gelre ende synen erven den eygendom van 
den husen, geheiten Scurehuys ende Artinc, gelegen in den 
kirspell van Havekesbeke. 

13 



194 



Hagenbeke Havekesbeke erftale. 

Ego Macharius Rost, famulus, iudex in Cusvelde *) et 
gogrevius in Harschehnsen ^ tune temporis, omnibus hoc 
scriptum visuris et audituris notum facio et publice protestor, 
quod Johannes de Hagenbeke senior in mea constitutus 
presencia immo et in figura iudicii obtulit, assignavit et 
resignavit et in hiis scriptis simpliciter et omnino resignat ad 
manus et ad usum nobilis vin, domini ducis Grelrie et suo- 
rum heredum proprietatem seu ius proprium domus dicte 
Schurehuys et domus dicte Arntinch, sitarum in parochia 
Havekesbeke, in perpetuum et hereditarie eandem proprie- 
tatem possidendam. 

Actum presentibus Gotfrido Cobbinc, Johanne de Verst, 
magistris opidanorum in Cusvelde, Henrico Amethom, 
Adolpho Thetinch, Johanne van der •) Dabeke, Gotfirido 
Rost et aliis quampluribus fide dignis. 

In huius rei testimonium ego Macharius supradictus meum 
sigillum ad peticionem eiusdem Johannis de Hagenbeke duxi 
presentibus apponendum. 

Et ego Johannes antedictus omnia premissa sub sigillo 
meo, huic scripto apposito, recognosco. 

Datum anno Domini M**CCC*XLI**, Dominica qua cantatur 
Oculi mei semper etc. 



26 Februari .1389. 
Otte van Haefften heeft vercoft den hertoch van Grehre 
ende synen erven xx lib. aids gelds sjaers van een borch- 
leen tot Amersoyen uyt den thienden tot Haefiften. 



') Ia n*. 22 staat: Custvelde. 

*) In A en B itaat : Harchehusen. In n*. 22 staat: Archehusen. 

') A, B en n*. 22 hebben : Johanne de Dabeke. 



t05 
Amersoyen, HaeflEten erftale. 

Cont sy allen luden overmits desen openen briefif» dat ick 
Ot van Haefften Alaertsz openbaerlic bekenne» dat ick in 
eenre witliker comenscap ende om een besceide somme van 
g^lde, die my waill betailt ende in mynen witliken orber 
gekeert is, vercoft heb den hogeboeren vorste, hertoge van 
Gelre ende greve van Zutphen, m)men lieven, genedigen 
here, xx pont aids gelts sjaers, die ich van eenen borch- 
leen van Amersoyen geldens hadde uyt den thienden van 
HaefiFten, so wy(e) die voir mynen alderen dairain bewijst 
waeren van mynen genedigen herscap van Gelre, selliger 
gedacht, op welke xx pont voirs. ich voir my ende voir 
mynen erven claerlich vertegen heb in oirber mijns gene- 
digen here van Gelre vurs. ende sijnre erven ; gelavende in 
goeden trauwen voir my ende voir mynen erven nummer- 
meer vordren daima te doen in egeinre *) wijs, alle argelist 
U3rtgesceiden. Oirkonde mijns segels, den ick met mijnre 
rechter wyst ende wille heb doin hangen an desen brieff. 
Ende hebbe voirt gebeden den edelen heren Reynalt van 
Fol. 59. Valkenborch, here van Bome ende van Sittart, mynen lieven, 
genedigen here, dat ') hi in te meirre getuychnis der waerheit 
alre saken voirs. synen segell by den mynen hangen wille 
an desen brieff, dat wyr Reynalt van Valkenborch, here 
van Bome ende van Sittart voirs., om beden ende versuech 
onss lieven knapen Otten van Haefften voirs. gem gedaen 
hebben. Gegeven int jair ons Heren M*^CC°LXXXIX, 
opten xxviten dach (in) der maent Februarius. 



') A, B en o*. 22 hebben : enniger. 
') 1» » 1» » V • dJe. 



24 Januari 131 1. 
Dat heer Otte van Kuyck, here tot Zelem, ridder, bewijst 
heeft XXX lib. sjaers an den gemal tot Malsen, erflich van 
Greke te leen te halden. 

Kuycx leen tot Malsen. 

Nos Otto de Kuyck, dominus de Zeelem, miles, universis, 
ad quos presentes litere pervenerint, cupimus esse notum, 
quod nos ab excellenti viro, domino nostro dilecto, comité 
Gelrensi, trecentas libras titulo feodi recepimus et leva(vi)mus 
in parato loco, quarum trecentarum librarum dicto domino 
nostro annuos redditus triginta librarum in multura nostra, 
dicta Teutonice „gemael", apud Maken assignamus, ita 
videlicet, quod nos et nostri heredes annuos redditus tripnta 
librarum a predicto domino nostro, comité Gelrensi, et a 
suis heredibus in prenotata multura iure feodali erimus 
perpetuo servaturi. 

In cuius rei testimonium nostrum sigiUum presentibus 
est appensum. 

Datum anno Domini MCCCXP, Dominica die ante 
Conversionem beati Pauli apostoli. 



2 September 1339. 
Dat Berte, Sarys dochter van Cuyck, sommige renten 
ende goede, hieryn genoempt, voir x pont sjaers opgedragen 
heeft den hertoge van Gelre ende weder te leen ontfanghen. 

Leen in den land van Kuyck. 

Wy Ott, here van Kuyck, Jacob, here van Mierlair* 
riddere, Wouter Sanders soen van Lynen ende Jhan Haen, 
scepen te Kuyck, tugen mit desen openen brieve, dat Berte, 
Sarys dochter van Kuyck, als erfgnaem desselven Sarys 



197 

heeft acht pont sjaers cleynre penningen gerekent, hoir alle 
jaer te betaele te midwinter uyt Jacob Arnt Heynen soens 
goede, to Beerse gelegen ; uyt x malder ende vi vaet saets- 
lands dies sell& Jacobs, gelegen in Lynenremersch, ende 
uyt jairliken pacht eens mauder roggen, dat Iwaen Peterss. 
denselven Jacop gielt van eenen stuck lands, geheiten 
Elsacker, welc vili pont sjaers Sarys eygen waeren ende 
Beerten eygen sijn, sinre dochter. Voert heeft dieselve 
Beert als erfgnaem des voirs. Sarys eyghens goeds in 
goeden, sekeren erven, gelegen te Beerse, hierna genoempt, 
XXV scillinge ende Vil penninge, xxvi hoenre, vil vaten 
roggen ^ide eenen maedaech aljairllcx tyns, dien Sar3rs 
coft tegen Johan Priem van Beerse, welcken thyns die 
personen jairlicx gelden, dier ^) hierna genoempt zijn : In den 
iersten ver Mechtelt Quadepapen van Willems Gruwels 
hofiBstat drie hoenre; item dieselve Mechtelt van Aleyt 
Colpaerds hooffstat ende van eenen bemdt x scillinge ende 
2V« hoen; item Clueker van eenen acker, geheiten Tersacker, 
II hoenre; item dieselve Cluecker van Aben hooflfetat V 
hoenre ende XV den.; item dieselve Cluecker van Goderts 
hofistat II scillinge; item dieselve Clueker van synenbeemt 
VI SC. ende iV« hoen; item Willem Gruwell van sijnre 
hooffstat III hoenre; item Reynout van sijnre hooffstat IIII 
hoenre, vil voet rocgs ende eenen madach; item Lijsbeth 
Dircx II hoenre ende xvi den.; item Maes Ghynen soen 
II hoenre; item Met van Aken v se. I hoen. Ende den 
eygendom van desen voimoemden gueden heeft Bert voirs. 
met hoeren gecoren monboir, ende hoer met vonnis ge- 
geven, opgedragen onsen here, den hertoge van Gelre, ende 
hi heeft hoir dat voirs. goet weder gelljc •) then rechten 
manieën, in orkunde zijnre mannen. 



*) Verschrijviiig voor: die. 

') Waarschijnlijk yenchriJTing voor: gdijt d. i. te leen gegeven. 



Ende wy here van Cuyck, her van Mierlair, riddere voirs., 
als mannen ons heren shertogen van Gelre voirs. ende wy 
(scepen) voirs. tugen, dat dit voirs. goet goet genoech is 
voir X lib. sjaers munten voirs., ende hebben hierover geweest. 

In oirkonde dis brieffs bezegelt met onsen segelen in 
kennis der waerheit, om beden wiU Berten voirs. 

Gegeven int jair ons Heren M°CCC°XXXIX°, des Donre- 
dags nae sunte Johans dach Baptist, dat hy onthoefit wairt 



24 Juni 1338. 
Her Zjrrric van Baec, ridder, heeft bewijst den greve van 
Gelre sijn goet, geheiten Lederkinck ende des beckers huys, 
mit hoeren toebehoeren. gelegen in den kirspel van Baeck *), 
erflich te leen te halden van Gelre. 

Baeck leene. 

Allen dengheennen, die desen brieff zullen sien off hoeren 
lesen, doe ie Zyrric van Baec, ridder, cont ende openbair, 
dat een hoech, edell here, heren Reynalt, greve van Gelre 
ende van Zutphen, my gemaict heeft zynen man ; ende om 
die manscap, die ick hem gedaen heb, so heeft hy my ge- 
geven hondert ende vijfftich pont cleynre penningen, eenen 
goeden conincx tornoschen voir xvi cleyn den. gerekent, of 
tgelyke payment dairvoir, in deser geliege, dat ick hoen dit 
voirs. geit beleggen ende bewysen sall an mynen eyghen 
erve, dat rume also goet is als die C ende L pont voirs. 
Ende ick ende mynen erven sullen dan dat goet van hoen 
ende van s)men erven halden tot rechten manieën. Ende 
heb hem bewijst ende bewyse mijn eigen erve voir dit 
voirs. geit, dat geheiten is Lederkinck ende des deckers 
huys, mit hoeren toebehoringe, also als in erve ende in 



') In A en B staat : Beec 



199 

allen stucken gelegen is in den kirspel to Heet '), ende heb 
hem dese voirs. eygen goet opgedragen ende weder van 
hem ontfangen ten rechten manieën, also dat ick ende 
mynen erven dese voirs. gueden halden sullen van hoen 
ende van synen erven tot rechten manieën. 

Dit is gesciet tot Gelren opper borch voir syne manne, die 
dairover waren, als heer Jacob van Mierlair, her Wolter 
van Vossem, riddere, Hubrecht van Lienden, Wouter van 
Domick, knape, ende anders vele gueder luden« 

In oirkonde des so heb ick mynen segell an desen brieff 
gehangen. Ende om te merre sekerheit ende getuych so 
heb ie gebeden ende bid heren Wolter van Vossem, ridder 

voirs., ende Joerden van Baec, knape voirs., *), 

dat wy om beden wille heren Zirric, ridders voirs., hebben 
onse segele ain desen brieff gehangen. Gegeven int jair ons 
Heren MCCCXXXVm, op sunte Johans dach te midzomer. 



6 April 1332. 
Dat Henrick van Balveren, knape, opgedragen heeft den 
greve van Gelre sijn huys tot Droempt ende nil mergen 
lants, dairt huys op steet, erflich te leen te halden ende 
dek open huys te wesen tot Gelren. 

Droempt leen ende open huys. 

Allen denghenen, die desen sullen sien off hoeren lesen, 
doe ie Henrick van Balveren, knape, cont ende bekenne 
apenbair met desen brieff, dat ie mit mynen vryen wille 
heb opgedragen eenen hogen, edelen man, mynen lieven 
here, heren Re)malde, greven van Gelre ende van Zutphen, 
mijn huyB, dat ie liggende heb te Droempt, ende vier mergen 



>) In A, B en n*. 22 staat: Heec of Heet Waancfaijnlijk venchrQving voor : Baec 
') Hier zijn eenige woorden uitgerallen. 



200 

lants, dairt huys op steet, die my eighen waeren, ende hébbe 
dairop claerlic vertegen voir my ende voir mynen erven in 
behoeff mijns genedigen heren des greven voirs. ende sijnre 
erfgnamen, welc huys ende lant voirs. ie hebbe weder- 
ontfangen van mynen here den greve voirg., van hem ende 
van sjmen erfg^men te hauden erflich te Zutphensche 
rechte, mit eenen ponde te verheergeweiden, mit allsulke 
vurwerden dat ick ende myne erfgnamen die voirs. huys 
leveren sullen mynen here ende synen erfgnamen hoir dair- 
mede te hdpen tegen elkermallich, als sijs te doen hebben, 
als mit hoeren apenen huys. In oirkonde van desen dingen 
heb ick mynen segell an desen brieff gehangen. 

Gregeven int jair ons Heren MCCCXXXII, des Manendags 
na sunte Ambrosius dach. 



28 December 1251. 
Dat Ghijsbert van Ghevengoye *) overgegeven heeft zijn 
huys tot Gaspewerde ende alle sijn eygendom, also alst 
bynnen den utersten grave aldair gelegen is, greve Otten 
van G^lre, erflich van Gelre te leen te halden. 

Gaspewerde leen. 

Ego Ghyselbertus de Gevengoye notum facio universis 
presentes literas visuris, quod ego contuU domum meam 
apud Gaspewerde et totum allodium, sicuti iacet infra 
fossatum meum exterius ') ibidem, viro nobili, domino Ottoni, 
comiti Gelrie, in himc modum, quod ego domum illam et 
dictum allodium cum meis heredibus in perpetuum ab ipso 
comité et suis successoribus in feodum observabo, et cum 
dicto domo serviam eidem comiti cum corpore meo contra 



^) In A, B en n*. 32 staat: Ghovengoye. 

*) I» ï» n »» n 1» ! exteriorein. 



20I 



Fol 6ov. quemlibet, preter dominum meum Traiectensem episcopum 
et ecclesiam Traiectensem, presencium testimonio literarum. 
Actum et datum apud Novimagium, anno Domini 
MCCLn° *), die Sabbato post Nativitatem Domini. 



7 December 13 17. 

Dat her Herberen van Arckell ende vrouw Lijsbeth, zijn 

wijfF, opgedragen hebben den greve van Geke hoere huys, 

hooffstede ende bongaert, also alst tot Driel gelegen is, met 

ejm deel ander erÉfeisse, erflich van Gelre te leen te halden. 

Arkel Driel leen. 

Nos Herbemus de Arckell, miles, et Elizabeth, eius uxor, 
notum facimus universis presentes literas inspecturis, quod 
nos domum nostram cum area et pomerio, prout iacent in 
villa de Driell, necnon tredecim iurnales et *) campis dictis 
^Bullicher", tendentes ad viam communem, dictam „pat",- 
venientem de Veldriele versus Ovendorp ; item octo iurnales 
cum molendino venti, dicto „w3aitmoelen", in campo dicto 
„Kyvitzhamme" ; item tredecim iurnales terre in campis 
dictis Pepert sitos, qui fiierunt nostrum purum allodium, 
excellenti viro, domino nostro karissimo, domino Reynaldo, 
comiti Gelrie, superportavimus et resignavimus. Et ab ipso 
domino comité nos Herbernus predictus dicta bona recepimus 
in feodum tenenda ab eo et suis heredibus, perpetue possi- 
denda •) iure Insule Dei, ita quod proximi nostri heredes de 
ipsis exhereditari non possint, sed nos et nostri proximi 
heredes dicta bona ab ipso domino comité et suis heredibus, 
si in comitatu Gelrensi fuerint, alias, si absentes essent, ante 
ecclesiam Fratrum Minorum opidi Insule Dei predicti cum 



') MCCLn is kentstijl, in gewonen stijl is het MCCLI. 

*) Verschrijving voor : in. ') A en B hebben : potsidendis. 



202 

una marca Brabant, denariorum pro hargaweda sub competent! 
testimonio recipere teneamur, harum testimonio literarum* 
quibus sigiUa nostra *) Herbemi et Elizabeth predictorum 
sunt appensa. 

Datum anno Domini MCCCXVII, in crastino beati 
Nycolai episcopi. 



12 Mei 1336. 
Dat die heren van Cuyck te leen halden van Gelre dat 
gemale ende die molen van Malsen, etc. 

Malsen leen. 

Wy Ott, here van Kuyck, doen kont allen denghenen, 
die desen brieff sullen sien off hoeren lesen, dat wy dat 
gemale ende die moeien vsm Malsen te leen hauden ende 
onsen erfgnamen sullen houden van eenen hogen, edelen 
man, onsen lieven here, den greve van Zutphen ende van 
Gelre, ende van synen erfgnamen soelen hauden, ende dat 
hem enghene ') scade *) en sall doin dat hy eenen apenen 
brieff bezegelt heeft onser liever gesellinnen, onsen wive, 
dair hoer duari ende hoir lijflftocht yn bescreven steet, 
ende dair dat gemael ende molen voirs. als eygen erve inne 
bescreven steet Ende omdat wy willen dat dese brieff stede 
ende vast sy ende dat wy die voirs. punten bekennen, so 
Fol. 61. hebben wy den voirs. greve van Gelre ende van Zutphen 
desen apenen brieff bezegelt mit onsen segell. 

Gegeven ten Grave, int jair ons Heren MCCCXXXVI", 
des Sonnendags na ons Heren Opvaert, als men scrijft 
Ascensio Domini. 



') In A en B staat: nostrorum. 

*) n n D » D l>i^ list woord: en. 

') In n*. 21 Btaat : schade. 



203 

I October 1330. 
Amolt Schaluen heeft opgedragen den greve van Gelre 
den hoff te Rutzenburch, in Kempenre lande gelegen, voor 
V marck goets gelts jaerlicx, erflich te halden tot eynen 
borchleen tot Gelre. 

Allen luden, die desen briefif sullen sien off hoeren lesen, 
ie Amold Scaluen doe kont» dat ie met alingen gunst ende 
mit alingen wille mijnre witliker erven op hebbe gedragen 
mynen hoff te Rutzenburgh, so woe hy gelegen is off ligget 
in Kempenre lande, enen edelen man ende mynen lieven 
here, heren Reynalt, den greve van Gelren, vur vijff merc 
goets gelts, enen coninxs groet tomose voir rvi den. getalt, 
ende gfelijch payment dairvoir jairlix, welken hoff ick Amold 
ontfangen hebbe van mynen here van Gelren voirs. als vur 
een borchleen tot Gelren opt huys, also dat ick ende mynen 
erven den voirs. hoff ende dat geit voirs. alle wege halden 
sullen van mynen here van Gelren off van synen gerechten 
erven. 

In oirkonde deser punten hebbe ick desen brieff bezegelt 
met mjmen zegel, int jair ons Heren MCCC ende XXX, 
op simte Remigius dach. • 



19 Juni 131 1. 
Wessell van Leembeke ende Griete, sijn wijff, hebben 
opgedragen greve Reynalt van Gelre hoerre beider hove, 
geheiten Subbelswijck, gelegen in den kirspell van Leem- 
beke, erflich te leen te halden van Gelre. 

Leembeke leen. 

Universis presentem literam visuris et audituris nos Wesselus, 
famulus de Leembeke, et Greta, coniuges, notum &cimus et 



204 

tenore presenciutn protestamur, quod de consensu et voluntate 
omnium heredum nostrorum et amicorum superportavimus et 
resignavimus inclito viro ac nobili, domino Reinaldo, comiti 
Grelrie, ac universis suis veris ac legitimis heredibus ambas 
curtes nostras, dictas Subbelswijck, sitas in parochia Leem- 
beke, cum omni iure proprietatis, quod habuimus ibidem, ita 
tamen, quod nos Weselus, famulus de Lembeeke» ac nostri 
legitimi heredes predicta bona a predicto nobili viro, domino 
Reinaldo *), comiti *) Gelrie, et de *) suis veris heredibus 
tamquam a dominis feodi in feodo debemus possidere. Presen- 
tibus huic resigtiacioni Goswino de Gemene, Bavone de 
Strunckede, militibus, domino Mauricio, sacerdote in Lembeke, 
Johanne de Domich, Pape, Wessele de Lembeke, Hugone 
de Hervorst, Lubberto de Monte et Adolfo de Devereten, 
et aliis quampluribus fide dignis. 

In cuius rei testimonium nos Wesselus predictus presentem 
literam tradidimus eidem nobili viro, domino Reinaldo, comiti 
Gelrie, munimine nostri sigilli roboratam. 

Datum anno Domini MCCCXI**, ipso die Gervasii et ProthasiL 



28 October 1336. 
Fol. 61^. Dat her Willem, heer van Cranendong, ontfangen heeft 
van den greve van Gelre dat huys tot Hedel als open huys 
tot Gelre te Zutphenscen rechten. 

Hedell open huys. 

Wy Wilhem^ here van Cranendong, ridder, doen^kont 
allen luden, dat wy van eenen hogen mogende man, den 
greve van Gelren ende van Zutphen, onsen lieven here, 
ontfangen hebben onse huys tot Hedelt als sijn open huys 
te sijn, tot Zutphenschen rechte mit eenen pond te verheer- 



') In A en B staat : R. •) Verschrijving voor : comité. •} VerschrQ ving voor : a. 



20S 

geweiden. In oirkonde des hebben wy desen briefif mit 
onsen segell bezegelt. 

Gegeven int jair ons Heren MCCCXXXVP, op sunte 
Symon ende Juden dach der apostelen. 



7 September 1342. 
In welcker manieren dat die here ende vrouw van Seven- 
bergen die borch ende dat huys tot Hedell mitter hooffstat, 
gfraven ende allen synen vestingen van hertoge Reynalde 
van Gelre te leen hebben ontfangen. 

Hedel leen. 

Wy Ermegart, vrau van Sevenbergen, ende Thomas, 
here van Sevenbergen, hoir witlike man ende momboir, 
doen kont allen denghenen, die desen tegen wordigen brieff 
sien soelen off horen lesen, dat wy ontfangen hebben ende 
ontfaen in oirkonde dis brieffs die borch ende dat huys tot 
Hedell mitter hooffstat ende synen graven ende mit allen 
synen vestingen. die(t) nu heeft off namaels dairaen gemaickt 
mochteij werden, also alst gelegen is in Bommelrewerd, van 
eenen hogen, edelen vurste, onsen here, heren Reynalt, 
hertoge van Gelren ende gfreve van Zutphen, also dat wy 
ende onse erfg^amen ende nacomelingen die borch tot 
Hedell mit allen hoeren toebehoren als voirs. is van onsen 
here voirs. ende van synen erfgnamen, hertogen van Gelren, 
hebben ende houden sullen tot eenen onsterffeliken *) leen, 
ende na Zutphenschen recht mit eenen pond te verherge- 
weiden. Ende hebben geloeft ende gelaven in gueden trouwen 
ende gesekert in eydstat ende onder peenen ons leens voirs., 
dat wy noch ons erfgnamen die voirs. borch mit synen toe- 
behoeren als voirs. is nummermeer om enniger saken will, 
so wat sake dat sy, in engheynre wijs met ennigerhand 

') B heeft : overste erflike, A : onstreffeliken. 



ioó 

conste, behendicheit, list, argelist o£F nuwe vonden ^) onsen 
voirg. here noch synen erfgnamen niet ontverren noch 
ontwenden en sullen noch en moeghen, noch in ennige 
ander hant keeren noch brengen. Mer also als wy geloeft 
hebbe, so gelaven wy in oirkonde dis briefiEs, dat wy ende onse 
erfgenamen (die) borch met allen horen toebehoren als voirs. 
is onsen voirs. here ende (synen) erfiFgnamen trouwelick ende 
Fol. 62. sekerlic houden ende bewaeren sullen, ende also als getrouwe 
lude sculdich zijn te doen, ende van recht doen sullen 
hoeren here, ende onse here voirs. ende syne erfiFgenamen 
die borch mit allen hoeren toebehoeren als voirs. is leveren, 
hantreicken ende oepenen sullen tot allen tyden, wanneer 
ende woe dick dat hijs off sinen erfgnamen off yemant van 
hoere wegen noet hebben off to orlogen te doen hebben 
eïide des gesynnen, in alsulcker manieren, so wanneer dat 
onse heer voirs. off syne erfgenamen off hoere vrint van 
hoere wegen der borch nummermeer ■) noet noch tot orlogen 
te doen hebben, dat siet ons ende onse erfgenamen weder 
leveren ende hantreyken sullen, te hebben ende te houden 
in alle der wijs als in desen brieven gescreven steet. Voirt 
so hebben wy geloeft ende geloven mit desen tegenwor- 
digen brieff, dat wy eghenen man noch eghenen •) persoen, 
die vyant were onss heren voirs. off sijnre erfgnamen off 
sijnre vrienden, off die hem scade of scande doen wolde, 
in der borch noch in hoeren toebehoeren alst voirs. isnyet 
herbergen noch onthanden en sullen (in) enniger wijs, onder 
peenen ons leens als voirs. is, sonder alrehande argelist 
In oirconde ende stedicheit aller voirs. punten so hebben 
wy Ermgaert voirs. als een recht erfgnaem, ende wy 
Thomaes voirs., alle *) hoer witlike man ende momboir, 
ons segele an desen brieff gehangen, ende tot eenre meerre 



') fi heeft: wonden. *) A heeft : .nummeer. 

*) Dit woord ontbreekt in B. *) Verschr^ving voor: ali. 



stedicheit ende orkond so hebben wy vlitelicke gebeden 
edelen heren, here Dirck van Valkenborch, heren Johan 
van Valkenborch, zynen broeder, here van Beergen, here 
Johan van Valkenborch, here van Bome ende van Sittart, 
ende heren Coenraet, heren van *) Sleyde, dat sy mit ons 
hoer segele an desen brie£F gehangen hebben. 

Ende wy Dirck van Valkenborch, Johan wan Bergen, 
Johan van Bomen ende Sittart ende Coenraet van Sleyden, 
heren voirs., om beden wille vrouwen Ermegarden ende 
heren Thomas voirs. so hebben wy desen briefF met hem 
bezegelt, in oirkonde ende stedicheit alre punten voirs. 

Gegeven int jair onb Heren MCCCXLII, op onser Vrouwen 
avont Nativitatis. 



I Januari 1342. 
Dat Dirck, here van Cranendonck, bewijst heeft hertoge 
Beynald van Gelre L lib. swarter tomoyse sjaers ain s)aien 
eygenen goede ende erve, tot Hedel gelegen, erflich te leen 
te halden van Gelren. 

Hedell leen. 

Allen denghenen, die desen tegenwoerdigen brieff sullen 
sien off hoeren lesen, doe ie Dirck, here van Kranendong, 
kont ende te weten, dat ick van eenen hogen, edelen man, 
heren Re3mald, by der gnaiden Goids hertoge van Gelre, 
greve van Zutphen, m3men lieven here, ontfangen hebbe 
V* pont penninge, eenen goeden auden tomoyschen conlnxs 
van Vrankrijck voir xvi den. gerekent, die hy heren Willem, 
heren van Cranendonck •), mynen lieven broeder, dair Got die 
ziel aff hebben moet, gegeven hadde, off vijfiidch pont sjaers 
an sekeren renten, die hy ende S3nie nacomelingen van 



') A heeft : van den. *) A heeft hier : Craendonch. 



ioó 

conste, behendicheit, list, argelist off nuwe vonden ^) onsen 
voirg. here noch synen erfgnamen niet ontverren noch 
ontwenden en sullen noch en moeghen, noch in ennige 
ander hant keeren noch brengen. Mer also als wy geloeft 
hebbe, so gelaven wy in oirkonde dis briefiEs, dat wy ende onse 
erfgenamen (die) borch met allen horen toebehoren als voirs. 
is onsen voirs. here ende (synen) erffgnamen trouwelick ende 
Fol. 62. sekerlic houden ende bewaeren sullen, ende also als getrouwe 
lude sculdich zijn te doen, ende van recht doen sullen 
hoeren here, ende onse here voirs. ende S3me erffgenamen 
die borch mit allen hoeren toebehoeren als voirs. is leveren, 
hantreicken ende oepenen sullen tot allen tyden, wanneer 
ende woe dick dat hijs off sinen erfgnamen off yemant van 
hoere wegen noet hebben off to orlogen te doen hebben 
eïide des gesynnen, in alsulcker manieren, so wanneer dat 
onse heer voirs. off syne erfgenamen off hoere vrint van 
hoere wegen der borch nummermeer ■) noet noch tot orlogen 
te doen hebben, dat siet ons ende onse erfgenamen weder 
leveren ende hantreyken sullen, te hebben ende te houden 
in alle der wijs als in desen brieven gescreven steet. Voirt 
so hebben wy geloeft ende geloven mit desen tegenwor- 
digen brieff, dat wy eghenen man noch eghenen •) persoen, 
die vyant were onss heren voirs. off sijnre erfgnamen off 
sijnre vrienden, off die hem scade of scande doen wolde, 
in der borch noch in hoeren toebehoeren alst voirs. isnyet 
herbergen noch onthanden en sullen (in) enniger wijs, onder 
peenen ons leens als voirs. is, sonder alrehande argelist 
In oirconde ende stedicheit aller voirs. punten so hebben 
wy Ermgaert voirs. als een recht erfgnaem, ende wy 
Thomaes voirs., alle ^) hoer witlike man ende momboir, 
ons segele an desen brieff gehangen, ende tot eenre meerre 



') fi heeft: wonden. *) A heeft r.nummeer. 

') Dit woord ontbreekt in B. *) Veriehr^ving voor : als. 



stedicheit ende orkond so hebben wy vlitelicke gebeden 
edelen heren, here Dirck van Valkenborch, heren Johan 
van Valkenborch, zynen broeder, here van Beergen, here 
Johan van Valkenborch, here van Bome ende van Sittart, 
ende heren Coenraet, heren van *) Sleyde, dat sy mit ons 
hoer segele an desen brieff gehangen hebben. 

Ende wy Dirck van Valkenborch, Johan van Bergen, 
Johan van Bomen ende Sittart ende Coenraet van Sleyden, 
heren voirs., om beden wille vrouwen Ermegarden ende 
heren Thomas voirs. so hebben wy desen brieflf met hem 
bezegelt, in oirkonde ende stedicheit alre punten voirs. 

Gegeven int jair onb Heren MCCCXLII, op onser Vrouwen 
avont Nativitatis. 



I Januari 1342. 
Dat Dirck, here van Cranendonck, bewijst heeft hertoge 
Reynald van Gelre L lib. swarter tomoyse sjaers ain s)aien 
eygenen goede ende erve, tot Hedel gelegen, erflich te leen 
te halden van Grelren. 

Hedell leen. 

Allen denghenen, die desen tegenwoerdigen briefif sullen 
sien off hoeren lesen, doe ie Dirck, here van Kranendong, 
kont ende te weten, dat ick van eenen hogen, edelen man, 
heren Re3niald, by der gnaiden Goids hertoge van Gelre, 
Fol. 62\ greve van Zutphen, mynen lieven here, ontfangen hebbe 
V* pont penninge, eenen goeden auden tomoyschen conlnxs 
van Vrankrijck voir xvi den. gerekent, die hy heren Willem, 
heren van Cranendonck •), mynen lieven broeder, dair Got die 
ziel aff hebben moet, gegeven hadde, off vijfiidch pont sjaers 
an sekeren renten, die hy ende S3nie nacomelingen van 



') A heelt : van den. *) A heeft hier : Craendonch. 



2oè 

hem ende synen nacomelingen ten rechten manieën hielden 
ende souden houden. Ende want my die voir». v* pont 
van mynea lieven here den hertoch van Gelre voirs. 
als eenen rechten erfgenaem heren Wilhelms, mijns 
lieven broeders voirs.» witlike ende wael sijn betaelt, 
so bewyse ick hem l pont swartter tomoysche erflich^ 
gulden, eenen coninxs tomojrschen van Vrancrijck voir 
XVI penninge gerekent, an alle mynen eygenen goede 
ende erve, dat ick liggende hebbe in mynen gericht tot 
Hedell, van mynen lieven here, den hertoch van Gelre 
voirseit, ende van synen nacomelingen then rechten manieën 
te hauden. Ende wanneer ick off myne erfgnamen hem off 
synen erfgnamen uyt anderen goeden, sekeren, eygenen 
erve, dyke- ende tjmsvri, in denselven gericht van HeedeU 
gelegen, vijfftich pont sjaers als voirs. is bewyse off bewijst 
hebbe ende hem off yemande van sijnre wegen in synen 
behoeff den eyghendom dairaff gegeven hebbe, dat hem 
vaste ende stede sy, so is anders alle mijn goet, dat my 
dairaenboven blijffl, quijt ende loss van deser geloefflen 
die voirs. is. Ende ie ende myne erfgnamen sullen dese 
voirs. vijfftich pont jairlicx uyt desen voirs. sekeren erve 
van hem ende van synen erfgnamen hauden then rechten 
manieën als voirs. is. Ende als ick hem dese bewyzinge an 
sekeren genoemden gode hebbe gedaen, so sall ie hem 
dairop mynen openen brieff geven dit goet van hem te 
hauden in alle dien recht als vurs. is. Ende hy sall oick 
synen apenen brieff hierop weder gheven, dat hy (my) ende 
myne erfgnamen van desen voirs. goede beleent in allen 
dien rechten als voirs. (is). 

In oirkonde ende stedicheit hierop hebbe ick mynen segell 
aen desen tegenwordigen brieff gehangen. 

Gegeven int jair ons Heren MCCCXLIP, opten jairsdach 
Circumcisio. 



12 Augustus 1381. 
Dat onse heerscap van Gulich ende van Gelre nummer- 
meier egheen scade ghe^cien en saU van den huse ende 
voirborcht te Lichtenvorde, ende dat dat ons heerscaps 
open huys wesen sall, etc. 

Lichtenvorde open huys *). 

Ick Ghijsbrecht van Bronchorst, ridder, doe kont ende 
kenlich allen luden, die desen brieff sullen sien off hoeren 
lesen, dat ick noch myne erven nummermeer schade doen 
en sullen noch laten gescien van mynen huys ende voir- 
borchte te Lichtenvoert mit hoeren toebehoeren den hoich- 
geboeren vorste ende vurstynne, mynen lieven, genedigen 
here ende vrouwe, here Wilhelm, hertoge, ende vrouw 
Maria, hertochynne van Gulich ende van Gelre, noch mynen 
lieven, genedigen jonchere, jonchere Reynalt van Gulich, 
hoere sone, noch horen erven noch hoeren landen, lude ende 
ondersaten off anders yemant, die mijn lieve here ende vrouw 
(voirs. off myne lieve joncher voirs. ■) off hoer erven ver- 
antwerden willen. Ende mijn lieve here ende vrouw voirs. 
ende) •) jonchere voirs. *) ende hoere erven soelen hoen altijt 
moegen behelpen mit mynen huys ende voirborchte tot 
Lichtenvoert mit hoeren toebehoeren, to wat tyden ende so 
wanneer hem dys noet geboeren mach ende sy willen. 
Ende ich noch myne erven en sullen dat huys ende voir- 
borcht tot Lichtenvoerde met zynen toebehoeren vurs. an 
nyemants hande setten noch brengen in enniger wijs, die- 
ghene, dair ich off myne erven dat voirs. huys ende vpr- 



*) Ia n*. a2 itaat: LichteoTorde. 
*) In n*. 22 ontbreken de vier laatste woorden. 

') In A ontbreken de woorden tusschen haakjes, die aangevuld sijn uit den 
volgenden brief, zooals Nijhoff ook deed. 

*) De laatste drie woorden ontbreken in n*. 22. 

'4 



iio 

borchte te Lichtevoert mit synen toebehoren aen brechten, 
en sall ierst mynen lieven here, vrouwe ende joncheer voirs. 
off zynen erven sekeren, gelaven, sweren ende eenen apen, 
bezegelden brieff gegeven *) ende doin onder zynen segell, 
van woerde te woerde ende in alle der formen ende manieren, 
als dese mijn tegenwordige brieff begrijpt ende inheelt. Alle 
dese voirs. punten ende een yegelich van hoen sonderlinge 
heb ie Ghijsbrecht van Bronchorst, ridder, voir my ende 
voir mynen erven gesekert ende gelaift, zeker ende gelave 
in goeden trauwen met desen apenen brieff, ende dairtoe 
met opgerichten vyngeren ende met gestaefden eyden ten 
heiligen geswoeren, mynen lieven here, vrouwe ende jonc- 
heer voirs. ende hoere erven vaste ende stede ende onver- 
brekelick te hauden, sonder ennicherhande argelist, firpell 
off behendicheit hieryn te trecken off te vynden. 

Ende dis in orkund hebbe ick Ghijsbrecht, ridder vurs., 
mijn segell van mijnre rechter wetentheit an desen brieff 
gehangen. 

Gegeven ende gesciet in den jair ons Heren MCCCLXXXP, 
des Manendags na sunte Laurens dach. 



12 Augustus 1381. 
FoL 6y. Noch van Lichtenvort ■) op die materie als voirscreven 
is, etc. 

Lichtenvorde. 

Ick Ghijsbert van Bronchorst, ridder, doe kont ende 
kenlich allen luden, die desen brieff sullen sien of hoeren 
lesen, dat ich noch m)aie erve nummermeer scade gedoen 
en sullen noch laten ghescien van mynen huys ende 
vurborchte te Lichtenvoert mit hoeren toebehoeren den 
hoichgeboeren forste ende vurstinne, myne lieve, genedighe 



') Verschrijving voor : geven. •) In A en B staat : Listenvoert. 



ili 

kere ende vrauw, heren Willem van Gulich, hertoge, ende 
vrouwe Katherine, hertochynnen van Gelre, greve ende 
grevynne van Zutphen, noch hoeren erven, landen, luden 
ende ondersaten ofF anders yemant, die mijn lieve here 
ende vr^uw voirs. off hoer erven verantwerden willen. Ende 
mijn lieve here ende vrou voirs. ende hoir erven sullen 
hem altijt moegen behelpen myt mytien huys ende vor- 
borcht the Lichtenvoert met synen toebehoeren voirs., to 
wat tyden ende so wanneer hem des noit geboeren mach 
ende sy willen. Ende ich noch mynen erven en sullen dat 
huys ende vorborchte te Lichtenvoert met synen toebehoeren 
voirs. aen nyemants hant setten noch brenghen in ennigher 
wijs, dieghene, dair ick off myne erven dat voirs. huys ende 
vorborcht te Lichtenvoert mit zynen toebehoeren aen brechten, 
en saU yerst mynen lieven here ende vrauwe voirg. off 
hoeren erven sekeren, geloven, sweren ende eenen apenen, 
bezegelden brieff gheven ende doin onder zyne zegell, van 
woerde te woerde in alle der forme ende manieren, als dese 
mijn tegenwoordigen brieff begrijpt ende inheylt Alle dese 
voirs. punten ende een yegelyke van hem sonderling heb 
ich Ghijsbrecht van Bronchorst, ridder, voir my ende voir 
mynen erven gesekert ende gelafift, seker ende gelave 
in gueden trouwen mit desen apenen brieff ende dairtoe 
met opgereycte vyngeren ende mit gestaefden eyden ten 
heiligen gesworen, mynen lieven here ende vrauw voirs. 
ende hoeren ^rve vaste, stede ende onverbrekelick te hauden, 
sonder ennicher]}ande argelist, feirpell off behendicheit 
hierynne te trecken off te vynden. 

Ende des in oirkond so heb ick Ghijsbrecht van Bronchorst, 
ridder, mijn segell van mijnre rechter wetentheit aen desen 
brieff gehangen. 

Gegeven ende gesciet in den jair ons Heren MCCCLXXXI, 
des Manendages na sunte Laurens dach. 



iii 

17 April 1298. 
Fol. 64. Woe dat die borch tot Bueren leen ende open huys is 
erflich te Ghelre, etc. 

Buren leen, ledich ende open huys. 

Universis presentes Itteras visuris et audituris Otto, miles, 
dominus de Bueren, et Alardus, suus iilius, salutem in per- 
petuum et geste rei cognoscere veritatem. Noverint presentes 
ac posteri quod, cum nos ob excessum perpetratum contra 
iUustrem virum, dominura predilectum, Reynaldum, comitem 
Grelrie, castrum nostrum apud Bueren ob gfraciam eius 
obtinendam in manus predicti domini nostri absolute resig- 
navimus, idem dominus noster ob multimodas preces 
nostrorum amicorum idem castrum nobis reddidit in feodo, 
ab ipso et a suis hereditarüs successoribus tenendum et 
habendum, et ipsum castrum in feodo recepimus abeodem; 
quod de eodem sui Hberi erimus fideles, nee nihil contJ-a 
ipsum auxÜio attemptabimus, quod liberi fideles contra suum 
dominum facere non tenentur, et non sustinebimus, quod 
ex ipso castro aliquod dampnum sibi, suis seu sue terre 
aliquatenus inferatur, quod si contingeret, quod absit, hoc 
sibi per eum emendabimus. Si vero tempore guerre seu 
discordie preiktus dominus noster seu sui heredes predicto 
castro indigeat seu indigeant, ipsum castrum sibi et suis 
sine condicione tradetur et aperietur, quod in ipso et quod 
e contra *) ipso castro suum possint facere profectum et 
utilitatem, qua guerra et discordia terminata ipsum castrum 
nobis reddetur. Et si tempore guerre sue ipsum castrum a 
nobis non requisierit, ipsum sub nostris expensis et laboribus 
servemus et teneri faciemus. 

Et in premissorum testimonium et robur sig^Ua nostra 
apposuimus huic scripto. 



') In A en B staat: quod egro. 



213 



Datum anno Domini MCC *) nonagesimo octavo, feria 
quinta post octavas Passche. 



30 Maart 1349. 
Woe dat huys ter Dicke met synen vorborchten ende 
toebehoeren erfleen ende open (huys) is tot Grelre, etc. 

Die Dicke leen ende open huys. 

Wy Coenraet, here van Dicke, doin kont, ende kenlich 
sy alle denghenen, die desen sullen sien off hoeren lesen, 
dat, want onse lieve here, here Reynout, hertoge van Gelre, 
greve van Zutphen, ons in gereden gelde gegeven heeft 
dusent g^den van Florencen, so hebben wy van ■) hem ende 
van *) synen erfgnamen voir ons ende voir onse erfgnamen 
opgedragen en opdragen onse huys ende borchte ter Dicke •) 
mit zynen tween vorgeborchten, mit graven, met wegen 
Fol. 64V. ende met allen synen getymmer, alst nu getyn^mert is off 
naemaels getymmert mach werden, welck hxiys metten 
voirgeborchten, getymmer ende met synen toebehoeren als 
voirs. is hy ons weder beleent heeft tot eenen Zutphenscen 
leen, mit eenen pond auds gelds te verheergeweyden, also 
dat wy ende onse erfgnamen van hem ende van synen 
erfgnamen dit voirs. huys met zynen toebehoeren als voirs. 
is erflic hauden, hebben ende besitten soelen tot eenen 
Zutphensche leen voirs. Ende hebben geloeft ende gelaven 
in goeden trauwen ende gesekert in eydstat voir ons ende 
onse afgnamen onsen lieven here den hertoch voirs. ende 
synen erfgnamen, dat wy hem onse voirs. huys mit zynen 
toebehoren, wanneer hijs of sijs noet ende te doen hebben 
van orloge ende hy off sy ons off onse erfgnamen dairop 
versueken off doen versueken, openen, andwerden ende 

*) In n^ 22 staat: MCCC. ') Men zou verwachten: aen. 

') In A en B staat : ter Dicte. 



214 

leveren sullen, sonder wederseggen, also dat hy ofF zy hem 
dairaff ende mede behelpen moegen hoer orloge uyt tegen 
alle dieghene, die leven, also verre als onse lieve here die 
hertoch voirs. ende synen erfgnamen ons ofif onsen erflfgfna- 
men dair goeder geloefFnisse voir doen te voeren, eer sy 
op den huyse comen, dat sy ons ofF onse erfgnamen nae 
dien ende alsoe vroech als hoir orloge gedaen is, dat vurs. 
huys also goet weder leveren ende antwerden sullen, als 
wijt hem leverden, eer sy dairop quamen, sonder argelist. 

In oirkonde ende stedicheit des hebben wy onsen segell 
aeii desen brieflF doen hangen. 

Gegeven int jair ons Heren MCCCXLIX, des Manendags 
na ludica. 



2 Februari 137 1. 
Woe dat dat huys tot Balgoyen mit synen vorborchten 
erfleen ende open huys is tot Gelre, etc. 

Balgoye leen ende open huys. 

Ick Claes Trauwelos die jonge van Balgoye, knape, doe 
kont allen luden ende kenlick, dat ick mijn huys tot 
Balgoyen mitten vorborchte, graven ende vesten, also dat 
gelegen is, ontfangen heb van mynen lieven, genedigen 
here, heren Eduwert, hertoge van Gelre ind greve van 
Zutphen, ende byn dair sijn man afF worden, ende heb dat 
voirs. huys mit z)men vorborchte als voirs. is gemaict open 
Fol. 65. huys mijns lieven heren voirs., dat van hem oflF van synen 
erven te hauden tot eenen apen huse. Ende heb geloefift 
voir my ende voir mynen erven mynen lieven here voirs. 
ende synen erven te doen mitten huse ende voirborchte 
voirs., als een man synen here sculdich is te doen met eenen 
apenen huse. Ende ') dit voirs. huys met zyne vorborchte 

*) In A en B sUat : et. 



215 

als voirs. is sullen ick ende mynen erven hauden van mynen 
lieven here voirs. ende synen erven tot een Zutphenschen 
leen, mit eenen pond te verheergeweiden, alle argelist ende 
nye vonden nyt^^esceiden. 

Heer hebben aver ende an geweest manne mijns lieven 
heren voirs., als heer Jan van Broechuysen, here van Wick- 
roide, her Sander van Vossem, riddere, ende Peter van 
Steenberghen, knape, ende anders vele gueder lude. 

In oirkonde des so heb ick mynen zegel aen desen 
apenen brieff gehangen. 

Gregeven int jair ons Heren MCCCLXXI *), op onser 
Vrouwen dach Purificatio. 



5 Maart 1390. 
Woe dat die borch, slot, stat ende heerlicheit van Wachten- 
donck erfleen is tot Gelre, etc. 

Wachtendonck leen. 

Ick Arnt, here van Wachtendonck, knape, doe kont allen 
luden mit desen apenen brieve ende bekenne, dat ick van 
den hoichgeboeren mynen lieven, genedigen heren, heren 
Wilhelm van Gulich, hertoge van Gelre ende gereven 'van 
Zutphen, in oirkonde sijnre mannen van leen hierna bescreven, 
ontfangen heb mijn huys, borch, slaitt, stat ende heerlicheit 
van Wachtendonck met allen hoeren vesten, graven ende 
toebehoeren tot eenen Zutphense leen, ende ick denselven 
mynen genedigen here in behoeff sijns ende sijnre erven 
daur huldinge ende eede a£f gedain (heb), als sich dat 
geboert ende als was te doen, sonder argelist. 

In oirkonde mijns segels ain desen briefif gehangen. Hier 
waeren over ende ain die mannen van leen, als heer Johan 



*) In n*. 22 staat: MCCCLXXXI. 



2l6 

yan Hoenselair g^ehdten van den Velde, her Johan van 
Bylant, her Sander van Koedinchoeven, riddere, ende Johan 
van Bylant, knape, die ick gebeden heb met hoeren segelen 
desen brieff mit my te segelen in getugfe deser dingen voirs. 

Ende wy Johan van Hoenselair, Jan van Bylant, Sander 
van Koedinchoeven, riddere, ende Jan van Bylant, knape 
voirs., bekennen, dat wy oever die voirs. saken als mannen 
van leen ons genedigen heren voirs, gestanden hebben ende 
onfaaelt zqn, ende hebben des te getuyge om beden wille 
Amts, heren van Wachtendonck voirs., by sijn segel onse 
segele mede gdiangen an desen brieff, in oii^onde der 
dinghen voirs. 

Gegeven tot Grelre int jair ons Heren MCCC ende XG, 
des Saterdags na den Sonnendach Reminiscere. 



I Augustus 1341. 
Woe dat dat huys tot Roemde mit anderen goeden ende 
toebehoeren, in desen brieff begrepen, erflich van Gelre te 
Teen roert 

Roemde leen. 

Allen denghenen, die desen brieff sullen sien off hoeren 
lesen, ie Riccout van Heezewijc, proest sunte Peter tUtrecht, 
doe verstaen, dat ick mit mynen goeden wille opgedragen 
ende gegeven heb enen hogen, edelen prince, heren Reynolt, 
hertoge van Gelre ende greven van Zutphen, mynen Heven 
here, mijn huys (ende) mijn hooffstat te Roemde mit allen 
dien voirborchten, graven, vesten ende tymmer, dat dair 
nu staet off namails staen sall, mit den bongaerden, mit 
den wiere ende mit allen den lande, dat ick liggende heb 
'aldair te Roemde, butendijcx der *) Linghen waert, van den 

^) Waarachijnlijk verschrijviDg voor: ter. 



117 

dorp te Roemde nederwaert tot des abds land van sunte 
Merienwerde, dat beneden mynen huys voirs. gdegen is. 
Ende dese voirs. huys, voerborchte, graven, vesten, hoofiistat 
ende tymmer, bomgaerde, wier, goet ende lant met allen 
s)men toebehoeren, dat nu is off namails wesen mach, hebbe 
ich proest voirs. ontfangén van mynen here den hertoedi 
voirs., van hem te hauden tot eenen rechten erfifteen, nyet 
te versterven, ten Zutphenschen recht, myt eenen ponde 
te vertieergeweiden, in alsulker manieren, dat ick proest ende 
mynen erfgnamen, dair dit voirs. huys, voirborchte, graven, 
vesten ende hoffstat an comen sall, mynen here den hertodh 
voirs., synen erven off synen gewareden boden openen, 
andworpen ^) ende leveren sall alle wege, also als i<ck off 
myne erfgnamen vermaent werden, synen oirbair dairmede 
te doen also lange alst hem ende synen erfgnamen orbelick 
ende nut is ende hijs behoefft ; ende dairenteenden sal ment 
my off mynen erfgnamen weder antwerden. Ende want ik 
begheer, dat dit voirs. huys, voirborcht, graven ende vesten 
ende hooffstadt met allen synen toebehoeren als voirs. is 
na mijnre doet come an Johan van Heezewijck, m)men neve, 
ende synen erfgnamen, so bidde ick Johan, mynen neve 
voirs., dat hy mit my gelove mynen here den hertoch voirs., 
dat hy dat huys, voirborchte, veste ende hooffstat als voirs. 
is hem ende den synen opene, levere ende antweerde, hoem 
dairmede te helpen in alre manieren als voirs. 

Ende ick Jóban van Hezewijck, om beden will ende 
geheyts mijns oems, des proest voirs., gelove ende seker 
mynen here den hertoch voirseyt in goeden trauwen alle dese 
punten ende voirwarden, als sy voirs. zijn, voir my ende 
voir mynen erfgnamen vaste ende stede te halden ende te 
voldoen, in goeden trouwen ende zonder argelist. 

In kennisse deser so heb ick, proest van sunte Peter, 



') Waarsch^nlijk venchrijving voor: andwordeD. 



21» 

ende Johan van Hezewijck voirs. desen brieff bezegelt met 
onsen segele, ende hebben gebeden eersame lude, onsen 
magen, als heren Jacop, here van Mierlair, ende heren 
Henrick den Coc, riddere, dat zy in getiwychnisse ende kenniss 
deser vurwairden ende punten voirs. desen brieff met ons 
willen bezegelen mit hoeren segelen. 

Ende wy Jacob, here van Mierlair, ende Henrick die Coc, 
riddere voirs., want wy over desen voirwarden voirs. geweest 
hebben, so hebben wy, om die meerre kenniss ende om 
beden will des praists van sunte Peter ende Johans voirg. 
onse segele ain desen brieff gehangen. 

Gegeven int jair ons Heren MCCCXLP, op sunte Peters 
dach inghaent oest 



3 December 1335. • 
Johan, heere van Saffenberch, heeft bewijst greve Reynalt 
van Gelre xxx Florentzer gulden u)rt vi mergen wijntgaerts, 
gelegen in den derp tot Meynschos, bi den berge geheiten 
Cleynenberch, erfflich van Grelre te leen te halden. 

Saffenberch leen. 

Universis presentia visuris et audituris ego Johannes, 
dominus de Saffenberch, notum esse cupio profitendo me 
recepisse ab illustri viro et magfnifico viro, domino meo. 
Fol. 66v. domino Reynaldo, comité Gelrensi et Zutphaniensi, trecentos 
florenos de Florencia, debiti ponderis et legalis, racione 
homagii michi ab eodem domino meo traditos, numeratos 
et in pecunia parata solutos integraliter et complete, pro 
quibus trecentis florenis predictis redditus annuos et here- 
ditarios triginta florenorum de Florencia monete predicte 
eidem domino meo comiti et suis veris heredibus in vero 
homagio per me et meos heredes ab ipso domino meo 



zi9 

beredibusque suis hereditarie et perpetue tenendum assigno 
et *) sex iumalibus vinearum mearum, sitarum in villa Meyn- 
schos, iuxta montem, qui dicitur «Cleynenberch", mei puri 
allodii et proprie hereditatis, quas quidem sex iumales vine- 
arum predictarum tamquam meum purum allodium ethere- 
ditatem propriam ad manus dicti domini mei, comitis Gelrensis 
et Zutpbaniensis, et suorum beredum resigno et superporto 
calamo et ore, libere et complete, ipsas sex iumales vine- 
arum predictarum pro me et meis heredibus a dicto domino 
meo comité et suis veris beredibus in verum bomagium seu 
feudum triginta florenorum de Florencia predictorum perpetuo 
resumendo, astringens me et meos beredes pro redditibus 
(dictorum triginta florenorum de Florencia predictorum) *) 
pro fideli seu fidelibus perpetue permansuris ^). 

In quorum testimonium presentem literam sigillo meo 
proprio una cum sigillis strennuorum virorum, dominorum 
videlicet Emundi de Gymmenicb et Yngebrandi de Demouwe, 
duxi sigillandum ^). Et nos Emundus et Ingebrandus, predicti 
milites, fldeles dicti domini nostri, comitis Gelrensis et Zut- 
pbaniensis, quia predictas vineas ad redditus annuos triginta 
florenorum de Florencia predictorum scimus sufficere et eas 
esse «uum purum allodium et bereditatem propriam, ad 
rogatum et ad instanciam nobilis viri Jobannis, domini de 
Saffenbercb predicti, sigilla nostra una cum sigillo *) in testi- 
monium premissorum recognoscimus presentibus appendisse. 

Datum anno Domini MCCCXXXV, Dominica post beati 
Andree apostoli. 



') VerBchrijving Toor : ex. 

*) In n^ 22 ontbreken de woorden tusschen haakjes. 

•) Vermoedelijk verschrijving voor: permansuros. 

*) Verschrijving voor: sigillandam. 

*) Hier is vermoedelijk iets uitgevallen, b. v. domini Johannis predicti. 



220 

28 Mei 1335. 
Heer Henrick van Grraischaff, ridder, heeft bewijst greve 
Reynalt van Gelre xv marck sjaers an synen hove Tzer Hoe *), 
in den kirspel van Keppell gelegen, erflich te leen te halden 
van Gelre etc. 

Graischaff leene. 

Univerns presentee literas visuris et audituris ego Henricus 
de Graiscaf, miles, cupio fora notum quod, cum nobiUs et 
potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutphaniensis, me 
fecerit suum fidelem et vasallum et mifai obinde dederit et 
assignaverit centum et quinquaginta mercas l^abantinorum 
denariorum» tribus hallensibus pro denario computatis, ego 
Fol. 67. enim sibi preker hoc demonstravi annuos redditus quindedm 
mercarum monete predicte in curte Zer Hoe et suis attinendis, 
sitis in p^ochia ecclesie de K^pell, tamquatn in suis prc^MÜs 
bonis, quos quidem redditus predictos ^^ Henricus, miles 
predictus, et mei heredes vel succeasores ab ipso domino 
comité Grelrie et ab ba'edibus et successoribus suis» comi- 
tibus Gdrensibus, in feodum habebimus. Exinde sui et 
suorum heredum, comitum Grelrensium, fideles erimus et 
perpetue vasalli, et de hiis debemus, sicut alii fideles et 
vasalli comitatus Grelrensis tenentur, fidditer deservire. 

Harum testimonio literarum sig^Uo meo proprio *) una cum 
sigfillis discretorum virorum, videlicet domini Andree van 
der Moeien, militis, et Adolfi de Buggellerhusen, famuli, 
ad preces meas presentibus appensis. Et nos Andreas van 
der Moeien, miles, et Adolphus predicti profitemur esse 
verum. Datum anno Domini MCCCXXXV, Dominica post 
Urbani. 



•) N'. 2» heeft: Thcr Hoe. 

*) Hier is Termoedelijk het woord munitarum uitgevallea. 



iit 

24 Februari 1334. 
Die greve van Witgetisteyn heeft bewijst XL marck geltz 
an synen tzween moeien ^u der Berlberg und an zynen 
hove zu Adenbaren, erflich van Gelre te leen te halden, etc. 

Witgensteyn leen. 

Wir Syfrid, grebe van Witgensteyn, doen kond allen 
dem, die dessen brieve sehent oder horent lesen, daz wir 
ufgeben ende ufgegeben hon, reit und redelige, viertzich 
marck gelds, dry halier voir den penninck gezalt, an 
unsen zween moeien zu Berlberg ende an onsen hove zu 
Adenbaren, daz onse reit eygen is, dem edelen man, grebe 
Reynelde van Gelleren, unsen lieben, genedigen heren, und 
zullen wir und onse erven die viertzic marg gelds zu reitem 
manieën hon von dem voirs. unsen heren und zynen erven 
ewelicge. 

Zu urkunde und gezinnosse ^) geben wir desen brieff 
bezegelt onsen lieven, genedigen heren und zynen erven. 

Dirre brieflf ist gegeben, doe man zalte van Goids 
gebuerte MCCC jair ende dem XXXIin jair, uflF sunte 
Mathies daghe. 



2^ Mei 1335. 
Pelgfrim van Peffinchoven heeft bewijst v marck an synen 
hove te PefFenchoven, in den kirspel van Wippervoerde, 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Peffinchoeven leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Pelgrinus 
de Peflinchoven cuplo esse notum quod, cum nobilis et 



^) Waarschijnlijk een verschrijviDg voor: gezingnisse. 



Fol. 67V. potens vir Reynaldus, comes Grelrie et Zutphaniensis, me 
fecerit suum fidelem et vasallum et mihi obinde dederit et 
assignaverit quinquaginta mercas denarioruro, tribus hallen- 
\ sibus pro denario quolibet computatis, ego sibi propter hoc 
demonstravi annuos redditus quinque mercarum pagamenti 
predicti, videlicet tribus hallensibus (pro) denario compu- 
tatis. in curte Pefhichaven, ab inferiore parte ZyfiF, in parochia 
Weppevoerde, tamquam in suis propriis bonis, quos quidem 
redditus supradictos ego Pelgrinus predictus, et post me 
mei heredes et successores ab ipso domino comité Gelrensi 
et ab heredibus et successoribus suis, comitibus Gelrensibus, 
in feodum habebimus. Exindc sui et suorum heredum, 
comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetue vasalli, et 
de hiis debemus, sicut alii fideles et vasalli comitatus Gel- 
rensis tenentur, fideliter deservire. In cuius rei testimonium 
ego Pelgrinus predictus sigillum meum prescntibus duxi 
apponendum, et ego rogavi dominum Andream, militem de 
Molendino, et Vlecconem de Nessenrade, famulum, fideles 
domini comitis Gelrensis, ut sigilla sua huic scripto ducerent 
in testimonium premissorum appendenda. 

Et nos dominus Andreas et Vlecco predicti profitemur 
premissa vera esse, et ad preces Pelgrini predicti sigilla 
nostra presentibus sunt appensa. 

Datum anno Domini M°CCC°XXX quinto, Dominica 
post Urbani. 



9 Januari 1338. 
Heer Geraert, here van Lantzcroen, ende zijn wijfF hebben 
bewijst ende opgedragen hoere hofF, tot Remagen gelegen, 
mit wijngaerden ende anderen toebehoeren, erflich te leen 
te halden van Gelre. 



ii^ 



Lantzcroen leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Gerardus, 
dominus de Lantzcrone, et Beatrix, mea conthoralis, notum 
facimus tenore presencium publice recognoscentes, quod nos 
recepimus a spectabili viro, domino nostro, domino Reynardo, 
Gelrie et Zutphanie comité, trecentas Hbras nigrorum Turo- 
nensium, pro quibus superportavimus et superportamus per 
presentes domino nostro, comiti predicto, curtem nostram, 
sitam in Remago, in districtu domini nostri, comitis de 
Monte, cum eius area, et vineam nostram magnam ibidem 
iacentem, dictam Derplayn, cum duabus peciis, prout ibidem 
iacet, que vulgariter dicuntur Anger et Lyems, tali condi- 
cione, quod nos et nostri heredes perpetue curtem et vineas 
preéictas possidebimus et tenebimus nomine feodi a domino 
nostro, domino Reynaldo, comité predicto, et a suis succes- 
soribus sive heredibus, et que bona supradicta manu coniuncta 
superportavimus coram viris discretis, sculteto et scabinis 
in Remago, domino Lodvico de Sonnenberg, militi, ac 
Johanni, primogenito G^rardi, burchgravii de Hamersteyn, 
fidelibus domini nostri, comitis predicti, nomine eiusdem 
domini nostri, comitis prenotati, omni fraude et dolo exclusis 
penitus in premissis. 

In cuius rei testimonium sigillum mei Gerardi predicti 
pro nobis est appensum. Et ad maiorem securitatem roga- 
Fol. 68. vimus viros strennuos ac providos, dominum Ludovicum, 
militem, et Johannem de Hamersteyn predictos, fideles 
domini nostri, domini comitis prenarrati, ut sigilla eorum 
una cum sigillo mei Gerardi predicti hiis literis ducerent 
appendenda. 

Et nos Lodovicus, miles, et Johannes, fideles predicti, 
protestamur omnia et sing^la premissa fore vera, quia ea 
vidimus et interfuimus et audivimus, quod scultetus et scabini 
huius loei predicti sub iuramentis ipsorum fideliter dixerunt, 



U4 

fM'edictas trecentas libras nigrorum Turonen^um assignatas 
per dominum nostrum, comitem predictum, domino Gerardo, 
donuDo de Lantscrone, in bonis prenotatis bene et secure 
esse demonstratas; necnon quod fiddes sumus domini nostri, 
potends viri, domini comitis predicti, recognosdmus nos 
nomine sui recepisse sive acceptasse a domino Gerardo, 
domino de Lantscrone, et a Beatrice, coUateralibus *) predictis, 
et per eosdem nobis coram sculteto et scabinis predictis, 
nomine predicti domini nostri, superportasse bona omnia 
[H'enotata. 

Ideo sigilla nostra ad rogatum dictorum coUateralium •) 
presentibus duximus apponenda. 

Datum feria sexta post Ephyphaniam Domini, anno 
eiusdem MCCCXXXVIIP. 



17 October 1335. 
Haidi van VHngferen heeft verbonden sijn eygen guet, 
geheiten dat Molenvelt, gelegen buten Dusseldorp, erflich 
van Gelre te leen te halden. 

Haich van Ylingereiai leen. 

Ick Haich van Vlingeren doen kont allen den, die desen 
brieflf aensien oflF horen lesen, dat ick met verhengnisse ind 
met willen Aleyts, mijns eligen wijfEi, ind myner kynder 
byn comen vur ersame lude, heren Henrick van Grraesscapi 
eenen ritter ende amptman mijns heren Adolphs, greve vs^n 
den Berge, ende die burgermeisteren ind die stat gemeyn- 
lick van Duseldorp, ind hayn mijn eighen guet, aen •) alleyn 
dat id kirckreit gheit, geheiten dat Mulenvelt, dat gelegen 
is by myne moeien buten Duseldorp, so wie dat gelegen 



*) Vencfarijving voor: conthondibus. *) Verschrijving voor: conthoralium. 
*) aen, ane = zonder, uitgnonderd. 



i^5 

is to velde, to. acker, to water ind to weyden, ind in alle 
dem recht als it lyecht, verbunden eine groten heren, heren 
Re3malt, greven van Grelre ind van Zutphen, want hi mir 
gegeven haidt ende betzailt sestzich march Brabanscher 
penningen, drie haller voir eynen den. getzalt, die ick be* 
kenne dat ich van eme ontfangen hayn, also dat ick ende 
mynen erven dat 'voirs. gnet van demselven heren, den 
greve van Gelre ind van Zutphen, ind van synen nacome- 
lingen erfiich haven ende halden sullen to mansleen. 

Ind in oirkonde des hayn mijn ingesegell an desen brieff 
gehangen, ende hayn gebeden heren Henrick van GraescafP, 
den amptman, ind die gemeyn stat van Duseldorp, die voirs. 
sijri, dat zy hoir ingesegell an desen brieflf hangen in merre 
urkund der waerheit, want sy waell (weten), dat dat voir- 
s^ochen guet waill guet pant is voir zestzich march Bra- 
bansdier den. 

Ind wir Henrick van Graescap, een ridder, amptman des 
Fol, 68v. greven van den Berge, ende die gemeyn stat van Dussell- 
dorp, van beden des voirs. Haichs, die in unser antwerden 
hait gegeit die voirs. punten wair to zijn, hain unse inge- 
segell ain desen brieff gehangen, die is gescreven ende 
gegeven, doen men schreeff den jaer ons Heren MCCC 
ind deme XXXV jaer, an sente Lucas avonde, des heiligen 
ewangelisten. 



lo April 1301. 
Her Geerlach, here van DoUendorp, heeft opgedragen 
zyne thienden tot S)mtsich mit den luden dairtoe gehoerende 
voir XXV marck sjaers erfflich van Gelre te leen te halden. 

Dollendorp leen. 

Universis presentia visuris et audituris Geerlacus, dominus 
de Dollendorp, miles, salutem et cognoscere veritatem. 

ï5 



226 

Noveritis, quod nos efifecti sumus fidelis nobilis viri, 
domini Reynaldi, comitis Grelrensis, domini nostri carissiini, 
pro ducentis marchis et vigfinti denariorum Brabantinorum, 
nobis in numerata pecunia traditis et assignatis, propter 
quod nos decimam nostram de Syntsich, quam in puro 
allodio tenemus, cum hominibus ad ipsam decimam perti- 
nentibus, ad estimacionem et valorem viginti et quinque 
mercarum denariorum eorundem seu ipsis equivalencium, in 
annuis redditibus in manus suas resignamus et supraportamus 
per presentes, ita quod, si dicta decima ad terminum se 
extendere non possit, in aliis bonis nostris allodialibus tantum 
demonstrabimus eidem, quod M numerus dictorum reddituum 
integraliter compleatur. 

Et recepimus eandem decimam et alia bona, si qua ipsi, 
ut premissum est, a nobis demonstrata fiierint, ab eodem 
comité in feodum, ita quod nos et heredes nostri eadem 
bona cum dictis hominibus a prefato domino nostro et suis 
heredibus in perpetuum iure tenebimus feodali. 

In cuius rei testimonium sigillum nostrum presentibus 
est appensum. 

Actum et datum anno Domini MCCC primo, in crastino 
Dominice qua cantatur Quasi modo. 



21 April 1335. 
Herman van Bassinheym heeft bewijst x marck erflichs 
gelts op sijn goet, dat hi had in den kirspel te Meyscheyt. 

Bassinheim leen. 

lek Herman van Bassinheim doen kont allen den luden, 
die desen briefF aensyent oder horent lesen, und bekenne 
mich des in desen briefF, dat ick bewijst hayn und bewyse 



') Men zou verwachten: quoad. 



in desen brieflf den edelen heren, heren Reynalde, den 
g^eve van Geke, zeyn marck Braban. erflich gelds gxiider 
penninge, drie halier voir ykelichen penninck getzalt, uf 
alsiüke guet als ich hain in dem kirspell zu Meyscheit. 
Ummedat dit vaste, stede ende wail gehalden werde, so 
hain ich mijn ingesegell an desen brieff gehangen und um 
meerre stedicheit so hain ich gebeden heer Gerlach, den 
69. herren van Ysenburch, dat her *) auch zijn ingezegell ain 
desen brieff hait gehangen. 

Unde wir Grerlach, here zu Ysenborch voirg. ....*), dat 
der edel here, heren Reynalt, waill bewijst is, unse inge- 
zegell ain desen brieff hain gehangen, der gegeven wairt 
nae Goids gebuert M jair CCC ende XXXV jair, des 
alrenaesten Vrydaechs nae Oesterin. 



26 Januari 1307. 
Die greve van Seyne tuget, dat her Sifnd ende her 
Herman van Hademar, riddere, gebroederen, hebben be- 
wijst X marck sjaers an sommigen wingarden te Andemach 
gelegen, erflich te leen te halden van Gelre. 

Hademar leen. 

Universis presentes literas inspecturis seu audituris nos 
Johannes, comes Seynensis, notum fsicimus et tenore presen- 
cium publice profitemur, quod constituti propter hoc coram 
nobis viri discreti Syfridus et Hermannus, fratres, dicti de 
Hademar, milites, nobili viro, domino suo, domino Reynaldo, 
comiti Grelrensi, suis heredibus et nobis nomine eorundem 
decem talentorum redditus pagamenti Lovaniensis in bonis 
suis allodialibus Andernaci sitis, videlicet (in) duabus particulis 



') Waarschijnlijk verschrijving voor : hi. 

') Hier zijn waarschijnlijk eenige woorden uitgevallen. 



220 

vinearum supra dcnnum thedonei ibidem sitis ; item in duabus 
particulis vinearum sitis retro ecdesiam dicti opidi; item in 
duabus particulis vinearum sitis iuxta montem ex oppo^to 
ipsius ecclesie Andemacensis demonstrarunt. 

Supraportarunt dicta bona pro eisdem decem mercarum 
redditibus, et presentibus supraportant ore, manu et calamo, 
adhibitis aliis circa hoc solcmnitatibus debitis et consuetis, et 
nichilominus dicta bona a dicto domino Reynaldo comité, 
suis heredibus et nobis nomine eorundem pro se et suis 
heredibus resumpserunt atque receperunt ad habendum titulo 
et iure feodl atque possidendum, feceruntque dictis domino 
comiti Gekensi, suis heredibus et nobis nomine ipaorum 
eandem fidelitatem, quam ligü homines et fideles suis dominis 
facere consueverunt In cuius rei testimonium sigillum nostrum 
presentibus est appensum. 

Datum anno Domini MCCCVTI**, in crastino Conversionis 
beati Pauü apostoli. 



23 October 1348. 
Heer Ghijsbrecht van Tuyll ^), ridder, heeft opgedragen 
hertoge Re3aialt sijn huys te Lievensteyn, gelegen in den 
kirspel van Tule, to eenen erfleen ende open huys te Gelre. 

Tule Lyevensteyn leen ende open huys. 

Allen denghenen, die desen briefF sullen sien off hoeren 
lesen, doe ick Ghijsbrecht van Tule *), ridder, cont ende 
kenlic met desen apennen brieve, dat ick eenen hogen, edelen 
prince, mynen lieven here, heren Reynalt, hertogen van 
Gelren, greve van Zutphen, opgedragen heb ende opdrage 
mit desen tegenwoerdigen brieff mijn huys te Lyevensteyn, 
also als dat nu getymmert is off namails getimmert mach 
werden, gelegen in den kirspell tot Tule tusschen erfjgnamen 

*) Op fol. 125V staat: Gijsbrecht van Tuyle en Gyselbredit van TnylL 



229 

Johans van Hellu aen die een syde *) ende der gemeynre 
straten an die ander syde, als sijn ende sijnre ') nacomelingen 
open huys te wesen, wèlck huys voirs., also alst ^ nu ge- 
tymmert is off namals mach werden, mijn here die hertoch voirs. 
my ende mynen naesten erfgnamen van der sweertzyde 
Fol. 69V. weder beleent heeft tot eenen rechten erfleen then Zutphen- 
schen rechte, mit eenen ponde aids gelts te verhergeweiden, 
also dat ick ende mynen erfgnamen van der sweertzyde dit 
voirs. huys te Lievensteyn van hem ende van synen naco- 
melingen hauden zullen then Zutphenscben rediten, als voirs. 
is. In oirkonde ende stedicheit des hebbe ie mynen zegell 
voir my ende voir mynen erfgnamen aen desen briefif 
gehangen. 

Gesciet ende gegeven opten tolhuse tot Saltbomell, int 
jair ons Heren MCCCXLVIII^ des Donredages nae der 
XI" Mechden dach. 

Deze acte komt nogmaals voor op fol. 125V. 



18 April 1314. 
Een greve van Cleve tuget, dat Doys woninge van Hack 
van hem noch van synen greefiEscap van Cleve nyet en roert. 

Haelt *). 

Spectabili viro domino, domino Reynaldo, comiti Gelrensi, 
Theodericus, comes Clivensis, eius filius, debite et sincere 
dilectionis affectum cum salute *). Desiderantes Doys de Haylt 
exonerare') a presumpsione sinistra, quam habetis contra 
ipsum de sua mansione, vobis notificamus presentibus profi- 
tentes mansionem suam in Haylt nee a nobis nee a comicia 



') Op fol. I25^ staat: an drie zyden. *) Op fol. 69 staat: synen. 

*) Dit woord ontbreekt op fol. 69 en is aangevuld naar fol. I25v. 
*) In n*. 13 staat: Halt *) A heeft: salntis. 

*) A en B bibbco: exboooraDte. 



230 

I 

nostra Clivensi dependere, testimonio sigilli nostri appositi 
huic scripto. 

Datum feria quinta post octavas Pasche, anno Domini 
MCCCXniL 



26 April 1318. 
Dat Almelo erflich open huys is te Gelre ende ^) leen. 

Almelo leen ende open hu3r8. 

Omnibus presentia visuris et audituris ego Egbertus, 
prefectus in Almelo, notum fedo in hüs scriptis presentibus 
et protestor, quod nobili viro et potenti Reynaldo, comiti 
iuniore ■) in Gekia, proprietatem municionis mee in Almelo 
cum arbitrio meo proprio dedi et resig^avi ad manusipsius 
tamquam domum apertam perpetuo possidendam, de qua 
domo predictus nobilis comes faciet quid me •) fuerit volun- 
tatis, quam domum et municionem iure homagii ab ipso 
nobili comité recepi, et in perpetuum tenebitur ab eodem, 
et ipsam municionem predictam ego et mei heredes ad 
manus ^) ipsius comitis sepe dicti et suorum successorum 
servabimus et tenebimus, sicut aliquis de iure domum apertam 
tenetur ad usus et ad utilitatem domini sui tenere et peritc *) 
gubemare. 

In cuius rei testimonium sigillum nobilis vin Johannis, 
comitis in Benthem, mei avunculi dilecti, quod impetravi, 
una cum meo presentibus sigillo est appensum. 

Et nos Johannes iam dictus ad peticionem et desiderium 
nostri •) avunculi Egberti de Almelo predicti nostrum sigillum 
in testimonium omnium premissorum duximus apponendum. 



') In n*. 22 staat: the. *) Verschrijring voor: ioniori. 

*) VerschrijviDg voor: sue. *) Waarschijnlijk verschrijving voor: usus. 

*) In A en B staat: peritis. *) A en B hebben: nostrum. 



231 

Datum et actum anno Domini M'*CCC°XVIII*', feria quarta 
prima post festum Pasche. 



i6 November 1395. 
70. Dat die borch ende heerlicheit tot Poderoyen, hoge ende 
lege, mit allen den renten erffleen is to Grelre. 

Poderoyen leen. 

Ick Johan van Heerlar, soen heren Geraerts, hem van 
Poderoyen, doe cont allen luden mit desen apennen brieve 
ende bekenne, want die hoechgeboeren vurste, mijn genedige 
here, hem Wilhelm van Ghilich, hertogen van Grelre (ende) 
van Gulich ende greven van Zutphen, S3men willen ende 
consent dairtoe gegeven heeft, dat mijn lieve here ende 
vader, die here van Poderoyen vurs., na s)men leven my 
gewijst ende gegeven heeft die borch ende heerlicheit tot 
Poderoyen, hoge ende lege, mit allen den renten, yn naten *) 
ende in droegen, uytgenomen alsulke erffhis, huse, gesete, 
schaere, weiden ende thyns, als mijn lieven vrouwe ende 
moeder ende Gherit van Heerlair, mijn broeder, dair mit 
lantrecht in g^eërfft zijn, so bekennen ick, dat die voirg. borch 
ende heirlicheit tot Poderoyen, hoge ende lege, met allen 
den renten, in naten ende in droegen voers., te leen ruren 
van mynen genedigen heren van Gelre voirs. Ende ick heb 
gesekert ende geloeift in gueden truwen yn rechten eydstat 
ende by mijnre eeren mynen genedigen heren van G^hre 
voirs., dat ick, wanneer die voirs. borch ende heerlicheit 
tot Poderoyen, hoge ende lege, met allen den renten voirs. 
an my comen, ontfangen ende halden sall van mynen ge- 
nedigen here van G^lre voirs. ende synen erven tot alsulken 
rechten ende behoirlicheiden, als die gelegen zijn, alle argelist 



') In A en B staat: maten. 



232 

uytgesdcht In crirkondc mijns scgels, dat ick by mijnre 
rechter wetentheit an desen brieff heb gehangen. Ende om 
merre vesteniss aller deser punten voirs. heb ick gebeden 
mynen vader, den here van Poderoyen voirs., dat hy sijn 
segell by dat myne will hangen aen desen apennen brieff, 
dat ick Gerit van Poderoyen vurg. om beden will Johans, 
mijns soens voirg., in getuychniss der waerheit gedaen hebbe. 
Gegeven int jair ons Heren MC(XXCV, des Dinxdags 
post beati Brixii. 



26 Juli 1343. 
Her Coene van Oisterwijck, ridder, ende synen erven 
sullen te leen halden van Gelre jVt mergen lands in der 
parochien van Oesterwijck gelegen, ende si soelen noch 
beleggen ir reale an er&is, die si oick van Gelre te^ leen 
halden sullen. 

Coene van Oesterwgck leen. 

Allen denghenen, die desen brieff sullen sien off hoeren 
lesen, doe ie Coene van Oesterwijck, ridder, cont met desen 
brieve, dat her Coene van Oisterwijck, ridder, mijn vader, 
dair Grot die ziel aff hebben moet, heelt te leen 7 */« mergen 
lands, die gelegen sijn in der parochien van Oisterwijck, 
tussen Bronis Janss. lande ain die een syde ende dessselven 
Bronis ende Jans Backers lant an die ander zyde, van eenen 
Fol. 70V. hogen, edelen man, de greve van Gelre, dair Got die siell 
aff hebben moet, mijnss heren des hertogen vader van G^e, 
die nu is, welck lant ie ontfangen heb ende haude te leen 
van eenen hogen, edelen man ende mechtigen heren, Reynalde, 
hertogen van Gelren ende greven van Zutphen voirs. Voirt- 
meor in beteringen mijns leens so heeft my mijn here die 
hertoge voirs. gegeven ende betailt li* reale, welck gdt ie 



233 

hem bewjrsen ende beleggen sall ain mynen eigenen erve, 
dat also guet (is) als die voirs. li* reale, tusschen hier ende 
Paescen naistcomende. Ende dat goet sall ick ende mynen 
nacomelingen mitten 7 Vs mergen lands voirs. hauden te leen 
van hem ende synen nacomelingen, sonder argelist In oir- 
konde dis brieflfe ende om die meerre waerheit ende seker- 
heit so heb ie mynen segell ain desen brieff gehangen. 
Gregeven int jair ons Heren MCCC ende XLIII, des anderen 
dages nae sunte Jacops dach. 



29 Mei 1389. 
Onsen heerscap van Gelre noch hoeren landen ende luden 
en sal nummermeer engheyn scade gescien van Henrichs 
husen van Ampsen. 

Ampsen. 

Ick Henrick van Ampssen doe kont ende kenlick allen 
luden, dat ick voir gesekert ende na then heiligen gesworen 
heb mit opgerichten vingheren ende mit gestaefFden eyden 
mynen lieven, genedigen heren, here Willem van Gulich, 
hertoge van Gelre und greve van Zutphen, ende synen 
erven, dat ick nummermeer scade en sall doen noch laten 
gescien van mynen huse Ampse noch dair weder toe mynen 
lieven, genedigen here van Gelre voirs. noch synen erven, 
noch hoeren landen, luden ende ondersaten, noch hoeren 
gueden in enniger wijs. Voirtmeer so heb ick an den heiligen 
geswoeren mynen lieven, genedigen here voirs. ende synen 
erven nummermeer te doen tegen hem noch tegen hoir 
luden ende gueden, die sy mit rechte verantwerden moigen, 
noch tegen allen denghenen, die mijn lieve, genedige here 
ende synen erven verantwerden willen, die hoir ondersaten 
zijn. Weert sake, dat ick my in ennigen punten voirg. 
verbreke, dat Got verbiedc, so bekenne ick my selye te 



^34 

wesen trouwelois, sekerlois, eerlois ende meynedich, ende 
dairtoe vervallen van allen rechten, sonder ennich weder- 
leggen, in oirkonde mijns segels, dat ick van mijnre rechter 
wetentheit ende mit mynen vryen moetwille aen desen 
briefiF gehangen (hebbe). Gegeven int jair ons Heren 
MCCCLXXXIX^, des Saterdags nae onss Heren Hemelsvart. 



26 December 1330. 
FoL 71. Woe dat die borch, voerburchte, korspell ende lant van 
Milendonck myt allen horen toebehoren erflfelyc te leene 
roeren van Gelre, etc. 

Milendonck leen. 

Allen dengenen, die desen brieflf sein sullen off horen 
lesen, weir Frederick van Rijfiferschet, here zo Milendonck, 
doen cont ende bekennen ofifenbaeir, dat wy m)rt onssen 
vrien wille upgedragen haven enen hogen, moegenden here, 
onssen lieven here, heren Reynaude, g^reve van Gelre ende 
van Zutphen, onssen borch van Milendonch myt allen yeren 
vurburchten, wye die gelegen sijn, ende onsse korspell ende 
lant van Karsinich myt allen yeren zobehoren. Ende hain 
dese vurs. borchte, vurburchten, korspell ende lant mjrt allen 
horen ingehoringen weder ontffangen van one zo rechten 
manieën, alsoe dat wir ende onse rechte erve die burcht, 
vurburchten, korspell ende lant myt allen yerren zobehoringe 
halden ende besitzen zullen erffelyc ende ummermeer van 
eyne ende van zinen rechten erven zo rechten manieën, 
behaldelyc onssen here den greve vurg. ende synen erflF- 
namen alsulcher ^) brieve, als onsse alderen ein ende synen 
alderen haint gegeven van der burchten (und) vurborchten 



') A heeft: alsucfater. 



235 

vocrg., die in alle yerre macht bliven sullen. In oerkond 
deser dingfen hain wir onssen segell aen desen briefif ge- 
hangen ende hain gebeden ersame luden, heren Derick, 
here van Morsse, heren Jacob van Mirlair den alden, here 
Jacob, synen sun, ende heren Woulter van Vossem, dat sy 
yre zegell in oerkunden deser dingen myt denne onsen aen 
desen briefif willen hangen. Ende wy Dirck, here van 
Moersse, Jacob ende Jacob van Mirlair ende Wolter van 
Vossem, riddere, om beden wille here Fredrick van 
Rijfiferschet, here van Milendonck, hain onssen segell mit 
den zynen ain desen briefif gehangen in ein orkimden 
desser vurs. vurwerden, dae wir over ende aen sijn geweest. 
Gegeven zu Nymegen, int jair onss Heren M**CCC*' ende 
XXXI** *), op sente Stephaens dach, des irsten martelars. 



6 Maart 1315. 
Woe dat dat huys te Middach een erfHeen is te Gelre 
myt anderen leengoede, etc. 

Middach leen. 

Universis presentes literas visuris ego Everardus de 
Middach cupio esse notum, quod ego domum seu omnem 
mansionem meam cum area, fundo, fossatis et omnibus suis 
attinenciis, prout sita est apud Middach, spectabili viro, 
domino Reynaldo, comiti Gelrensi, supraportavi, quam qui- 
dem domum totam seu mansionem cum omnibus suis atti- 
nenciis, ut dictum est, a predicto domino comité in feodum 
recepi cum ceteris meis bonis feodalibus et ab ipso et suis 
successoribus iure Zutphaniensi perpetue possidendam. In 
cuius rei testimonium sigillum meum duxi presentibus ap- 



') KeratBtijU s= gewone tijdrekeoiog MCCCXXX. 



236 

ponendum. Datum anno Domini M^'CCCXV*', feria quinta 
post Dominicam Letare. 



22 Januari 1368. 
Woe dat Broek opter Oester Rure gelegen oppen huysse 
ende lene gemact wairt hertoge Ervartz van Gelre. 

Broeke opter Oester Rure open huys, leen. 

Ick Dirck van Broeke doe kont ende kenlye allen luden, 
die desen brie£F sullen sien off horen lessen, dat ie enen 
hoegegeboren, edelen vorsten, hem Edwart, hertoge van 
Grelre ende greve van Zutphen, mynen lieven here, myt 
mynen vrien moetwille opgedragen hebbe ende opdrage 
overmits desen openen brieff mijn huys, geheiten Broeke, 
myt synen voerrborchten, wilc huys vurs. gelegen is opter 
Oester Ruere, also dat dyt voerrg. is *) myt synen voerrborchte 
open hu}r8 wesen sall mijns lieven heren voers., ende dat 
sich mijn lieve *) here voerg. ende syne vrinde van 
sijnre wegen daerraff ende daerrop behelpen mogen ende 
sullen, soe woe <lueke ende tot wat tyden hom des noet 
weer, tegen allen dengenen, daerr hy des te doen mede 
hadde off crigen moehte in enniger wijs. Ende weert oick 
sake, dat ick enigerhande oerlieh krege, dat mijn lieve here 
vurg. mynde off sijn vrinde van sijnre wegen, dat hom 
onstade doen moehte aen den huysse ende borehte voerrs., 
soe sall ick hom tot allen tyden dat voerrg. huys ende 
voerrborchte wael spijssen ende m3rt alrehande ander rey- 
seappe, die daerrtoe behoirt, hom off dengenen, dien hy dat 
Fol. 72. beweelt, leveren ende ruymen, thent der tijt dat ieh mijn 
oerloege gedaen hebbe. Voerrt zoe en derff my mijn lieve 



1) Waarschijnlijk verschrijving voor: huys. 

') Hier staat in de handsdiriften tweemaal: here. 



237 

here voerrs. enige *) hulpe doen, dan ten weer sake, dat hy 
my die myt moetwille doen woude, mer dat hy my ver- 
antwerden sall voerr synen man ende knecht, als een here 
synen man ende knecht schuldich is te doen, ende dat ick 
hom weder doen sall myt den voerrg. huysse ende voerr- 
burchte, als een goet man synen here sculdich is te doen 
myt synen openen huysse, sonder enigerhande argelist 
daerrinne te keren. 

Voert soe hebbe ick d3rt voerrg. huys myt synen voerr- 
borchte weder te lene ontfangen van mjmen lieven here 
voerg. in oerrkonden sijnre manne, die daerrover ende 
aen waeren, als heren Johans van den Straten, ridders, 
Johans van Cnlenbroch, sgns neven, ende ander veile gueder 
luden ende in oerrkonden mijns segels, dat ick aen desen brieff 
heb gehangen. Gegeven int jaerr onss Heren M°CCC° ende 
LXVIIP, op sunte Vincencius dach. 



30 November 1345. 
Her Philips van Ysenborch, here tot Grensauwe, heeft 
bewijst den hertoge van Gelre xxx gulden schilde op sijn 
eygen ende erven, hoe dat gelegen is tot Grensauwe, te 
lene te hauden etc. 

Ysenburch Grensauwe leen. 

Ic Philips van Ysenbruch, here zu Grensauwe, bekenne 
ofifelichen aeyn desem gegenwordigen brieve, dat ych be- 
wijsse ende bewijsset hain den edelen heren, den hertoge 
van Gelre, zu Grushuyssen uff mijn eygen ende uflF mijn 
erve, wie dat dae gelegen is, drysich gulden schilde geldes 
vur die driehondert gulden schilde, die mir der edell here 
vurg. gegeven hait voerr manieene. Unde han ich Philips 



*) WaanchiJDlijk venchriJTiog voor: egene of eogene. 



238 

van Yseobmcfa rmg. dardi ejmer reclit wacrliejrt dire voerrg. 
reden mynen ejrgen wegdl an óewen bricff gdumgen. Und 
FoL 72\ wcrr Goeden van Se]me, here zo Hobrodi, und Venladi % 
bere zo Ysenbrodi, nemen ïs nff onasen eyt *), den wir 
ooasene heren, den herzogen van Gdre, gedaen ^ hain« des 
man wir s^ dat er ^ heeste ende wad he wijssen ist uflP dat 
guyt and uff dat erve zn Crmsfaosen *), wie is dae gdegen ist, 
und hatn des (in) eyner merer sidierde und waerrheit dirre 
vurg. reden unser insegds aendesenhreiffgdiangen. Datum 
anno Domini M*CCC*XLV% in die heati Andree apostoK. 



i8 Septemher 1328. 
Woe dat Johan Cansen erffgenamen vercoft hebhen greve 
Reynalt van Gelre erffelyc alle hoerr gerichte, hoge ende lege, 
thinde, thinsse, lant ende erve, gelegen tussen der Nyer Leden 
ende den Ryne, myt all dat daerrtoe behoerrt, etc. 

Erffeniss tusschen den Nyerlede 
ende den Ryne. 

Wy Johan van Aemstele ende Willem van Aemstele, 
autste zoene Johans thans ^ genompt, cnape, don kont 
ende te weeten allen dengenen, die desen brieff sullen sien 
ofF horen lesen, dat wy vercoft hebben erflFelyc ende ver- 
copen myt desen brieve ende mede opdragen voer ons 
ende voerr onsse erflFgename alle onsse gerichte, hoge ende 
lege, theinden, thinssen ende lant ende erve, gelegen tus- 
schen der Nyer Leiden ende den Ryne, myt alle dien, dat 
daerrtoe behoirt ende alst onss ende onsser auderen ge- 



') In B en n*. 22 ttaat: Vdatenp). 

*) In B en n*. 22 ontbreekt het woord : eyt. 

") A heeft: gedaem. *) B heeft: en. *) B heeft: Gniaaawen. 

*) Volgeni den oonpr. brief A en n*. 22 hebben: Canssen, B heeft : Ganser. 



239 

weest heeft, voerr een eygen erve ende eygen goyt enen 
hogen, edelen manne, onssen lieven heren Reynalt, greve *) 
van Grelre, dat van hom ende synen erffgenamen ewelyc 
ende erffelyc te hebben ende te besitten, ende verthien des 
goets claerrliken ende altemail, ende bekennen onss noch 
onssen erffgenamen gheen recht voretmeer daerran te behau- 
den noch te hebben, ende geloven hom myt gesamender hant 
in goeder trauwen ende op onss goet, als beneden ■) heimae 
bescreven steet, van dessen voerrgenomden goeden onssen 
73. lieven heren, den greven van Gelre voerrg., ende synen 
erffgenamen rechte vaerscap te doen voerr een eygen erve, 
jaerr ende dach, als recht is, voerr alle diegene, die ten 
rechten comen willen, ende all voerrplicht aff te doin ende 
mede doin te «) verthien heirop alle diegene, die daerr myt 
recht op verthien sullen. 

Ende om die meere zeekerheyt daerraff zoe setten wy 
ende hebben gesett onssen lieven here voerrgenompt ten 
onderpande alle onsse goyt, dat wy liggende hebben in der 
gre&capp van Gelre voerrgenompt ende onder hom tot 
dusent ponden toe cleynre penninge, wat commer ende 
gebreck hom ende synen erffgenamen van onss ende onssen 
erffgenamen off van onsser wegen daerrop quemen, dat hy *) 
off sijn erffgenamen dat verhalen sullen off moegen aen 
desse voers. goeden tot dusent ponden thoe, alst voerrs. is. 
Ock geloven wy, soe wanneer dat onss onsse lieve here, 
die greve van Gelre voerss., off yemant van sijnre wegen 
vermant off doen vermanen, dat wy comen sullen voerr den 
gericht, daert ghoet *) gelegen is, ende des aff sullen gaen 
ende verthien ende doin verthien tot sijnre behoff ende 



') De handschriften hebben: here. 

*) Dit woord ontbreekt in de handschriften. 

') Dit woord ontbreekt in de handschriften. 

*) In A, B en n*. 22 staat: wy. 

*) In A, B en n*. 22 staat: gheetiht. 



240 

sijnre erffgenatnen alle ^), dies mitten rechten affgaen sullen 
ende verthien, sonder argelyst 

Ock verghien •) wy, dat onssherjohan Moliart*), cappel- 
lain ende reyntmeyster onss heren sgreven voerrs., van onss 
heren wegen genoch gedaen heeft (ende claerlike betadt 
vijfhondert pont cleyiire penningfae, eenen coninx groten 
Tomoesschen) *) voerr sesthein penninge gerekent, off gelijc 
pae3rment daervoerr, daerr wy hom dat goeyt voerrs, om 
vercoft •) hebben, van welliken wy onsen lieven here den 
grove ende synen erffgenamen voerrg. quijt schelden ende 
daerrop claerrliken verthien. In oerkonden deser voers. 
stucken soe hebben wy desen brieff besegelt myt onssen 
segelen «). Gegeven ^ int jaerr onss Heren M°CCC°XXVnP, 
des Sonnendach nae sunte Lambrechts dach. 



12 April 1342. 
E)men schepenbrieff van 2^utboemel tugende, dat Johan 
Cansse, soen heren Johan Canssen, ridders, vertegen heeft 
tot hertoch Reynalt behoefF van Gelre des theinde tot 
Herwynen off alsollix rechts, als here Johan Canssen voerrs. 
daerraein hadde, etc. 

FoL 73V. Universis presentia visuris nos Amoldus Johannts de 
Hoesden, Zegerus Grerardi Dyns et Gerardus Berchman, 
scabini in Zautboemel, notum facimus protestantes, quod 
veniens coram nobis Johannes Cans, filius domini Johannts 



') In A, B en n^ 32 staat: als. 
^) In A, B en n'. 22 staat: begeren. 
•) In A en B staat: Moylart 

*) De woorden tus9c:hen haakjes ontbreken in A, B en n*. 22. Er staat 
alleen het woord : nochtan, dat in den oortpr. brief ontbreekt. 
*) In A, B en n*. 22 staat : geheooft. 
•) A, B en n*. 22 hebben: segel. 
'/ Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 22. 



Canssen, militis, decime site in iurisdictione de Herwinen, 
que quondam fuit Johannis de Herwinen, omni iuri ddem 
Johanni Cansen ^) in dicta decima competenti et literis 
super ipsam decimam confectis dictum Johannem Canssen 
tangentibus ad opus magnifici principis et potentis Reynaldi, 
Dei gracia ducis Grelrensis et comitis Zutphaniensis, nostri 
domini dilecti, renunciavit, nostrarum testimonio literarum. 
Datum anno Domini M^CC quadragedmo secundo, feria 
serta post octavas Pasche. 



8 Februari 1336, 
Item noch van den theinden tot Herwynen voerrscreven, etc. 

Allen dengenen, die desen brieff sullen sein off hoeren 
lesen, due ie Alisse, joflfrauwe van Herwynen, te weetcn, 
dat quam voerr my ende voerr mynen manne, als voerr 
Gerarde van den Ryne ende voerr Roeloff Spaen van 
Herwynen, die heirover waren als m3me manne ter rechter 
oerkonde genomen, Johan van Herwynen, mynen oem, 
ende gaff ende druch my op alsolcke thijnde als hy van 
my ende van mynen voervaderen te hauden plach te leen, 
in den gericht van Herwynen gelegen tusschen Vader- 
graft *) ende den gerichte van Vueren, ende heeft daerr 
ock mede op vertegen, alsoe dat my vonisse wijssede, dat 
ick daerr mynen vrien wille mede doin mochte. Vort quam 
jo£frauwe Bele, Johans wijff, mijns oems voerseget, ende 
droch my op alsullyc lijfftocht als sy hadde aen dese voers. 
theinde myt Johan voerrseget, hoeren man ende hoeren 
monbaerr, ende •) vertech daerr oeck mede op tot niignre 



') In A, B en n*. 22 stuU alleen : Johannis. Dt eigennaam is vk den 
oorspr. brief orergenoroen. 

*) In A, B en n*. 22 staat: Vadergarst. Zie blz. 245 7de regel ▼. b. 
') In A staat dit woord tweemaal. 

16 



142 

héboS. Heimae zoe veriende icendehèbverieotmytdeaten 
tarieve dese voem. tfaeinde Ghijsbredis, Rodoffii soen ^) van 
Herwynen, mynen neve, van my te lene te handen ende 
te becitten in allen den reebten, als Jóban voerrs. van my 
ende van mynen anderen te handen plach. In oerkunden 
alle deser voerwarden soe hebbe ick desen briefiF open ge- 
segdt mjrt mynen segell by rade ende wüle Darick Wanters, 
mijns mans ende monbaren. Gegeven int jaerr ons Heren 
M*CCOXXXVI^ des Donredages na sunte Agaten dach. 



13 Maart 1336. 
Van sdnilden, die men Broistjmen, heren J<4ianns (soen) 
van Herw]rnen schuldich was, etc. 

Nes Henricus Tred^>oll et Rutgerus cognatus Crisdne, 
scabini in Tuyl, protestamur, quod Dedricus Wauters ^ de 
Tuyl, ut principalis debitor, (et) Johannes de Herwynen, 
fideiussor, promiserunt Brustino, filio Johannis de Herwynen, 
viginti quinque libras denariorum legalium, grosso regio 
Turonensi et ^ sedecim denarüs computato % alio bono 
paymento in valore equivalenti ad Pascham post unum 
annum affuturum proximo et ad duos annos deinde proximo 
affuturos, quolibet anno in festo Pasche viginti quinque 
libras denariorum legalium dicte monete persolvendas ad 
usus terre nostre, nostrarum testimonio literarum. Datum 
anno Domini M**CCC^ tricesimo sexto, in crastino beati 
Gregorii pape. 



*) In n*. 22 tüuit : diytbrecfats Rdofitzooo. Vendirqving voor: Gh^tbredit 

•) A heeft : Wautertt 

■) VendinJTiDg voor: pro. 

*) Hier i^n waarsdiynlijk eenige woorden uitgevallen. 



^43 

6 December 1337. 
Getuchenissebrieff der schepen van Tuyll van manenisae 
ende vervolgenisse der schout voerrs. etc. 

Universis presentes visuris nos Rutgerus, cognatus Cristine, 
et Gerardus Holle, scabini in Tuyll, notum fadmus protea- 
Fol. 74^. tantes, quod constitutus coram nobis Rodolj^us Delph, 
preco iuratus domini nostri, comitis Grelrie, insule Tjmlensis >), 
recognovit se novissime monuisse ex parte Bruystini, filii 
Johannis de Herwynen, Teodricum Wauters ■) de Tuyl, tam- 
quam principalem debitorem, et Johannem de Herw]men, 
tamquam fideiussorem, super viginti quinque libris denario- 
rum, quos ipsi in *) predicto Brustino debuerunt, prout in 
literis scabinalibus ^) super hoc confectis plenius continetur. 
Post hoc protestamur nos interfuisse, ubi Brustinus predictus 
nundicatus ') est per indictionem *) quoad omne ^ lus in om- 
nibus ^ bonis Johannis de Herwynen, sitis in iurisdictionibus 
de Herw3men, de Haeiten et de Tuyll, et omnibus in bonis 
Johannis de Herwynen, sitis in iurisdictione *) de Herw3men, 
pro denarüs antedictis, et indice in singulis iurisdictionibus 
predictis omnibus foret facturus, sentenciavimus super hoc, 
quod ipse venderet ea qua ius terre nostre ^^. Acta sunt hec 
super anno Domini M^CCC* tricesimo septimo, Dominica die 
post beati Servacii "). Et nos '*) Ru{t)gerus, cognatus Cristine, 
Gerardus Holle predicti, Heinricus Tredepoell et Hermannus 



') In A en B staat : insnla Tnylensis. Vendiry Ting voor Tydemis (ss Heiennutfd). 
*) A beeft; Wratart *) Dit woord behoort hier niet 

*) In A staat dit woord tweemaal. *) Dit woord is foodef. 

*) In B en n*. aa staat: pro indictione. ^ A beeft: omnen. 

*) In A, B en n*. aa staat bier bet woord: in. 
*) A beeft : iorisdictionis. 

'*) Hier moet waarscbiJDlijk gelezen worden: ea forma qua ins terre nostre 
dictat Zie Tervolg brief. Dit gedeelte van den brief is zeer bedorven. 
**) B heeft: SeverinL ") B beeft: me. 



^44 

de Domo lapidea, scabini in Tuyl, protestamur, quod con- 
stitutus coram nobis preco iuratus predictns recognovit se ^) 
de Herwynen tribus diebus Dominicis debita ") hora Misse 
omnia bona Theodrici Wautarts et Johannis ^ de Herwynen, 
sita ^) ibidem in iurisdictione, qua proclamari solent et debent, 
in omnia bona Theodrici Wauters eciam bona proclamanda 
et sita ibidem iurisdictionibus sunt, proclamasse ea bona 
omnia vendidi fore per Brustinum predictum pro denariis 
antememoratis '). Post hoc protestamur, quod constitutus coram 
nobis dictus Brustinus vendidit ea forma, qua ^ ius terre nostre 
dictat, omnia bona Theodrici Wauters predicti, sita ^ in iuris- 
dictionibus de Herwynen, de Haefften et de Tuyl et ibidem 
in ecclesiis debite proclamata Johanni Cansen pro viginti 
quinque libris denariorum legalium. Acta sunt hec super 
anno Domini M**CCC* tricesimo septimo, feria quinta post 
beate Katherine virginis. Et nos Ghijsbertus de Tuyll, 
Gerardus Holle, Hermannus de Domo lapidea ^), scabini in 
Tuyll, protestamur, quod constitutus coram nobis Brustinus, 
iilius Johannis de Herwynen predictus, vendidit ea forma 
quam ius terre nostre dictat, omnia bona Johannis de Her- 
wynen dicti, (in) iurisdictione de Herwynen sita et ibidem in 
ecclesia debite proclamata, Johanni Canssen predicto pro 
viginti solidis denariorum legalium concellacionem et pena *) 
approbamus nostrarum testimonio literarum. Datum anno 
Domini M**CCO tricesimo septimo, in die beati Nycolai 
episcopi. 



') A beeft: reooognont ft reooognorit. In n*. 33 is een open nünte géUteo. 
') A heeft ; debite. *) A beeft : Jobannet. *) A beeft : et sita. 
*) Ook dese sin Is in hooge mate t>edorven, looaU eigenlijk de geheele brief. 
*) A beeft : quia. ^) A beeft : site. ') A heeft : lapides, B : lapideo. 
*) De laatste drie woorden zijn niet duideiyk. 



^45 

31 JuH 1340. 
Noch van denselven voerrs. 

75. Alle, die desen brieff sullen sein off horen lesen, doen wy 
te weten Adelysse van Herwynen, joffirauwe, dat voerr onss 
comen zijn *) Ghijsbrecht Roeloffs soen ende heeft gebeden onss, 
dat *) wy haMF die theinde, die gelegen is in den gerichte van 
Herwynen, tusschen Vadersstege ende den gerichte van 
Vum, ende den dijcke ende die merke, uuytgenomen des 
papen thinde van Vum, dat sy die verlyen van sunte Jacobs 
dach comende over drien jaerren nayst, daer se Jan die 
Vayg heyt verlien ende, waerr hy niet, daerr se Jan van 
HeUu heyt verlien. Vaerr hy niet daerr, sou Jan van Her- 
wynen heyt verlien off sijn erffgenamen •), behaudelyc 
heren Johan Canssen alle sijnre brieve, die hy op dyt voerrs. 
goyt heeft. 

Oerconde onsser manne Jans van Hellu ende Jans Stereken, 
ende alle *) dat wy willen, daerr •) d)rt vaste ain steet, soe 
hebben wy dat besegelt myt onssen segell, ende bidden 
onssen man Jan van Hellu, dat hy dat myt ons besegelle. 
Ende ick Johan die Sterck voermompt, want ie genen segell 
en hebbe, bidde Adalissen van Hellu •) voerrs., dat sy d)rt 
voerr my besegelen. Int jaerr onss Heren M^CCC ende 
vertich, op sunte Peters avont toe ingaenden oest. 



') Dit woord ontbreekt in A. ') B heeft : die. 

') De woorden: dat sy — erfgenamen, sijn onduidelijk. 
*) Waarschijnlijk verschrijving voor: omme. 

*) Yendirijving voor: Herwynen. 



2^6 

24 Juli 1340. 
Noch van der thind tot Herw}men etc. 

Alle diegene, die desen brie£F sullen sien o£F horen lesen, 
doe ick te weten Jan van Herwynen ende ie joffirau Bele, 
wijfiF Janss van Herwynen voerrs., dat wy comen sijn voerr 
jo£firau Adelissen van Herwynen ende hebben verthegen op 
die thinde, die gelegen is in den gerichte van Herwynen, 
tusschen VadersgraSite *) ende den gerichte van Vume, ende 
den stroem, dijcke ende die mercke, tot behoefiF heren Johans 
Canssen. Ende hebben hom gelofft dese voermomde thinde 
te waren voerr alle diegene» die se ten rechten aenspreken. 
Ende omdat ick Jan van Herwynen wil, dat d}rt vaste 
ende stedich sy, soe heb ie d}rt besegelt m}rt mijns seUefEst 
segell, ende bidde Adelissen van Herw3men, joffirau, als een 
here van dessen voerrs. goede, Jan van Hellu ende Grijs- 
brecht RoelofiFs zoen, als manne joffirau Adelissen van Her- 
wynen, dat sy dyt besegelen myt my. Ende wy joffirau 
Adelisse van Herwynen ende ■) (Jan) van Hellu ende Ghijsbert 
KoeloflEs zoen om beden wille Jans van Herwynen soe 
hebben wy desen brieff besegelt myt onssen segelen int 
jaerr onss Heren M**CCC** ende XL**, op sunte Jacobs avont. 



12 April 1342. 
Noch van der theinden tot Herwynen etc. 

Fol. 75V. Universis presentia visuris nos Amoldus Johannis de Hoes- 
den, Zegerus Gerardi Dyns et Gerardus Berchman, scabini 
in Zautboemel, notum facimus protestantes, quod veniens 
coram nobis Leonius de Campo de Kossem promidt nomine 



^ In brief n*. 337 (archief Rekenkamer), waarvan deze de reveraaal 11, staat 
Waterttcghe. 

') Dit woord ontbredct in B. 



^47 

domicelle Bde, eins sororis, et nomine liberorum dicte Bele 
ex Jdianne de Herwjmen, eius marito, generatorum et pro 
eis» quod dicta Bela et eius liberi dedme, site in iurisdictione 
de Herw3men, que quondam fiiit Johannis de Herwjmen, 
omni iuri ^) eis ') in dicta dedma competenti et *) literis super 
ipsam dedmam confectis, dictam Belam (et) eius liberos tan- 
gentibus, ad requisicionem et monicionem magnifici prindpis 
et potentis Reynaldi, Dei grada duds Gelrensis et ^) comitis 
Zutphanien^y ad c^us eiusdem ducis» nostri domini dilecti, 
renundabunt, nostrarufti testimonio literarum. Datum anno 
Domini M^CC^ quadragesimo secundo, feria sexta post 
octavas Pasche. 



12 April 1342. 
Noch meer van der tfadnden tot Herwynen. 

Universis presentia visuris nos Amoldus Johannis de 
Hoesden, Zegerus Gerardi Dijns et Gerardus Berchman, 
scabini in Zautboemel, notum fadmus protestantes, quod 
veniens coram nobis Aellardus de Haefiten *) dedme, site 
in iurisdictione de Herwynen, que quondam fuit Johannis 
de Herwynen, omni iuri ^) eidem Aelardo in dicta decima 
competenti, et ^ literis super ipsam dedmam confectis, dictum 
Aelardum de Haeffiten tangentibus, ad opus magnifid prin- 
dfris et potentis Reynaldi, Dei gracia duds Grehrensis et 
comitis Zutphaniensis, nostri domini dilecti, renunciavit, 
nostrarum testimonio literarum. Datum anno Domini M^CC 
quadragesimo secundo, feria sexta post octavas Pasche. 

Ende noch sqn meer brieve opter borchtporteo tot Nymegen van deter saken 
roerende van Camsen erenamen wegen. 



*) A, B en n*. 22 hebben: iore. *) A, B en n*. 32 hebben: ehts. 

*) 9 j, n n n : io. *) Dit woord ontbredit in A, B en n*. 22. 

^ In A, B en n*. 22 staat: Hoetden. 



148 

9 Md 1331. 

Seggen des heren van Kuyc ende aijnre medeseggere 

tuflichen den greve van HoUant ende van Grelre van den 

erve, gelegen int achterste broeke, gelegen in den korspell 

van Beesde, des hom Ghijsbrecht van Caets ^) onderwant, etc. 

Wy Otto, here van Kuyck, doen kont allen luden, dat wy om 
noytsaken onss heren ^ ende onss selfs niet comen en mogen 
des Vridages voerr Pynxten tusscen sunte •) Marienwerd ende 
Culenburch, te seggen van den saken, die ain onss ende ain 
FoL 76. onssen medeseggere gekert sijn, als tusschen hoge, edeU 
luyde ende mechtige, onssen lieven heren den greve van 
Hollant van der e3mre syden ende den greve van Grelre van 
der andere syden van Ghijsbert wegen van Caets ^). Daerr- 
omme soe seggen wy eendrechtelike myt desen openen 
brieve m}rt onssen medeseggeren, die heimae bescreven 
staen, als her Reykaut van Heyswijck, proest van smite 
Peters tot Utricht, here Jacob van Mierlair den jongen, here 
Otten van Haelt, heren Walraven *) van Benthem •), rydder, 
Jan van Bryenen •) den auden, die heirtoe van onssen 
voerrs. heren ende greven ^ van Hollant ende van Gelre myt 
onss genomen ende gekoren ®) sijn, te behauden ende te 
seggen, dat die gerichte ende die theinde van den erve, 
dat gelegen is in den achterste broek in den korspell van 
Beesde, des hom Ghijsbrecht van Caets *) voerrseg^et oiFyemant 
van sijnre wegen onderwynt ofiF onderwonden heefft, m)rt 
beteren •) recht sijn ende bliven sullen onss heren *^ van Gelre 
voerrgenompt dan Ghijsbrecht van Caets ") voers. ^ off yemant 

') In A, B en D^ 22 staat: Gaets. '') Dit woord ontbreekt in A, B en n^ 23. 

") Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 22. *) A, B en n*. 22 hebben : Waatercn. 

*) B beeft: Herthem. *) In A, B en n^ 22 staat: Ryenen. 

^) A, B en n*. 22 hebben: greve. ') A, B en n^. 22 hebben: gerekent. 

*) In A staat : voiren, in B en n^ 22 : horen. 

*^) A, B en n^ 22 hebben: onss heren des greven. 

> *) In A, B en n*. 22 staat : Gaes. *'j Dit woord ontbreekt in A, B en n^ 22. 



H9 

van aijnre wegen, (en sy dat Gryselbrecht voeneegkt wael 
betoenen mach mit goeden openen brieven, dat die tyenden 
voerrgenoemt mit beteren rechte sijn soelen wesen dan 
ons heren van Gheken voerscreven) *). 

Ende dyt begripen wy ende seggen by onss bescheiden- 
heit ende by den huid, die wy onssen heren schuldich sijn 
ende hom hebben gedaen. 

In oerkunden des *) hebben wy onssen segell aen desen 
brieff gehangen. 

Actum int jaerr onss Heren M*H:CO»XXXr, en ») 
Ascensien ^) dage, die men noempt onss Heren Opvart 



I januari 1332. 
Eyn scepenbrieff van Zautboemell, tugende dat men tslot 
van Hemertt tsgreven behoe£F van Geke hauden sal, num- 
mermeer van hom te vervremden, myt anderen voerr- 
warden, etc. 

Universis presencia visuris nos Henricus de Vema *), 
Fredericus Mulaerrt et Jacobus Molart, scabini in Zaut- 
boemell, notum facimus protestantes, quod coram nobis 
Amoldus de Hemert, Ghijsbe(r)tus de Herwynen, Daniell 
Koek et Grerardus Friso senior ut {mndpales debitores 
indivisi et quilibet eorum in solidum super se et bona sua 
omnia promiserunt bonestis viris, domino preposito ecclesie 
beati Petri Traiectensis, et domino Johanni Molart, receptori 
Gelrensi, ad opus alti (et) nobili(s) vin, domini nostri, domini 
comitis Gelrensis et Zutphaniensis, quod ipsi principales 



') In A, B en n^. 22 ontbreken de woorden tnsschen haalget, die overge- 

zqn uit den oorspr. brief. 
^) Dit woord ontbreekt in A, B en n^ 22. ') A, B en n^. 2S hebben: in. 
*) In A en B staat: Conscenden. 
*).MiMctii«i Tersdnd^iog voor: Verva of Werra, 



predicti castrum de Hemert eidem domino nostro conserva- 
bunt et ab ipso et heredibus et successionibus ') eius nuxnquam 
allenabunt vendendo debitoris obligatione in manus alienas, 
nee quoquo alio modo, tali dictione adiecta, si dicti prin- 
dpales debitores ab hiis absolvi volunt in posterum et esse 
quiti, quod hoc dicto domino nostro comiti ad quindenam 
ante prevenient •). 

£t cum ipse vel cum unus eorum dictum castrum dicto 
domino nostro comiti vel suo officiato ad opus eius vel 
herediun eius in suas manus tradiderunt, et ipse vel eius 
officiatus sub suo nomine vel heredes eius vel eorum offici- 
atus eorum nomine dictum castrum ei vel eis translatum 
possiderunt vel possident, potens vel potentes eiusdem, exinde 
dicti principales debitores ex premissis quiti sunt et redempti 
ab hiis, omni dolo remoto. Eciam (si) dominus noster *) dictum 
FoL 76v, castrum requisierit vel requiri fecerit sibi vel *) nundo 
tradi, vel eius heredes hoc idem fecerint, iam tune sine 
mora, tali requisidone facta, tradent dictum castrum in manus 
dicti domini comitis vel sui nuncii, et hoc idem fadent et 
facere promiserunt heredibus eius, modo et forma antedicds, 
sub allegadone sui et bonorum suorum omnium, ut superius 
continetur, nostrarum testimonio literarum. 

Datum anno Domini M'^CCO* tricesimo secundo, in die 
Circumdsionis Eiusdem. 



31 Januari 1332. 
E3m scepenenbrieff van Zautboemel, tugende dat Amt 
van Hemert gelofft heeft den greve van Gelre genoch te 
don van der thinden wegen tot Gameren etc. — Quasi umtile* 



*) Vendirijving voor: Snocessoribns. 

') De ledng van dit woord staat niet vast De gdie^ zin is icer bedorven. 

*) B heeft : ante. 

^) A en B hebben : vd ad. WaarschljnHjk venchi^ving voor : eins of suo. 



25» 

Nos Hdnricus de Wema, Fredricus Moliart ^), scabini m 
S^utboemeU, protestamur, qüod Amoldus de Hetn^rt promisit 
honestis viris, domino preposito ecclesie beati Petri Traiectensis, 
et domino Johanni Moliart *), receptori Gelrensi, ad opus 
magnifici et potentis viri, domini nostri, domini comitis 
Gelrie et Zutphanie, quod ipse de omnibus fructibus, quos 
pater suus ante eum et ipse post patrem suum de decimis 
novalium in Gameren perceperunt et de omnibus dampnis, 
tristibus, expensis et occupationibus, quas dictus dominus 
noster comes per dictum Amoldum et pro eo sustinuit, 
satisfaciét eidem domino nostro comiti ad eius beneplacitum 
et voluntatem, nostrarum testimonio literarum "). 

Datum anno Domini M^CC^XXXÜ^ in die Circum- 
dsionis Eiusdem. 



13 Mei 1331. 
Heer Zeger van Baerle, canonich tot Xantten, heeft ver- 
coft greve Reynalt van Grelre erflfelyc vn marck gelz van 
enen borcht tot Crijckenbeke ende alle sijn vaechtlude •) etc. 

Alle denghenen, die desen brieff sullen siin ofiF horen lesen, 
maken wy Seger van Baerl, canonic tot Xante, die soin 
was Gysebrechs van Crieckenbeke, cont ende te weten, dat 
wy vercoft hebben ende opgedragen ende vertegen, opdragen 
ende verthien myt desen brieve enen hogen, edelen man, 
onssen lieven here, heren Rejmalt, greve van Gelre ende 
van Zutphen, als voerr een seker summe van penninge, die 
onss her Jan Molyart, sijn cappellaen ende reyntmeyster, 
wytteliken ende wael .betaelt heeft, se ven marck geldes, als 
unsse vader Ghijsbert van Criekenbeke voerrg. ende syne 



>) lo A en B staat : Molart en Molairt 

') Dit woord ontbreekt in A. 

*) A, B en n*. aa hebben : wachlerde. 



^52 

voerrvader te rediten borcUeen, als van dén hüysse 'van 
Criekenbeke, hadden ende onss aenkomen ende vervallen sijn, 
ende al onse vaechtlude ^), oec waer sy wonachtich ende gele- 
gen sijn, van onssen lieven here den greve van Gelre ende 
van Zutphen voerrss. ende synen erffgenamen eweliken 
ende erffieliken te hebben ende te besitten. 

Helrover waren als mannen onss lieven heren des greven 
voerrs. here Jacob van Mirlair die jonge, here Wauter van 
Vossem ende her Willem van Broeckhuyssen, onsse lieve 
neve, riddere. 

In oerkunden deser stucken soe hebben wy desen brieff 
besegelt mjrt onssen zegeU, ende om die meerre zekerheit 
zoe hebben wy gebeden ind bidden here Jacob van Mirlar 
den jongen, here Wouter ■) van Vossem ende her T^llem van 
Bruckhuessen, riddere voerrg., dat sy desen brieff myt onss 
besegelen in getuchenisse deser voerrs. stucken. 

Ende wy Jacob, Wouter ende Willem voerrg., riddere, om 
bede heren Zegers van Barle voerrg., soe hebben wy onssen 
segel mytten synen aen desen brielf gehangen. 

Actum int jaerr onss Heren M^CCC*XXXI^ op sunte 
Servacius dach. 



5 December i^^z» 
Fol. 77. Hoe dat Johan van Malborch *) vercoft heeft den greve van 
Gebre erffelyc adle sijn recht, dat hy hadde an den lande 
geheiten Wydenbemt, in den korspell van Oeverassel *) 
gelegen, etc. 



') A, B en n®. 23 hebben : ende onss vachioge voer. Verbeterd naar den 
oonpVé brief. 

*) A, B en n^ 22 hebben ; Jacob. 

*) A beeft Malbrodi. De oortpr. brief heeft : Malberdi. 

*) In n^«2^ staat: Assel. 



^53 

Alle diegene, die desen brieff sidlen sien off horen lesen, 
ie Johan van Malberch, cnap» doe kont ende te weten, dat 
ick vercoft hebbe enen hogen, edelen manne ende here, 
mynen lieve here de greve van Grelre ende van Zutphen, 
alle rechts, dat ick hadde off hebben mochte aen den lande, 
dat gheheiten is Wijdbeemt ') ende gelegen in den korspell 
van Oeverassell, alsoe alst voer my ende myne alderen in- 
comen *) is, omme ene somme van penninge, die my van «jnre 
wegen wael betaelt is. Ende gelove voerr my ende voerr 
mijn naecomeling^ mynen lieven here voerrsproken tot sijnre 
eyssinge of yemants van sijnre wegen daerraff vertichtenisse 
ende voerrplicht aff te doen, als erffcoeps ') recht is, op die 
stat daer icht ^ van recht doin sall. 

Ende verthie oec mede myt desen brieve voerr my ende 
myne naecomelinge op alle rechts, dat ick hadde off hebben 
mochte aen den voerrg. lande m)rt alle synen rechten tot 
behoff mijns heren des greven voerrg. als voirs. is, sonder 
all argelyst. 

In oerkonden des brieffis besegelt myt mijnss selffs 
segell. Int jaerr onss Heren M*^CC»XXXII^ op sunte 
Nycolaes avont. 



30 Juni 1342. 
Woe dat Otto van Malborch •) vercoft ende opgedragen 
heeft h^rtoge Reynalt van Gelre ende synen erven twe deil 
van der groter ende der smaelder theinde tot Dyegden •), etc. 



*) A, B en n*. 22 hebben: Wydekamp. 

') Waandiijnlijk yerschr^Wng yoor : anoomen. Van den oorspr. brief b de 
helft afgescheurd. 

*) A, B en n*, 33 hebben: erflfscap. 

*) A, B en n*. 22 hebben: men recht van redit. 

*) A heeft: Malbroch. 

*) In n*. 22 staat: Dycgeden. 



^54 

Alle diegenen, die desen brieff soelen sien off hoeren lesen, 
doe ie Otto van Malborch, cnape ^), te weten ende bekenne, 
dat ie voerr my ende voer mijn erffgenamen vercofthebbe 
enen hogen, edelen pincen % mynen lieven here, heren Rey- 
nalt, hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, die twe deil 
van der groter theinden ende van der smaelder theinden tot 
Dyegden» daerr dat doerde deil aff toebehoert der papelyker 
provend ') van Dyegden» alao als die my aenkomen sijn 
van bruederseheidinge ende ie die van mynen here den 
hertoge voerrg. te leen heilde. Ende drege ^) hem op die 
theinde als voerrs. is, ende verthie daerrop voerr my ende 
voerr mijn erffgenamen tot ewelike behoeff mijns heren des 
hertogen voerrg. ende sijnre erffgenamen ende bekenne, 
dat ick noch mijn erffgenamen voertmer engheen recht 
daerraen niet ^) en behauden. 

Ende gelove mede in goeder trauwen, off mgn heer die 
Fol. Tjy. hertoge voerrg. ende sijn erffgenamen heirmede nyet seker 
genoch en weren aen •) den theinden voers., dat ick hom dan 
die theinden opdragen sall ende verthien, dat ordell des 
geriehts ende ridderen ende knapen wysen sullen, dat 
hom ende synen erffgenamen die theinden vast ende stede 
wesen sullen, alle argelyst uuytgeseet 

In oerkunde des ende om die ^) merre zekerheit soe heb ie 
desen brieff besegelt myt mijn zegell ende doen besegelen *) myt 
zegelen birver luden, mijns heren mannen des hertogen 
voerrs. ende mijnre magen, als heren Otten van Driell, 
heren Bemts •) van Galen ende heren Robbrechts ^ van Ap- 



') A heeft hier nog eens: doe. ') A, B en n*. 33 hebben: man. 

') In A staat : provige, in B en n*. 33 : provinge. 

*) A, B en n*. 33 hebben : droge. 

*) jf y, n r, n : en hebben noch en behanden. 

*) „ tt tf n n ' '^^' ^ ^^^ woord ontbreekt in A, Ben n^ 33. 

') A heeft segell, B segelen. *) A, B en n*. 33 hebben: Amts. 

'^ In A en B staat: Reinbnts. 



^55 

pelter^i, riddere. (Ende wy Otte van Driel, Bernt van Galen 
ende Robbrecht van Appelteren, riddere) ^), want ons dat 
kundich is, dat dat wytteliken ende wael geschiet is, soe 
hebben wy om beden ons neven Otten van Malborch 
vorg. ende om die meerre •) waerheit hieraff te weten, onse 
segele myt den S3men aen desen brieff gehangen. Gegeven 
int jaerr ons Heren M'*CCC*XLn*', des Sonnendages nae 
sunte Johannis dach Baptiste te midsomer. 



I September 1309. 
Dat her Grerart van Lo, heer tot Herier, vercoft heeft 
greve Re3malde van Grelre alle sijn recht, dat hy hadde aen 
den tx>lle tot Zulichmn ende tot Driell ende aen den derpe 
tot Moudyc, etC4 

Nos Grerardus de Lo, miles, dominus de Herier, notum 
facimus universis presentes literas visuris vel audituris, quod 
nos de libera voluntate et consensu Aleidis, nostre legittime 
consortis, Grerardi, militis, nostri primogeniti, et heredum 
nostrorum quorumcumque omne ius, quod in theoloniis in 
Zulichum et Driele ac in villa de Moudyc habuimus, et 
in eisdem ex quacumque causa nobis competere •) videbatur, 
vendidimus spectabili viro, domino nostro dilecto, domino 
Reynaldo, comiti Gelrie, pro quadam pecunie summa nobis 
numerata ab eodem et persoluta. 

Preterea renundavimus et renunciamus pure et simpliciter 
efifestucando pro nobis, Aleydi, nostra uxore, Grerardo, nostro 
primogenito, et heredibus nostris quibuscumque predictis 
theoloneis et omni iuri % quod in ipsis theloneis et in villa 



*) De woorden tiuichen baakjet ontbreken In de drie registers en djn over» 
genomen uit den oorspr. briet 

*) In A stÉat: manieren. *) In A, B en n\ t» staat: appetere. 
*) A, B en n*, 33 bebben : inre. 



^5* 

de Moudycke predicta nobis competèbat et in futurum com- 
petere vklebatur, rogantes nichilominus, ut omnes litere 
patentes sigillate sigillis imperatomm, regum, principum et 
qu(»rumcumque dominomm super theloneis et villa predictis» 
ubicumque locorum seu apud quoscumque recondite existant» 
ipsi domino nostro, comiti Gelrie, et suis heredibus conferantur. 

Adiectum ') est premissis, quod in dictis theloneis quinque 
libras et decem solides parvorum denariorum, quos hucusque 
in feodo habuimus a predicto domino nostro comité, in tali 
pagamento, acut ab antiquo eas ') consuetum est persolvi, 
nobis et nostris heredibus tantnmmodo reservamus, ita quod 
dicte quinque Ubre et decem solidi perscHiis, qnibus eas 
percipiendas asidgnavimus, ex ftfeÊitis thel<meis singulis 
annis astignentur. 

In cuius rei testimonium nostrum sigillum una *) cum 
sigillis dilectorum Aleidis, nostre uxoris, Gerardi, filii nostri, 
Fol. 78. predictorum, presentibus literis duximus apponendum. 

Nos quidem Aleidis et Gerardus dicti profitemur huius- 
modi vendicionem et renunciacionem, prout in precedentibus 
est expressum, de nostro consensu et libera voluntate esse 
factas et in eorundem ^) testimonium nostra sigilla presen- 
tibus literis appendisse. 

Datum anno Domini M**CCC® nono, in die Egidii abbatis. 



30 Augustus 1309. 
Heer G^t van Lo, here tot Herier, scrijft den abt, den 
prior ende coster van Campe, dat sy den greve van Gelre 
overseinden alsolike brieve, als sy by hom hadden, sprekende 
op die toUe van Zulichum ende van Driell ende op dorp 
van •) Maudyc. 

') In A staat : Ad adiectam, Ia B en n*. 23 : Ad actom adiectvm. 

') A, B en n*. 22 hebben: ab eis. *) In A, B en n*. 22 slaat : bonvn. 

*) A, B en n^ 22 hebben: eomm. *) A haalt: lot 



^57 

Religiosis viris in Christo sibi dilectis, domino abbati, 
priori et custodi Campensibus, aut alten eorum Gerardus 
de Lo, dominus de Herier, miles, cum plenttudine omnis 
boni salutem. 

Vestram dUectionem rogamas effectuose requirentes, qua- 
tenus omnes et singulas literas patentes, sigillatas sigillis 
principum et dominorum quorumcumque, quas penes vos 
habetis et invenire potueritis, ex parte nostra et parentum seu 
predeceasorum nostrorum super thdoneis in Zulidiem et 
Driel ac iurisdictione ville de Moudyck dilecto domino nostro, 
domino Reynaldo, comiti Gelrensi, per presentem suum nun- 
cium indilate transsmittatis, quia omnia et singula, que habui- 
mus in eisdem theloneis et ville ') de Moudycke, ipri domino 
nostro comiti de libero consensu et voluntate spontanea nostre 
dilecte uxoris legitime et heredum nostrorum quorumcumque 
rite vendidimus et eisdem ad usus dicti domini nostri comïtis 
et suorum heredum renunciavimus omnia *) et renunciamus 
presencium testimonio literarum nostrarum nostro sigillo^). 

Datum Sabbato in crastino DecoUacionis beati Johannis 
Baptiste, anno Domini M*CCO* nono *). 



I JuU 1334. 
Dat die hofif tot Verlehorst myt sijnre toebehoat van 
Grelre te leene rurede, etc. 

Wy Reynalt, greve van Gelre ende van Zutphen, doen 
kont allen luden ende tugen myt desen brieve, dat in dier 
tijd die lange leeden is, voer onss ende voer •) onsse manne, 
die hiemae bescreven staen, quam •) Pelgerim van Putten ende 

') Vendirijving voor: villa, ■) Waarsdiljolijk verschrijving voor : omnino. 

') Hier is waarschijnl^k het woord munitarum vergeten. 

*) A heeft: dusent driehondert ende negen. 

*) A, B en n^ 32 hebben dit woord nkt. 

*) V n n n n ' maooe comed sijn, die hiemae bescreven sijn. 

17 



^58 

droch onss op myt synen vrien wille denhofftot Verlèhorst 
myt allen dien goeden alinc ')» also als hy ene van onss heilt, 
in behoff ende tot medegaven Mechtelden, sijns wyttelike 
wijfife, oerre vaderlike erve te bliven. 

Ende om beden wille des voerrgenomden Pelgrims soe 
dede wy dat voerrseyde goit myt handen ende myt monde 
Mechtelde voerrs., tot oeren medegaven eweliken te bliven, 
als voers. is, tot leen tot Zutphensdien rechten, als myt 
enen ponde te Terhergeweden, als dat ordeell ende recht 
onsser mannen, die hiemae bescreven staen« wijsden dat dyt 
voerrseyde goit Mechtelde *) vast ende stede gemact weer. 
P^ol. 78^. Hier waren over op die tijt onsse manne, als her Dederickt 
here van Mors, her Wouter, here van Keppell, her Willem 
Borre van Dornick % her Ott van Haelt, her Vrerick *) 
van der Eze ') ende andere onsse manne. 

Ende want Mechtelde voerrs. hieraff enghene •) brieve van 
onss en heeft ende ons alle déser voerrs. punten wael ge- 
dencket ende ghehoget ende onsse manne voerss., die van 
onssen voerrs. mannen noch leven, alle (dese vorghenoemde 
vorwarden aen ons mede gebracht hebben) '') by oren ede, 
soe hebben wy om beden wille Mechtelds voerrg. desen 
briefiF nu ter tijt myt onssen zegel besegelt tenen oerconden. 

Gegeven ten Rosendale, des Vridages nae sancte Peters •) 
ende Pauwels dach, int jaerr onss Heren M°CCC* ende 

xxxmr. 



') A heeft : allins, B : allens. 
*) In A, B en n*. 33 staat : Machalden. 
•) In n*. 33 staat: here Willem Vorne, here van Domich. 
*) „ y, „ : Derick. •) A, B en n*. 32 hebben : van Heze. 
') In A en B staat : ouge. 

^) De woorden tusscfaen haakjes ontbreken in A en B. 
*) Dit woord ontbreekt in de handschriften. A heeft : ende Pauwels. B alleen : 
Pauwels. 



^59 

22 Juni 1343. 
Woe dat Wauter van Berchem ende Mechtelt, sijn wijfF, 
hertoge Reynald van Gelre ende synen erven vercoft ende 
opgedragen hebben dat goit tot Verlehorst voers.» etc. 

Allen dengenen, die desen brieff sullen sien off horen 
lesen, wy Wauter van Berchem *) ende Mechtelt, sijn 
wyttelike wijff, doen te weeten ende bekennen mit dese 
brieve, dat wy Wauter ende Mechtelt myt hom als 
onss wyttelike mombair, verkoft hebben den brieff, daerr 
dese onssen brieff doerrgesteken is, ende alle goit, dat 
daerrinne bescreven steet, m)rt onssen vrien wille eendrech- 
teliken onss heren Reynalt, hertoge van Gelre, greve van 
Zutphen, ende synen erffgenamen. Ende hebben hom dat 
goit opgedragen voerr synen manne heimae bescreven 
ende des goets vertegen, als dat oerdell der manne wijsde ■) 
dat wy aen den goeden gheen recht en belüelden •), ende 
dat hom ende synen erffgenamen vast ende stede weer. 
Ende geloven hom ende synen erffgenamen voer onss ende 
onsse erffgenamen dat voerrg. goet te weren *) ten rechten. 

In oerkonden des zo hebben wy desen brieff besegelt 
myt onssen zegelL Gegeven ende gescheit tot Nymegen 
opten borcht in tiegenwerdigheit sijnre mannen, als heren 
Dirck van Apelteren, ridder, ende Wauter van Domic 
ende ander veile birver *) luyden daerrtoe te getuge •) 
gheéyst ^ ende genomen. 

Int jaer ons Heren M'^CCC^XLIIP, des Sonnendages nae 
sunte Vijts dach. 

') In A en B staat: Brechem. *) In A, B en n*. 22 staat: bewijsden. 

') In A, B en n*. 22 staat: behauden. 
/UT»»»» 1» »» • weeten, 
*) binrer = welwillende. Ontbreekt in n*. 22. 
*) A, B en n*. 22 hebben : daerrtoe getugede. 
*)»»»•. T> 1» ! getdiejrt. 



26o 

5 Augustus 1265. 
Woe dat heer RolofiF die Cock, ridder, gewysselt heeft 
myt greeff Otten van Crehre ende alle sijn goede tussen 
Beesd ende Leerdamme ende tussen de Lecken ende der 
Lingen etc., om ander goeden, die in den brieff genoempt 
sqn, etc. 

Univer^ pretentes literas visuris Rodolphus miles dictus 
Coch salutem et cogfnoscere veritatem. 
Fol. 79. Ad noticiam presencium et futurorum volo pervenire, 
quod ego de voluntate mea et consensu heredum meorum 
et amicorum cum illustri *) viro Ottone, comité Gelrie, super 
concambio bonorum talem inivi convencionem, videlicet, 
quod omnia bona mea inter Beesd et Lerdammis et inter 
Leccam et inter Legenam iacencia, videlicet in ageris, cultis 
et incultis, pascuys, pratis, decumis, pyscatione, insulis ') ac 
aliis quocumque modo sitis, cum iudicio superiori et inferiori, 
dicto comiti et sub heredibus contuli hereditarie et pacifice 
optinenda et possidenda. Vice versa dictus comes tres curtes 
suas, videlicet Heym % Nederynen et *) Opynen, cum omnibus 
attinencüs eorundem trium curtium % videlicet ageris, insulis, 
pratis, decimis ac aliis in aquis sive terris quibuscumque 
modis sitis, et cum omni iure, prout hucusque tenuit et 
possedit, alto iudicio ibidem et curte de Meteren cum suis 
attinenoMS sibi et heredibus suis permancntibus, que curtis 
nullam communitatem pascuorum in pascuis et *) Heyren 
(^nebit communitas vero pascuorum ^), contulit pacifice et 
quiete ab ipso et heredibus suis attinendas et possidendas 

*) A heeft : tHostro. ') In A en B staat : insul. 

') In A en B staat hier het woord : ende ; B heeft : Hederynen. 

*) « 1» « » » ! «nde- 

*) B heeft hier: edam contnlit i. p, v. triom curttom, door een latere hand 
veranderd. 

') Waarschijnlijk verschrijving voor : m. 

*) Klaarblijkelijk zijn hier eenige woorden uitgevallen. 



26l 

titulo feodali. Preterea concessit mihi predictus comes, ut ex 
predictis tribus curtibus tanta bona dictus, a quibus bona 
predicta et possedi, dare possum assignari, quanta tenui 
ab eisdem, residuum vero bonorum cum heredibus meis a 
dicto comité et suis heredibus titulo feodali ad ius ZntjphsL- 
niense tenebo et possidebo, et predictas tres curtes a predicto 
comité et suis heredibus integraliter et feodali optinebo, 
quousque per predictum comitem et per me per expensas 
ipsius comitis procuretur ad dominos, quibus assignata quanta 
ab eisdem tenui et possedL 

Promisi insuper ego et heredes mei dicto comiti et here- 
dibus suis procurare et precavere sine expensis meis ad 
dominos, (a) quibus dicta bona tenui et possedi, quod dicta 
bona vacare non ') nee esse absoluta, et predictus comes 
sive heredes sui herwagium, si quod de dictis solvi vel dan 
contigerit, persolvet, et dicta bona non vacabunt, quousque 
dictum concambium plenarie fuerit terminatum. 

Ego vero et mei heredes, cuicumque comes voluerit sive 
sui heredes, dicta bona sine herwagio aliquo ccHicedam, et 
si unus obierit, qui dicta bona tenuerit, alii cuicumque comes 
voluerit, dicta bona sine herwagio concederit 

Item dictum est, quod a qualibet curte de tribus curtibus 
prenominatis unum ') hominem, quemcumque voluero, ponere 
possum et locare, hominibus vero comiti corpore attinentibus 
exclusis, et dicti homines in ") dictis curtibus manentes a 
precaria et servicio ipsius comitis et suorum iudicum liberi 
erunt et absoluti, pro aliis vero ipsius comitis seu expedidone 
publica exceptis. 

Promitto insuper predicto comiti et suis heredibus, quod 
omnem inpeticionem debitam, quam idem comes vel sui 



') Hier djn vennoedelijk eenige woorden nhgerallen. 
^) In A staat dit woord tweemaal. 
') In A en B staat : et. 



262 

heredes occasione dictorum bonorum incurrere poterunt, 
ubi de iure teneo et debeo, deponam. ld ipsum predictus 
comes sive heredes sui mihi et meis heredibus facere debent 
et promiserunt 

Insuper annuit mihi idem comes, ut super montem de 
Hyeremunidonem ligneam de trescentis libris Lovaniensibus '), 
quam ab ipso comité et suis heredibus ego et mei heredes 
tenebimus titulo feodali, construere potero (et) edificare, ita 
tamen, quod, si ego vel heredes mei, quod Deus avertat, 
homicidium aliquod perpetrarem, de hoc, nisi ego vel 
heredes mei ad dictam municionem confugerem, per 
incendium dicta municionis ab dicto comité vel haredibus 
(eius) non debet judicari. Homines vero in terra comitis 
extra pacem missos aut alios malefactores super dicta 
municione non debeo retinere. Quod si hoc facerem, illos 
predictus comes super dicta municione poterit accipere *) 
sine aliqua contradictione et de ipsis, prout ius requirit, 
iudicare. Ego vero cum pueris meis omnibus bonis predictis, 
ipsi comiti ante assignatis, renunciavi effestucando. Hoc 
autem omnia premissa arata et firma a meis heredibus et 
a me invio(la)biliter observentur, presentes literas, una cum 
sigillis meorum consangwineorum Ghijsberti de Tulen, 
Johannis dicti Koch et Udonis de Havech, militum, duxi 
sigillandas. Datum et actum apud Novimagium, anno Domini 
M*<3C** sexagesimo quinto '), feria quarta post Petri ad 
Vincula*). 



') In A, B en n*. 22 staat: Lovaniorum. 

') Vendiryving voor: ampère. 

') In n*. 22 ftaat: quarto. 

*) De spelling en tekst van dezen brief zijn hopeloos bedorven. 



203 

i8 September 1394. * 

Quitancie van Hermans van Mekeren Goederssoen, in- 
haldende dat hom hertoge Willem betaelt heeft v* alde 
schilde van dusent schilden daerrvoerr, dat hy geset was 
in den renten ') van Apelteren, tot Maesboemel ende in der 
moeien tot Wamel *), etc. 

lek Hermen van Mekeren Gerards zoen doe kont allen > 
luyden myt desen openen brieve ende bekenne, dat my 
mijn lieve genedige here» die hertoge van Gelre ende van 
Gulich ende greve van Zuthen, waeil betaelt heeft vijiF- 
hondert aude schilde in afiFsclage van dusent aude schilde, 
daerr my mijn lieve genedige here voerrs. myt sinen segell 
ende •) in sijn reynten thoe Apelteren, toe Maesboemell 
ende in der moeien toe Wamell geseet heeft, ende schelde 
mynen lieven, genedigen here van G^lre voerrs. aleyntich *) 
quijt van den vijfhondert alden schilden, die my mijn lieve, 
genedige here voerrs. gegeven heeft, in afisclage van den 
dusent schilden voerrs., nae inhalt mijns brieff, die my mijn 
genedige here daerrop gegeven heeft. In oarkunde des zo 
hebbe ie mynen zegell van mijnre rechter wetentheit *) 
aen desen brieff gehangen, ende aen die meerre getuche- 
nisse der waerrheit heb ie gebeden Willem van Hoesden, 
Amt Rjck ende Ot Pijck, heren Hermans zoen, dat sy 
horen zegell myt my ain desen brieff hebben gehangen, 
dat wy Willem, Amt ende Otto voerrg., om bede wille •) 
Hermans voerrg. gedaen hebben om die meerre waerheyt 
ende getuchenisse der saken voerrs. Datum int jaerr onss 
Heren M^CCO* ende XCIIIP, des Vridages post Exalta- 
tionis sancte Crucis. 



') In A en B staat: raten. *) In A en B staat: MaemeL 
') Dit wo(vd is overbodig. *) B heeft: als eyntich. 

*) In A staat vermoedelijk : verticfaeit 
*) In A staat hierachter nog eens het woord: om. 



264 

25 September 1395. 
Noch van den zaken voerrg. etc. 

lek Hermen van Mekeren Gaderts ^) zoen doen kont allen 
luyden myt desen •) openen brieffve ende bekennen, dat ick 
Gadert van Mekeren, mynen neve, verkoft hebben vifitich 
alde schilde tsjaerrs, ende Herman van Mekeren (Uden 
zoen) •), mynen neve, vijftich alde schild tsjaerrs, wellike 
Fol. 80. hondert alde schilde ick jaerrlix te boeren plach uuyt *) den 
goede tot Maesboemel, toe Alphen •) ende uu3rt der moeien 
zoe Wamel, die mijn genedige here, die hertoge van Gelre 
ende van Gulich ende greve van Zutphen, my VCTsaet ende 
behrieft •) heeft, alsoe dat dese hondert alde schilde voerrg., 
als (vijftich) ^ Goedert van Mekeren ende (vijftich) Herman 
vairg., hoir •) sijn. Ende kenne myt desen openen brieve, dat 
ick noch mijn erffgenamen ende naecomelinge daerraen geen 
recht noch toeseggen en behalden, alle argelyst uuytgeseet In 
oerkunden der waerheit hebbe ie mynen zegell van mijnre 
rechter wetentheit •) aen desen brieff gehangen, ende om die 
meerre getuchenisse der waerrheit (soe) heb ie gebeden Willem 
van Hoesden, Amt Pyee ende Otten Pyee, heren Hermans 
soen, dat sy horen zegel mede aen desen brielF hebben 
gehangen *^, dat wy Willem, Amt ende Otto voerrg., om 
beden wille Hermens voerrg., gedaen hebben om die * *) merre 
getuchenisse der saken voerrgenompt. Datum anno Domini 
M*<:CC*XCV°, des Saterdages post Matthei apostoli et 
ewangelyste. 



') A, B en n^ 23 hebben : Gerarts. *) In A, B en n^ 22 staat : die syne. 
•) Orergenomen uit den oonpr. brief. *) „ „ „ ^ „ „ : roer. 
*) A, B en n*. 22 hebben : Apelteren. *) A, B en n*. 22 hebben : begifticht 
*) Het tosschen haakjes geplaatste b uit den oorspr. brief aangevuld. 
*) A, B en n^ 22 hebben : heir, hier. *) A heeft : Terthiheit. 
'•)««„ „ « : »«Uen hangen ende. 

")»".« n : öer. 



205 

lo October 1329. 
Woe dat Wynrkh van Wesenthorst ter erfipacht genomen 
heeft van greve Reynald van Gelre sijn moeien tot Gende- 
rinchem omme xxii marck alder Brabanscher scilde jaerrUx 
op sunte Martijns ') dach te betalen. 

lek Wynrich van Wesenhorst doe kont allen luyden, dat 
ick in erffeliker pacht genomen hebbe van enen hogen, 
edelen here, den greve van Gelre, mynen lieven here, sijn 
moeien tot Genderichem m)rt allen horen recht, als sy ge- 
legen is ende als sy hom toebehort, van my ende mynen 
naecomelingen ewelyc te hebben ende te besitten, om xxii 
merck auder Brabanscher, enen goden *) groten coninx Tor- 
noysschen voerr veir pennige gerekent, off gelijc payment 
daerrvoerr, dat also goyt is, jaerrlix op sunte Merthijns dach 
in den winter to vergelden ende te betalen, dat is te weten 
van nu sunte Merthijns dach over twe jaer, in den jaerr Vcin 
eynnendartighen, den irsten pacht te betalen ende voerrt 
erffeliken alle jaerr op denselven dach, in alsoliker manieren 
ende voerrwerden. Weer •) dat dese voerrg. moeien van 
mijns heren wegen *) tsgreven van Gelre off synen naco- 
melingen verbemt *) off vemyelt worde, soe sal •) ick off 
myne erffgenamen dese voerrs. moeien weder tymmeren 
ende doin maken, also dat mijn here die greve noch sijn 
naecomelingen (enghenen hynder nocht schade aen horen 
pacht hebben ende dien cost, dien ie off mijn erffgenamen 
uytleggen te tymmeren, dien sal ie off mijn erffgenamen 
8o^. hoem off sinen nacomelingen aen den voerrs.) ^ pacht corten 
ende af&claen jaerlix ter gfueder rekeningen. Wurt oec ^ dese 



') B hedt : Mathijs. ') A, B en n^ 22 hebben : ende gauden. 
') Orergenomen uit den oorspr. brief. 
') A, B en n*. 22 hebben : mijns genedigen heren tsgrereo. 
*) In n*. 22 staat: Tervremd. *) A heeft: tolde. 

^) De woorden tusschen haakjes ontbreken in de drie registers en s^n nit 
den oorspr. brief overgenomen. *) A, B en n*. 22 hebben : Voert off. 



266 

moeien van mijnre wegen off mijnre erffgenamen wegen 
vert)amt off vernielt '), daerrom en soud *) hy off sijn nacome- 
lingen horen pacht jaerrlix niet derven. Ende hadden hy off sijn 
naecomelingen enigen scade off gebreck jaerrlix aen desen 
voers. pacht, soe sullen sy ende mogen dien pacht ende den 
scade tot allre tijt vcrvaen ^ ende verhalen aen roynen hoff tot 
Verseler ende aen mynen goeden tot Elze. Voert soe is ge- 
voerrwaert, dat mijn here die greve ende sijn naecomelingen 
voerrs. my ende mynen erffgenamen waren sullen den water- 
ganck van der voerrs. moeien, alsoe vere als hi toebehoirt hoen 
ende recht is, dat dat water nyemant ontlaeten ^) en sal, ende 
die dijeken, die van auts gelegen hebben ^ ende noch liggen, 
bescirmen ^, dat se nyemant uuytsteken *) en sal, daer 
ick off mijn naecomelingen scaede by nemen moegen, ende 
dat in den korspell van Ghenderinchem voerrtmeer nyemant 
geen moeien zetten noch timmeren en sall, dan daer nu 
sijn, ende dat nyemant, die in den korspell van Ghenderin- 
chem geseten is, buten malen sall, hy en *) macht bi den recht 
doen, behaudende '^ enen yegeliken sijns gods rechts. Vort 
want ick unde mijn audere van mynen here den greve van 
Gelre voerrs. ende van synen anderen van seven ponden ") 
cleynre pennigen tsjaerrs verleent waren uytter tollen van 
Loeybede ten rechten '*) manieën, des ick brive had eens 
hogens, edelens heren, hern Reynalds, wilneer ") greve 
van Gelre, daerr God die ziell aff hebben moet, mijns 



') Hier hebben A, B ea n*. 32: vernyelt word. 

') A, B en n*. Si hebben : sall. ') In A, B en n*. 22 itaat : voenran. 

*) n n n n n '- vï' *) A, B en n*. 22 hebben : laten. 

*) n n n n n ' SQD- O ^ heeft: bescaumen; B: bescamen. 

*) A en B hebben :uuyt off doersteken. *) Dit woord ontbreekt in A,Benn*. 22. 
'*) In de registers staat: behauden en behandelic *^) A heeft: pontem. 

**) A heeft : ten rechten mombair ende rediten manieën ; BJ hetzelfde, be- 
halve het tweede rechten. 
") Dit woord ontbreekt inde drie registers, overgenomen uit den oorspr. brief. 



267 

heren sgreven vader*) voerrg., ende m)men heren over- 
gegeven hebben, soe sall ick ende mijn erfiFgfenamen dege 
voerrs. seven pont behauden ende boeren *) jaerlix van 
dèsen tueentuintich ^) marcken voerrg. in rechten manieën, 
van mynen here den greve van Greh^ voerrs. ende synen 
nacomelingen (te hebben ende te besitten, ende van den 
anderen hom ende synen nacomelingen) *) te betalen tot 
dien dage als voerrs., sonder argelist. In oerkonden des 
briefib besegelt myt mynen zegell. Gegeven int jaerr ons 
Heren M*<:CC* ende XXVIIII^ % op sunte Victors dach. 



3 November 1390. 
Woe dat Gerit van den Corthenhoren (geheiten) •) Calthofif ^ 
ende synen zoene érflfelyc vercoft hebben hertoge Willem 
dat huys ende scloet tot Wesenhorst myt synen toebehoren, 
dat leen is here Ffirederick, heren van den Berge ende van 
Bilant, ende ander gueden in den brieve genoempt, etc. 

Wy Gerit van den Corthenhoren geheiten CalthoflF ende 
Gerit ende Jan, (sine) •) soene, doin kont allen luyden myt desen 
openen brieve ende bekenne, dat wy omme ene somme 
van gelde, die ons wael (betaelt) •) ende in onssen orber 
81. komen is, hebben recht ende redelych') vercoft ende opge- 
dragen den hogeboeren •) vorrsten, onssen genedigen heren, 
heren Willem (van Gulich) •), hertoge van Gelre ende greve 



') In A, B en n*. 22 staat : vanden den. *) In A en B staat : boederen. 

*) A heeft : thentich ; B : twintich. 

*) De woorden tusschen haakjes ontbreken in de drie registers en djn over- 
genomen nit den oorq)r. brief. 

») In n\ 23 staat: MCCCXCVm. Het moet lijn MCCCXXVini. 

*) Ontleend aan den oorspr. brief. 

*) De registers en Nijhoff (Gedenkw. m, n*. 161) hebben: Calchoff. De 
oor^. brief heeft echter duidelijk een t. 

*) A en B hebben : redelydieit* *) A, B en n*. 22 hebben : bogen, edelen. 



268 

van Zutphen, endc synen erven ende nacomelingen (alle) 
allsolike goit ende erffenisse als heimae bescreven steet, 
myt allen horen toebehoeren ende hebben daerr nae op ver- 
tegen myt halme ^) ende myt monden, alsoe dat wy ende 
onsfle erven daerr gheen recht meer an *) en behauden. 

Ende hebben hoim geloft desselven goits ende erffenisse 
m3rt allen horen toebehoren te waren jaerr ende dadi, als 
erffcoeps recht is, ende allen voerrcommer aff te doin, voerr 
allen dengenen, die des ten rechten •) comen willen. In den 
irsten is te weten dat huys ende scloeyt tot Wesenhorst 
myt synen toebehoren, dat een leen is van joncheren *) 
Ffrederich van den Berge ende van Bilant; item dat 
goit geheiten Praestinck •), myt synen toebehoren, alsoe 
wy dat te drien handen hebbe heirtoe gehauden van den 
heren der kercken van Xancten •) ende aen ^) hoen jaerrlix 
verthinsset myt twelf alden groyten *) ; item dat goit tot Else 
myt synen toebehoren voerr ein eygen goit, uuytgenomen 
die horige •) luyde, die daerrop plegen te wonnen; item alle 
goede ende erffenisse, die wy liggende hadden in den korspell 
van Genderingen, dats te weeten: Orle ende den sclach 
in den Oesterbroek; item den sclach, die daerrbi leget in 
denselven broeke, als wy den van den pape van Gende- 
ringen gekregen hebben ; item Goeitberaets mate, Rabeden 
mate, die Cruysmate, die Thoemate; inde *®) hofifetede, die 
by des Pipers huys leget; Olyviers hofiEstede myt horen 
tobehoren, zoe die Olyvier plach te hebben; item Claes 
stuck, zoe hy dat plach te hebben; item Yssencamp; item 



^) A, B en n*. 22 hebben : handen. *) A, B en n^ 22 hebben : nae. 

^) n 1, n f* ^ * beghercn off comen. ^) In de registers staat : pathen. 

*) In A, B en n*. 22 staat: Paeratinck. 
*) A, B en n*. 22 hebben : den greve van Benthem. 

') w T» « 1» n ' ^^w>' •) A, B en n*. 22 hebben: ii'/» giroten. 

*) n V r> V n i hoechtige. 
'*) De oorspr. brief heeft : Iden. Bedoeld is : Item den. 



269 

een stuck landes daerrbi gelegen over die straet '), ge- 
heiten die Gheer; item dat lant, gdegen opter Meelt; item 
den hoS, dair Schuerken *) op plach te wonnen, m)rt syne 
toebehoren, alle argelyst uuytgesceyden. In oerconden alle 
deser dingen voerrs. hebben wy Gerit •) van den Corten- 
horen *) geheiten Callthoff ende Gerit ende Jan, syne soene 
voerrs.» onsse zegell (by) onsser rechter wetenbeit ende myt 
onssen vrien wille ain desen brieff gehangen. Gregeven int 
jaerr onss Heren M**CCC° ende tnegenthich •), des Donredages 
nae Alreheiligen dach. 



12 October 139 1. 
Woe dat Wesenhorst voerrs. versaet is ende weder te 
lossen steet onssen hertochscape van Gelre, etcetera. 

lek Johan van den Corthenhoren geheiten CalthoiF*) doe 
kont allen luyden myt desen openen brieve ende bekennen, 
want die hogeboren vorst, myne genedige here, die hertoge 
van Gelre ende van Gulich ende greve van Zutphen, zijn 
huys tot Wesenhorst myt lande, weyde, holt, bosch, broek, 
in hogen ende in ^ legen, in diepen ende in drogen, myt alre 
sclache not ende m}rt allen syne tobehoren, gelijc als myne 
vader mynen genedigen here voerrs. dat vercofft *) had, 
niet daerrin uu3rtgescheiden, myt •) tot eenen onderpande gesat 



') A, B en n^ 22 hebben: gelegen geheiten. 

*) In A en B staat: Sdken, n\ 22 heeft: Stiken. 

•) In A staan de twee batste woorden tweemaal. 

*) A ,en B hebben : Cortendoren. 

») In n\ 22 staat : MCCCXC. •) A heeft : CalüchoflF. 

*) A, B en n^ 23 hebben: hogen pplegen met een afkortingsteeken boven 
de eerste p. Deze brief is niet in originali aanwezig. Wij hebbeo op eigen 
gezag geschreven : ende in legen. 

*) In n*. 22 staat: gesekert. 

*) Dit is niet duidelijk. Misschien is hier iets uitgevallen of is het verschrij- 
ving voor: my. 



270 

heeft, ab dat ick ende mijn erven dat voirg. huys myt alle 
syne toebehoren tot onssen orbaer hebben ende gebruken 
sullen nae inhauden des brieffs, die my myne genedige 
here voerrg. daerrop gegeven heeft, voerr vijffhondert auder 
schilde ende tweintich, monte des keyssers van Romen off 
des coninx van Vrancryke, die ick hom aen gereden gelde 
geleent hebbe, ende voerr eenhondert auder sdulde derselver 
monten voerrs., die ick in den voerrg. huysse vertimmeren 
zaU tot wytteliker ende besitteliker bewysinge» dat is te 
samen seshondert alde schilde ende tweintich; zoe bekenne 
ick, zoe wanneer mijn genedige here voerrg. dat huys noch 
te leveren ende my ende mynen erven die voerrg. ses- 
hondert alder schilden ende twintich off goyt payement 
daervoerr van dien werden, zijn zall zijn, irêt dat te betalen 
ain helt off ter broek in enen van desen twen steden, daerr 
Johan voerrg. off syne erve kyesen sullen *), dat ick alsden 
sonder vertrecken mjmen genedigen heren voerrg. off 
synen nacomelingen off dengennen, die wy willen, dat voerrg. 
huys tot Wesenhorst leveren sall, km ende vry, ten weer 
dat ick daerr enigerhand goit, Imve off huysraeyt op ge- 
nomen off gebracht hadde: die mocht ick off mijn erven 
offvueren. Ende ick off mijn erven en sullen onsgen gene- 
digen here voerrg. off synen nakomelingen noch synen 
lande off luyden ende andessen (?) van den voerrg. huysse 
genen hinder off scaide doin en sullen ■) off van nyemant 
laten geschien in eniger wijs. Ende alle dese punte hebbe 
ick, Johan voerrg., gelike die op my gescreven staen, 
ghesvret •) ende geloeft in goeder trauwen voerr my ende mijn 
erven vast, stede ende onverbreckelyc *) te hauden, sonder 
argelyst. In oerkonden der waerrheit soe hebb ie Johan 



') Deze Ito is zeer bedorven. 

') Deze woorden zijn natnurlijk overbodig. 

') VendirijviBg voor: gesekert 

*) In A en B staat : omzekelyc en onzekelic 



271 

voerrs. mynen zegdl van mijnde rechter wetentheit aen 
desen brieff gehangen. Gegeven int jaerr ons Heren 
M^CCCXCP, des Donredages post Victoris. 



i8 November 13 13. 
Woe dat onsse heersscap van Gelre lossen moeget myt 
dusent ponden van dien van Vyanen die dorpe van 
Lexmonde ende Odeck myt alle horen rechten ende tobe- 
horen, etc. 

Universis ') presentes literas visuris nos Hubertus de 
Vyanen, miles, notum esse cupimus quod, ^cum spectabilis 
vir, dominus Reynaldus, comes Gelrensis, dominns noster 
dilectus, villas suas Laxmonde et Odeck cum omni iure et 
pertinenciis earundem % prout sibi ^ attinere noscuntur, pro 
mille libris parvorum denariorum, grosso Turonensi pro 
sedecim denarüs computato *), nobis ^) nomine pignoris obli- 
gavit, prout in literis ipsius don^ini nostri ^ comitis continetur, 
recogrnoscimus per presentes pro nobis et nostris successoribus, 
quod quovis anno in festo beati '') Petri in cdthedra, quando dicto 
domino nostro comiti ^) vel suis successoribus placuerit, dictas 
villas seu bona predicta cum fructibus, redditibus et omni 
iure et pertinenciis eorundem •), utpote ad ipsos spectare nos- 
cuntur» pro mille libris dicte monete (sine aliqua contradictione 
redimere poterunt et quitare. Postquam vero ville predicte 
seu bona predicta sic redempta fuerint et quitata, ipsa cum 

') A, B en n^. 22 hebben : universis et singulis. 

') » « « H « : eorundem. 

■) Dit woord is overgenomen uit den oorspr. brief. 

^ A, B en n*. 22 hebben: oompntatis. 

*) In A en n*. 22 staat : nobiU, in B : nobilis. 

') Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 22. 

')»„ ff n r, n n n *) A. heeft: comite. 

*) A, B en n*. 22 hebben : eorum. 



omni iure, fructibus, redditibus et pertinenciis eorum) *) ad 
dktum dominum nostrum comitem et suos successc^es sine 
aliqua contradictione *) libere revertentur. In cuius rei testi- 
monium et firmitatem sigillum nostrum presentibus duximus 
appendendum. Datum anno Domini MCCC tredecimo •), 
Dominica in octava beati Martini hyemalis. 



25 Mei 1388. 

Eyn richter- ende schepenbriefF van Lakervelt, tugende dat 

Ghijsbert, here van Vianen ende van den Groy, overgaflF 

tot hertoch Willems behofiF enen vrien eygedom van eynre 

hoflfstede, gelegen op Lakervelt, myt */« hove landes, etc. 

Wy Goesswijn van Creyenhoven, richter, Godevert van 
Voem % Roloff RolofiEK)en ende Andries Janas., soepen in 
den gerichte van Lakervelt, oerkonden ende kennen, dat 
voerr onss quam Ghijsbrecht, here van Vianen ende van 
den Goye, ende gafiF over Zweder van Voeme •) tot behoff 
Willems, hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, onss 
liefiF, geduchtigen •) heren, enen vrien eigendom myt allen 
den rechten, als scepen kenden ^ dat recht was, van enre 
hofBitede, die gelegen is op Lakervelt ende gèheiten is 
Johans ho£&tede van Lakervelt, myt enre halver hoven lands, 
daerr die voerrg. hoffitede in ®) gelegen is, van den dijck 
in gemeten afFterweert ter Kawert an *), daerr ain die 
een syde naest gelegen is een hove lands, die gèheiten ^^ is 



') De woorden tusschen 


bamkjet zijn nit den oorspr. brief genomen. 


») A, B en 


n\ 22 


hebben: condicione. 


) T» 1» T» 


*• 


ft 


: ende XXX. 


/ 1» 1» »♦ 


n 


tt 


: Viren. •) A heeft : Wocrne. 


) n n t* 


n 


n 


: genedigen. 


) V V ** 


t» 


ft 


: kennen. •) DU woord ontbreekt in A en B. 


) 7» 1» »» 


V 


n 


slechts: die Kaelvert 


/ u n *t 


» 


„ 


: gelegen. 



die Mcdenhove tot Merkert wart, ende ain die ander side 
naest gelant >) is Gerit van Avont myt lande, dat hy 
handende is van den here van Vyanen ende van den Goy 
voerrg. tot Lexmonde wart, behaudelyc den lande, dat daerr 
voert a£Bter an •) leget ter ka toe, daerrdo^r vorwaers 
u)rt te wegen op den dijck •). Ende vertech daer *) vort op 
myt allen dien rediten, als schepen wijsden ^ dat recht was, 
sonder alrehande archeit *). In kennissen der wa^rheit 
soe hebben wy scout ende scepen desen brieff c^n be- 
segelt myt onssen zegelen. Gregeven int jaerr ons Heren 
M**CCO*LXXXVIII^ op sunte Urbans dach (comende opteü 
v^ff ende twyntichsten dach) ^ in Meye. 



12 Mei 1388. 
Dat die here van Vyanen tot behoff hertoch WiUems 
voerrs. overgaff eynnen vrien eygendoim van den huysse 
tot Blomendale ende x mergen landes, dat daerrop steet") 
mytter hofiBstaet, gelegen tot Lexmonde, etc. 

Fol. 82V, Wy Johan van Bolgrie^ richter, Egbert Janss., Jan Jacobss. 
ende Willem Sabell, scepen in den gerichte van Lexmonde, 
oerkonde ende kennen, dat voerr ons quam Ghijsbert van 
Vyanen ende van den Goye ende gaflf over Zweder van 
Voerne •) tot behoeff Willem, hertoch *•) van Gelre ende 



') A, B en n^ 22 hebben : naeste lant. 
*) Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 33. 
*) A, B en n*. 33 hebben : verwaert voert uytten wegen. 
*) Dit woord ontbredct in A, B en n*. 33. 
*) A, B en n*. 33 hebben : wyitn. 
•) n * « n , : etnigerhaade argelitt. 

^ De woorden tnstchen haakjes zijn ontleend aan den oorspr. brief. A, B 
en n*. 33 hebben: Urbans dach romeye en ronie3rne. 

*) Lees : daerr dat op steet *y In B staat: Bome, en in n*. 33: Boere. 
'*) In A staat dit woord in margine. 

18 



greve van Zutphen, onss lieffis, genedigen heren, enen viien 
eygendom m}rt allen dien rechten, als scepenen kenden dat 
recht was, van den huysse tot Blooiendaell enden van tfaien 
mergen landes daerrt op staet, mitter hoffistaet, zoe sy ge- 
legen sijn tot Lexmonde in die Lake, in des heren gericht 
van Lexmonde, myt tween mergen landes, naest gelant ain ^) 
die ander syden ter Lecken waurt. Ende vateech daerr voerrt 
op myt allen rechten, als scepenen wijssen sullen dat recht 
is, sonder argel3rst 

In kennisse der waerrheit zo hebben wy scout ende 
pcepenen voerrg. desen brieff open besegelt rtiyt onssen zegelL 

Gegeven int jaerr onss Heren M^'CCO'LXXXVin^ op 
sunte Sebastiacns dach, comende opten twelle&ten dach in 
Mey, etc. •). , 

25 Mei 1388. 
Dat die here van Vyanen tot behoff hertoch Willems voerrg. 
overgaff eyn eygendom van den huysse tot AUensteinne •) 
m}rt sijnre hoffistat, timmeringen ende alle tobehoringen, etc. 

Wy Johan van *) Bolgrie, richter, Egbert Janss., Johan Jacobss 
ende Willem Sabell, scepene in den gerichte van Lexmonde, 
oerkonden ende kennen, dat voerr ons^ quam Ghijsbert, 
here van Vyanen ende van den Goye, ende gaiF over Zweder 
van Voeme *) tot behoeff Willemss, hertoge •) van Grelre 
ende greve van Zutphen, onss lieflF, gheduchten ^ heren, einen 
vrien eygedom myt allen dien rechten, aLs scepene kenden •) 



*) Hier zijn waanchijnlijk eenige woorden uitgeyaUeti. 

*) B eindigt met: dach. ') In B en n*. 22 staat: Kyelentsdiesae. 

*) Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 33. B heeft bovendi^ : Volgrie. 

*) A, B en n*. 33 hebben : Baeren. 

*) n n n n j, i hertoge W., here. 

') • » w 1» » ï genedigeo. 

•) ï, ». » V n ' wijlden. 



in 

dat recht was, van den huysse tot Kyllenstesme *), myt 
syne hof&tat» timmeringe ende myt alle sijnre tobehoringe, 
zoet gelegen is tot Lexmonde, in *) des heren gericht 
van Vyanen ende van den Goye •) voerrg., buytendigx 
ter Lecken waert; ende van eenre halver hoeven lants, 
die daer boven naest gelant ^) is, butendijcks ende binnen- 
dijcks, streckende van den weert •) totter Zijpka toe •) ; 
daer *) boven naest gelant is *) Amt Willemss m3rt eigendom 
butendijcks ende bynnendijcks, ende beneden naest gelant *) is 
Zweder van Voem, butendijx m)rt enre ho£&taet, die hy 
haut van den heren van Vyanen ende van den Goey voerrs., 
ende binnendijcks Willem Sduters •) erffgenamen. Ende ver- 
teech daerr voerrt op m}rt alle den rechten als schepene wijsden 
dat recht was, sonder alrehande archeit *^. In kennisse **) 
der waerrheit soe hebben wy schout ende scepene voerrg. 
desen brieff open besegelt myt onssen zegelen. Gegeven int 
jaerr onss Heren M^'CCCLX^XVni**, op sunte Urbaens 
dach, comende opten ^^ XXVsten dach in Meye. 



6 Januari 1341. 
Her Johan van Meldric, ridder, heeft geloefft ende be- 
wijsset XX grulden scilde tsjaerrs erffelyc van Gelre te leen 
te hauden, etc* 

Allen dengenen, die desen brieff sullen sien off horen lesen, 
Johan van Meldric, ridder, saluyt ende kennisse der waerrheit. 



^ A, B en n*. 23 hebben: Kylenscyesse en Kielenschesse. 

') Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 22. 

') A heeft: Gtoy, B ende Geoy. *) A^ B en n*. 23 hebben: lans. 

*) A, B en n*. 33 hebben : dijde. *) B en n*. 33 heeft : Rtjpkae. 

^ r, n n v n * ^<^^' ^ A, B en n*. 33 hebben : naette lant 

*) B heeft: Selven. **) A, B en n*. 33 hebben: ennigerhande argdyst 

'*) A heeft: kennenisse. '*) B heeft: inden op. 



276 

Koot sy alleii luyden, dat idt oatÊmgen hebbe ende gehaven 
van enen edden man, prinase Rejnnalde, by der graden onss 
Heren hertoge van Gelre ende greve van Zutphen, m}men 
Heven» genedigen heren, die hy my wed ende weeteiic ^ 
betaèlt heeft, ende van gauden hondert gulden p^ininge, die 
men zeit sdlde, ende hondert gulden penn3mghe *), die men zeit 
tenten adites pauwelione, overmits diewelke il hondert gulden 
voerrg. ick sijn man byn worden. Ende hebbe hom mansscap 
ende hulde gedain ende alle dat een wyttidi man 83men 
gerechten here schnldidi is te doin. Ende hebbe hom gelofft 
ende gekent *) in goeder trouwen, sonder argel}rst, te be- 
wysen sjaers erffelicken XX gulde penningen myt sdiilden 
also g03rt alss sy sijn opten dach van der datum ^) des brieflb 
off die werde daerraff in goyden payement in mynen 
properen eygenen goede, wellike xx penninge myt schilden 
ick, mijn erve ende nacomelinge handen saU ende houden 
sullen van mynen voerrseiden here, van synen erven ende 
nacomelingen ummermeer ende eweliken in gerechten erffe- 
liken leen. In oirkondscap van welliken dingen ick m3men 
properen zegell ain dessen brieff hebbe doin hangen om 
die meere zekerheit ende kennisse der waerheit. Gegeven 
in Darthien dage, int jaerr onss Heren M*H^CO ende XLP. 
Ende dese voerseide bewysenisse sall hy hom doin binnen 
desen naisten jair toecomende. Gegeven in den dage ende 
in den jaeren voerrg. 



*) B htcft: vol. 

*) De woorden : sdlde ende hondert gulden pennynghe, die men zeit ontbreken 
in A. Tenten of pavülons aldos genoemd naar de daarop a%^)eelde tent 
") In A itaat : gebemt *) A heeft : dachten. 



«77 

II November 1329. 
Her Goessen van Nijthusen, ridder, heeft opgedragen 
greve Reynaude van Gelre ende weder van hom ont£uigen 
den hoff tot Berge, opter Maae by Stochem gelegen, ende 
XL boenre lants. 

Wy Goessen van Nijthusen, ridder, dom kont allen luyden 
myt desen openen brieve, dat wy opgedragen hebben ende 
opdragen tnjt desen brieve enen hogen, edelen prinssen, onae 
lieve here, heren Rejrnalde, greve van Gelre, onssen hoff 
toe Bergen, op die Mase by Stochem, ende vertich bonre 
lants, die daerrto horen, also als sy gelegen sijn in naten 
ende in drogen, ende sy onssen vader Goessen van Nijt- 
huyssen coeflfte als voerr een vry eygendom ende eygen goyt 
tegen enen hogen, edelen man, heren Goessen van Elssloe. 
Ende omdat wy dat voerrg. goyt onssen voerrg. lieven 
heren opdragen ende *) opgedragen hebben m3rt desen brieve 
voerr vry eigen goyt, dat daerr voert (?), dat onss voerrge- 
noemde vader Goessen ende wy besitten ende behauden 
hebben voell jaerren ende menigen dach, soe heeft onss 
onsse voerrg. here van Gelre gegeven ende betaelt woUver- 
melt ■) voerr twehondert pont swaerter Tomoyscher, goets 
ghyff geldes, ende heefiFit onss dat voerrg. go3rt alle tot enen 
leen geleent. Ende wy hebben hom gelofift ende sijn wytte- 
liken sijn man worden van den voerrgenomde guede tot 
alle den rechten, dat onsse lieve here voerrg. leen van Gelre 
in den overlande van Remunde ende daerromtreynt ende 
buyten Remunde gelegen sijn '). Ende om die merre vestenis 
ende getuchenissen der waerheit ^) hebben wy onssen segell 
ain desen brieff gebstngen ende bidden Nesen van Geilen-* 
kirchen, onssen wyttigen wyire, ende Otten van Nijthusen, 



^ Ontbrackt in A. *) Dit dnliteie woord oatt>reekt in B. 

') Dese sin ii bedoryen. *) In A staat: daer VMrhcit 



278 

onsBen autssten bnieder, dat sy ^) desêr saken consentirden, 
gehengen ende samelyc m}rt desen ende in}rt horen zegden 
m3rt onss vestingen ende stedigen ende tugen willen myt 
onss. Ende wy voerrg. Nese ende Otto tugen, consentiren 
ende gehengen properlyc alle deser voerrg. dingen, ende 
om die merre oerkunde ende in oerkunden der waerrheit 
hebben wy onssen segell ni)rt segelen des voerrg. heren 
Grossen van Nijthussen^ ridder, ain desen brieff gehangen. 
Die brieff wart gegeven int jaerr ons Heren M^HÜCC* ende 
XXIXy op sunte Martijns dach in den wynter, etc. 



5 Februari 1353. 
Johan van Gheemen (heeft opgedragen) *) hertoge Eduwarde 
van Gelre ende weder van hom ontfangen sijn guede tot 
Weynkinc, in den kerspell van Zutloen gelegen, erffeliken 
van Gelre te hauden tot leen, etc. 

lek Johan van Gemen doe kont ende kenlyc allen luyden 
myt desen openen brieve, dat ick opgedragen hebbe myt 
allen rechten enen hogen, edelen man, joncker Eduwart van 
Fol. 84. Grelre, ende synen erffgenamen mijn guyt tot We)mkinc 
ende m3rt dat gueyt Dederinckinc, in den korspell van 
Zutloen gelegen, mit alle horen nutscappen ende mit horen 
toebehoren voerr mijn eigen goyt. Ende hebben die voerrg. 
goeden van mynen joncker van Gelren (ende synen) erffge- 
namen *) tot enen leen (ontfangen), ende ick ende mijn erven 
sullen van den voerrg. gleden manne bliven ende sijn mijns 
jonckeren van Gelre ende synen erffgenamen, ende die g^ede 
van on ende synen erffgenamen te leen hauden als voerr 



^) In A en B itaat : hy. 

*) In A en n*. 22 sqn weggdaten de woorden : heeft opgedngen. 

*) In A ontbreken de woorden: ende synen, In B alle drie. 



279 

XXX auder guldeore scilde des jaerrs, die hy my beleent 
heeft. Ende in oerkunden des soe hebb ie desen briefifmyt 
mynen zegell besegelt Gegeven int jaerr onss Heren 
M?CCO*Lin*, des* Dinxdages nae onsser Vrouwen dach 
Purificado. 



20 Augustus 1340. 
Jöhan van Hagenbeecke is man worden hertoch Reynauts 
van Gélre van Lxxx marck sijns eycheliken goyts, er£felyc 
van Gelre te leen te halden, m)rt voerrwerden van den 
huysse tot Hagenbecke, etc. ^). 

lek Johan van Hagenbecke, die aude, tuge ende kenne 
in dessen tegenwordigen brieve allen dengenen, die dessen 
brieff sullen sien off horen lesen, dat ick quijtgescouden 
hebbe den •) hertoge van Gelre ende sijn geme)m lant van 
allsolike scaden als my gesciet was, doe sijn vrinde voer 
Hagenbecke waren. Voertmeer soe bekenne 4c des, dat ick 
sijn man geworden byn ende om opdragen sall tot lxxx 
mereken •) mijns echliken *) gu&ts, daerr ick ende mijn rechte 
erffgenamen des hertogen voerrg. ende sijn rechten erffge- 
namen man aff bliven sall ende van hom halden sall in 
rechten manieën. Voertmeer soe bekenne ick des, dat ick 
geloefit *) ende gesekert hebbe an *) goeder trauwen ende my 
des verbonden hebbe den hertoge van Gélre mynen borch 
tot Hagenbecke te openen ende mede te helpen tegen alle 
diegene, dy leven, eest hy et nu veerten nachten to voren 



') In margine stut in A: Hagenbeeck. 

*) A, B en n*. »» hebben : dat die. 

•) n n .t » n Hier nog: toe. 

*) Dit woord ontbreekt in A, B en n*. jj. 

*) In A staat: gebofit 

*) A, B en n*. a2 hebben: in. 



i6o 

segghe, uet^[esproken ^) den byscc^ vaa Monster ende dat 
capittel van Monster, daerr et *) den gemeynen stichten angeit, 
mit alsodaan ^) voerrwerden, also lange als dat oriogfae 
flteet, daerr die hertoge voerrg. nu inne begrepen.^) is teg<en den 
jongen Jan van Hagenbeke, mynen neve. Meer wanneer 
dat oerloge, daerr sy nu in begrepen sijn, gesceyden weer» 
soe sall ick ene *) oplaten tegen Johan, mynen neven, ende 
tegen alle die leven % uuytgeiq>roken den biscop van 
Monster ^ide dat capfnttdl van Monster, als hier voerrg. is. 
Voertmeer, weert sake dat die hertoge van Grelre voerrg. 
Jcdian, mynen neve» bestallen ^ wouden off anders ') enigen 
scade doin wolde, soe heb ie geloeft ende gesekert ^ ia 
goeder trauwen, dat van mijn borch *•) Johanne van Hagen- 
beke, mynen neve, ende den synen, die des hertogen vianden 
Mjn, neen ") hulpe geschein en '^ sall. Vortmeer soe beken ic ") 
Johan voerrg. des "), dat ic gesekert ende gesworen hebbe an 
den heiligen, dat ick mijn borch, als dat oversste huyss, ende 
allet dat daerrbinnen beplancket ende begrepen is, et sy 
Fol. 84V. mijn off Janss, mijns neven, alsoe waren *•) sall, dat Johanne, 
mijn neve voerrg., ende all sijn hulpen daerr neen *•) hulp^i 
off baten van geschein mogen ende niet to steden comen en 
mogen, alsoe lange als *^ dat orlige steet, daerr die voerrg. 



'j A, B enn*. 23 hebben: die tegen hom off e3men erven crencken wouden, 
off hy op my begerden dat leen off hy ende my vierthien dage to voeren gesegget 
^) In A en B staat: ick. •') A, B en n^ 22 hebben: allen dfto. 

*) A heelt ingrepen, B: ongrepen. *) n n n n n > om. 

') A, B en n^ 22 hebben : dieghene, die leen nytspreken. 
^) n n n r^ n '* bestellen. Bestallcn = belegeren. 

') Dit woord ontbreekt in A, B en n^ 22. 
*) In A, B en n*. 22 staat: Ghijsbert **) In A staat: brodi. 
*') A, B en n^ 22 hebben: mijn. ")DitwoordoAtbreektiii A,Be^a^ 22. 
") M »> » »» » : bekennen Johannen. . 

**) Dit woord ontbreekt in A, B en &*. t2. 

^*) A heeCt : abt soe varen, B : alsoe varen. '*) A,fi en n*. 22 hebben: meer. 
'^) Dit woord ontbreekt in A, B en n^ 22. 



^1 

Iwrtoge ende Johao, mijn neeff, nu ^) in bégfrepen sj|ii, alte 
argelyst QQ]rtgeaqnroken. Opdat dyt raste ende stede bfive, 
want ick dyt gdoffit, gesekert *) ende gesworen hebbe an 
den heiligen, soe heb ie desen brieff besegelt m}rt mynen 
zegelL Gegeven int jaerr ons Heren M'^X^C^XL, des 
Sonnendages nae onsser Vrouwen dage, die geheiten is *) 
Assumpdo ^) Marie Virginis. 



23 April 1346. 
Woe dat her Hanrick van Brienen, ridder, opgedragen 
heeft den hertoge van Gelre ende weder van hom ont- 
fangen toe leene sijn goyt te Halle, gelegen in den korsspeü 
van Berinchem, etc. 

Allen denghenen, die desen brieff sullen sien off horen 
lessen, doe ick Hanrick van Brienen, ridder, cont ende 
openbaerr m3rt desen openen brieve, dat ick m3rt mynen 
vrien wille opgedragen hebb ende opdrage mynen lieven 
joncker, den hertoge van Gelre, greve van Zutphen, mijn 
goyt te Halle, gelegen in den kbrspell van Berinchem, daerr 
Steven van Heelsem op syt, dat hy bauwet, dat mijn eygen 
was, ende mede den eygendom van eenre hoeven lants ind 
Berinchemer broec *), die geheiten is Grensekensghore •), wellic 
erve ende goyt voerrg. ie Hanrick van Brienen voerseyd van 
mynen joncker, den hertoge van Grelre, ontfangen '') hebbe. 
Ende hy heeft my daerraff beleent tot eenen Zutphenschen 
leene. Daerrover waren sijn manne, als her Jacob, here van 



*) Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 32. *) In A, B en n^ 32 staat : zekerlyc 

*) Dese drie woorden ontbreken in A, B en n*. 22. 

*) A, B en n*. 22 hebben : beate. 

*) De woorden : van eenre — ^broec ontbreken in A» B en n*. Si. ^ 

') A, B en n^ 22 hfibbeo: GüBadbenigioeiL 

^) In A, B en n*. 22 itaat: erigffnamtn. 



282 

Mirlar, ende Hennck die Koek, riddere, énde Arnt van 
Herler, knape. Ende gelove hom in goeyden trauwen allen 
voorcommer aff te doin van allen desen goeden. In oercunden 
ende stedicheit des hebb ie mynen zegell ain desen brieff 
gehangen. Gegeven int jaerr onss Heren M'^CCO^XLVI^ 
des Sonnedages andachs Passchen. 



28 Mei 1335. 
Her Andries van Moeien, ridder, heeft bewijst X marck 
sjaers in synen hove tot Reymersceet, gelegen in den korspell 
van Randerode, erfiFelyc van Gelre te leen te halden, etc. 

Univer^ presentes literas visuris et audituris nos Andreas 
de Molendino, miles^ cupimus esse notum quod, cum nobili, 
et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutphaniensiss 
Fol. 85. nos fecerit suum fidelem et vasallum et nobis abinde dederit 
et assignaveritcentum mercasdenariorum, tribus Hallensibus *) 
pro denario quoUbet computatis, nos sibi propter hoc ■) demon- 
stravimus annuos redditus x merkarum pagamenti predicti, 
videlicet tribus Hallensibus pro denario computatis, in curte 
Remmersche)rt sita in parochia Runderade, tamquam in •) suis 
propriis bonis, quos quidem redditus supradictos nos Andreas 
predictus, miles, post nos nostri heredes et successores 
ab ipso domino comité Gelrensi et ab heredibus et succes- 
soribus suis, comitibus Gelrensibus, in feodum habebimus. 
Exinde sui et suorum heredum, comitum Gelrensium, fideles 
erimus et perpetui vasalli, et de hüs debemus, sicut alli 
fideles et vasalli comitis Gelrensis tenentur, fideliter deser- 
vire. In cuius rei testimonium nos Andreas, miles predictus, 



*) In A en B ttBat: BSOu. 

*) Dese beide woorden ootbrdcen in A, B en n*. 2», 

*) Dit woord ontbreekt in A, B en n*. 2J. 



283 

sigillum nostrum presentibus duximus appendendüm, et nos 
Andreas, miles predictus, rogavimus Engelbertum de Ophave *) 
et Adolphum de Boeckelerhusen ^, famulos, ut sigilla sua una 
mecum huic scripto ducerent appendenda in testimonium 
premissorum. Et nos Engelbertus et Adolphus, fideles domini 
comitis Grelrensis, profitemur premissa vera esse, et ad preces 
domini Andree, militis predicti, sigilla nostra presentibus 
simt appensa. Datum anno [Domini M*<!)CC®XXX^ quinto, 
Dominica post Urbani. 



30 Mei 1330. 
Her Dirck van Wyckede, ridder, heeft bewijst x marck 
sjaers ain synen goyde geheiten Schende, in den korspell 
van Weetten gelegen, erfflyc te leen te hauden, etc. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Dedricus 
de Wyckede, miles, cupio esse notum quod, cum nobilis et 
potens vir Re}maldus, comes Grelrensb et Zutphaniensis, me 
fecerit suum fidelem et ') wassallum et mihi abinde dederit 
et ^ assignaverit c mercas Brabantinorum denariorum, tribus 
Hallen^bus pro denario computatis, ego enim sibi propter 
hoc demonstravi annuos redditus x mercarum monete predicte 
in bonis meis proprüs, dictis Sche(n)de, cum ^) suis attinenciis, 
sicut *) in parochia (Wetten), quos quidem redditus *) supradictos 
ego Theodricus supradictus et post me mei heredes et succes- 
sores ab ipso domino comité et ab heredibus (et) successoribus 
suis, comitibus Gelrensibus, in feodiun habebimus. Exinde 
sui et suorum heredum, comitum Gélrensiiun, fideles erimus 



') A, B en n*. aa lièbben: Alpheniu 

*) » » 1» M it • Bedcdednuen. 

*) Dit woord oad>red[t in A. *) In A en B staat: in. 

*) Vendu^Ting voor: titit. 

*) De laatite twee goorden staan in A tweemaal 



l84 

•t perpetni phanwilli, et de liüs debemus, sent alii flisalM 
fideles comitatus Grelrensis teoentur, fidditer deservire. Hamm 
testimonio ^) literantm sigUlo meo sobeignataniin una com 
siglllis discretorum vironun, vklelicet Everardi de Limborch *) 
et Theodrid de Sibrocfa, £untilis *) predictis, ad preces meas 
preaentibtts appeoaa, ^). Nos vero Everardus de Limb(»x:h *) 
et Tbeodricus de Sibroch, fEunuli predicti, profitemur pfemiasa 
e»6 vera. Datum anno Domini M'CCC''XXX^ feria terda 
proxima post UrbanL 



a Maart 1326. 
Her Goert» here van Heynsberch % heeft overgegeven 
greve Reynalde van Gelre die manscap van twen derppen» 
dat Henric van W]ra van hom te leene heilt, alaoe dat die 
van Wyssche dieselve twe dorpen voerr oen erfifelyc van 
Gelre te leen halden sullen, etc. 

Fol. 85^. Universis, ad quos presens scriptum pervenerit, nos Groet- 
ffiridus, dominus de Henssberch ^) et de Blankenberch ^, notum 
facimus et recognoscimus per presentes, quod nos feodiun de ^ 
duabus villis, quas Henricus de Weysch a nobis racione 
homagii eidem per nos concessi optinebat et habebat, nobili 
viro, domino Reynaldo, comiti Gelrensi, et suis heredibus 
dedimus et damus in perpetuum habendum et possidendum, 
ita quod dictus Henricus predictas duas villas a pre£Bito 
comité et suis post ipsum heredibus in feodum et *) iure 
fidelium nostrorum de Heynsberch ^ habebit, optinebit cum 



') A heeft: testimonium. *) In A en B staat: Limbroch. 

*) M « : familibus. 

*) „ n : appensas. Lees: vppwA en boven: famulonun. 

*) In A en B staat: Hinsbrech. *) A, B en n*. aj hebbeil: Valkenbordi. 

^ Dit woofd ontbreekt in A, B en n*. 2», 

) n n n m n n 



*«5 

suis heredibus et possi^ebit In cuius rd testimonium sigillüm 
nostrum presentibus duximns apponendom *). Datum anno 
Domini M*<:CC*XXVI^ Dominica Letare. 



12. December 1335. 
Walraven van Ryetersbeke heeft opgedragen greve 
Reynalt van Gelre synen hoff te Retersbeke myt xxx 
mergen lants, daerrtoe behorende, erfifelyc te leene te halden 
van Gelre, etc. 

Ego Walramus de Retersbeke, armiger, notum £Etcio 
universis presentes literas inspecturis et presentibus literis 
recognosco me recepisse ex parte spectabilis viri, domini 
Reynaldi, comitis Gelrensis, ducentas marcas Coloniensis 
pagamenti, tribus Hallensibus *) pro duobus denariis com* 
putatis, pro fidelitate et homagio sibi per me factis, pro qua 
quidem pecunie summa sibi supraporto ^ curtem meam, 
sitam Retersbeke, cum triginta bunnariis terre arabilis, ad 
eandem curtem pertinentibus, que quidem bona predicta 
ego et mei heredes ab ipso et suis heredibus, comitibus 
Gelrensibus, perpetuum in feodo tenebo et possidebo, tene- 
bunt et possidebunt. Presencium testimonio literarum meo 

sigillo *) una cum sigillis domini Pauli •) de Vinario, 

militis, et Theodrici dicti Rufi % armigeri, fidelium ipsius 
domini comitis Gelrensis, qui dicte supraportacioni interfuerunt, 
quod et nos Paulus de Vinario, miles, et Theodricus dictus 
Rufus % armiger, fideles domini comitis Gdrensis, predicti 
protestamur per appensionem sigillorum nostrorum, hiis 

') A heeft : appendendiim. *) In A en B itaat : HalUt. 

*) ft n ' fubporta, B: snbporto. 

*) Voor of achter deze woorden ii waandiijniyk iets nitgerallen, waanch^n- 
1^ het woord aignatanim. 

*) Dit woocd ontbreekt in A, B en n*. 1». 
*) A, B en n*. 3J hebben: RnsL 



2èé 

literis appensórum et in fide, qua clomino nostro predicto 
astringimur, ease verum. Datum anno Domini M'^CCC^ trice- 
simo quinto, feria terda post festum beati ^) Nycolay episcopL 



8 September 1331. 
Dat Gocrt ■) Slaterbeck te leen heelt van Gelre die tynsse 
van synen hove, gelegen ten Roede by Kessel, etc. 

Wy Groert Slaterbec doin kont al dengenen, die dessen 
F6L 86. brieff tullen sien off horen lesen, dat wy tyns van onssen 
hove, die gelegen is ten Rade by Kessell, hauden ten 
rechten •) manieën van enen hogen, edelen man, onssen 
lieven hem, den greve van Gelre ende van Zutphen. In 
oerkunden des brie^Es besegelt myt onssen zegell. Gregeven 
int jaerr onss Heren MCCO*XXXI^ op onsser Vrouwen 
dach Nativitas. 



16 December 1346. 
Steven van den Berge ende synen kinderen hebben be- 
wijst heerlicheit ende eygendom van vi merken gelds sjaers 
uuyt 2iVs malder saets, gelegen in den gerichte van 
Goeterswyc, erffelyc van Gelre te leen te hauden, etc, 

Wy Steven van dem Berge, Joerdaen, Derick ende 
Katherine, sijn echte kynder ende erven, maken kenlyc 
allen luden, dat wy comen sijn voerrt gericht van Gaterswyc, 
daerr te stade ende te studie saten richter *) ende gerichtsluyde 
heimae benompt, ende hebben opgedragen, soealst na den 
lantrecht eme *) stede ende vast is, enen hogen vorst, joncher 



^) Dit woord ontbreekt in A, B en n*. S3. 

*) In B en n*. 23 stiat: Goiaert *) In A itaat dk woord tweenuuü. 

*) A, B en n^ S2 hebben: richten ende richtlii^de. 

*) » »» f» n » • *>'^' 



^07 

Reynalde, hertoge van Gelre ende greve ^) van Zütphen, ende 
synen erven heerlicheit ende eygendom van ses merken gelss 
is *) jaerrs uuyt twe ende twintichste hafft ^ malderen zaets 
onss eygens lants, dat wy hebben liggen by den dorp tot 
Lonen *) in den gericht van Goeterswyc, dat gewerdicht daerr 
wart waeil hondert merck weert, wellic lant ie Steven voerrs. 
coft tegen den abbet van Hambom. Ende et is daerr ge- 
voerweert, dat ick Steven voerrs. ende m3men rechte erven 
sullen van den hertoge voerrs. ende van synen erven halden 
die voerrs. ses mercken jaerrgelds toe rechten manieën. 
Hierover waren Derck Galen, ter tijt een richter tot Gaters- 
wych, Bemt van Late, Gerat *) van Late, Johan Bercke, 
Willem Padike, Hermen Blaeser •) ende Hermen van Colne, 
gerichtsluyde *), endè Peter die boede, ende te merre oerr- 
kunden man is ■) hertogen voirs., als Henric van den •) Berge, 
Amt van der Wonnighen, Ghjrseken van Bruckhuyssen ende 
Amt van den Bosch. 

In oerkimden deser dingen heb ie Steven voerrs. mynen 
ingesegell ain desen brieff gehangen, daerr ock ain gehangen 
sqn, um *) myne bede, ingesegele is richters ende der 
mapne voerrg. Ende ick Dirick Galen, ter tijt ***) richter 
tot Gaterswyc, bekenne, dat ie myne ingesegell **) ain desen 
bricflF gehangen hebb in oerkunden alle deser dingen voerrs. 
Ende wy Hanrick van den Berge, Amt van der Wonnighen 
ende Gh3rseken van Bruckhuyssen, man is hartogen **) voerrg., 
die over dese dingen hebben geweest, hebben ock onse 



') A, B en n*. 33 hebben : greve van Gelre ende van Zutphen. 

') s des. ") A heeft : twe ende twinth hofimalderen, B: xx hoff malderen. 

*) A, B en n*. 33 hebben: Lanen. *) A, B en n^ 33 hebben: greve. 

*) n -n n n ft i BUckenser. *) A en B hebben : Gerits luyde. 

") A en B hebben: shertogen voirs. als hertoge van Berge. 

*) A en n*. 33 hebben: dore, B: dyne. 

") A, B en n*. 33 hebben: totter. ") A, B en n*. 33 hebben: ejrgen segel. 

") A heeft: tsartogen, B: shertogen. 



kk Amt van 
: ^ doBe &ig«n voerrg. 
kcbb gCrSfjuL DdiuB idé jaar na der ghtibuct t ^ oosb Heren 
M*CCC»XLVP. s Sjüe n dM w a sae sonte Loeien dadL 




20 Jnfi 1324. 
Dkdc Sobbe heeft opgedragen greve Reynak van (jdre 
den eyg'pndoni van a^ueu bove tot Ewentbuae nijft aHe 
edbiyc van Gebe te leen te handen, etc. 



Ego Theodricos dictns Zobbe, fiunofais, nmverns pcesenda 
vtsoris et andituris notnm £icio tenore presenctiun pabUoe 
proCestando, qaod pro me et meis veris heredibiia proprie- 
tatem curtis mee, dtcte Ewendiuaen, cum omnibus et 
smguUs suis *) pertinencüs, tam firondibus quam ceqpitibus \ 
prout iacet, magnifico viro» domino meo, domino Reynaldo, 
comiti Gelrie, et suis veris beredibus supraportavi et presen-* 
tibus rite et perfecte supraporto possidendam, ita quod egQ 
et mei heredes ab ipso et suis beredibus huiusmodi bona 
iure fidelitatis et homagii tenebo et tenebunt hereditarie 
possidenda ^. In cuius rei testimonium sigiUum meum pro 
me et meis beredibus presentibus est appensum. Datum 
anno Domini M'<:COXXII^^ feria quinta post Divisionem 
Apostolorum. 



*) A, B en n*. 33 hebben: eygsa xegeL 

*) n tt n n yt ' dcsen. 

f n n n n n - acn. 

*) Dece drie woorden ontbrdcen in A, B en n*. 33. 

*) A heeft hier nog het woord: et 

*) A heeft: fespidfbas, B: sespitibas. 

^) A, B en n*. 33 hebben: herediutem possidendam. 



i69 

. I November 1333. 
Johan van Selmonde heeft opgedragen greve Reynalde 
van Grelre ende weder van hom te leen ontfangen xi 
margen lants, gelegen in den lande van Bueren in den 
Zoelencamp, etc. 

Allen dengenen, die dessen brieff sullen sien off horen 
lesen, doe ie verstaen Johan van Zelmonde, knape, dat iok 
die ^) elff mergen lants, gelegen in den lande van Bueren 
in den Zoelenkampe, op Wijcklede in den korspell van 
Erinchem, in *) Lamberts lande van Bueren ain die oeyersyde 
ende Lamberts Boins ') ain die ander nedeiste syde, die my ^) 
in rechten eygendom toebehoren, opgedragen heb enen hogen, 
edelen man, mynen lieven here, hem Reynalde, greve van 
Grelre ende van Zutphen, wellike elff mergen lants ick 
weder van hom ontfaen hebb te leen, in allen rechten te 
hauden gelikemiss ') dat ick x mergen lants, gelegen 
tot Boemel, die hy •) van hom hielt te lene ende die hy 
my om dese voerrg. xi mergen gewysselt heeft ende ge- 
vreyt ^, plach te hauden. In oerkunden deser dingen heb ie 
mynen segell ain desen brieff gehangen. Datum int jaerr 
ons8 Heren M*H:CC»XXXm^ op Aller sielen avont. 



8 Augustus 132 1. 
Woe dat huys tot Brakel Gelres leen is ind apen huyss '). 

Nos Conradus Rode, Amoldus de Hoesden, Goessewynus 
de Bema, Michael Molart, Philippus de Herwynen, Paulus 

') In A itmat : dat 

") Dit woord moet vervallen; liet stoort den sin. De bedoding is, dat de 
1 1 morgen liggen tnsacfaen het land van L. v. B. en dat van L. fi., niet daarin. 
*) B heeft : Voins. *) A heeft : mijn. 

*) B heeft: gelikeniss. Verschrijving voor: geliker wqs. 
*) In A ontbreekt het woord: hy. Verschrijving voor: idc. 
*) Dit woord ontbreekt in B. 
*) In A zijn dese drie woorden later bijgeschreven. In B en n*. 22 ontbreken zy. 

19 



Barck et Walterus Scaep, tcabbri in Sautboemél, notom 
fiuamus uiÜTefsis hoc scriptum visuris publice protertaodo, 
quod consütuti cordun nobis personis >) Eustacius de Brakell 
et Stealdnus, suus filius, castrum eorum de Bnücel optulerunt 
{ndito viro, Re3maldo, domicello nostro, filio iUustris viri, 
domini comitis Grelrie, libere in allodio hereditarie et perpetue 
possidendum, et dicti Eustacius et Steskinus dicto castro 
renunciaverunt Quibus jM-eordinatisdomicellusnosterpredictus 
reddidit dictis Eustacio et Steskino dictum castrum de manu 
eius vel suorum heredum post ipsum, iure recti castralis 
feodi, adiectis . ^ . . . . ') Eustacio, Steskino et eorum heredibus 
hereditarie et perpetue pos^dendum. Et prefati Eustacius et 
Steskinus assecuraverunt bona fide suis super hoc prefatis 'X 
juramentis et promiserunt sub obligatione bonorum suorum 
omnium quod, quocienscumque et in quo tempore dictus domi- 
cellus noster literas suas patentes, sigillo eius munitas, aut 
suum verum nuncium transmitteret petitur *), dictum castrum 
aperient dicto domicello nostro % ipsis inde ^) descendentibus 
et exeuntibus sine mora et remanentibus inde, quamdiu 
dicto domicello nostro opus fiierit seu visum fiierit expedire. 
Fol. 87^. Dicto vero ^ domicello nostro et suis inde recedentibus dictus ^ 
Eustacius et Steskinus vel eorum heredes reascendent et intra- 
bunt dictum castrum ibidem commansuri ut prius. Quepremissa 
si dictus Eustacius et Steskinus fide non proficiunt ea firmiter 
observantes, iam omnia eorum bona et ^ngula sub potestate 
domicelli nostri predicti sita sedent *) eidem domicello nostro 
ac ad eius curiam libere devolvuntur ab omni jure (dicto Eustacio 



') In n*. 23 ftaat: penone. VenooedeUfk TendiriJTiog toot: penoMditer. 

') Voor of achter dit woord U waanchgiilQk wat uitsevaUen. 

•) Verscfarijviiig Toor: prestitis. *) Vendirijviiig voor: 

*) In A staat hier het woord: tuis. 

*) B heeft : miht BoveDdien heeft A : Suis ipsit. 

*) Dit woord ootbreekt in B. *) A httft : dicto. 

*) VeiMhiiJTing voor: cedent 



et suo filio Steskino aut eorum hemdibus in dictis bonis modo 
quemque competente salute ') et ab ipso *) &cta pro nostrum 

monerent et uterque eorum eit •) publicari, *) ) •) nostra- 

rum testimonio literarum. Datum anno Domini M'^^CCXXrt 
in Sabbato post Vincula beati Petri apostoli. 



4 Maart 1307, 
Her Engebert van Herbome, ridder, heeft opgedragen 
sijn eygen guede tot Hom, in den korspell van Herbcurne 
gelegen, erffelyc van Gelre te leen te hauden, etc. 

Universis jM-esentes literas visuris Engebertus van •) Her- 
bome, miles, cupimus esse notum, quod nostra libera bona, 
apud Home cum omnibus suis pertinencüs et ^ parochia 
de Herbome sita, in manus illustris viri, domini nostri 
Re3maldi, comitis Gelrie, resignavimus et (per) preserites 
resignamus, que quidem bona nos et nostri successores ') ab 
ipso et suis successoribus loco quinque mercarum reddituum 
Monasteriensium denariomm in feodum et *) perpetuum tene- 
bimus et habebimus, fraude penitus exclusa. Et ad maiorem 
certitudinem premissomm sigilla spectabilis viri Everardi, 
comitis de Marcka, nostri domini dilecti, strenuique militis 
Alberti dicti Zobb.e et Altena ima cum sigillo nostro pre- 
'sentibus postulavimus apponi. Et nos Everardus, comes, et 
Albertus dictus Zobbe predicti ad pensionem '^ Engberti, 
militis prefati, sigilla nostra ") presentibus duximus appen- 
denda "). Datum anno Domini M^CC septimo, Sabbato 
ante Dominicam Letare. 



') A heeft: taliita. ') A heeft: ipsl ipso. *) A heeft: eit et 

*) In A staat hier: poet violatitr. 

*) De woorden tusschen haakjes tijn onverstaanbaar'. 

*) Verschr^Ting voor : de. ^ VenchriJTing voor : io. 

*) A heeft: sncoessoribos. *) Dit woord ontbreekt in B. 

'*) Verschrijving voor: petltionem. '*) A heeft: sigillo nostro. 

") B heeft: apponenda. 



i92 

i8 Mei 1542. 

CroetMcalfick Toric ^) heeft opgedragen sgn goeden dat 

Hoge buys, gdegen in den konptU van Herbome, griegren 

in den gerecht des heren van Boeren, in graefiacap des 

van Vdmestejme, erflBdyc van Gdre te leene te haoden, etc '}. 

FoL 88. Allen denghennen, die desen brieff sollen sien off hcn^n 
lesen, make ick Goitscallick Toric, een knap, cont ende 
openbaerr myt desen openen brieve, dat ick mjrt mynen 
vrien wille opgedragen heb ende opdrage voir my ende 
mynen erven. Jan, Herman, ende m3me erfi^namen in behoff 
ende in bant eens hogen, edelen princen, heer Rejmalde, 
hertoge van Grelre ende greve van Zotphen, mgns lieven 
hem, ende synen erffgenamen mgn g^et dat Hoge huys, 
dat gelegen is in den kerspell to Herbom ende ingerichte 
des edelen hem van Bueren ende in vrier grefiscap Dircks 
van Volmestene, myt hem te behan •), welke mijn eigen 
guet, eer ick dat den hertoge, mytien here, opdroch, 
wellyc guet ende huys ie van den hertoge ende sytien erff- 
genamen voerrs. ten rechten manieën hauden salL In oer- 
kunden des ende stedicheit des soe heb ie mynen segell 
ain desen brieff doin hangen. Ende want dese stucken kenlyc 
ende kundich sijn den edelen hem van Bueren ende van 
Davenberge, myne lieve here voerrscreven, ende Dircken 

van Volmestene *) ende knap, dat dyt guet ende 

huys voerrs. mjrt horen toebehoren mijn eygen guet ende 
erve was, soe hebbe ick se gebeden, dat ^) sy in oerkunden 
ende stadicheiden hierop hor segell myt my ain desen brieff 
willen hangen. Ende wy Bertaut, here van Buaren ende van 



') In n*. 2t itaat: Torck. ') In A staat in margine: Tvank. 
*) Dit it de leting van B, die natuurlijk bedonren is. Wat A heeft, is moeO^k 
it te maken. Er heelt Termoedelijk gestaan : myt horen tobehoren of iets dergd^ks. 
*) Hier s^n eenige woorden uitgevallen of het volgende woord staat Ie ved. 
*) In A en B staat dit woord tweemaaL 



2gj 

den Davetiberge, cnde Dirck vair Volmestene voenrs., want 
alle dese voerrs. stuck kundich sijn, alsoe dat dyt guet ende 
huys voerrs. Goeytscalcx Toricks eygen guet ende erve 
was, doen hy den hertoge voerrs, opdroch; ende oeck is onss 
kundich, dat dyt guet is wael vijftich marck weert, den 
alden koninck Tomoysschen voerr vier pennigen getelt, 
soe hebben wy, om beden wille (jO}rtscalcx Toricks voerrs., 
onssen zegell ain desen briefif mytten synen doin hangen, 
in oerkunden ende gestedicheit alre stucken voerrs. Datum 
int jaerr onss Heren M*»CCC*XLII*», op Rnxtavont 



24 Augustus 1341. 
Bertolt van Bueren, en edel man, heeft opgedragen alle sgn 
recht ende eygendom van den hove tot Borchlaer, onder der 
borcht van Wevelenborch *) in den korspell van Buedighen 
gelegen, voerr xiii marck sjaers erffelyc van Grelre te leen 
te hauden. 

Ad universorum noticiam presentes literas visurorum et 
auditurorum ego Bartoldus, nobilis de Bueren, in hüs scriptis 
notifico et deduco, quod pro me meisque heredibus et succes- 
soribus legitimis ac Johannis, fratris mei, canonid ecclesie 
sancti (jer(e)onis •) Coloniensis, consensu expresse •) etplenoad 
hoc accedente et .... *) renundo, resigno, supraporto, renun- 
davi, resignavi, supraportavi in hüs scriptis omne ius et proprie- 
tatem, quam quidem ^) habere potero in curte, dicta Borchlar, 
subdita castris dictum *) Vevellenberg, cum suis attinencüs 
et pertinencüs unlversis, in parochisrde Buedeghen in diocesi 
FoL 88^. Paderbrug^hensi sita, valoris annui trededm marcarum ....') 



') In A ttaat: Wbdeobrodi. '; In n*. 22 tUat: Geroonis. 

*) ff 9 » : ezpuK). *) Hier Is ieti uitgevallen. 

") In n*. 3S ontbreekt het woord: quidem. 

*) Yendirigting voor: dictli. ^ Hier itMt: va». 



294 

Bmbant nsoalhiin et dativomm êxcdlenti ac magnlfico viro, 
princiiM, domino meo cariéstmo, domiiio Rejmaldo, doei 
Gdrenai et comiti Zutpbaniensi, ab ipso suisque successoribus 
et heredibas ab hac die in antea per me et meos heredes 
iure homagii et fidèUtatis possidendum et tenendom. In 
cuins rei testimonium sigStom ^) meom et reverendi in Christo 
patris ac domini mei, episcopi P^tderbmgensis, ac Johannis, 
fiatris mei predicti, presentibus sant appensa. Et nosBakle- 
v^vtSf Dd gracia episcopus Faderburgenas» ac Johannes 
predicta *) premissa vera fore recognoscentes ac prefiaita bmia 
allodialia et propria esse et volmitaria *), ut premittitur, integra 
esse, dgilla nestra» ad preces domini Bertoldi, una cum 
sigillo suo hiis presentibus apposuimus, in testimonium pre- 
missorum. Datum anno Domini M^CC*XLI*, ipso die beati 
Barthol<nnei apostoli. 



27 September 1324. 
Everwijn van Gaterswyc heeft opgedragen hem Reynalde, 
des greven sone van Gelre, ende weder van hom te leen 
ontfangen sijn huys tot Wodelbeec myt den voerborchte, etc. 

Allen dengenen, die desen brieff sullen sien off horen 
lesen, Everwijn van Gaterswycke, knape, saluyt myt ken- 
nisse der waerheit Cont sy allen luyden, dat ick mijn huys 
tot Woedelbeck, dat voerrgeborcht aldaerr ende die grave 
myt den dyke ende wegen, die daerr mede gaen ende horen, 
die mijn eigen sijn, opgedragen hebbe enen hogen, edèloi 
man, hem Reynalde, soen des greven van Grelre, mynen 
lieven here, ende hebbed dat voerrsede huys, voerrgebordite, 
graven, diken ende wegen weder van hom ontfangen te leen 
tot Zutphenschen rechte, tot enen ponde te ^) verhergeweiden. 



*) A heeft: tigUlo. ') Venchr^riiig voor: predicd. 
') A heeft : ac vöUtii. ^ Dit woord ontbreekt ia B. 



295 ' I 

Iq oerkunden des hebbe ie mynen zegdl opgehangen aln 
deseo hrieS. Gegeven int jaere onas Heren M**CCCXXIin** *), 
des Donredaghes nae sunte Matheus dach. 



lo April 1311. 
Her Dirck van der Hetten *), ridder, heeft opgedragen sijn 
goede, gelegen bi den sclote tot Helte, g^dten Lerike^, 
myt horen toebehoren, erffelyc van Gelre te leen te halden, etc. 

Nobili domino suo ac illustri domino, comiti Gelrensi, 
Theodricus miles dictus de Letene debite fidelitatis promp- 
tissimum obsequium. Dominicationi vestre ^) bona nostra, sita 
apud castrum Holte, dicta Lerike, cum omnibus attinencüs 
suis presentibus supraportamus pro centum talentis bonorum 
nigrorum Ti^onensium, a vobis et vestris heredibus nobis 
et nostris heredibus iure homagU perpetuo possidendo *}. In 
cuius rei testimonium mgillum nobilis vin, domini nostri 
Engelberti, comitis de Marcka, quod ad petitionem nostram 
apposuit, una cum nostro presentibus est appensum. Datum 
anno Domini M^CC undedmo, in vigilia Pasche. 



24 December 1307. 
Heer Hubert ^) van Putten ende sijn wijff hebben opge- 
dragen greve Reynalde van Grelre ende weder van hom ont- 
fangen to lene dat huys tot Nyenbeke, bi der zee gelden, mit 
anderen erfienissen ende goeden in den brieve genompt, etc. 



') In A en n*. 31 staat : MXXTTTT. 

*) Waanchijnlijk vendirtjving voor: Letten. 

*) In B en n*. 33 staat: Lemke. 

*) In n*. 33 ontbreekt dit woord. 

*) Versdur^Ting voor: possidenda. 

*) In A slaat: Here Bert 



296 

Universis presentia inspecturis nos Hubertus de Potten* 
fiunulus, et Lomodis, dicti Huberti uxor, cupimus esse notiim, 
quod comparuimus coram Lubberto de Emmenesse, iudice 
in Velua, et ego Lomodis predicta degi dictum Hubertum, 
meum maritum, in meum tutorem, et nos predicti coniuges 
resignavimus nobili viro, domino Reynaldo, comiti Gelrensi, 
domum nostram de Nyenbeke, iuxta mare sitam, cum omni 
terra cultili dicte domui attinente; item curtem et pascua, 
ante dictam domum iacentes ; item terras vocatas Oude ') Ekit 
et Vonkenorde ') ; item nostra bona (in) Oestendorp iacentia, 
cum omnibus attinencüs eorundem. Et ista predicta bona 
nos predicti coniuges resignavimus dicto domino comiti 
Gelrensi tamquam vera propria bona nostra. Et ego predictus 
Hubertus recepi predicta bona omnia et dictam domum a 
prefato domino comité Grelrensi in feodum, iure Zutphaniensi 
pro una libra danda ad harwadam. Item ista omnia simt 
acta et ordinata presentibus domino Theodrico de Bilant, 
domino Stefano de Wisch, domino Fredrico de Bare, domino 
Ghijsberto de Malssen, militibus, ac aliis multis probis. Et ^ 
quia ego predicta Lomodis sigillo proprio careo, rogavi dictum 
maritum meum appendere presenti cedule sigillum suum in 
p^emissonun omnium testimonium. Et ergo ^) ego predictus 
Hubertus ad instanciam ') dicte mee uxoris, ex parte sui 
et mei, ob firmitatem predictorum omnium sigillum meum 
apposui- huic scripto. Datum anno Domini M^CCVII', in 
vigilia Nativitatis Domini nostri Jhesu Christi. 



') Ia A staat bier het woord : ende. 

*) In het register op de Leenakten der Velawe bladz. 335 staat: Vadcenorde, 
elders Vedcenorde. 

*) Dit woord ontbreekt in de drie registers, is overgenomen uit Nqhoff. 
*) In n*. 33 ond>reekt dit woord. *) In A en B staat : dinstandam. 



297 

.i8 Februari 1263. 
Her Wolter» gehehen Amersfort, ridder, heeft opgedragen 
stjn goede to Emelar ende tot Hynhorst ') erffelyc van 
Grelre te leen« 

Nos Wolterus, miles, dictus Amersforde, presenti scripto 
protestantur *), quod bona nostra Emelar et in Hynshorst, que 
valebant ducentas libras Hallenses, domino nostro Ottoni, 
comiti Gelrensi, in allodium contulimus optinenda, que ab ipso 
titulo feodi recepimus, et eidem comiti et suis heredibus (nos) 
et nostri heredes, tamquam Ugius homo, fideliter serviemus 
contra quoscumque dominos terrarum jM-eter ecdesiam 
Traiectensem. Nullus vero heredum nostrorum hereditabitur 
in ') bonis predictis nisi iUe, qui castrum nostrum Stelaberge *) 
possidebit. Filius vero noster (sive filie nostre in ') dictis 
bonis hereditabuntur. Nos (autem) et heredes nostri, dictiun 
castrum tenentes, cum eodem castro domino comiti predicto 
et suis heredibus contra omnes dominos viventes preter 
ecclesiam Traiectensem fideliter serviemus. Promittimus et 
elegimus ^) omnia bona, que ab ipso comité tenemus, 
amisisse, si conditiones prescriptas non observemus, et eadem 
bona ad ipsum comitem et suos heredes libere esse devoluta. 
In testimonium huius rei et robur presentes literas sigillo 
nostro fecimus roborarL Datmn anno Domini M*' ducentesimo 
sexagesimo terdo, feria tercia post Dominicam qua cantatur 
Invocavit me. 



') In n*. 32 itaat: Hymfoni. 
') Verachi^ving voor: protestanrar. 
*) In A staat : inde. 

*) Bedoeld wordt Stontenbnrg. Zie van Mieris, Charterbodc I, blz. 333. 
*) In B en n*. aa ontbreken de woorden tnsschen haakjes. In A staat : sive 
fiUtem nostre in. Wij volgen Sk>et, Oork. n*. 861. 
*) A heeft: elegamns. 



2^8 

21 September 1258. 
Fol. Sq^. Her Dirck Splinter van Lanreeclaet ') heeft overgegevea 
greve Qtten van Gelre den alden hoff tot Laenresdaet ') 
ende alle sijn g^ede bi denselven hove, in genre* syden van 
den Grenen gelegen, tot eenen erfleen. 

Ego Theodricus dictus Splinter de Coenresloe *), miles, 
notum fstdo universis presencia visuris, quod tamquam 
curiam in Conresloch *) et omnia bona mea ibidem, iuxta 
dictam curiam ex illa parte Uyen ^) iacencia, contuli et 
resignavi nobili viro, domino Ottoni, comiti Gehie, in meram 
et in libram ') proprietatem, sed ego et mei successores dictam 
curiam et omnia bona ibidem iacenda a dicto domino comité 
Gelrie et a suis successoribus iure feodali perpetuo posside- 
bimus et tenebimus. In cuius rei testimonium presentem 
literam sigillo meo roboravi. Datum et actiun anno Domini 
M^C^L octavo, in die beati Mathei apostoli. 



I Augustus 1257. 
Dat Gerit van Oey overgegeven heeft den eygendom van 
den dorp van Oesterham ende van der borch van Spralant 
myt allen toebehoren erffelyc van Gelre te leen te hauden. 

Nos Gerardus de Oey notum fadmus univends presentes 
literas inspecturis, quod nos proprietatem ville nostre 
Oesterham et de castro nostro, quod Spralant nuncupatur, 
cum omnibus suis attinencüs, videlicet in iurisdictione, in 
aquis> pascuis, pyscariis, nemoribus, ageris, cultis et incultis. 



') In B ea n*. 2a staat : Lametlaet ') In B en no. sa staat : Comesloe. 
*) 9 n n n 1) : ComesloclL Op alle drie plaatsen moet gelesen 
worden: Loenresdoet 
*) In A staat hier het wo<^ : Uyen. In B ontbreekt het Lees: Genen s= Gein. 
^) Dit woord ontbreekt in B. 



299 

dedimus viro nobili, domino Ottoni* comiti Gelrensi, et suis 
p06teris semper habendam, et ita, quod nos ^) dicta bona 
cum nostris posteris ab ipso comité iure Zutphaniensi tene» 
bimus et habebimus et eciam ligti homines int^^ inde *) 
erimus, presendum testimonio literarum. Datum anno Domini 
M^CL** septimo^ in die beati Petri ad vincula. 



15 Augustus 1348. 
Dat dat huys to Durt ^ open huys is to Gelre, etc. 

Wy Seyne van Durt ^} ende Hanrick, sijn soen, doin 
kont ende kennelyc allen luyden myt desen openen brieve, 
dat wy geloeft hebben ende geloven in goeder trauwen enen 
hogen, edelen princen, hem Reynalde, hertoge van Grelre, 
greve van Zutphen, onsen lieven here, offt synen rechten 
erffgenamen onss huys tot Durt ^ open leveren sullen tegen 
yemant, wie hy weer, die sijn lant off sijn luyde arch toekeren 
woude, off wanneer dats onss here voerrg. begert, dat hijt 
onss veer nacht te voeren laet weten ende onss dat huys 
eysschet. In getuchenisse der waerheit des biiefib heb ie 
Seine voerrg. mynen zegell ain desen brieff gehangen. Ende 
want ie Hanrick voerrs. selver noch genen segd en heb, 
soe gebruyck ie mijns liefib vaders zegel tot allen desen zaken 
voerrs. Datum anno (Domini) M*<:CCXLVIII, des Vridages 
nae sunte Laurens dach. 



*) In A, B en n*. 32 staat hier het woord: cum, terwijl B nos niet heeft. 

*) Dit woord ontbreekt in B. 

*) In n*. 33 staat : Diert of Diere. 

*) » n » : Durck, 

*) f, n ft : Diert of IMerc. 




3ck keb opgedragen 
^tuids gfkgctk 
^ andieNiiberge, 
aLaoe gcskssoc i»-«cr acr'ss berea ^hmi€i ■ acepen van 
a^ce ajsc tocct Ttóri: * iteyl \ Goedert Smit 
S]r=inr BoeskoL eait Toer dm liciiter aldaerr, in 
SÊJScEjxr Ba=f«eDi eade T^xTnverdcA, dü kk Wemer ^ van 
Swaincc;, nrVW i'j crr w , cade c:za erren sollen Ae X bonre 
aeriLsds ran rrrDsn 5eY^en bete den keftoge ende van synen 
erven voerr recht ende wr:te£ck ken kalden. In oerlninden 
des bebbe ick Wemer van Svakaen, ridder v ue rr g en omp t, 
desen brieff mrt mvnen z^ell besege te , Ende wy Dirck 
Ifid, Goert Sadt ende Symon Boesken, scepen van Swalmoi 
voerrg^ tngen ende b^ennen myt desen brieve onder hem 
Weraiers zegell van Swahnen voerrg^ dat die X bonre 
landts stjn onbdcommert van yemont ende sgn genoch 
beter dan twehondert deynre gulden van Florende, ende 
dragfaen .•..*) ende alle argeiyst aff te doen in allen desen 
ftucken. Gegeven int jair ons Heren WCCCXUT, des 
Dinxdages nae sunte Boni&dus dach. 



I) DU woord ontbredEt in B. 

•) In A, B en n*. ss ttaat: die Dirc *) In n*. ti staat: Tnd. 

^} In A en B tUat : Woener. *) Hier is iets nitgendkn. 



27 Juni 1335. 
Her Hubert Rinch van Zoulem, ridder, heeft bewijst greve 
Reynalde xx marck Franss ain synen hove, daerr hy in 
woende, in den korspell van Zoulem gelegen, to enen erfleen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Hubertus 
dictus Rinch de Zoulem, miles, cupio esse notum quod, cum 
nobilis et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutpha- 
niensis, me fecerit suum fidelem et vasallum et michi obinde 
dederit et assignaverit ducentas mercas pagamenti Coloniensis, 
ego sibi propter hoc demonstravi annuos redditus ') XX 
marcarum pagamenti predicti (in) curte mea, in qua ") moror, 
sita in parochia de Zoulem, tamquam in meis propriis bonis. 
Quos quidem redditus supradictos ego Hubertus predictus 
(et) post me mei heredes et successores ab ipso comité 
Grelrensi et ab heredibus et successoribus suis, comitibus 
Gelrensibus, in feodum habebimus. Exinde sui et suorum 
Fol. 90V. heredum, comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetui 
vassalli et de hüs debemus, sicut alii fideles et vasaUi 
comitatus Gelrensis tenentur, fideliter deservire. Harum 
mearum testimonio literarum sigillo meo consignatanmi •) 
ima cum sigillis discretorum virorum, domini Huberti de 
Dormersteyne et domini Ingerami de Demauwe, militum, 
ad preces meas presentibus appensis. Et nos Hubertus et 
Ingeramus, milites predicti, fideles comitis Gelrensis, profitemur 

premissa esse *). Datum anno Domini M**CCC tricesimo 

quinto, feria tertia post Nativitatem sancti Johannis Baptiste •). 



*) In A itaat: anniot redditos. 
•) „ H f : meo, in qno. 

*) A heeft btj Ten^issing : consignatomm. B : assignatamm. 
*) In A, B en n*. 22 itaat: reqniesse. 

*) Dit heeft B ; A heeft : Ewangeliste. W^ hemden Baptiite toot de joiste 
lezing, en wel om de bijvoeging yan Natiritas in tegenstelling van Deodlatio. 



300 

II Juni 1342. 
FoL 90. Her Weraer van Swalmen, ridder, heeft opgedragen X 
boenre lanss, gelegen an den Art achter opter borch ende 
an den Nubergen, erffelyc van Gelre te leen te handen, etc. 

lek Wemer van Swalmen, ridder, doe kont ende apenbaerr 
allen luyden, die desen briefif sullen sien oS horen lesen, dat 
ick heb ontfangen ende opgenomen van mynen here, den 
heitoge van Gelre ende greve van Zutphen, twehondert 
cleinre gulden van Florende, waerom ick heb opgedragen 
X boenre eygens ain eerlandt, wellike X bonre lands gelegen 
stjn an den Art achter opper borcht ende ') an die Nuberge, 
alsoe genompt, voerr mijns heren gesworen scepen van 
Swalmen, alsoe alst voerr Didric ") Meyl •), Goedert Smit 
ende Symon Boesken, ende voer den richter aldaerr, in 
alsoliker manieren ende voerrwerden, dat ick Wemer *) van 
Swalmen, ridder voerrg., ende mijn erven sullen die x bonre 
aerlands van mynen lieven here den hertoge ende van synen 
erven voerr recht ende wyttelick leen halden. In oerkunden 
des hebbe ick Wemer van Swalmen, ridder voerrgenompt, 
desen briefiF myt mynen zegell besegelt. Ende wy Dirck 
Mie], Groert Smit ende Symon Boesken, scepen van Swalmen 
voerrg., tugen ende bekennen m}rt desen brieve onder hem 
Wemiers zegell van Swalmen voerrg., dat die x bonre 
landts sijn onbekommert van yemont ende sijn genoch 
beter dan twehondert cle3mre gulden van Florende, ende 
draghen ....') ende alle argel)rst aff te doen in allen desen 
stucken. Gegeven int jair ons Heren I/PCCCXLIT, des 
Dinxdages nae sunte Bonifadus dach. 



') Dit woord ontbreekt in B. 

") In A, B en n*. 33 staat: die Dirc *) In n*. ss slaat: Ynd. 

*) In A en B staat : Woener. *) Hier is iets nitgendkn. 



27 Juni 1335. 
Her Hubert Rinch van Zoulem, ridder, heeft bewijst greve 
Reynalde XX marck Franss ain synen hove, daerr hy in 
woende, in den korspell van Zoulem gelegen, to enen erfleen. 

Universis presentes literas visnris et audituris ego Hubertus 
dictus Rinch de Zoulem, miles, cupio esse notum quod, ciun 
nobilis et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutpha- 
niensis, me fecerit suum fidelem et vasallum et michi obinde 
dederit et assignaverit ducentas mercas pagamenti Coloniensis, 
ego sibi propter hoc demonstravi annuos redditus ^) XX 
marcarum pagamenti predicti (in) curte mea, in qua ■) moror, 
sita in parochia de Zoulem, tamquam in meis propriis bonis. 
Quos quidem redditus supradictos ego Hubertus predictus 
(et) post me mei heredes et successores ab ipso comité 
Gelrensi et ab heredibus et successoribus suis, comitibus 
Gelrensibus, in feodum habebimus. Exinde sui et suorum 
Fol. 90^. heredum, comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetui 
vassalli et de hiis debemus, sicut alii fideles et vasalli 
comitatus Gelrensis tenentur, fideliter deservire. Harum 
mearum testimonio literarum sigillo meo consignatarum •) 
una cum sigillis discretorum virorum, domini Huberti de 
Dormersteyne et domini Ingerami de Demauwe, militum, 
ad preces meas presentibus appensis. Et nos Hubertus et 
Ingeramus, milites predicti, fideles comitis Gelrensis, profitemur 

premissa esse *). Datum anno Domini M°CCC* tricesimo 

quinto, feria tertia post Nativitatem sancti Johannis Baptiste *). 



') In A staat: anoioi redditos. 
*) n n » : meo, in qno. 

") A heeft bij veii^ing : oonsignatomm. B : assignatamm. 
*) In A, B en n*. 22 staat: reqniesse. 

*) Dit heeft B ; A heeft : Ewangeliste. Wy honden Bi^tiste voc»- de jniste 
lezing, en wel om de bijvoeging van Nativitas in tegenstelling van DecoUatio* 



i6 Maait 1099. 
Woe dat hujni to Honssalair Grelres leen 1% eode mede 
van w}rs8cherieD, bi Grelre gelegen» die onaaen heerscap 
vocoft s^n, ende oick van manscap off borchleen. 

Universis presenda visuris et audituris nos Hermannus, 
(fiUus) quondam domini Henrici Karoli, et Reynaldus, filius 
Hermanni predicti, in nomine Salvatoris salutem. Noverit 
universitas vestra, quod nos de libera nostra voluntate vendi- 
dimus rite et legitime illustri viro, domino Reynaldo, comiti 
Gelrensi, piscariam nostram ad feodum castri Gelren^ds 
pertinentem pro XL mercis veterum ') Brabantinorum, nobis 
a predicto domino comité amicabiliter et integraliter in 
bono paymento persolutis. Insuper renunciamus per presentes 
omni iure et iuribus alicuius successionibus retro castrum 
Gelrense iiucta Bmlonem, si aliqua sectio ") ibidem nobis 
competebat vel competere videbatur, promittentes insuper 
pro nobis et nostris heredibus, quod domum nostram dictam 
Honsselair nulli de cetero vendemus, sed ipsam a predicto 
domino comité et suis heredibus . . . . ^ nos et nostri heredes 
non minus in castro Gelrensi de feodo nostro, dum fiierit 
oportunum, servemus % Et quia nos sigillis proprüs caremus, 
rog^amus sigillum opidi Gelrensis. £t nos Theodricus, iudex 
in Gelren, Everardus» filius quondam Gerardi Scardenborch» 
Johannes de Stralen, Gerardus Molendinanus et Reynerus 
Mebroet, scabini ibidem, hec vera esse protestamur et 
propter preces Hermanni et Reynaldi predictorum in huius 
rei robur sigillum opidi Gelrensis presentibus duximus 
apponendum. Datum anno Domini M**CC*LXXXXIX, feria 
secunda post Dominicam in qua cantatur Remioiscere. 

') A en B hebben: veterii. 

*) Waanchijnlijk TerschryTlng voor: sacoessif. Wy vermoedent dat voor 
Buooetnonibuf in den vorigen regel gelezen moet worden : suocessionis. 
*) i&r is waarschijolijk iets weggevallen. 
*) Waarschignlijk verschrijving voor: serviemus. 



T i6 Juli t333. 
Evert van Wilpe ende tönwijff hebben opgedragen greve Rey- 
naltdat huys ende hoff to Brouckhorst, in den kor&pel to Wilpe 
gelegen, myt alle synen tobehoren tot enen erffleen tot Gelre^ etc. 

Fol. Qi. Allen denghenen, die desen brieff sullen sien off horen lesen, 
doin wy Èvert van Wilpe ende Lu3rtgaert, sijn wyttelicke 
wijff, kont ende kennen openbaerr» dat wy dat huys ende 
hoff te Brouchorst, die gelegen sijn in den kerspell to Wilpe, 
myt alle sijn tobehoringen, dat onss eigen guet was, opge- 
dragen hebben ende opdragen myt desen brieve, enen 
hogen, edelen manne, onssen lieven here, heren Reynaldè, 
greve van Gelre ende van Zutphen, also dat diegeqe, die 
daerrover waren, wijsden dat hom vast ende stede sy, ende 
hebbe dat weder van hom ontfangen ten Zutphenschen 
leene, myt enen ponde te verhergeweiden, also dat wy ende 
onss erffgenamen van hom ende s}men erffgenamen dat 
voerrs. gfuet, als hujrs ende hoff m)rt horen tobehoringen, 
erffeliken hauden sullen tot enen Zutphenschen leene, als 
voerrs. b. Als ie Evert van Wilpe ') voerrg. dyt dede, 
daerr waeren over her Otto van Haelt, her Beemt van 
den Doerwerde, Johan van Be)men ende Wsmant Ridder 
ende anders goeder luyde. Ende daerr ick Luytgaert, Evers 
wijff voerrg., dyt dede, waren over her Otto van Halt ende ■) 
Vrederick van Bake, als mannen mijns hem voerrg., ende 
Andries Beke ^ goeder luyde. In oerkunden des hebben wy 
desen brieff myt onssen zegell besegelt Gegeven int jaerr 
onss Heren M''CCCXXXin% des naesten dach na der 
Apostelen dach, als hy geheiten worden ^). 

>) In A stut: Walpe. In n*. 22 stut: WUlipe. ^ B heeft: Relt 

') Blikbaar Tenchrijviiig voor : anders vele. 

*) Het is twijfelachtig, of deze lezing juist is. Apostelendach wordt zonder 
twijfel als benaming van het feest van 15 Juli aangetroffen, maar waartoe dan de 
toevoeging : als hy geheiten worden ? Wij a^ten de mogel^kheid niet uitgesloten, dat 
het een bedorven schnjfwqze is en gelezen moet worden : als sy gescheyden worden. 



^64 

26 Maart 1411. 
Woe dat dat sclot Ulate ') myt synen tobdiorn open 
huys ende leene is te Grelre, ende mede hoe dat Vrederick 
van Ulste mynen here ende sjnen erven beloi£Bt heeft, etc« 

lek Frederick van Ulste, knape, voerr my ende voerr 
myne erven doe kont allen luyden, die desen tegenwordigen 
brieff sullen sien oS horen lesen, dat ick huden des dages 
op datum des hrietb to rechten erffleen ontfangen hebbe 
van den hogen, edelen manne, mynen lieven, genedigen 
heren, hem Reynalt, hertoge van Gulich ende van Gelre 
ende greve van Zutphen, die my beleent heeft, mijn sdot 
tot Ulste voerrs. myt alle synen voerrgeborchten, vestinge, 
toebehoringen ende leenen, als dat van rechte te leen ge- 
roert is ende noch ruerende *) is van den hertogdom ende 
lande van Gelre tot enen Zutphenschen leenrechte. Ende 
daerop heb ie den voerrg. mynen genedigen here den 
hertoge van Gelre huldinge, manscap ende eyde gfedaen % 
alsoe als ein man van leene synen rechten here sculdich is 
Fol. Qi^. te doin. Ock myt alsoeliken voerrwerdingen ende ver- 
schelde, dat datselve mijn sclot van Ulste altijt wesen sall 
open huys mijns voerrg. genedigen here ende synen erven, 
hertogen tot Gelren, den dat allewege gheopent sall sgn, 
sich daerin ende uuyt to behelpen tegen alremalHch, nye- 
mant uu}rtgesceiden, wellike tijt ende wanneer dieselve 



') Lees : UUt teUceni waar in dete acte staat : Ulste. 

Daar in deze acte sprake is van den hertog van Grelre, kan die niet van 1311 
s^n, aooals in de registers staat Dat zij van 141 1 is, blijkt doidel^k nit het 
Leenaktenboek A, foL 306, waarin de volgende acte vooriEomt : 

wltem anno nt siq>ra (141 1) des Donredags nae Onser Liever Vroawen dach 
Annondationis heeft Frederick van Ulfte, wilneer heren Evertz soen van Ulfte, 
van ooss ontfangen dat hnys tot Ulfte mit gyntn voiigebuigten ende mtt alle 
synen tobehoeren, also als dat gelegen is, tot Zutphenschen leensrechte. Manne 
Amt van Alpen ende Cristiaen van Rijswick.** 

*) In A staat : nieren. *) B heeft : eygendom. 



305 

mijn genedige here oflF sijn erven voerrs. des behoeven 
ende gesinnen, ende op horss selleffs cost, gelikerwijs dat 
een here van synen openen sclote sculdich is te behelpen. 
Ende hebben daerrto op desen selven dach den voerr- 
genoemden m}men genedigen here ende synen erven, hoerr 
lansluyden ende ondersaten gelaeft ^) ende geloven in 
goider trauwen myt desen brieve, ende (hebben) gel3^elyc ^ 
myt opghereckten vingeren ende gestadigen eyden ten 
heiligen gesworen nummermeer, diewyele ick leven sall, 
daerrtegen te doin noch te laten doin in eniger wijs, meer 
tot allen tyden hoerr beste meynden ende hoerr arich te 
waeren nae alle mijnre macht, sonder argelyst. Deser saken 
ter orkonden ende ewiger vestingen ende stedicheit hebbe ick 
Frederick van Ulste voerrg. mynen zegel voerr my ende 
voerr mijn erven ain desen briefif gehangen ende hebbe 
voerrt gebeden Ghijsbert van Brun(c)horst, here tot Baten- 
borch ende to Aenholte % Goessen van Ulste, mynen oem, 
ende Amt van Alpen, dat sy horen segel mytten mynen 
ain desen brieff souden hangen, dat wy Ghijsbert van 
Brcmcborst, here tot Batenborch ende tot Aenholte ^, Goessen 
van Ulste ende Amt van Alpen voerrg. onss kennen geme 
gedain ende onsen zegell mede ain desen brieff gehangen 
te hebben om beden wille Frederick van Ulste ende ter 
konden der saken voerrs. Gegeven in den jaerr ons Heren 
M^CCCC* ende XI, des Donredages nae onsser liever 
Vrouwen dach Annunciacio. 



') In A en B sUat : rerlogt. 

*) B heeft: gehelyken. 

*) In A en B staat: Inholte en Anhelen. 



20 



3o6 



lo Augustus 1338. 
Woe dat die borcht tot Kessell open huys is ende leen 
te Gelren ende mede van eynen borcMeen aldaerr, dat her 
Mathijs erffgenamen van Kessell ock hauden sullen, etc. 

Allen dengbenen, die desen brieff sien off horen lesen, ick 
Mathijs van Kessell, ridder, doe kont ende kennelyc myt 
desen l^ieve, want den hogen, edelen man ende mechtigen 
here Re3malt, greve van Gelre ende van Zutphen, mynen 
Fol. 92. lieven here, my heeft gemact s)men oeversten borchman op 
die bcwch ende thuys tot Kessell, wellike borch ende huys 
myt voerrborcht, myt vesten, die daerain mede getimmert 
sijn of daerrain hiemaemaels getimmert sullen werden, 
binnen graven, also als sy nu gelegen sijn ende van auts 
geweest sijn, hier *) voerr hom ende synen erffgenamen my 
ende mynen erffgenamen hefft gegeven tot enen erffeliken 
leen ende tot enen onverstedeliken borchleen, soe hebbe 
ick ende mijn erffgenamen voerr my ende mijn erffgenamen 
geloft in goeder trauwen, dat die borcht ende huys tot 
sijnre behoeff ende sijnre erffgenamen allewege staen sall 
daerrop ende aff te ryden tot horen wille ende dat ick eilde 
mijn erffgenamen dat huys myt synen toebehoren openen 
sullen hom ende synen erffgenamen, wanneer sijs te doin 
hebben, hom daeraff ende mede te helpen tegen alle dieghene, 
die leven. Voert soe sullen die borchlude behauden hoer 
recht, dat sy daer van auts gehadt hebben. Voert heeft 
hy my gegeven tot enen borchleen aldaerr alsolyc lant als 
Johans van Kriekenbeeck Sybrechsoen was, dat hom 
jaerlix plach te gelden xiil mud rogghen ende vili schilinge 
Brabans tot ewigen dagen, die gelegen sijn tot Helden. Voert 
soe heeft hy my gegeven quijt xxx malder even ■), die ick 
hom jaerlix plach te gheven van den weerde tot Kessel, 



') Verschrijving voor: hy. *) Dit woord ontbreekt in B. 



307 

ende dat gbeven wy quijt ten ewigen dagen die xxx 
schillinge, die ick van hom jaerrlix plach te hebben tot 
enen borchleene. Voert ist te weten, dat ick ende mijn erff- 
genamen sullen dese xin mud rogghen ende viii schillinge 
Brabanssche mytten weerde, mytten bcHrch ende myt home 
tobehoren als voerrs. is hauden van hom ende van synen 
erffgenamen tot enen onversterffliken leene. Voert ist oeck 
te weten, dat ie enóe mijn erffgenamen sullen dese borcht, 
huys ende veste timmeren ende hauden in gereken op 
onssen kost ende niet opten synen. In oerkunden ende 
vestenissen alle deser stucken soe hebbe ick desen bricff 
betegelt myt mynen zegell. Gegeven int jaerr ons Heren 
M°CCC°XXXVm^ op sunte Laurendus dach. 



28 Januari 1384. 
Fel. 92^. Woe dat Lievendaeill leen ende open huys gemact is te 
Gelre te leene, etc 

Ick Herman, here zo Lievendaelle, richter, doin kont ende 
kenlyc allen luyden, die desen brieff sullen sien off horen 
lesen, dat ick voer mich ende mynen erven overdragen 
byn myXten hogeboren voerste ende heren, hem Willem van 
Gulich, herzoge van Gelre ende greve van Zutphen, mynen 
lieven, genedigen hem, alsoe dat ich voerr mich ende mijn 
erven dat huys zoe Lievendaell myt synen voergeborchten 
ende m3rt alle synen toebehoren zo leen ontfangen heb ende 
hauden sall in die herlicheit van Kerpen, dien ich gegolden 
hain, ende aUet dat daerin behorende is, wysscherie ende 
hoeven lants in die *) leenluyde, die daerrzoe behoren, dat 
een leen van Hoffstaden is, unde dat ick unde mijn alderen 



*) Venduijving voor: ende. 



3o8 , 

van mynen lieven, genedigen hem den ertschen bysshoff 
van Colne selve hauden ende zo hauden plagen. Ende ick 
ende mijn erven voerrs. sullen dat voerrg. huys zoe lieven- 
daell myt synen tobehoringen voerrs. ende sijn herlicheit 
ende die herlicheit van Kerpen ende hoer zoe *) te Velpen 
voerrg. van mynen lieven heren van Gelre voerrs., synen 
erven ende naekomelingen zoe leen ontfangen alle tijt, 
wanneer ende wye ducke hom des noit mocht weessen, in 
allsoliker manieren, dat sich mijn lieve here van Gelre 
voerrs., S3me erven ende naecomelingen van den huysse zo 
Lievendaelle, daerruyt unde ynne te behelpen ende hoerr 
beste daemnede mogen doin weder alremallix, daer 
nyemant uuytgescheyden, buyssen scaden mijns Hermans 
here zo Lievendaeill ende mijn erven voers., als dat ge- 
wonnenlyc is, uuysgesacht den hertoge van den Berge . . . *) 
manne ende gheen yenre seesshondert gulden, die hy ain 
den huysse voerrs. hain, unde uuysgesacht den here van 
Vevelkoven, daerr ick mede verbonden byn. Alle dese 
voerrs. punten hain ich Hermen here zo Lievendaill voerrs. 
voerr mich inde mijn erven ghesekert unde geloflft, sekere 
Fol. 93. ende gelove in gueder trauwen overmits desen openen 
brieff vast, stede ende bervelyck te halden, alle argelyst 
in desen voerrs. punten aflfgedain. In oerkunden unde (ge- 
tuchenisse) *) der waerheit *) zo hain ich Hermen here zo 
Lievendaeill voerr mich unde mijn erven voerrs. mynen 
zegel ain desen briefiF gehangen ind hain voerrt zo meerre 
zeckerheit ind getuchenisse alle deser punten voerrs. 
hebben *) Johan, banrats van Moelenarken, unde hern 



') Wellicht moet gelezen worden : ende toebehoer. Het woord te ont- 
breekt in B. 

') Hier zijn blijkbaar eenige woorden weggelaten. 
*) In A, B en n*. 22 ontbreekt dit woord. 
*) In A en B ttaat : daecr vaerheit. 
*) Verschrijving voor: gebeden. 



309 

Amt van Homen, hern van Amersoyen, dat sy yem zegel 
mytten mynen ain desen brieff gehangen hebben. Ind wer 
Jan, banarts van Moelenarcken, unde Amt van Hoemen, here 
tot Amersoyen, umb beden wille hern Hermans, here zo 
lievendaeill voerrs., hain onssen zegel by dat zijn ain 
desen brie£F gehangen. Gegeven in den jaer onss Heren 
M°CCCLXXXmP *), des Donredages nae sunte Pauwels 
dach Conversio. 



28 Mei 1335. 
Enghelbert van Ophoven heeft bewijst V marck sjaerrs 
ain 2*/* holtzgewalt in den bochss van Rymdorp, erffelyc 
van Gelre te leen te hauden, etc. 

Universis presentia visuris et audituris ego Engelbertus de 
Ophoven, famulus, cupio esse notum quod, cum nobilis et 
potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutphaniensis, me 
fecerit suum fidelem et vasallum et mihi obinde dederit et 
asstgnaverit quinquaginta marcas denariorum, tribus Hallen- 
sibus pro denario quolibet computatis, ego sibi propter hoc 
demonstravi annuos redditus quinque marcarum pagamenti 
predicti, videlicet tribus Hallensibus pro denario computatis, 
in nemore dicto Rymdorp 2 '/« holssgewaet in mea hereditate 
in parochia Rymdorp, tamquam in meis propriis bonis, quos 
quidem redditus supradictos ego Engelbertus predictus (et) 
post me mei heredes et successores ab ipso domino comité 
Gelrensi et ab heredibus et successoribus suis, comitibus 
Fol. 93^* Grelrensibus, in feodum habebimus. Exinde sui et suorum 
heredum, comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetui 
vasalli, et de hiis debemus, sicut alii fideles et vasalli comitatus 
Gelrensis tenentur, fideliter deservire. In cuius rei testimonium 



>) In n^ 22 staat: MCCCLXXim. 



310 

ego Engelbertus predictus sigUlum maum presentibus duxi 
appendendum, et ego rogavi dominum Andream de Molen- 
dino» militem, et Vlacconem de Nesselrade, famulum, fideles 
(domini) comitis Gelrenns, ut sigilla sua huic scriptounamecum 
in testimonium premissorum ducerent appen(den)da. Et nos 
Andreas de Molendino, miles, et Vlecco, famulus, predicti, 
protestamur premissa vera esse (et) ad preces predicti Engel- 
berti nostra sigilla presentibus sunt appensa in testimonium 
super eo. Datum anno Domini M^'CCC^XXX'* quinto, Dominica 
post Urbani. 



24 AprU 1335. 
Her Jan, borchgreve tot Rynecke, heeft bewijst xv marck 
sjars ain synen hove ende goede, gelegen tot Bruele unde 
in den dorp van Vryske, ende oeck een deel wijngarde, 
erffelyc te leen te hauden van Grelre, etc. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Johannes, 
borchgrevius in Rynecke, miles, cupio esse notum quod, cum 
nobilis et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et (dominus) 
Zutphaniensis, me fecerit suum ^) fidelem et vassallum, et 
mihi obinde dederit etassig^naverit c marcas et L Brabant- 
inorum denariorum in pecunia parata, ego sibi propter hoc 
demonstravi annuos redditus XV marcarum Brabantinorum 
denariorum supra bona mea propria infirascripta, videlicet 
areas meas, prout site sunt in Bruele infra villam dictam 
Brische ■), (domo) •) cum piscinula dictam domum transeunte 
dumtaxat excepta, insuper tres iumales vinearum, sitas.in* 



^) In A en B staat dit woord tweemaal. 

•) In n*, 22 ftaat: Vriscbe. 

') Wat tosschen haalges ttaat, is uit dn oof^»r. brief ■■■yviiM. 



311 

me Zande, et unam peciam ^) vinoe, sitam in der Bruysheldin, 
unum iurnalem continentem, quos quid^n redditua supradictos 
ego pre£Bttu8 Johannes, borchgrevius, et post me mei heredes 
et successores ab ipso domino Reynaldo, comité Gelrensi, et 
ab ') heredibus et succesaoribus (suis), comitibus Grelrensibus, 
in feodum habebimus. Et exinde sui et heredum suorum, 
comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetui vasalli, et 
de hüs eciam perpetue debebimut, sicut alii fideles et vasalli 
comitatus Gelrensis tenentur, fideliter des^rvire. In huius rei 
testimonium ego prefatus Johannes» borchgrevius in Rynecke, 
94. miles, sigillum meum literis presentibus apposui et rogavi 
(strennuos viros, videlicet) Johannem de Rupach et Lodewicum 
de Sonnenborch, milites, predicti domini comitis fideles et 
vasallos, quod sua sigilla eciam hüs literis appenderent, quod 
nos Johannes et Lodwicus, milites prefati, verum esse profi** 
temur et sui»adictos redditus bene esse demonstratos. Datum 
anno Domini M^CCC^XXXV^ crastino beati Greorgii «) martiris. 



27 Juni 1335. 
Her Ingerman van Demauwe *), ridder, heeft bewijst 
X marck sjaers an s}men wingarden, gelegen by sijnre 
borcht to Demauwe ende in den korspell aldaerr, erfifelyc 
te leen te hauden van Gelre, etc. 

Universispresentes literas visuris et audituris ego Ingeramus 
de Demauwe, miles, cupio esse notum quod, cum nobilis et 
potens vir Reynaldus, comes Grelrensis et Zutphaniensis, me 
fecerit suum fidelem et vasallum et milu obinde dederit et 
assignaverit c marcas pagamenti, tribus Hallensibus pro 



') In A en B staat: 

^) » n 'n n „ twccmaal : et ab. 

') Verbeèerd «it dea oonpr. briet D« handsdiriftep bisbben : Gcegorii. 

*) In n*. 22 staat: Tan der Nanwe. 



312 

denario quolibet computatis, ego sibi propter hoc demon- 
stravi annuos redditus x marcarum ^) pagamenti predicti in 
vinea mea cum torculari '), sitis prope castrum meum in 
Dernauwe, et in vinea mea, sita in Haerden, quam colit 
Baldewinus, in parochia de Demauwe, tamquam in meis 
propriis bonis, quos quidem redditus supradictos ego Inge- 
ramus predictus (et) post me mei heredes et sucpessores 
ab ipso domino comité Gélrensi et ab heredibns et ') succes- 
soribus suis, comitibus Grekensibus, in feodum habebimus. 
(Exinde) sui et suorum heredum, comitum Gelrensium, fideles 
erimus et perpetui vasalli, (et) de hüs debemus, sicut alii fideles 
et ^) vasalli comitatus Grelrensis tenentur, fideliter deservire. 
Harum mearum testimonio literarum sigillo meo condgna- 
tarum una cum sigillis discretorum virorum, doroini Her- 
bordi dicti Rinch et domini Herbordi de Durmesteine, 
militum, ad preces meas presentibus appensis. Et nos 
Herbordus et Herbordus, milites predicti, fideles domini 
comitis Gelrensis, profitemur premissa vera esse. Datum 
anno Domini M°CCC*XXXV^ feria tercia post Nativitatem 
(beati) Johannis Baptiste. 



24 April 1335. 
Her Amt van Ketge •) heeft bewijst X marck sjars ain 
mi wingarden, gelegen in den banne van Berge, erfiFelyc 
van Gelre te leen te hauden. 

Universis, ad quos presentes litere •) pervenerint, ego 
Amoldus, miles de Ketge, cupio esse notum quod, cum 



*) In A, B en n*. 2a staat: xini mm. 

*) Torcular of torculum = wijnpers. •) A en B hebben : r. 

*) In A en B staan deze twee woorden tweemaal. 
*) De handschriften hebben : Berge. 

*) A beeft : Universis, ad quos presentes visiirifl et anditoris, B : Untrersis 
literas presentes visoris et aoditaris. 



313 

nobilis et potens vir, dominus Reyiialdus, coixies Gelrensis 
et Zutphaniensis, me suum fecerit fidelem et vasallum et 
mihi obinde dederit et assig^averit c marcas Brabantinorum 
Fol. 94^ denariorum (m pecunia parata, ego sibi propter hoc demon- 
stravi annuos redditus decem marcarum Brabantinorum 
denariorum) super bona mea propria infra scripta, videlicet 
supra quatuor vineas meas, sitas qualitercumque in banno 
et districtu predicte vüle Ketge, quarum eciam vinearum 
una vinea fuit Bichwini pistoris, item altera vinea nun- 
cupata est der Sunnenberg, et alie due vinee sunt site in 
loco dicto die Swatzhelde, recognoscentes publice per presen- 
tes, quod ego predictus Amoldus et (post) me mei heredes 
supradictos X marcarum redditus ab ipso domino Reynaldo 
et ab heredibus et successoribus suis, comitibus Gelrensibus, 
in feodum habebimus. Et exinde sui et heredum et succes- 
sorum suorum, comitum Gelrensium, fideles erimus et per- 
petui vasalli, et de hiis eciam, sicut alii vasalli comitatus 
Gelrensis tenentur, tenebimur perpetuo fideliter deservire. 
Et in huius rei testimonium sigillum meum literis presen- 
tibus apposui et rogavi strennuos viros Johannem de Rupach 
et Emerycum de Laenstein, milites, predicti domini comitis 
fideles et vassallos, quod sua sig^a hiis eciam literis in 
premissorum testimonium appenderent, quod nos Johannes 
et Emmericus, milites antedicti, verum esse recognos- 
cimus ac ') supradictos redditus bene esse demonstratos. 
Datum anno Domini M^CCC^XXXV^, in crastino beati 
Greorgii ■) martiris. 



') In A, B en n*. 22 staat: ad. 

*) Ook hier hebben de handichriften : GegoriL 



314 

24 April 1335. 
Her Emeric van Laenstein, ridder, heeft bewijst x marck 
sjaerrs op sijn huys ende wonige, binnen der stat van 
Andemach *) gelegen, erfiFelyc van Grelre te leen te hauden, etc 

Universis presentium literarum inspectoribus ego Emme- 
ricus de Laenstein, miles, cupio esse notum, quod nobilis et 
potens vir, dominus Reynaldus, comes Gelrensis etZutpha- 
niensis, me suum fecit vasallum et fidelem et propter hoc 
mihi dedit et assignavit c marcas Brabantinorum denariorum 
(in) pecunia parata, sibi obinde demonstravi x marcarum 
redditus Brabantinorum denariorum supra totam mansionem 
et domum meam, quam habeo sitam in opido Andemacensi, 
et eosdem x marcarum redditus ego predictus Emmericus 
et post me mei heredes ab ipso domino comité et a suis 
heredibus et successoribus, comitibus Gelrensibus, in feodum 
habebimus. Et exinde ipsius domini comitis et suorum 
heredum et successorum, comitum Gelrensium, fideles erimus 
(et) perpetui vasalli et de hiis eciam, sicut et alii vasalli 
comitatus Gelrensis tenentur, debebimus perpetuo fideliter 
deservire. In cuius rei testimonium sigillum meum literis 
presentibus apposui et rogavi strennuos viros Arnoldum 
de Ketge (et) Johannem de Rupach, milites, prefati domini 
comitis vasallos, quod sua sigilla hiis eciam literis appen- 
derent in testimonium premissorum. Et nos Amoldus et 
Johannes, milites antedicti, profitemur nos sigilla nostra 
ad peticionem prefati Emmerici, milids, in premissorum 
testimonium hiis literis appendisse ac supradictos redditus 
bene esse demonstratos. Datum anno Domini M^CCC^XXXV"*, 
in crastino beati Georgii *) martiris. 



*) In A en B staat : Gindemach. In n*. 22 is dit woord veranderd in : Andemach. 
^) Ook hier hebben de handschriften weder GregorU. 



315 

7 April 1348. 
Een scepenbrieff van Driele, tugende dat Egen Jans 
Egenssson vercoft heeft tot greve Reynald behoef van 
Greke 3 Va mergen lants, gelegen tot DrieU in Veltdridre 
acker. 

Erffenisse tot DrieU. 

Universis presentia visuris nos Theodricus BoUic, filius 
Johannis, Theodricus, filius GodefHdi, et Gerardus, filius 
Johannis Starken, scabini in DrieU, notum facimus prote- 
stantes, quod veniens coram nobis Ego, filius Johannis, filii 
EgoAis, vendidit et optulit pro centum libris denariorum 
legalium eidem, ut fatebatur, persolutis tria iugera et dimi- 
dium iuger terre, site in iurisdictione de Driele, in loco 
dicto Veltdrielre ackeren, inter Alardum Scoercap abuno latere 
et *) Wilhelmum, filium Henrici, ab alio latere, Egoni filio 
Vos ad opus Reynaldi, domini nostri ducis Gelrensis, in 
allodio sine censu et aggere, hereditarie possidenda. Et 
Egho, Johannis filius predictus, terre predicte renuntiavit, 
promittens facere renuntiare omnes, qui terre predicte de 
iure renuntiare tenentur, promittens eciam warandiam facere 
Eghoni, filio Vos, ad opus domini Reynaldi predicti super 
terra predicta per annum et diem, ut iuris est, adversus 
omnes iuri comparere volentes et deponere omne plegium, 
quod .voirplicht" dicitur, de eadem, nostrarum testimonio 
literarum. Datum anno Domini MCCCXLVIII, die septimo 
mensis Aprilis. 



*) In A en B staat: ende. 



3i6 

28 Juni 1303. 
Dat die patroen, pastoer ende erfvicaris van Boeningen, 
mit consent der kerspelllude, overgegeven hebben onser 
herscap van Grelre om lli <ö sjaers dat recht, dat sy halden 
aent hout te hauwen *) ende an den eker uuyt den bosch 
van Boeningen. 

Boeninghen. 

Nos Theodricus dictus de Gronouwen, miles, verus et 
legitimus patronus ecclesie de Boningen, et Herenbertus de 
Wynsen, clericus eiusdem ecclesie de Boeningen investitus, 
necnon Johannes, sacerdos, perpetuus vicarius in eadem, 
notum facimus universis, quod, bono et maturo prehabito 
consilio, de voluntate et consensu parochianorum omnium 
de Boningen omne ius, quod in lignis secandis et glandibus 
extra silvam de Boningen ipsi ecclesie vel suis rectoribus 
competere potent, illustri viro, domino Reynaldo, comiti 
Grelrie, et suis heredibus seu successoribus pro nobis et 
nostris successoribus damus et dedimus pro censu trium 
librarum parvorum denariorum usualiter currentium annu- 
atim (perpetualiter et hereditarie possidendum), et dictas 
tres libras ille, qui rector dicte ecclesie de Boeningfen fiierit 
pro *) tempore, recipiet annis singulis apud Boeningen de 
. censibus dicti comitis in festo beati Martini hiemalis. In 
cuius rei testimonium nos ") predicti Theodricus, Herenbertus 
necnon Johannes sigilla nostra presentibus duximus appo- 
nenda. Datum anno Domini MCCCIII *), feria sexta post 
(festum) Nativitatis beati Johannis Baptiste *). 

^) In A, B en n*. 22 staat : halden. 

') In A en B staat: quod. 

■) In A, B en n*. 22 staat: vero. 

*) In n*. 22 staat: MCCC, en daarna een onbeschreven ruimte. 

*) Bij A staat in margine: Die zegelen zijn gebroken. 



317 

lo Juni 1330. 
Fol. 95^. Dat onse heerscap van Gelre heeft twe giften ende die 
abt van Everboede in Brabant eyne an der kerke tot 
Koesteren, in den lande van Monfoirt gelegen. 

Rosusteren off Koesteren kerckengifit. 

Nos Johannes, Dei patiencia abbas monasterii Averbo- 
diensis, Premonstratensis ordinis, Leodiensis diocesis, notum 
facimus universis presentibus et fiituris presentes literas visuris 
vel audituris, quod ad removendam omnem discordiam super 
iure patronatus ecclesie de Rosusteren inter nobilem et 
potentem virum, dominum Reynaldum, comitem Gelrensem, 
et nos, extitit concorditer ordinatum, quod ius patronatus 
ecclesie de Rosusteren et ius presentandi rectorem ad eandem 
duabus vicibus successive ad prefatum dominum comitem et 
una vice ad nos pertinet. Quare recog^noscimus per presentes, 
quod post istam collacionem secundam predicti domini 
comitis, quam ad presens dedit Godefiido clerico, filio Theo- 
drici dicti Wambays, de Elmp, quamprimum vacaverit 
dicta ecclesia, nos eam conferre possumus et debemus *), et 
post collacionem nostram cum vacaverit, potest et debet 
sepedictus dominus comes bis successive conferre et nos 
semell, et sic deinceps inter nos vicissim, ut prenotatum est, 
ad dictam ecclesiam presentabimus et eandem perpetuis tem- 
poribus conferemus. In cuius rei testimonium sigillum nostrum 
presenti est appenspm. Datum anno Domini MCCCXXX, 
Dominica proxima post festum beati Bonefacii. 



') In A en B staat: debens. 



3IÖ 



30 Augustus 1328. 
Dat men onss heerscapc van Grdre jairgetyde allewege 
doen sall in den doester tot Knechtsteden, omme der kerken 
wille van Lobbroick, die hem gegeven is van der heerscap 
van Grelre. 

Knechtsteden jairgetyde. 

Nos Johannes, miseracione divina abbas, totusque conventus 
monasterii Knechtstedensis notum facimus universis presentes 
visuris et audituris, quod propter coUacionem seu provisionem 
nudam et simplicem per illustrem virum, dominum Rejmaldum» 
comitem Gelrensem, felicis recordacionis, et spectabilem 
dominam Margaretam, commitissam Gelrensem, uxorem eius- 
dem, nobis et nostre ecclesie super ecclesiam de Lobbroick, 
necnon confirmacionem, approbacionem et ratificacionem 
illustris viri, domini Reynaldi, comitis Gelrensis, filii eiusdem, 
factam, prout in literis super hoc confectis plenius continetur, 
ex pie devocionis affectu obligamus nosetnostrumconventum, 
quod singxilis annis in perpetuum anniversarium excellentium 
dominorum Ottonis necnon uxoris sue, Reynaldi pie memorie, 
Margarete, uxoris eiusdem Reynaldi, et Sophie, uxoris sue, 
comitum et comitissarum G^lrensium, ac eciam predecessorum 
ac successorum eorundem faciemus temporibus ad hoc debitis 
et statutis, in omni modo et forma, prout similiter in literis 
pretactis super hoc confectis continetur. Quodsi negligentes 
in huiusmodi anniversario faciendo, prout pretactum est, 
fuerimus aut remissi, extunc super collacione seu provisione, 
Fol. 96. confirmacione, approbacione et ratificacione predicte ecclesie 
nobis factis comes Gelrensis, qui pro tempore fuerit, nos et 
nostrum conventum impeiere poterit et infestare et se in- 
tromittere de iure patronatus ecclesie prelibate. In quorum 
testimonium sigilla nostra presentibus duximus apponenda. 



3ï9 

Datum anno Domini MCCCXXVIII, in crastino Decollacionis 
beati Johannis Baptiste. 



20 Mei 131 1. 
Dat Chrebben ^) opter Masen leen ende open huys is tot 
Gelre mit allen synen toebehoereo, etc. 

Grebben open huys. 

Nos Wilhelmus de Milne, miles, dictus de Grebben, 
universis, ad quorum noticiam presens scriptum pervenerit, 
cupimus esse notum, quod nos castrum nostrum de Grebben, 
situm iuxta litus Mose, in parochia de Vorste, una cum 
suburbio, fossatis, piscaturis, molendino, pomerio et alüs 
suis attinencüs quibuscumque libere supraportamus et supra- 
portavimus in manus dilecti domini nostri, domini Reynaldi, 
comids Gelrie, sub tali quidem forma, quod nos nostrique 
heredes dictum castrum una cum premissis omnibus et singxilis 
ab ipso domino nostro, comité predicto, et suis heredibus 
in ligio feodo tenebimus et quod ipsi domino nostro comiü 
et suis heredibus predictis licebit dictum castrum ascendere 
et moram in eodem trahere et, si indiguerint, de eo bellare 
et cum eodem castro et de eo omnem suum facere profectum 
et utilitatem, quandocumque et quocienscumque eis visum 
fuerit expedire, ita tarnen quod, quum predicto domino 
nostro comiti vel suis heredibus de dicto castro nostro 
recedere placuerit, quod extunc nobis et nostris heredibus 
et nulli alteri ipsum castrum cum suis attinencüs prenotatis 
assignare et deliberare tenebuntur. £t nos nichilominus ac 
nostri beredes prefatum castrum cum suis attinencüs ') preli- 
batis sub nostris propriis expensis custodire tenebimur et 
possidere nee de ipso castro contra preUbatos dominum 

*) Thans Grnbbenrortt. 

*) De woorden preDototU— attinencüs oatbrricen in B. 



i20 

comitem et suos heredes ac terram et hommes eorum qnaiido- 
cumque et ad mstanciam quorumcumque nobis vA nostris 
heredibus attemptare seu agere quidquid licebit, seu potius 
ad eonrni voluntatem et profectum conservabimus, quemad- 
modum in precedentibus liquide est expressmn. In cuius rei 
testimonium et maiorem firmitatem sigillum nostrum presen- 
tibus literis est appensum. Datum in Ascensione Domini, 
anno Ejusdem MCCCXP. 



I April 1356. 
Fol. 96V. . Woe dat huys tot Sinderen open huys to Ghelre, etc. 

Sinderen open huys. 

Wy Geraert, Didderic ende Henrick van Hackevoerde, 
gebruedere, doen kont allen luden mit desen apennen brieve 
dat, want een hoech, edel prince, onse lieve here die hertoge 
van Gelre, greve van Zutphen, my Gerarde voirs. sijn huys 
te Sinderen gegeven endc beleent heeft, na beheiltenisse 
mijnre brieven, dat ick van hem dairaff heb, besegelt mit 
zynen zegell, so hebben wy gebruederen hem weder gélai^ 
ende gesekert, gelaven ende sekeren in goeden trouwen in 
eydstat, dat wy onsen lieven here voirs. ofiF zynen erfgnamen 
dat voirs. huys altoes openen ende antwerden sullen, wanneer 
ende hoe dick hijs te doen heeft, ende hem daermede be- 
helpen, als mannen hoeren here mit horen apenen husen 
sculdich zijn te doen. Ende med^, wert sake dat onse lieve 
here voirs. Willem van Sinderen, onse oeme, dat voirs. huys 
te Sinderen met recht wederg^even soude, soe sullen wijt 
onsen here leveren in syne hant, mer hy sall ons te voeren 
besceits helpen van alsulken saken, als onse moeder ende 
wy te seggen ende te vorderen hebben mit recht op Wilhelm, 
onsen oeme vurs., ende op sijn goet, sonder argelist In 



32t 

oirkondcf ende stedicheit des hebbe wy onse segele ain desen 
brieff gehangen. Gegeven int jair ons Heren M*CCCLVI, 
des yrsten daigs in den Aprille. 



2 Juli 1334. 
Woe dat sich onse heerscap tan Gelre behelpen mach 
ujrt den huse ende stat van Ludinchusen, etc. 

Ludinchüsen open huys ende stat. 

Wy Heynderick Wolff van Ludinchusen ende Henrick, 
zijn soen, riddere, maken kont allen luden met desen brieve, 
dat wy voir ons ende voir onse erfgnamen mit eenen hogen, 
edelen man, hem Reynalde, greven van Ghelre ende van 
Zutphen, overdragen zijn, als dat wy ende onse erfgnamen 
hem ende zynen erfgnamen in allen twist, oirloge ende 
saken, die hy heeft off naimaels hebben mach, helpen sullen 
tegen ennigen here die levet, ende onse huys te Ludinchusen 
ende onse deyll van onser stat te Ludinchusen altoes apenen 
sullen, hem dairmede te behelpen, syne lude dairin te seynden 
ende dairin ende *) uyt te riden, wanneer ende woe dick 
hy ons des vermaent selver off mit zynen brieve off syne 
erfgnamen, zonder argelyst, uytgenomen die bisscop van 
Munster, die nu is off naemaels wesen sall, also verre als 
dat voirs. oirloge synen gestichte van Munster aengaet ende 
van den voirs. gestichte ruert. 

Weir oick dat sake, dat ennich twyst ende oirlogen 
97, tusschen den voirs. bisscop van Munster ende greve van 
Gelre gevielen, dat Got verbieden moet, so en sullen wy 
Heinderick voirs. noch dien bisscop noch den greve helpen, 
noch onse huys off onse stat van Ludinchusen hem openen 
bynnen den oirloge, mer wy sullen stil blyven sitten ende 



N 



') In A eo B staat: et 

21 



i22 

dair tiyet toe doen, mer wy Henrick voirs. sullen altoes hulper 
wesen des greven voirs. Voert is vurwerde, wanneer die greve 
voirs. ons vermaent oflF vermanen doet hem onse stat ende 
huys tot Ludinchusen te openen als hem dairmede te behelpen 
tegen synen vyande, ende zijn volck dairin coemt, so wat 
zyne lude ende wy mit hoen dan op zynen vyande winnen, 
etzy van huyslude, have oflF mit gevangenisse van huysluden, 
ofif oick met scattingen, van dier wynninge sall die greve 
voirs. die twe deel hebben ende boeren ende wy dat derden- 
deell. Ende hieromme sullen wy dat derdendeell van den 
costen op onsen huys ende stat voirs. doen in desen oirloge, 
mer gevangniss van ridderen oflF van knapen sall die greve 
alleen hebben, ende der en sullen wy ons nicht onderwynden. 
Weer oick dat sake, dat ennige reise gesticht werde in den 
orloge, dair des greven ontbonden bannier mede weer, dair 
solde alle wynninge ende verlies, dat in der reisen geviell, 
dies greven wesen alleen ende nicht ons. 

Voirt ist vurwerde, weert sake, dat die greve voirs. ons 
vermaenden by hem te comen ende hem te helpen ende 
wy van synen vyanden in zynen dienst aflFgeworpen worden 
oflF gevangen, dairaflF soude ons die greve voirs. scadeloys 
hauden, sonder argelist. 

Voirt ist gededinct, dat wy opgedragen hebben den voirs. 
greve van onsen vryen ende eygene erve dien hoflF ten 
Vehove in den kirspel te Ludinchusen, dien hoflF te Kathe- 
rinenberge in den kirspel to Sepperode ende twe huys in 
den Vorste, Aelberts huys ende Bruystens huys, in den 
kirspel te Ludinchusen gelegen, als voir xxx marck gelts 
auder brabans alle jair, dair sy *) ons syne manne om 
gemaict heeft, welc xxx marck gelts wy weder van hem 
ontfaen hebben, ende wy ende onse erfgnamen soelen sie 
altoes hauden van hem ende van synen erfgnamen in 



*) Verschrijving voor: hy. 



3^3 

rechten manieën. Alle dese voirs. stucken hebben wy gelaifift, 
gezeken ende mede ten heiligen gesworen te hauden ende 
voU te doen, sonder argelist Ende in orkunde ende kenniss 
alle deser dinghen so hebben wy desen brieff mit onsen 
segelen bezegelt. Gegeven ten Rosendaell, des Saterdages 
nae sunte Peters ende Pauwels dach, int jair ons Heren 
MCCCXXXinP. 



27 Augustus 1403. 
Fol. 97^. ^^^ ^^^ ^^y® ^^^ Bittenboicholt ^), in der veste van Reke- 
linchusen by Dursteen gelegen, leen ende open huys is tot 
Gelre, etc. 

Bittenboicholt ^) leen ende open huys. 

Wy Hughe ende Herman van Vijffhusen, gebroedere, 
anders geheiten die Suverliken, doin kont ende bekennen 
voir ons, onse erven ende nacomelingen, dat wy huden dis 
dages mit onsen gueden moitwillen onse huys tot Bitten- 
boicholt *), gelegen in der veeste van Rekelinchusen by 
der stat van Dorsten, apen huys gemaict hebben ende maken 
mit desen apenen brieve dien hoichgeboeren vorsten, onsen 
genedigen heren hertogen van Gulich ende van Gelre ende 
greve van Zutphen, synen erven ende nacomelingen, dairaff 
ende op sy sich van den voirs. onsen huys behelpen ende 
onthalten sijn ■) sullen weder alremallich, nyemant uyt- 
gesceiden dan alleyn die gestichte van Colne the allen 
tyden, als sich dat gebuert, van synen lande, beyden van 
Gulich ende van Gelre ende anderen zynen landen, die 
syne gnaiden nu hebben off gewynnen moeghen, dairomme 
sy sych van den voirs. onsen huys dairuyt ende weder dairyn 



*) In n*. aa staat: Uittenboidiolt. 

') Dit woord moet waarschijnlijk vervallen. 



3M 

breipen sullen ende wy hem dat apenen sullen sonder 
merren te allen tyden, als sy des an ons gesynnende werdent. 
Ende als wy be3rde broedere voirg. nyet en ') sijn, soe sullen 
onse erve ende nacomelingen dat voirs. onse huys ten 
ewigen daghen, also dick als dat noet geboren sall, ont- 
fangen ende te leen baldende zijn van den voirs. beiden (?) 
hertoge van Gulich ende van Gelren ende greven van Zutpfaen 
ende van hoeren landen to hoeren openen huys, also dick 
als dat noet gebuerén sall, daira£P wy, onse erven ende 
nacomelingen hem, synen erven ende nacomelingen ver- 
bonden zijn soelen mit eyden, als mannen hoeren heerscap 
scukfich zijn te doin. Voirt so bekennen wy Huge ende 
Herman van Vijffhusen voirs., gebruederen, dat wy oudi 
huden dis dages op datum dis brieffis loss, ledige mannen 
geworden zijn onss genedigen heren, heren Reynalts, 
hertogen van Gulich ende van Gelre ende greven van 
Zutphen, sijnre lande, lude ende ondersaten, also dat wy 
beide gebroedere voirg., diewyle ende also lange wy leven, 
nummermeer gedoin en *) sullen noch doin doin noch laten 
gescien met ennighen saken, woe men die in ennigher wijs 
gedencken off versieren mach, heymelick off apenbair, dat 
weder onsen genedig^e here voirs., zynen erve, landen, lude 
ende ondersaiten, die zyne gnaiden nu hebben off gewynnen, 
tegen moigen gaen ende die hem mit rechte to verant- 
werden staen. Ende een yegelick punte voirg. hebben wy 
Huge ende Herman van Vijffhusen, gebroedere voirg., 
huden dis daiges lijfflichen met opgerechten vingeren ende 
gestaifden eyden then heiligen geswaeren, vaste, stede ende 
onverbruchlichen te hauden alle saicken, woe die voirs. stain. 
Ende off wy ons hierynne yet vergheten ende deser voirs. 
saiken nyet en hielden, so kenden wy ons als dan meyn- 
Fol. 98. edich, sekerloes ende eerlois voir allen gueden luden, uyt- 

*) A heeft: een. 



3^5 

gescieden alle argelist ende geverde. Ende des te oirkonde 
30 hebben wy Hugo ende *) Herman, gebruedere voirs., 
onse segele ain desen brie£F gehangen te gantzer stedicheit 
Gegeven in den jair ons Heren MCCCC ende drie, des 
Manendages post Bertholomei apostoli. 



7 Juni 1385. 
Woe dat die borch tot Ghenepe Geh-essch leen is, ende 
mede dat ons heerscaps ondersaten van Gelre enghenen ■) 
tol geven en soelen tot G^npe noch oich an ennigen tollen 
bynnen der heerlicheit van Gennep, uytgenomen die marck- 
toU, etc. 

Ghenpe leen. 

Wy Reynalt van Brederode ende van Genp doin kont 
allen luden ende bekennen voir ons, onse erven ende na- 
comelingen, dat wy ontfangen hebben ende halden soelen 
onse huys ende borch tot Genp van onsen lieven ende ge- 
nedigen here, den hertoch van Gelre ende greve van Zutphen, 
in alle der maiten als wy ende onse voirvaderen, heren van 
Genp, dat van onsen lieven here van Gelre voirs. ende 
zynen voervaderen, hertogen van G^lren ende greven van 
Zutphen seliger gedachte, te halden ende tontfangen plagen, 
ende hebben onssen lieven here van Gelre voirs. dairaff 
huldinge ende eyde gedain. Voirt bekennen wy voir ons 
ende voir onsen erven ende nacomelingen, dat alle onder- 
saten ons lieven heren van Gelre voirscreven met hoeren 
gueden toUvry vaeren sullen voir G^np ende voir all ander 
toll, die gelegen moegen wesen bynnen der heerlicheit van 
G^np, uytgenomen die marcktoll, als die van auds geweest 
is, sonder argelist In oirkonde dis is onse segell mit onser 

') Id A en B staat : et. 

*) »» i> « » » : eyghcncn. 



3^6 

rechter wetentheit gehangen aen desen briefif. Gegeven in 
den jair ons Heren MCCCLXXXV**, des Groedesdages na 
des heiligen Sacraments dach. 



28 Mei 1335. 
Johan van Wyndecgen *) heeft bewijst V marck sjaers au 
den hove to Horst mit zynen toebehoeren, in den kerspell 
van Boespe gelegen, erflich van Greke te leen te halden. 

Wyndecgen ^ leen. 

Universis presentes literas visuris etauditurisegojohannes 
de Wjmdeggen •), famulus, cupio esse notum quod, cum 
Fol. 98^. nobilis et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutpha- 
niensis, me fecerit suum fidelem et vasallum et mihi abinde 
dederit et assig^naverit quinquagfinta marcas denariorum, 
tribus hallensibus pro denario quolibet *) computatis, ego 
sibi propter hoc demonstravi annuos redditus quinque mar- 
carum monete predicte in curte ter Horst cum suis attinenciis, 
sita in parochia de Boespe, tamquam in meis propriis bonis, 
quos quidem redditus supradictos ego Johannes predictus, 
post me mei heredes et successores ab ipso domino comité 
Gelrensi et ab heredibus et successoribus suis, comitibus 
Gelrensibus, in feodum habebimus. Exinde sui et suorum 
heredum, comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetui 
vasalli et de hiis debemus, sicut alii fideles et vasalli comi- 
tatus Gelrensis tenentur, fideliter deservire. Harum mearum 
testimonio literarum sigfillo meo consignatarum una cum 



') In n*. 22 staat : Wyndergen. 
*) T, » n : Wyndicgcn. 
•) „ „ „ : Wyndiggen. 

*) In n*. 22 ontbreekt dit woord en is daarvoor ten tweeden male ge- 
schreven : pro denario. A heeft dit ook, maar bovendien quolibet 



327 

sigillis discretorum virorum, domini Henrici de Graesschaff 
et domini Andree van der Moeien, militum, ad preces meas 
presentibus appensis. Et nos Henricus et Andreas, milites 
predicti, fideles domini comitis Gelrensis, profitemur premissa 
esse vera. Datimi anno Domini MCCCXXXV, Dominica 
post Urbani. 



2 Juli 1282. 
Her Geraert Scherfgyn, ridder, scepen tot Colne, heeft 
opgedragen xxix mergen, eynssdeils achterlant ^) ende 
eynssdeils visscerie, tot Mengenich gelegen, erfflich van 
Gelré te leen te halden. 

Scherffg3ni tot Colne leen. 

Universis presentes literas inspecturis ego G^rardus dictus 
Scherfgyn, miles, scabinus Coloniensis, notum facio, quod 
viginti novem iurnales, partim terre arabilis et *) partim 
aque piscarie, qui sunt allodium meum, sitos apud Mengenich, 
superportavi et resig^avi ad manus nobilis viri, domini Rey- 
naldi, comitis Gelrie, et heredum suorum, quos ab ipso 
domino comité recepi in feodum, et prestiti sibi fidelitatis 
iuramentum, ita quod tam ego quam liberi mei, quos habeo 
de Berta, uxore mea, dictam terram in perpetuum tenebimus 
in feodo a dicto domino comité et heredibus suis, qui sibi 
in dominio comitatus Grelrie successerin tin futurum. Preterea 
ego Gerardus promisi •) pro me et heredibus meis cessare 
a requisitione feodi, quod mihi debetur a ducatu Ljrmburgensi, 
quamdiu ipse dominus Reynaldus, comes, vixerit, sed post 



") VerschriJTiDg voor: adcerlant. 
*) In A en B staat : ut 

') Id A, B en n*. 22 ontbreekt dit woord, dat uit den oorspr. brief is 
aangeTuld, 



328 

mortem suam ego et heredes mei a duce Limburgensi, qut tune 
pro tempore fiierit, id requirere possumu9, promisso huiusmodi 
non obstante. In cuius rei testimonium presentes litera^ sigillo 
meo sigillavi. Actum anno Domini MCCLXXXII, feria quinta 
post festum beatorum Petri et Pauli aposftolorum. 



29 November 13 10. 
Fol. 99. Dirck, here van Kempenich, heeft bewijst x marck sjaers 
an synen goede tot Neder-Mendich op den Meynevelde 
ende tot Alken op der Moselen, erflich van Geke te leen 
te halden. 

Kempenich leen. 

Nos Theodericus, dominus de Kempnich, notum facimus 
universis protestantes publice per ') presentes nos recepisse et 
habuisse in parata pecunia ab illustri viro, domino Reinaldo, 
comité Gelrensi, centum marcas denariorum brabantinorum 
pro fidelitatis homagio sibi suisque heredibus a nóbis et 
nostris heredibus perpetuis temporibus faciendo et observando, 
pro quibus centum marcis predictis nobis ab ipso domino 
nostro traditis et solutis proventus seu redditus decem mar- 
carum denariorum pagamenti predicti eidem domino nostro 
demonstravimus et demonstramus et ponimus in bonis nostris 
allodialibus et propriis in Inferiori Mendich super Meynvelt 
et Alckene super ■) Mosellam, infra terminos diocesis Treve- 
rensis, quibuscumque ibidem ad nos pertinentibus, iure 
quocumque protestantes et recognoscentes nos eadem bona, 
prout sita sunt, onerasse iure et titulo homagii (noatri pn^dicti 
et ea nos ex nunc in antea imperpetuum iure homagii) ^ et 
fidelitatis a dicto domino nostro comité tenere et habere, ita 
tamen, quod dicta bona integraliter perpetuis temporibus nos- 



*) Dit woord ontbreekt in A. *) A heeft: sopra. 

') Ontbreekt in de Hss., aangevuld uit den oonpr. brief. 



3^9 

tris heredibus utriusque sexus iure homagii ab ipso domino 
nostro et eius heredibus concedentur et concessa permane- 
bunt Ia cuius rei testimonium sigiUum no^trum proprium 
duximus presentibus apponendum. Datum anno Domini 
MCCCXmo, in vigilia beati Andree apostoli. 



14 April 1335. 
IMe here van Westerborch heeft opgedragen synen 
tfaiende tot Dorghen voir XV marck sjaers erflich van Gelre 
te leen te halden. 

Westerburch leen. 

Ich Reynhart» here zu Westerburch, doe kont allen dien, 
die diesen brieff syehent oder horent lesen, daz ich mynen 
tzienden zu Dorgen uflFgheven und hain uffgegeven den 
edelen man, greve Reynalde van Gelre, mynen genedigen 
here, vur vunfftzien marck geldts, dry halier vur ideren 
penninck getzalt, und sal ich und mynen erven die xv marck 
gelds van den vurg. meynen heren und zynen erven zu rechten 
manieën han, und spreche ufif mynen eyt, dat ich mynen 
heren unde zynen erven wol bewijst han. Zu oirkonde und 
getuychnisse hain ich diesen brieve bezegelt mit mynen 
ingesegell. Dirre brieflf ist gegeben doe men zalte van Goetes 
gebuert dusent dryhondert und vunfiBndrissichten jaere, uff 
Karfiritogh. 



28 Mei 1335. 
Adolph van Buggelerhusen heeft bewijst xv marck 
sjaers an synen hove tot Remersceit mit zynen toebe- 
hoeren, in den ktrspell van Bunderode gelegen, erflich te 
leen te halden van Gelre. 



330 

Bug^elerhusen leen. 

Fol. 99V. Universis presentes literas visuris et audituris ego Adolphus 
de Buggelerhusen cupio esse notum quod, cum nobilis et 
potens vir Reinaldus, comes Grelrensis et Zutphanien^, me 
fecerit suum fidelem et vasallum et michi *) abinde •) dederit 
et assignaverit quinquaginta marcas brabantinorum •) denari- 
orum, tribus hallensibus pro quolibet denario computatis, ego 
ei *) propter hoc demonstravi annuos redditus quinque mercarum 
monete predicte in curte dicta Remerscheit et suis attinencüs, 
sitis in parochia ecclesie de Bunderade» tamquam in bonis 
meis propriis, quos quidem redditus supradictos ego Adolphus 
predictus vel mei heredes et successores ab ipso domino 
comité Gelrensi et ab heredibus et successoribus, comitibus 
Geh-ensibus, in feodum habebimus. Et exinde sui et suorum 
heredum, comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetui 
vasalli, et de hiis debemus, sicut alii fideles et vasalli comi- 
tatus Geh-ensis tenentur, fideliter deservire, harum testimonio 
literarum meo sig^o proprio una cum sigillis discretorum 
virorum, domini Adolphi de Bemtzauwe *) et domini Andree 
dicti van der Moeien ad preces meas et in testimonium 
premissorum (presentibus appensis •) firmiter munitarum. Nos 
vero Adolphus de Berntzauwe •) et Andreas ^ dictus van der 
Moeien, milites predicti, fatemur sigilla nostra ad preces 
Adolphi de Buggelerhusen et in testimonium premissorum 
presentibus appendisse. Datum anno Domini MCCCXXXV, 
Dominica proxima post Ascensionem Domini. 



*) In A staat : inde. *) B heeft : obiode. 

•) Dit woord ontbreekt in A, B eo n*. 22. 

*) In A en B staat : enim. 

•) A, B en n*. 22 hebben : Bernezauwe. 

•) Aangevuld uit den oorspr. brief. 

'') N^ 22 beeft: Andree. A en B hebben: Andrieas. 



331 



24 April 1335. 
Her Johan van Rupach, ridder, heeft bewijst x marck 
sjaers op sommigen wijngaerden ende gcttden, gelegen tot 
GunderstorflF ende tot Wolvendorp, erflich van Gelre te leen 
te halden. 

Rupach leene. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Johannes, 
miles de Rupach, cupio notum esse quod, cum nobilis et 
potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutphaniensis, me 
fecerit suum fidelem et vasallum et mihi obinde dederit et 
assignaverit centum marcas brabantinorum denariorum in pe- 
cunia parata, ego sibi propter hoc demonstravi annuos redditus 
decem marcarum brabantinorum dendriorum super *)bona mea 
propria infra scripta, videlicet super quinque pecias*) meas 
vinearum, duo iugera cum dimidio iugere continentes, et super ') 
sedecim solidos denarios et quatuor pullos et quatuorlibrascere 
annui census, quarum eciam vinearum predictarum due vinee 
site sunt in GunderstorflF in loco dicto „an den Brunarde" ; 
item due vinee site sunt in LudenstorflF; quinta vero vinea 
sita est in Wolvendorp. Quos quidem redditus supradictos 
ego prefatus Johannes de Rupach, miles, et post me mei 
heredes et successores ab ipso domino Re3maldo, comité 
G^lrie, et ab heredibus et successoribus suis, comitibus 
Grelrie, in feodum habebimus. Et exinde sui et heredum 
suorum, comitmn Gelrensium, fideles erimus et perpetui 
vasalli, et de hüs eciam debebimus, sicut alii fideles et vasalli 
comitatus Gelrensis tenentur, perpetuo fideliter deservire. 
In huius itaque rei testimonium ego prefatus Johannes de 
Rupach, miles, sig^illum meum presentibus literis apposui 
et rogavi strennuum virum Amoldum de Ketge •), militem, 



^) A heeft : supra. *) A, B en n*. 22 hebban : pecnarias. 

•) A, B en n^. 22 hebben ; Kerge. 



33* 

et Tbeodricum Hunoldi, armigerum, predicti domini coinitis 
Fol. loo. fideles et vasallos, quod sua sigilla hiis eciam literis appen- 
derunt in testimonium premissorum, quod nos Arnoldus, miles, 
et Theodricus, armiger, antedicti verum esse profitemur ac 
supradictos redditus bene esse demonstratos. Datum anno 
Domini M**CCC*XXXV, in crastino beati Georgii martiris. 



2 Januari 1342. 
Her Egbert van Grryffede, ridder, heeft leen gemaict, 
erflich van Grelre te halden, eynen hof mit lii hoeven lants, 
gelegen in den derpe van Tormberg. 

Gryffede leen. 

Ego Egbertus de (hyflFede, miles, pro me et heredibus 
meis recognosco tenore presendum manifeste, quod bona 
mea hereditaria, scilicet unam curiam cum tribus mansis, 
sita in villa Tormberg, in mamus illustris prindpis, domini 
Reynaldi, ducis Gelrensis, domini mei graciosi, et suorum 
heredum resignavi et resigno per presentes pro una summa 
pecunie mihi per eum bene persoluta, pro qua sibi homagium 
et fidelitatem prestiti, debens ipsam cum heredibus meis ab 
ipso domino meo, duce predicto, et suis heredibus in feodo 
tenere et perhenniter possidere, sub testimonio harum literarum 
meo sigillo signatarum. Datum anno Domini MCCCXLII, 
in crastino Circumcisionis Domini. 



29 Maart 1335. 
Heer Johan van Nuhem, ridder, heeft opgedragen die 
helft van z)men ah'ngen goede, tot Ossenhem onder den 
heere van Valkensteyn gelegen, erflich van Gehre te leen 
te halden. 



33i 

Niihem leen. 

Wy Johan van Nuhem, ridder, doen kont ende te weten 
aHen luden, dat wy opgedragen hebben die helfite van 
allen onsen alingen g^uede, dat gelegen is tot Ossenhem in 
die heerscap des heren van Valkensteyn, als eigen guet 
enen hogen, edelen man, onsen lieven here, den greve vaü 
Gelren ende van Zutphen, ende hebben voir ons, onse erf- 
gnamen ende nacomelingen vertegen op die helfte van den 
guede vurs., tot behoeflf ons heren des greven vurs., synen 
erfgnamen ende nacomelingen, also dat wy dair gheen recht 
meer an en behielden ende dat wy dieJTélfke van den alingen 
guede vurs. weder ontfangen hebben van onsen here, den 
greve van Gelre ende van Zutphen vurs., ten rechten man- 
ieën. Ende wy, onse erfgnamen ende nacomelingen soelen 
die helfte van hem, sjme erfgnamen ende nacomelingen ten 
rechten manieën halden, also als recht is, sonder argelist. 
In oirconde deser stucken so hebben wy desen brieff besegelt 
mit onsen zegell. Gegeven int jair ons Heren MCCCXXXV, 
des Gudestaiges nae Onser Vrouwen dach Annunciacio. 



1275. 
>1. loo^. Her Mathijs, scencke van Are, ridder, heeft bewijst ende 
gemaict syne vrye goede tot Wedich, tusschen Colne ende 
Bunne, erflich van Gelre te leen te halden. 

Are leen. 

Ego Mathias, pincerna de Are, miles, presenti scripto 
protestor et recognosco expresse, quod ego et Hermannus, 
frater meus, miles, bone memorie, cum centum marcis 
Coloniensiiun denariorum, quos illustris vir, dofninus Otto, 
comes Gelrensis, bone memorie, racione feodi nobis contulit, 



334 

bona allodialia apud Wedis iacencia, quod est inter Coloniam 
et Bunnam % nobis comparavimus *), que quidem bona ego 
et Ludovicus, nepos meus, filius fratris mei predicti, a suc- 
cessoribus comitis predicti cum nostris successoribus perpetue 
tenebimus et possidebimus sub titulo feodali. In cuius rei 
testimonium et robur ego Mathias predictus sigillum meum 
presentibus duxi apponendum. Datum apud Bunnam anno 
Domini MCCLXXV^ 



30 Mei 1335. 
Her Johan van Ruschade, ridder, heeft bewijst 10 marck 
sjaers an synen hove, gelegen tot Lutzellynden, mit synen 
toebehoeren, erflich van Gelre te leen te halden. 

Ruschade leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Johannes 
dictus ') Ruschade, miles, cupio esse notum quod, cum 
nobilis et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zut- 
phaniensis, me fecerit suum fidelem et vasallum et michi 
abinde dederit et assignaverit centum marcas brabantinorum 
denariorum, tribus hallensibus pro quolibet denario compu- 
tatis, ego enim propter hoc sibi demonstravi annuos redditus 
decem marcarum monete predicte in curte mea et suis 
attinenciis, sitis in villa dicta Lutzellynden, tamquam in 
bonis meis propriis, quos quidem redditus supradictos ego 
Johannes, miles predictus, et post me mei heredes et succes- 
sores ab ipso domino comité Gelrensi et ab heredibus et 
successoribus suis, comitibus Gelrensibus, in feodum habe- 
bimus. Et exinde sui et suorum heredum, comitum Gelrie, 
fideles erimus et perpetui vasalli, et de hiis debemus, sicut 

*) N*. 22 heeft: Boniuun. 

*) In A en B tUat hier: et 

•) A heeft : dictui de R., B : de R. 



335 

aUi fideles et vasalli comitatus Gelrie tenentur, fideliter 
deservire. Hanim mearum testimonio literarum sigillo meo 
consignatarum una cum sigillis discretorum virorum, domini 
comitis de Weitgensteyne et domini Grafconis de Hoveltz, 
militura, ad preces meas presentibus appensis. Nos vero 
comes de Weitgensteyn et Grafco, milites predicti, fideles 
domini comitis Gelrensis, profitemur premissa esse vera. 
Datum anno Domini MCCCXXXV, feria $■ proxima (post) 
Ascensionem DominL 



29 Mei 1335. 
Henrick van Etsbach heeft bewijst vi marck sjaers an den 
hove tot Ozelhusen % gelegen in den kirspel van Hamme, 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Etsbach leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Hen- 
ricus de Etsbach, famulus, cupio esse notum quod, cum 
d. 101. nobilis et potens vir Reynaldus, comes Gelrensis et Zutpha- 
niensis, me fecerit suum fidelem et vasallum et mihi obinde 
dederit et assignaverit sexaginta marcas brabantinorum 
denariorum, tribus hallensibus pro denario computatis, ego 
enim sibi propter hoc demonstravi annuos redditus sex 
marcarum monete predicte in curte de Ozelhusen et suis 
attinenciis, sitis in parochia then Hamme, tamquam in bonis 
meis propriis, quos quidem redditus ego Henricus predictus 
vel mei heredes et successores ab ipso domino comité 
Gelrensi et ab heredibus et successoribus suis, comitibus 
Gelrensibus, in feodum habebimus. Exinde sui et suorum 
heredum, comitum Gelrensium, fideles erimus et perpetue 
vasalli, et de hiis debemus, sicut alii fideles et vasalli comi- 



') In B en D^ 22 staat: Ouelhusen. 



336 

tatus Gtelrensis tenentur, fideliter dedervire, harum testimonio 
literarum sigillo meo proprio una cum sigiüis discretomm 
virorum, videlicet domini Henrici de Graesscaff et domini 
Andree van der Moeien, militum, ad preces meas presentibus 
a^pensis firmit^ munitarum. Et nos Henricus et Andreas, 
milites predicti, profitemur esse verum. Datum anno Domini 
MCCCXXXV, feria secunda post Vlhaxïl 



22 November 1308. 
Jacob, voedit van Vrouwenvelt^ heeft oevergegeven zijn 
hoff ende moeien tot Ochsenfoirt *), erflich van Gelre te leen 
te halden. 

Vrouwenvelt leen. 

Notum sit omnibus pre sentem literam inspecturis» quod 
ego Jacobus, advocatus de Vrouwenvelt, curiam meam et 
molendinum meum in Ochsenfoirt, que mihi iure proprietatis 
pertinere dinoscuntur, cum omni iure, quod mihi in ipsa 
curia et molendino predicto pertinere dinoscitur, excellenti 
domino, comiti Gelrensi, et suis heredibus resigno et ab ipso 
comité et sub heredibus mihi et meis heredibus in feodum 
recipio, harum testimonio literarum. Nos Dyeric de Castelló 
et Johannes de Utenhain scimus, quod predicta curia et ipsum 
molendinum pliu-es habent redditus quam summa pecunie, 
quam ipse comes ipsi Jacobo dat, se extendit, (et) idcirco 
duximus sigiUa nostra ad peticionem ipsius Jacobi presen- 
tibus appendenda in evidenciam premissorum. Acta sunt 
hec (in) Bochenper (?) anno Domini MCCCVin, feria sexta 
proxima ante festum beate Catherine. 



') Id n^ 22 staat: OicheDfoirt. 



337 



9 Juni 1335- 
Her Henrick van Leuwenberch, ridder, heeft bewijst XV 
marck sjaers an synen hove, geheiten Boymerdorp, erflich 
van Gelre te leen te halden. 

Lewenberch leen. 

Untver^ presentes literas visuris et audituris ego Henricus 
de Lewenberg % miles, cognoscere veritatem, quod cum 
nobilis et potens vir, dominus Reynaldus, comes Gelrensis 
et Zutphaniensis, me fecerit suimi fiddem et vasallum et 
propter hoc michi dedit et assignavit centum et qiünqua- 
ginta marcas brabantinorum denariorum, tribus hallensibus 
pro uno denario computatis, in pecunia parata, sibi pbinde 
quindecim marcarum denariorum predicti pagamenti redditus 
(demonstravi) ■) super totam curtem meam propriam, Boymer- 
dorp appellatatn, quondam domini Ghyselberti, militis, cum 
ol. loiv. suis redditibus et attinenciis, vineis, terris arabilibus, pratis, 
pascuis et nemoribus, quam habeo sitam in parochia sive 
villa HunfF, sub castro Lewenberg. Et eosdem redditus 
ego predictus Henricus, post me mei heredes ab ipso 
domino comité et suis heredibus et successoribus, (ccmiitibus) ') 
Gelrensibus, in feodum tenebimus. Et exinde ipsius domini 
comitis et suorum heredum et successorum, comitum Gelren- 
iium fideles erimus et perpetui vasalli, et de hiis eciam, sicut et 
alii vasalli comitatus Gelrensis tenentur, debebimus perpetuo 
fideliter deservire. In cuius rei testimonium sigillum meum 
literis presentibus apposui et rogavi nobilem virum, dominum 
Reynardum de Westerburch, canonicum ecclesie Coloniensis, 
et Theodricum de Wickerslic •), armigerum, prefati domini 



') Iq n*. 22 staat: Leuwenborch. 

') In A, B en n*. 22 ontbreekt dit woord, ook in den oorspr. brief. Het 
behoort evenwel in den zin. 

■) A heeft : Witterslic,' B : Wietfliet 

22 



338 

comitis vasallo6, quod sua sigilla hiis eciam literis appenderent 
in testimonium premissorum. Et nos Reynardus de Wester- 
burch et Theodricus antedicti profitemur sigilla nostra ad 
peticionem prefati Henrici, militis predicti, in premissorum 
testimonium hiis literis appendisse ac supradictos redditus 
esse bene demonstratos.* Datum feria sexta post Penthecostes, 
anno Domini MCCCXXXV^ 



14 October 1309. 
. Her Rutger van den Stade, ridder, heeft opgedragen 
zyne gueden van den hove te Stirem, geheiten Verhilleken- 
huys *), erflich van Gelre te leen te halden. 

Stade leen. 

Nos Rutgerus van den Stade, miles, notum facimus 
universis, quod nos bona curtis nostre de Stirem, dicta 
Verhillekenhuys, cum suis pertinenciis, valencia quadraginta 
marcas brab. et amplius, in manus illustris viri, domini 
Reynaldi, comitis Gelrensis, superportamus libere et resigna- 
mus, que quidem bona nos et nostri heredes ab ipso domino 
nostro comité Gelrensi et suis heredibus tenebimus iure feodali. 
Preterea dictmn dominum nostrum comitem Grelrensem et 
suos fideiussores de omni debito vel dampno, que unquam per 
ipsum sustinuimus, simplidter quitos proclamamus, testimonio 
presencium nostrarum literarum nostro sigillo munitarum. 
Datum anno Domini MCCCIX ■), feria 3' post Grereonis. 



*) In n*. 22. staat: Verhielkenhuys. 

') Nijhoff heeft in margine bij A, alwaar slaat : MCCCXC, gesdireven : 
Debet dicere MCCCIX, cf. perkam. brief n*. z^. 



339 



I December 1293. 
Her Werner, vaicht van Ludistorp ende sijn wijff hebben 
opgedragen hoere goede tot Ludistorp, hofF ende wijngart, 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Ludistorp. 

Nos Wemerus, advocatus de Ludistorp, miles, et Gheer- 
trudis, eius uxor legitima, notum facimus universis presentes 
literas inspecturis, quod nos bona nostra, apud Ludistorp sita, 
curtem scilicet et vineam iuxta sitam, que bona fuerunt 
quondam Elie, militis, communi ccmsensu, manu coniuncta 
Fol. 102. et unanimi voluntate, hereditario iure, dedimiis et suprapor- 
tavimus in manus illustris viri, domini Reynaldi, comitis 
Gelrensis, et suorum heredum et successorum, tali condidone 
et pacto, quod nos et nostri heredes ac successores, tam 
masculini quam feminini sexus, si masculini non fuerint, 
dicta bona ab eodem domino comité Gelrensi et suis 
heredibus et successoribus dicta bona ^) iure feodali tenebimus 
et in perpetuum possidebimus. Acta simt hec in presencia 
nobilis viri, domini Gerlaci van Ysenburg, Johannis, burgrevii 
de R)meck, et parochianorum in Ludistorp, qui parochiani 
suo sacramento declaraverunt, quod dicta bona ducentas 
marcas Coloniensium denariorum et plus valerent. In cuius 
• rei testimonium ego Wemerus predictus pro me et Gertmde, 
uxore mea predicta, sigillum meum duxi presentibus appo- 
nendum. Datum anno Domini MCC nonagesimo 3**, in crastino 
beati Andree apostoli. 



') Deze twee woorden zijn overtollig, maar staan ook in den oorspr. brief. 



340 



24 April 1335. 
Derich Hunolt van Andernach heeft bewijst vi marck 
sjaers an synen wijngaerden, tot Kerlich gelegen, erflich van 
Gelre te leen te halden. 

Andernach leen. 

Noverint universi presencium inspectores, quodegoTheo- 
dricus Hunoldi, armiger Andernacensis, quod nobilis et 
potens vir, dominus Re}maldus, comes Gelrensis et Zut- 
phaniensis, me fecit ^) suum fidelem et vasallum et michi 
obinde dedit et assignavit ■) sexaginta marcas brabanti- 
norum denariorum in pecunia parata, demonstravi sibi 
annuos redditus sex marcarum brabantinorum denariorum 
super duas vineas meas allodiales infra scriptas et in terri- 
torio ville Kerlich sitas qualiterciunque, quarum vinearum 
una vinea nuncupatur «Hem Rudengeris stucke" et altera 
vinea nuncupata est „datBynehom". Et recognoscoperpresen- 
tes me prefatum Theodricum et post me meos heredes et 
successores ab [ipso domino comité Gelrensi et ab heredibus et 
successoribus suis, comitibus Gelrensibus, supradictos sex 
marcarum redditus habitiuros, et quod exinde ipsius domini 
comitis et heredum et successorum suorum, comitum Grelren- 
sium, fideles erimus et perpetui vasalli, et de hiis eciam, 
sicut alii vasalli comitatus Gelrie tenentur, debebimus perpetuo 
fideliter deservire. Et in huius rei testimonium sigiUum meura 
hiis literis apposui et rogavistrennuos viros, dominumjohan- 
nem de Rupach et dominum Emericum de Laensteyn, milites, 
predicti domini comitis fideles et vasallos, quod sua sigilla 
literis presentibus eciam appenderent in testimonium premis- 
sorum, quod nos Johannes et Emericus^ milites prelibati, 



') A, B en n*. 22 hebben: fecerit. 

*) In A en n*. 22 ttaat : assignat, B he^t dederït et «ssignaverit. 



341 

protestamur venim esse ac supradictos redditus bene esse 
demonstratos. Anno Domini MCCCXXXV, in crastino beati 
Geor^i martiris. 



31 Juli 1308. 

Fol. I02V. Her Henrick van Montabur heeft opgedragen v voeder 

wijngulden sjaers an zynen wijngewass ende anderen vryen 

goeden, in den gerichte van Zeveche *) onder den greve 

van Spaenheym gelegen, erflich van Gehre te leen te halden. 

Montabur leen. 

Nos Johannes, comes de Spaenheim notum facimus universis 
presentes literas visuris, quod comparuit coram nobis dominus 
Henricus de Montabur, miles, et superportavit (ad usu^ •) 
excellentis viri, domini Re3maldi comitis Gelrie, quinque car- 
ratas vini annuas et hereditarias in cremento vinorum suorum 
ex bonis suis allodialibus, sitis sub iurisdictipne nostra apud 
Zeveche, tali condicione, quod ipse dominus Henricus et 
sui heredes dictas quinque carratas ') vini a predicto domino 
comité Gelrensi et suis heredibus iure feodali perpetuo possi- 
debunt. In cuius rei testimonium sigillum nostrum una cum 
sigillis dicti domini Henrici et domini Roderici, eius fratris, 
presentibus est appensum. Et nos Henricus et Rodericus de 
Montabur, fratres predicti, recognoscentes onmia premissa 
vera esse, sigilla nostra ad maiorem evidenciam et firmitatem 
premissorum presentibus duximus apponenda. Datum vigilia 
beati Petri ad Vincula, anno Domini MCCC octavo. 



') In n*. 22 staat : Zevechteo. 

*) Aangevuld uit den oorspr. brief. 

*) In A, B en n*. 22 staat: cerratas. 



34^ 



7 November 1347. 
Dat here Boene, here van Vrimershem, gemaict heeft 
XXX % sjaers an erfiEhissen ende gneden, die hyrin genoempt 
zijn, erflich van Gelre te leen te halden. 

Vrymershem leen. 

AU^i denghenen, die desen briefF sullen sien ofif hoeren 
lesen, doen wy kbnt Bone, here van Vrymershem, dat wy 
gemaict hebben ende maken in desen apenen brieff onsen 
lieven here, den hertoch van Gelre, greve van Zutphen, ende 
zynen nacomelingen, hertogen van Gelren, xxx pont deyne 
jairliker gulden an onsen eygenen gueden, als an xviii 
mergen artlants, die geheiten zijn in den Keerbroick, an 
thien mergen artlants *) in der Honer, ende an xii mergen 
artlants, der thien an één stuck liggen ende twee an den 
anderen stucken an der Herbrugen, welke xxx ^ jairliker 
gulden wy ende onse erven van onsen lieve here, den hertoch 
van Gelren, ende van zynen nacomelingen, hertogen van 
Gelren, to rechten manieën halden ende verdienen sullen, 
welke goede vurs. wy onsen lieven here, den hertoge vurg., 
ende S3men nacomelingen opgedragen hebben ende op- 
dragen mit desen openen brieve voir onsen scepenen tot 
Vr3rmershem, sodat sy wijsden, dat die vurg. goet onsen 
lieven here den hertoch ende zynen nacomelingen voirs. 
vast ende stede weren ende eweliken blyven zullen, sodat 
103. wy ende onsen rechten erven die vurg. g^ede van onsen 
lieven here den hertoch ende van zynen nacomelingen to 
rechten manieën halden ende verdienen soelen, als gewoenlick 
ende recht is. Voir tuygen wy scepenen van Vrymershem 
op onse eyt ende onder onse seygelen, nyet van gedwange 
noch geheyt Boenen, ons heren van Vrymershem, noch 



*) De woorden ; die — artlants ontbreken in B en n®, 22, 



343 

yemants, dat dese guede vurg. an der stat, dair zy gelegen 
rijn, waill iii^ pont weert zijn ende den hertoge van Gelre 
ende zynen nacomelingen voirs. XX x pont jaerliker gulden 
vurs. wael an bewijst, sodat zy one vast ende stede zijn! 
In oirkonde ende stedicheit des hebben wy Boene, here 
van Vrymershem, ende wy scepenen van Vrymershem onse 
segele ain desen briefif gehangen. Gegeven int jair ons 
Heren MCCCXLVII, des Gudesdaigs na Alreheiligen dach *). 



5 Januari 1259. 
Her Symon van Harlem, ridder, heeft overgegeven greven 
Otten van Ghelre ende zynen erven x maeten lants^ die 
geheiten zijn vertell, tot Hemeskerke gelegen, mit hoeren 
toebehoren. 

Hemeskerke erffiiis« 

Ego Symon, miles, dictus de Harlem, notum facio uni- 
versis presentem literam inspecturis, quod viro nobili et 
honesto, iUustri domino meo Ottoni, comiti Gelrensi, et suis 
successoribus donavi in proprium et resignavi decem 
mensuras terre, que vulgariter vertell appellantur, in Hemes- 
kerke, cum suis pertinenciis libere imperpetuum possidendas, 
quarum inicium in occidentali parte iuxta amnem in Hemes- 
kerke tendit usque ad •) orientalem partem, quousque numerus 
dictarum decem vertel plenarie sit perfectus. In cuius 
donacionis et resignacionis testimonium presentem literam 
dicto domino meo sigiUi mei munimine contuli rolx^ratam. 
Datum anno Domini MCCLIX % proxima Dominica ante 
Epiphaniam Domini. 



M In A staat in margine : Nota. Heren Boenen zegel is gebroken. 
') Dit woord ontbreekt in B. 
») In n\ u staat : MCCLX. 



344 



3 April 1296. 
Woe dat her Amt van Nyenbeke, coinmenduer van 
sunte Johan te N)miegen, erflich oevergegeven heeft greve 
Reynalde van Gelre ende zynen erven dien wert tot Nyen- 
beke, gelegen tussen der Ysselen ende Vorst, met den 
borch, huseren, velden, beemden, visceryen, modeni 

Nyenbeke erflfois. 

Universis presentes literas inspecturis nos Amoldus, frater 
bone memorie domini *) Theodrici, quondam domini de Nyen- 
beke, commendator domus sancti Johannis Hospitalis Ihero- 
solimitani in Novimagio, notum facimus publice attestantes, 
quod contulimus et tenore presencium conferimus reverendo 
domino nostro, domino Reynaldo, comiti Gelrie, et legitimis 
suis heredibus insulam dictam vulgariter Nyenbeke, sitam 
inter Ysselam et Vorst, cum castro, domibus, campis, pratis, 
piscariis, molendinis et precipue cum molendino, sito iuxta 
Fol. I03V. Vorst, dicto vulgariter Credenmoelen^ cum ceteris insule 
predicte proventibus, proüt est sita cum omni utilitate ac 
fructu. Et ipsiun dominum comitem suosque heredes super 
hiis warandizare promittimus per annum et diem, prout iuris 
est, hoc excepto quod, si aliquid ex dicte insule bonis 
emptum a predicto quondam fratre nostro fuerit de bonis 
propriorum hominum, qui vulgariter dicuntur «eygenlude*, 
sive de bonis liberorum hominum, qui vulgariter dicuntur 
wvrylude*, ipsius domini comitis predicti, in recompen- 
sacionem illorum bonorum ipsi domino comiti alia bona non 
debe\>imus restaurare. Sed si aliqua bona dicte insule fuerint 
bona feodalia ipsius domini comitis et aliofum dominorum, 
sive eciam si aliqua eiusdem insule fuerint bona, de quibus 
bonis ipsum dominum comitem vel suos heredes warandizare 



') A heeft; domino, 



345 

non poterimus, bona equivalencia bonis illis per recompen^ 
sacionem in bonis aUis ipsi domino comiti vel suis heredibus 
restaurare debebimus iuxta eiusdem domini comitis con^um 
et libitam voluntatem. Et ut hec finna et rata permaneant» 
sub fide nostra, qua nostro ordini sumus astricti, promit- 
timus supradicta singula inviolabiliter observare, promittentes 
eciam, quod dictis domino comiti et suis heredibus omnes 
condiciones suprascriptas a superioribus nostri ordinis predicti 
et fidedignis alüs iquibuscumque personis faciemus pro posse 
nostro firmius communiri. In cuius rei testimonium et mu- 
nimen sigillum nostrum presentibus est appensum. Dominus 
Alardus de Boesinchem, miles, dilectus noster consanguineus, 
et Riquinus Ploich de Arnhem dictis singfulis interfuerunt 
condicionibus, quorum sigilla in dicte rei testimonium una 
cum sigillo nostro apponi rogavimus huic scripto. Nos vero 
Alardus de Boesinchem, miles, et Riquinus Ploich de 
Arnhem predicti profitemur, quod dictis condicionibus 
interfuimus, ad peticionem domini Amoldi predicti sigilla 
nostra in veritatis testimonium presentibus appendentes. 
Actum et datum anno Domini MCCXCVI, feria 3* post 
octavas Pasche % 



14 Februari 1367. 
Woe dat her Groedart van Loen, here tot Heynsberch, 
ontfinck van hertoch Eduwart, als van hem ende van zynen 
erven, van zynen live comende, te halden te leen die stat, 
borch, veste ende lant van Heynsberch ende Geylenkerken, 
ende dat die veste van 'Dailenbroich allewege apen huys 
geweest is ende Wyven sall tot Gelre. 



In A staat iQ mar^me: Nota. Dat leste segel is aif. 



346 

He3msberch9 Geylenkerke, Dalenbroic. 

Wy Godevaert van Loen, here zu Heynsberch, doen kont 
allen luden, die desen brieff sullen sien off hoeren lesen, dat 
wy te leen ontfangen hebben van den durluchtigen, hoich- 
geboeren vursten, hem Eduwaert, hertoge van Gelre ende 
greve van Zutphen, onsen lieven here, onse borch van 
Fol. 104. Heynsberch mitter statt, veste, lant ende lude van Heynsberch, 
mitten gerichten, hoge ende lege, ende mit al den dat dairtoe 
behoert, ende so wie die gelegen zijn off van audts herkoemen, 
ende sint ') sijn manne *) dairane worden ende voirtaén wy 
ende onse erven sullen sijn ende zijnre erven, van zynen 
live komende, man ane blyven, erflick ende ummermeer, 
sonder alle wederzeggen •). Ende dairtoe sullen die vurs. 
borch, stat ende vesten van Heynsberg mitten lande apen 
huys, stat ende lant sijn ende blyven den voirs. hertoch van 
Gelre ende zynen erven van zynen live eweliken ende 
ommermeer, dairuyt te behelpen ende te orlogen tegen al- 
remallic, also dick als sy dat te doen hebben, dair wy dat 
mit eeren doen moegen. Voirt so sullen wy noch onse erven 
vurs. die voirs. borch, stat, slote, vesten ende lant van 
Heynsberch mit allen hoeren toebehoeren in engfaene ander 
hant brengen, setten, versetten, verkopen noch laten comen 
dan in hant des voirs. hertogen van Gelre ende zynen erven 
vurs. buten hoeren raet ende wille. Voirtmeer so bekennen 
wy, dat wy te leen ontfangen hebben van den voirs. hertogen 
van Gelre, onsen lieven here, die borch tot Geylenkerken, 
huys, dorpe, vesten, lant, lude, gerichte, hoge ende lege, 
ende mit al den dat dairtoe behoert. Ende wanneer Geylen- 



') Iii D^ 22 Staat : zyne. 
') In A ea B staat : men. 

*) In A staat hier in margine : Hensberch die stat, burch und vc«ten 
nütten lande apen huys. 



347 

kerken mit zynen toebehoor, als voirs. is, ons sdven off 
onse erven weder angevallen is van heren Goidaert van der 
Heiden, die dairane nu syne lijfitocht heeft, so sullen zy open 
huys ende lant sijn ende blyven des vurs. hertogen van Gelre 
ende zijnre erven, van zyne live comende, tegen alremallick, 
myt allen rechten, gelijck van Hejmsberg vurs. steet, 
uytgenomen, weer dat sake dat onss oflF onsen erven all- 
sulke noit overginge, dat wy Geylekercken, so wie dat 
gelegen oflF *) vurs. is, verkopen, versetten off in ander hant 
brengen moesten off wouden, so moegen die vurs. hertogen 
van Gelre ende zyne erven, van zynen live komende, an hon 
den koup, versettinge off in ander hant te brengen selven 
nemen an hoen, sonder yemantz wederseggen, omme dat- 
selve geit ende goet, als men ter waerheit vonde daert een 
ander om hebben soude off hedde. Weert oich sake, dat 
onse lieve here van Gelre ende zyne erven voirs. voir dat 
geit ende g^et nyet nemen en wolden voirgen. Geylekerken 
noch hebben, d2ur(t) een ander om hebben soude off hedde, 
gelijck vurs. steet, so sullen wy ende moegen mitten selve 
coep, Tersettinge ende in een ander hant te brengen vort- 
vaeren, gelijck onse overdrach dairmede op die tijt wesen 
sal, beheltenisse denghenen, diet kriegen sall, dat hy voirs. 
Gelenkerken mit zynen toebehoeren vortaen nyet te leen 
hauden en sall van den vurs. hertoge van Gelre ende van 
zynen erven, noch oec Gelenkerken alsd^ nyet meer apen 
huys laten wesen en sullen des vurs. hertogen van Gelre 
ende zijnre erven. Voirtmeer kennen wy Dalenbroich, die 
borch mit haren vesten, apen huys ende leen te wesen des 
vurs. hertogen van G^e ende zijnre erven, ende altijt hier- 
voirmaels geweest hebben ende blyven sullen. Alle dese 
'ol. 104V, vurs. punten ende voirwardden ende elc punt sunderlingen, 
gelijc van ons vurs. steet, hebben wy gesekert ende geloefft 



>) Dit woord is onduidelijk. Lees: als. 



348 

in goeden trouwen ende in eydstat voir ons ende onse erven 
den vurs. hertogen van (relre, onsen lieven here, ende zynen 
erven vurs. vaste, stede ende unverbrekelicli te haklen 
ende enghene ^) argelist dairyn te keren noch laten komeix. 
In oirkonde alle der dingen ende vurwerden voirs. so hebben 
wy onse segell ain desen briefF doen hangen* Ende tot méére 
stedicheit ende vestinge alle der dingen vurs. so hebben wy 
gebeden vrouw Philippe van Guylche, vrouw van Heynsbergv 
onser liever geselynnen, voirt onser gemeynre stat van 
Heynsberg, den wy dat bevoelen hebben, ende willen, dat zy 
sekeren ende geloven in goeden trouwen ons dese vurs. (vur- 
waf den) helpen te houden den vurs. hertogen van Gelre ende 
synen erven vurs. ende ons nyet te raden noch te helpen, dat wy 
doen tegen desen briefF ende des brieffe vurwardden, ende 
voirt gebeden in getuychgeniss alle der dingen voirs. onsen 
lieven neve, hem Amde, here van Randerade, ende Reynoude 
van Valkenborch, onsen lieven brueder, dat sy hocre segde 
by dat onse an desen brieff willen hangen. Ende wy tTii- 
lippa •) van Guylche, vrou van Heynsberg, wy burger- 
meysteren, scepenen ende gemeyne stat van Heynsberg om 
beden, beveilnisse ende will onss lieven, geminden here van 
Heynsberg so hebben wy gesekert ende gelaefft in goeden 
trouwen hon te helpen, dat dese voirs. vorwerden gehauden 
werden den hertoch van Gelre voirs., onsen lieven here, ende 
synen erven vurs., ende hem noch zynen erven van H^ms- 
berg nyet te raden noch te helpen, dat zy doen tegen desen 
briefF off dis brieffs vurwerden. Ende wy Amt, here van 
Randenroede, ende Reynout, here van Valkenborch, om 
beden wille des heren van He)msberg, onss lieven neven 
ende broeders, so hebben wy onse segde by dat zyne, sijnre 
vrouwen ende stat vurs. in getuychnisse alle deser vurwarden 



') £d A en B staat: enghe. 
v*^ In A en B staat; Philippan. 



349 

vurs. an deaen brieff doin hangen. Gegeven ende gescreven 
tot Rurmunde, in den jair onss Heren MCCC ende LXVII» 
op sunte Valentijns dach, die coempt in Siwrockell all vroech. 



24 Mei 1335. 
105. Her Roloff van Stumbele, ridder, heeft bewqst XX marck 
sjaers an LVii mergen artlantz, gelegen tot Kurmen tusschen 
Berchem *) ende Panhusen, erflich van Gelre te leen te halden. 

Stumbel leen. 

Universis presentes literas visuris et audituris ego Rudol- 
phus de Stumbel, miles, notum facio publice protestando 
quod, cum ego effectus sim fidelis nobilis et excellentisdomini *) 
mei, domini Reynaldi, comitis Gelrensis, et ob hoc ipse miphi 
in. parato persolverit ducentas marcas denariorum pagamenti 
Coloniensis, ideo in signum homagii mei et fidelitatis deputo 
et assigno eidem domino meo comiti in LVil iumalibus terre 
arabilis allodii mei, sitis^ apud Kurmen inter Berchem et 
villam Panhusen, xx mftrcas pagamenti Coloniensis annui et 
perpetui redditus, quas ego et mei heredes ab ipso domino 
comité et suis heredibus in feodum debebimus perpetuum 
possidere. In cuius rei testimonium sigillum meum una cum 
sigillis domini Cononis de Bolendorp, militis, et Ade de 
Gelesch, fidelium dicti domini ^) comitis, ad meam peticionem 
appensis presentibus est appensum. Datum in yigilia Ascen- 
cionis Domini »), anno Eiusdem M^CCC^^^XXXV". 



*) In n*. 22 staat hier een onleesbaar woord. 

•) A, B en n*. 22 hebben : viri. 

') B heeft: sicut. 

*) Dit woord staat niet in den oorspr. brief. 

*) Aangevuld uit den oorspr. brief. 



350 

27 Mei 1335. 
Dacm van Gelessen heeft bewijst vii marck sjaers an 
XX mergen lants, gelegen in den kirspell van Gelstrop *). 
erflich van Gelre te leen te halden. 

Gelessen leen/ 

Universis presentes Uteras visuris et audituris ego Adam 
de Gelessen cupio notum esse quod, cum nobilis et potens 
vir Reynaldus, comes Gclrensis et Zutphaniensis, me fecerit 
suum fidelem et vasallum et michi obinde dederit et assig« 
naverit Lxx marcas brabant., tribus hallensibus pro denario 
computatis, ego sibi propter hoc demonstravi annuos redditus 
septem marcarum brabantinorum denariorum in xx iugeribus 
terre arabilis, sitis in parochia de Gelstorp *), tamquam 
in meis propriis bonis. Quos quidem redditus supradictos 
ego Adam, post me mei heredes et successores ab ipso 
domino comité Gelrensi et ab heredibus et successoribus suis, 
comitibus Gelrensibus, in feodum habebimus. Et exinde sui 
et suorum heredum, comitum Gelrensium, fideles erimus et 
perpetue *) vasalli, et de büs eciam debemus, sicut alii fideles 
et vasalli comitatus Gelrensis tenentur, fideliter deservire. 
In cuius rei testimonium ego Adam predictus sigillum meum 
literis presentibus apposui et rogavi discretos viros, dominum 
Rudolphum de Stumbel, militem, et Adam de Bolendorp, 
ut sigiUa corum hiis literis appenderent in testimonium 
premissorum, quod nos Rudolphus et Adam predicti fatemur 
esse verum. Datum anno Domini M^CCCXXXV^ Sabbato 
post UrbanL 



5 September 1299. 
Her Gcraert Rost, ridder, heeft bewijst XX mergen artlants, 
gelegen by Roodengen, te leen te halden van Gelre, etc. 

*) A, B en n*. 22 hebben : Aelstorp. ') A, B en n*. 22 hebben : peq)eini. 



35« 

Her Rost leen. 

105V. Universis presencia visuris nos Gerardus dictus Rost, 
miles, notum faéimus, quod nos illustri viro, domino comiti 
Gelrensi, domino nostro carissimo, demonstravimus xx 
iurnales terre arabilis, iacentes apud Rodegen, in bonis 
nostris propriis, ita quod ab ipso nos et heredes nostri dictos 
iurnales iure feodali debemus optinere. In cuius rei testi- 
monium sigillum nostrum presentibus duximus apponendum. 
Datum Sabbato ante Nativitatem beate virginis Marie, anno 
Domini MCC nonagesimo nono. 



19 Mei 1310. 
Her Craft van Grryffensteyn heeft opgedragen eyne hove 
lants uyt synen hoeve tot Verkenshoven, in den kirspel van 
Neder-Emme gelegen, erflich van Gelre te leen te halden. 

Giyflfensteyn leen. 

Universis presentes literas visuiis nos Grafco de Grryffen- 
steyn, miles, notum esse cupimus quod, cum dilectus dominus 
noster, dominus Reytialdus, comes Gelrensis, c marcas 
brabantinorum denariorum nomine feodi nobis contulerit et 
integraliter persolverit, nos eidem domino nostro comiti 
Gelrensi pro eisdem centum marcis imum mansum terre, 
quem pro allodio nostro tenemus ^) et possidemus, ex curte 
nostra dicta Verkinshove, sita in parochia de Nederymme, 
assignamus et supraportamus. Quem quidem mansum pre- 
dictum nos et nostri successores legitimi a dicto domino 
nostro comité Gelrensi et suis successoribus in perpetuum 
tenebimus et possidebimus titulo feodali. In cuius rei testi- 
monium sigillum nostrum presentibus est appensum. Datum 
anno Domini M**CCC'"**X**, feria 3' post Dominicam Cantate. 

*) Ia A ei; B staat: teneus« 



352 

14 Augustus 133 1. 
Johan van Gryffensteyn heeft bewijst x <8 sjaers an eyne 
hove lants, in Emmerveld gelegen» erflich van Gelre te leen 
te halden, ende hi heeft oick mede opgedragen den eygendom 
van den lande voirscreven. 

Gryfifensteyn leen. 

Wy Johan van GryflFensteyn, knape, doen kont allen 
luden, dat wy ontfangen hebben van eenen hogen, edelen *) 
here, heren Reynalde, greve van Grelre ende van Zu^hen, 
c pont ^leynre penningen, eenen goeden groeten coninx 
tomosschen van Vrancrijck voir xvi penninge gerekent, 
ofF ander payment dairvoir, dat gelijck goet is, ende sijn 
sijn man dairafF wordden, wairvoir wy hem bewijst hebbei\ 
ende bewysen mit desen brieve x pont sjaers payments 
Fol. 106. voirs. ain eenre hoeven lants, die ons eygen was, die ge- 
legen is in Emmervelde, die hebben wy van hem ten 
rechten manieën ontfangen, ende wy ende onse erven 
sullen die van hem ende van zynen erfiPgnamen erflike 
then rechten manieën halden. Ende hebben dien eygendom 
van der hoeven lands voirs. opgedragen ende dairop ver- 
tegen in behoefF ons heren des greven ende synen erven 
voir onsen amptman Goedoill ende onse geswoeren Dunkell, 
Geirlach Ziws, Henrick van A., Henric in der Gassen, 
Johan van Ouysme ende Thielman Cop, die woenafticfa 
zijn tot Verkenhoven. In oirkonde dis briefife mit onsen 
ende mit Goidoils, ons amptmans, zegelen bezegelt Ende 
want wy Dunkel, Gerlach, Henric, Henrick, Jan ende Thielman 
voirs. egheen zegel en hebben, so bidden wy ende hebben 
gebeden Goidoil den amptman voirg., dat hy Z3men segell 
ain desen brielF hange in getuychniss deser stucken. Ende 



') In A en B statt hier nogmaals ^et woord : hogen. 



353 

ick GoidoiU vurs. bekenne alle dese stucken ende vurwerden 
wair te zijn, ende om beden will Jans van Giyflfensteyn 
ende der geswoeren vurs. hebbe mijn segell met Johans 
zegel an desen briefiF gehangen. Gesciet ende gegeven in 
den jair ons Heren MCCC ende XXXI, op onser Vrouwen 
avont Assumptio. 



17 Maart 1346. 
Her Emont van Barmen, ridder, heeft bewijst xx scilde 
sjaers an zynen goede, geheiten in die Coyme, in den kirspell 
van Mertzenhusen gelegen, erfflich te leen te halden van 
Gelre. 

Barmen leen. 

Allen denghenen, die desen brieflf sullen zien ofiF hoeren 
lesen, ic Emónt van Barmen, ridder, doin kont ende bekennen 
offenbarlich in desen briefiF, dat ie in oircunde Clais Scheinbei^ 
ende VoirtliefiEs, schefiFenen van Barmen, bewijst haen ind 
bewyzen mit desen briefF eenen hogen, mechtigen vorsten, 
mynen lieven here, joncher Reynalt, hertzogen van Gelre 
ende greven van Zutphen, an mynen eigen guede ende 
erven, geheysschen in die Coyme, gelegen in den velde *) 
van Mertzenhusen, xx gulden scilde, genge ende geve, 
jaergulden voir cc guldene schilde, die mir van zijnre wegen 
in gereiden gelde gegeven ende betzaelt zijn omme manscaff 
wille, die ich hem voir mich ende mynen erven dairom 
gedain hain, welke xx guldene schilde jairgulden voirs. 
ende dat voirs. erve, dairane ich zy bewijst hain, ich ende 
mynen erven van hem ende zynen erven erflich ende ewelich 
zo eynen rechten manieën halden ende bezitzen sullen. In 
oirkonde ende stedicheit des so hmn ich mijn zegell voir 
fnich ende die scheffenen vurg. an desen brieff gehangen. 

*) A, B eo n*. 22 hcbbeD : kirspel. 

23 



354 

Ende wy scheflFenen vurg". bekennen, dat dat voirs. gnet 
heren Emonts vnrs. eygen gnet is ende dat voirs. leen 
dairaen waell bewijst is. Ende want wir selve gheen segell 
en hayn, so gebruycken wir in desen dinghen heren Emonts 
zegell voirs. Gegeven int jair ons Heren MCCCXLVT, op 
sunte Geertniyden dach. 



25 October 1336. 
Fol. io6v. Her Godert Wynter van Alderode, ridder, heeft bewijst 
XX marck sjaers an zynen thienden van iii hoeven lants, 
in den velde van Overousheim gelegen, erflich te leen te 
halden van Gelre. 

Alderode leen. 

Dat sy allen luden kont dat, want die hoech, edell man, 
mijn lieven here, heer Reynalt, greve van Gelre ende van 
Zutphen, mich Goiderde Wynter van Aldenroide, ridder, zo 
manne gekrigen ende gewonnen hait ind mytie nacome- 
lingen mit CC marken paymentz van *) Colne, die hi mir wail 
betzalt ende gegeven hait, dairomme so hain ich voir mich 
ende voir mynen nacomelingen bewijst ende bewysen mynen 
vurg. hem dem greven ende zynen erven ende nacomelingen 
XX marck gelds sjaers erfgulden desselven payments an 
mynen tzienden van drien hoven eygens lands, gelegen in 
dem velde zo Overausheim. Dieselven xx marck gelds 
soelen ich ende myne erven ende nacomelingen emmermeer 
halden ind bezitzen zo rechten manieën van mynen vurg. 
heren den greve ende van zynen erven ende nacomelingen. Ind 
des om stedicheit hain ich desen briefF bezegelt mit mynen 
zegell ind hain voert gebeden heren Cunen van Bolendorp, 
ridder, ind Ulrige van Aldenroide, mynen brueder, als 

'^) In A eo B sUat : val. 



107. 



355 . 

nflanne *) mijns *) vurg. hern des greven, dat sy mit mir desen 
briefiF bezegelt hain <ds getzuych der voirs. bewysinge '). Ind 
^ir Cuno van Bolendorp, ridder, ende Ulrich voirg. tugen 
als manne ons heren des greven voirs., dat uns dese be- 
wyzinge kimdich is ind dat zy guet ende gerecht is ind 
dat wir desen brieff als getuychge bezegelt hain mit dem 
vurs. heren Goidart van Aldenrode ind umb sijnre beden wille. 
Dis brieff is gegeven des Vrydags na sunte Severijns daech, 
doe men schreeff (van Goitz geburde) *) MCCCXXXVI*» jair. 



27 Mei 1335. 
Daem van Bolendorp heeft bewijst vii marck sjaers an 
XXX mergen busschs in der Velen, an iii mergen beemde 
zu Bolendorp, an v mergen lants tot Berchem ende an 
I malder roggen tot Berchem, erflich van Gelre te leen te 
halden. 

Bole